Catechese - 16
Namen van God in het Oude
Testament - 9
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Namen van God in het Oude Testament - 9
DIn
de vorige lessen hebben we gezien dat de vele namen die God in het Oude
Testament draagt, ons enerzijds iets leren over de geweldige grootheid
en majesteit van onze God, maar anderzijds ook over Zijn liefde voor
Zijn schepping, Zijn liefde voor de mens.
God had deze wereld, u en mij, zo lief dat Hij zelfs Zijn eigen Zoon
voor ons heeft overgehad (Joh.3:16) om ons in een persoonlijke relatie
met Hemzelf te brengen, om ons tot Hem terug te brengen en ons te leren
vertrouwen op Zijn kracht. In dit slotartikel willen we nog een naam
van deze God overdenken, weliswaar een naam die maar zelden in de
Schrift voorkomt, maar toch een naam die Hem bij uitstek onderscheidt
van alle anderen 'goden' in deze wereld: Onze God draagt de naam '
Olaam', de Eeuwige. Afgoden hebben een begin en een einde (vgl.
Jes.44:9vv.), maar onze God heeft geen begin en heeft geen einde: Onze
God is een eeuwig God!
Laten we eerst eens naar de betekenis van het woord ' olaam' kijken:
Dit woord heeft een heel spektrum van mogelijke vertalingen, varierend
van 'oud', 'van oudsher' tot 'altijd', 'eeuwigdurend'. Wanneer het
echter op God wordt toegepast, heeft het echter altijd de betekenis
'eeuwig', 'eeuwigdurend' of 'eeuwigheid'. ' Olaam' is afgeleid van een
stam die 'verbergen' betekent: Het wijst ons op 'dat wat verborgen is
in de verre toekomst of in het vage verleden'. De betekenis is dus niet
zozeer eeuwig in de zin van 'oneindig', maar veeleer in de zin van
'ontelbaar': ' Olaam' wijst op een tijd die verder ligt dan iemands
gedachten kunnen reiken, verder dan een mens met zijn beperkte
vermogens kan natrekken. Zo wordt met de 'dagen van weleer ( olaam)'
(Deut.32:7) niet de eeuwigheid bedoeld, maar de tijd van een vroegere
generatie Isra‰lieten, een tijd die verder terug lag dan dat zij
zelf hadden meegemaakt. Doch wanneer dit woord op God betrekking heeft,
heeft het wel degelijk de betekenis 'oneindig': ' El Olaam' is de naam
van de 'eeuwige God', of beter: 'de God der eeuwigheden', de God die
aan de bron staat van alles wat er tussen het verst afgelegen stukje
van de tijd in het verleden en de eindeloze verte van een toekomende
eeuwigheid gebeurd is en gebeurt. Zoals de naam ' Jahweh' ons iets laat
zien van de eeuwige God in Zijn onveranderlijke Wezen, zo stelt de naam
' El Olaam' ons deze God voor als Degene die een werk verricht in de
eeuwigheid die er tussen het begin en het einde van de tijd ligt. Hij
is de God "die tijden en stonden verandert, die koningen afzet en
aanstelt" (Dan.2:21). Zoals de naam ' Jahweh', 'IK BEN', getuigt van
een God die geen verleden of toekomst kent, maar E‚n die boven de
tijd staat, die eeuwig aan Zichzelf gelijk is, zo spreekt de naam' El
Olaam' ons van de God van de eeuwigheden, de God van de 'tijden en
gelegenheden', de God die in de tijd een plan volvoert met de mens,
dwars door de verschillende bedelingen heen; een God die Zijn doel
bereikt: 'het voornemen der eeuwigheden' (Ef.3:10-11 en zie de noot in
de Telos-vertaling).
El Olaam, de God der eeuwigheden, is dus Degene die aan de oorsprong
staat van de grote kringloop van Goddelijke wegen en paden die met de
regering en de loop van deze wereld in verband staan. Maar om zo'n God
te zijn, moet Hij wel b¢ven de tijd staan, zodat er ook in de naam
' El Olaam' de bijgedachte ligt van 'Hem die boven de tijd is
verheven'. Deze naam benadert dus toch weer heel dicht de betekenis van
de naam ' Jahweh'. Als we nu de teksten gaan onderzoeken waar God Zich
' El Olaam' noemt, dan vinden we de beide bovengenoemde gedachten
steeds terug. De eerste maal dat we deze naam tegenkomen, is in Genesis
21. In dat bijzondere hoofdstuk uit de Bijbel zien we hoe God
'eindelijk' Zijn aan Abraham gedane beloften vervult: Abraham krijgt op
honderdjarige leeftijd een zoon, Iza„k (vs. 1-7). Een nieuw
tijdperk breekt er nu voor hem aan: de tijd van het 'vlees' is voorbij;
nu komt de tijd van het 'geloof': Hagar wordt verdreven, en Izaak neemt
Isma‰ls plaats in als erfgenaam (vs. 8-21). Aan het einde van
dit veelbewogen hoofdstuk lezen we dan dat Abraham te Berseba een
tamarisk plantte. "En daar riep hij de naam van Jahweh, de eeuwige God
( El Olaam), aan" (vs. 33). Wanneer er een nieuw tijdperk in Abrahams
leven aanbreekt, dan blijft God toch nog steeds dezelfde God. Abrahams
omstandigheden veranderen, maar God is als het duurzame,
onvergankelijke hout van een tamarisk, waarvan het altijd groene loof
ons leert van de eeuwigheid van God, de El Olaam.
In Galaten 4 vinden wij de Goddelijke uitleg van Genesis 21:Hagar, zegt
Paulus, is een beeld van de bedeling van de wet, de bedeling waarin de
op de berg Sinai gegeven wet van de Isra‰lieten 'slaven' maakte
- net zoals Isma‰l een slaaf van Abraham was - (vs. 22-25). Maar
er is ook een bedeling die van een ander beginsel uitgaat, namelijk de
bedeling die verbonden is met het hemelse Jeruzalem, een beeld van de
hemelse beginselen van genade die in deze bedeling de boventoon voeren,
beginselen die gegrond zijn op het feit dat de Zoon van God op
‚‚n van de bergen van Jeruzalem voor zondaars aan een kruis
stierf. Met deze stad zijn ook mensen verbonden: "kinderen van de
belofte, naar het voorbeeld van Iza„k" (vs. 28). Maar in het
volgende stukje lezen we wat de diepere les ervan is, dat Hagar en haar
zoon verdreven werden en de 'zonen van de vrije', net zoals
Iza„k, tot de erfgenamen worden gesteld (4:30-5:1): De bedeling
van de wet (Hagar, Isma‰l, de berg Sina‹, het 'huidige
Jeruzalem in slavernij') was voorbij; de bedeling van de genade
(Sara‹, Iza„k, het hemelse Jeruzalem) was aangevangen. Dit
is precies de boodschap van de Hebree‰nbrief? De tijd van de
priester- dienst in een aards heiligdom was voorbij, het
levietischepries- terschap had afgedaan; nu is er een tijd aangebroken
waarin er maar
Een priester is, doch niet zoals in de tijd van de heerschappij van de
berg Sina‹ "naar de wet van een vleselijk gebod", maar op een
geheel andere wijze, naar een geheel ander 'ordening': naar het
voorbeeld van Melchizedek: een priesterschap zonder einde, "naar de
kracht van een onvergankelijk leven" (Hebr.7:16-17, doch zie ook het
gehele hoofdstuk). Als God dan al dat oude wegdoet, dat toch immers op
Zijn eigen bevel ingesteld was (zie bijvoorbeeld Hebr. 8:5), en nu iets
geheel nieuws begint, betekent dat dan dat God is veranderd? Heeft er
bij die wisseling van priesterschap, die wisseling van wet, het
aanbreken van die nieuwe bedeling, een 'andere God de troon beklommen'?
Nee, God is de El Olaam, de God die in de tijd "vele malen en op vele
[verschillende] wijzen spreekt" (Hebr.1:1), maar die Zelf de
Onvergankelijke, de Eeuwige blijft. Daarom lezen we aan het slot van de
Hebreeen-brief over die onveranderlijkheid van God: "Jezus Christus is
gisteren en heden Dezelfde, en tot in eeuwigheid" (13:8). Deze tekst
betekent nu juist niet (zoals sommigen dit vers uitleggen) dat God
altijd dezelfde blijft en dus altijd op dezelfde manier handelt. Nee,
God handelt juist op allerlei verschillende, elkaar soms bijna tegen-
strijdige manieren - de hele Hebree‰nbrief is daar een voorbeeld
van. Maar juist ondanks dat God in verschillende tijden steeds anders
handelt, is Hij toch steeds Dezelfde God: Altijd blijft Hij Zichzelf
gelijk! Hij is de El Olaam, de God die in de ogen van de mens
veranderlijk lijkt, maar die 'geen verandering en geen schaduw van
omkering kent' (Jak.1:17) en altijd de Eeuwige, de Onverander-lijke is!
"U, Heer, hebt in het begin de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de
werken van Uw handen. Zij zullen alle vergaan, maar U blijft; zij
zullen als een kleed verouderen en als een mantel zult U ze
samenrollen; maar U bent Dezelfde..." (Hebr.1:10-12; vgl. Ps.102:26-28).
Die bedeling van de genade was in de 'tijden van de eeuwen' verzwegen
geweest.Maar er kwam een moment dat de 'God van de eeuwigheden'
(Rom.16:26) een bevel uitvaardigde om dat wat tot dan toe altijd
"verborgen was in God" (Ef.3:9), openbaar te maken, om een nieuw
tijdperk in te luiden, een tijdperk met andere wetten en regels, met
andere mensen en andere beloften, maar met dezelfde God, de 'eeuwige
God', de "Koning der eeuwigheden, de onvergankelijke, onzichtbare,
enige God" (1Tim.1:17; vgl. Ps.10:16 en Jer.10:10), de "God die leeft
tot in de eeuwigheid der eeuwigheden" (Openb.15:7, Grieks). Maar blijft
dit dan altijd zo doorgaan? Nee, er zal een moment komen dat er een l
tste bedeling zal aanvangen, de "bedeling van de volheid der tijden"
(Ef.1:10), een eeuwig koninkrijk. Nu zit de mens nog 'gevangen' in de
eeuwige cyclus van baren en sterven, van planten en uitrukken, van
doden en helen, van afbreken en opbouwen, een cyclus van tijden om te
wenen en tijden om te lachen (Pred.3:1-8); maar er komt een tijd dat
"het vergankelijke onvergankelijkheid zal aandoen, en het sterfelijke
onsterfelijkheid" (1Kor.15:53). Zoals God Zelf een 'eeuwig God' is, zo
heeft Hij de mens boven de dieren en de planten uitverkoren aan die
'eeuwigheid' deel te krijgen: God heeft in het hart van de mens "de
eeuwigheid ( olaam) gelegd" (Pred.3:11)! Wij mensen zijn niet bestemd
om eeuwig in de tijdelijkheid gevangen te zitten: De God der
eeuwigheden heeft Zich voorgenomen dat er een tijd zal komen dat de
Heer Jezus "voor eeuwig Koning zal zijn" (Ps.146:10; vgl. 45:7;
Ex.15:18). In die tijd zal al het "sterfelijke door het leven worden
verslonden" (2Kor.5:4). Dan zullen wij eeuwig met de Eeuwige zijn (vgl.
1Thes.4:17).
Dan, dan zal ons hart van vreugde juichen,
als U ons voor eeuwig rusten doet; dan zal
onze knie zich dankend buigen: U, Heer
Jezus, maakte alles goed.
De uiteindelijke eeuwige rust die ons ten deel zal vallen als wij
straks bij onze Heiland zijn, ligt vast verankerd in Wie God Zelfis:
Omdat Hij een eeuwig God is, kan en zal Hij ons eeuwige rust geven; en
omdat Hij de El Olaam is, de God der eeuwigheden, zal niemand zijn wil
kunnen weerstaan, Zijn plannen kunnen dwarsbomen. Daarom kan
Hebree‰n 6 spreken over de 'onveranderlijkheid van Zijn raad'
(vs. 17); daarom lezen we ook in Psalm 33: "De raad des HEREN houdt
eeuwig stand, de gedachten Zijns harten van geslacht tot geslacht."
(vs. 11; vgl. Rom.11:29). Als de eeuwige God ons lief- heeft, is dat
een 'eeuwige liefde' (Jer.31:3; en vgl. Joh.13:1!). De HERE is toch een
God, wiens "goedertierenheid tot in eeuwigheid is" (Ps.100:5)? Laten
wij daarom nooit de blik richten op een mens, een schepsel, maar op de
Schepper, de Eeuwige God Zelf: "Laat toch af van de mens, wiens adem in
zijn neus is, want wat is hij te achten? Wendt u tot Mij, alle einden
der aarde!" (Jes.2:22; 45:22).
God is een eeuwig God, 'zonder vader, zonder moeder, zonder
geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde van leven' (vgl.
Hebr.7:3). "Zijn oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid"
(Micha 5:1); "de eeuwenoude wegen zijn de Zijne" (Hab.3:6); "het getal
van Zijn jaren is onnaspeurlijk" (Job 36:26). Maar deze God zal altijd
Zichzelf gelijk blijven: "Hij leeft in eeuwigheid" (Deut.32:40), dat
wil zeggen dat Hij absoluut zelfstandig is: Door niets dat in deze
schepping gebeurt, is Hij beperkt of wordt Hij gehinderd: "Van
eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God" (Ps.90:2). "Hij is de eerste,
en bij de laatsten is Hij [nog steeds] Dezelfde" (Jes.41:4). Wat kunnen
wij anders doen dan Dani‰l na te zeggen: "Geprezen zij de naam
van God van eeuwigheid tot eeuwigheid..." (Dan.2:20)
God is onveranderlijk. En juist die onveranderlijkheid onderscheidt Hem
van al Zijn schepselen: De schepping is als een oceaan, die steeds
verandert, die steeds rusteloos in beweging is (vgl. Jes.17:12 en
57:20). Bij God is geen verandering, noch in Zijn Wezen, noch in Zijn
wezenskenmerken, noch in Zijn raadsbesluiten. "Bij God is geen
verandering of schaduw van omkering" (Jak.1:17). Hij is als een rots
die uit de rusteloze oceaan omhoog rijst, onaantastbaar vast voor alle
golven die zich op de klippen te pletter slaan (vgl. Deut.32:4).
"Voorwaar, Ik, de HERE, verander niet." (Mal.3:6) Zijn kracht neemt
nooit af, Zijn heerlijkheid vervaagt nooit.
Wat is het geweldig om zo'n God te bezitten! "Een eeuwig God
(ElohiemOlaam) is de HERE, Schepper van de einden der aarde"
(Jes.40:28). Als wij mensen moe worden, dan wordt onze God dat nooit;
maar Hij versterkt ons juist met Zijn kracht! En als wij machteloos
zijn en moedeloos terneer zitten, omdat wij de wegen van deze schepping
niet meer begrijpen, dan is onze God nog steeds de Alwijze God, Wiens
verstand niet is te doorgonden: "en de machteloze vermeerdert Hij
sterkte". "Met wie dan kunnen wij Hem vergelijken dat Hij hem gelijk
zou zijn?" "Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen
struikelen; maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij
varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede;
zij wandelen, maar worden niet mat" (Jes.40:25-31). "Welzalig zijtgij,
Isra‰l; wie is aan u gelijk? Een volk, verlost door de HERE, die
het schild uwer hulp en het zwaard uwer hoogheid is. Daar is niemand
als God, o Jeschurun; Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in Zijn
hoogheid over de wolken. De eeuwige God is u een woning en onder u zijn
eeuwige armen." (Deut.33:26-27,29)
VRAAG VAN DEZE WEEK : Begin je de grootheid van God door te krijgen..?
STEL JEZELF een DOEL Nu je dit bovenstaande hebt gelezen en overdacht,
een mooie gelegenheid eens voor jezelf te op te schrijven wat jij als
zeer opmerkelijk zou willen aanmerken.
Schroom niet te reageren. Stuur een mailtje met je vragen en/of opmerkingen. Ik zou zeggen: met genoegen tot de volgende keer.
Volgende keer: een nieuwe serie op verzoek.



















