Catechese - 15
Namen van God in het Oude
Testament - 8
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Namen van God in het OudeTestament - 8
DIn
het vorige artikel hebben we gezien dat de namen Adoon, Adoniem en
Adonaj (Here) de nadruk leggen op de rechten die God op deze aarde
heeft.
In
dit artikel willen we nadenken over da naam Jahweh Zebaoth, waarin ons
in het bijzonder de macht en majesteit van God worden getoond, vooral
verbonden met zijn regering op aarde.
De naam Jahweh Zebaoth wordt in het Nederlands weergegeven door de
vertaling 'Here der heirscharen'. De naam Jahweh hebben we in het derde
artikel al overdacht en we hebben daar gezien dat dit de naam is van de
God van het volk Isra‰l. Het is niet geheel duidelijk of het
woord Zebaoth nu ook een eigennaam is of dat het woord al vertaald moet
worden. In de oude Griekse vertaling van het Oude Testament, de
Septuaginta, is de Godsnaam Jahweh Zebaoth soms vertaald door
pantokratoor, de 'Almachtige' (voornamelijk in Jeremia en de kleine
profeten), en af en toe door kurios toon dunameoon, 'Heer van de
krachten', maar in de boeken 1 Samu‰l en Jesaja is het veelal
onvertaald gelaten (vgl. ook Rom. 9:29 [=Jes. 1:9] en Jak. 5:4). Maar
gezien het feit dat het Hebreeuwse woord zebaoth in het Oude Testament
ook als gewoon zelfstandig naamwoord wordt gebruikt met als betekenis
'heirscharen', ligt o.i. de vertaling 'Here der heirscharen' toch het
meest voor de hand.
Het Hebreeuwse woord zaba (meervoud: zebaoth) komt oorspronkelijk uit
het Assyrisch (zabu) en heeft als basisbetekenis 'een groep mensen', en
dan nader: 'een ploeg arbeiders', 'een troep soldaten'. Op veel
plaatsen in het Oude Testament heeft dit woord dan ook een militaire
betekenis (het bijbehorende werkwoord wordt soms zelfs door 'ten
strijde trekken' vertaald; zie bijv. Num.31:7), maar niet overal. Zo is
het bijvoorbeeld in Job 7:1 en 14:14 gewoon door 'dienst' vertaald, en
ook de dienst van de Levieten in de tent der samenkomst en die van de
vrouwen bij de ingang van de tabernakel wordt ermee aangeduid (Ex.
38:8, Num. 4:23;8:24; 1Sam. 2:22). Maar op de meeste plaatsen worden
met het woord zaba of met het meervoud zebaoth 'legerscharen' of
'legers' bedoeld en is het derhalve ook zo vertaald (zie bijv. 2Sam.
8:16;10:7). Deze dubbele betekenis treffen we ook aan in de naam Jahweh
Zebaoth.Jahweh Zebaoth is soms de God die 'een krijgsheer
(zabamilchamah) monstert' (Jes. 13:4), maar op andere plaatsen ligt er
geen mili- taire ondertoon in de naam (bijv. Jes. 47:7; Hos. 12:5-6).
Als God Zichzelf Jahweh Zebaoth, 'Here derheirscharen' noemt, dan is
het vanzelfsprekend nuttig in de Schrift te onderzoeken wat dan wel
onder die 'legerscharen' wordt verstaan. In de Bijbel worden hier drie
groepen mee aangeduid. Ten eerste lezen we in Ex. 12:41 dat het volk
Isra‰l de 'legerscharen (zebaoth) van Jahweh' wordt genoemd
(vgl. ook 6:25; 7:4; 12:17,51). In het boek Numeri lezen we dat de
Isra‰lieten naar hun stammen ingedeeld waren in legerscharen
(zebaoth) 1:3,52; vgl. vs.20,22,24,26,28,30,32,35,36,38,40,42,45:
'allen die in het leger (zaba) uitrukken.
Jahweh Zebaoth, de Here der heirscharen, is de 'God van de slag- orden
van Isra‰l' (2sam. 7:26; vgl. Ps. 46:8;48:9). Vandaar dat de
naam Zebaoth ook meestal met de naam Jahweh wordt verbonden, de naam
van de Verbondsgod van Isra‰l. Wij treffen deze naam daarom op
sommige plaatsen aan in verbinding met de ark. In 1Sam. 4:4 wordt
bijvoorbeeld gesproken over de 'ark van het verbond des Heren der
heirscharen (Jahweh Zebaoth), die op de cherubs troont'. De ware
Aanvoerder van de Isra‰lieten in de strijd tegen hun vijanden is
Jahweh Zebaoth, de Here der Heirscharen (vgl. 2Sam. 6:2). Het is echt
opmerkelijk dat God Zich in de bijbelboeken Exodus en Numeri nooit
Jahweh Zebaoth noemt, hoewel er in die boeken wel over Isra‰l
als de 'heirscharen van Jahweh' wordt gesproken en hoewel de strijd
tegen allerlei vijanden in die boeken toch een grote rol speelt.
Als tweede vinden wij dan dat met het woord zaba ('heir'; let op: dit
wordt alleen in het enkelvoud in deze betekenis gebruikt) soms ook de
geschapen hemellichamen, de zon, de maan en de sterren worden bedoeld.
De eerste keer vinden wij al in Gen. 2:1: 'Alzo werden voltooid de
hemel, de aarde en al hun heir' (zaba). In dit vers is ook sprake van
het 'heir der aarde' ('hun [heir]' slaat zowel terug op 'hemel' als op
'aarde'), waarmee de geschapen wezens op de aarde, de planten, de
dieren, enz. worden aangeduid (vgl. Gen. 1:9-13,20-31), maar deze
benaming komt verder nergens in de Schrift voor. Wel die van het 'heir
des hemels' (vgl. Gen. 1:14-19). Jahweh Zebaoth is de God die al de
sterren van de hemel heeft gemaakt. 'Zijn handen hebben de hemel
uitgespannen en aan al hun heir (zaba) heeft Hij zijn bevelen gegeven'
(Jes. 45:12). 'Gij hebt de hemel, de hemel der hemelen en al zijn heir
(zaba) gemaakt, de aarde en al wat daarop is, de zee‰n en al wat
daarin is; ja, Gij geeft hun allen het leven, en het heir (zaba) des
hemels buigt zich voor U neer' (Neh. 9:6; vgl. Ps. 33:6; 147:4; Jer.
10:12-16). Jahweh Zebaoth, deHere der heirscharen is de Schepper en de
Gebieder van alle sterren en hemellichamen (vgl. Jes. 40:26). En op een
woord van zijn mond worden de hemelen straks weer samengerold en
vergaat al het heir des hemels (Jes. 34:4; vgl. Openb. 6:14;20:11). God
had het de Isra‰lieten verboden om zich voor deze hemellichamen
neer te buigen. Immers, Jahweh Zebaoth is de God die ook de sterren
gemaakt heeft, en niet het schepsel maar de Schepper moet hiervoor de
eer krijgen (Deut. 4:19, 17:3; vgl. 29:26; 2Kon. 17:16; 21:3;23:5,11;
Jer. 7:18;8:219:13;44:17,19,25; Ezech. 8:16; Amos 5:25-26; Zef. 1:5 en
hand. 7:42,43).
Wanneer wij nu deze aanbidding van het heir des hemels in verband
brengen met Paulus' uitspraak dat 'dat wat de volken offeren, zij dat
aan de demonen offeren' (1Kor. 10:20), dan komen we uit bij de derde
betekenis van het woordzaba/zebaoth, namelijk de machten van de
engelenwereld. Met de uitdrukking 'het ganse heir des hemels' kunnen
ook de 'zonen Gods', de engelen worden bedoeld (zie 1Kon. 22:19 [vgl.
vs 231 'geest']= 2Kron. 18:18; vgl. met Job 1:6 vv. en zie ook Richt.
5:20; Jes. 24:21 en wederom Neh. 9:6). Jahweh Zebaoth is ook de God van
de engelen. 'Looft de Here, al zijn heirscharen (zebaoth), gij zijn
dienaren die zijn wil volbrengt' (Ps. 103:21; vgl. 148:2; Luk.
2:13-14). De naam Jahweh Zebaoth omvat veel meer dan alleen dat Jahweh
de God van de legers van de Isra‰lieten is. Jahweh Zebaoth is de
God die de algehele Heerser over elke macht en kracht in deze schepping
is, over elk leger en elk volk, of het nu aard of hemels is. De
absolute macht en heerschappij over deze schepping rust bij Hem. Legers
van ontelbare engelen staan tot zijn beschikking. En iets van al deze
majesteit die Hem omgeeft en kenmerkt, ligt besloten in de naam Jahweh
Zebaoth, Here de heirscharen. 'Ja, de Here, de Here der heirscharen
(Adonaj, Jahweh Zebaoth), die de aarde aanroert en zij wankelt, zodat
al wie erop wonen jammeren, en zij geheel en al oprijst als deNijl en
inzinkt als de rivier van Egypte; die in de hemel zijn opperzalen heeft
gebouwd en zijn gewelf op aarde heeft gegrondvest, die het water van de
zee heeft opgeroepen en uitgegoten over de oppervlakte de aarde - Here
(Jahweh) is zijn naam!' (Amos 9:5-6). 'Want zie, Hij, die de bergen
formeert en de wind schept, en de mens te kennen geeft wat zijn overleg
is; die de dageraad tot donkerheid maakt, en voortschrijdt over de
hoogten der aarde - Here, God der heirscharen (Jahweh, ElohiemZebaoth),
wie is als Gij grootmachtig, o Here (Jahweh)?' (Ps. 89:9). Laten we ons
voor deze God in het stof werpen en zijn grootheid en verhevenheid
bewonderen: 'Ach HereHere (Adonai Jahweh), zie, Gij hebt de hemel en de
aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitge- strekte arm; niets zou
te wonderlijk zijn voor U, die aan duizenden goedertierenheid bewijst
en de ongerechtigheid der vaderen in de boezem van hun kinderen na hen
vergeldt, o grote, sterke God (El), wiens naam is Here de heirscharen
(Jahweh Zebaoth), groot van raad en machtig van daad, wiens ogen open
zijn voor alle wegen der mensenkinderen om aan een ieder te geven naar
zijn wegen en naar de vrucht van zijn handelingen ... ' (Jer. 32:17-19).
Met deze laatste woorden komen we toe aan een nieuwe bijzonderheid van
de naam Jahweh Zebaoth, namelijk dat we dze naam alleen vinden in die
boeken die over het latere verval van het volk van God spreken. In de
vijf boeken van Mozes, Jozua, Richteren, Ezechi‰l en de
wijsheidsliteratuur wordt deze naam niet gebruikt, in 1 en 2 Koningen,
1 en 2 Kronieken en de Psalmen slechts sporadisch, maar in de
resterende bijbelboeken is het gebruik overweldigend. Van de 285 maal
dat we deze naam in het Oude Testament aantreffen, vinden we hem 11
maal in 1 en 2 Samu‰l, 62 maal in Jesaja (waarvan 56 maal in
Jes. 1-39), 77 maal in Jeremia, 14 maal in het kleine boek
Hagga‹, 53 maal in Zacharia en 24 maal in Maleachi (voor
Ezra,Nehemia en Dani‰l: zie later). Dit zijn juist die
bijbelboeken waarin God zijn afgedwaalde volk weer terugroept tot
Zichzelf. Misschien is dit de reden dat pas in het boek Samu‰l
deze naam voor het eerst voorkomt. In dat bijbel- boek lezen we dat het
volkIsra‰l een koning begeert 'om hen te richten en om voor hen
uit te trekken en hun oorlogen te voeren', waarop de HereSamu‰l
laat weten dat zij met deze daad 'niet u maar Mij hebben verworpen, dat
Ik geen koning over hen zou zijn' (1Sam. 8:6-7,19-20). Jahweh Zebaoth,
de Here der heirscharen, is de ware Aanvoerder van dat volk, de 'God
van de slagorden van Isra‰l' (17:45). Hij is Degene voor Wie de
hele aarde en de ganse hemel zich moeten neerbuigen. Jahweh Zebaoth is
de Here van alle volken van deze aarde en kan daarom ook die andere
volkeren naar Isra‰l sturen om hen te tuchtigenof om ze zelf te
straffen (Jes. 10:16; vgl. vs. 5-14; 13:3-5; Amos 6:14). Hij is de God
die in zijn regering van deze aarde er Zelf zorg voor draagt dat zijn
plannen uitgevoerd zullen worden. Dwars door alle verzet en weerstand
bij de mensen heen is Hij toch de Heer van alle hemelse en aardse
legermachten en zal Hij zijn doel bereiken. Als Isra‰l ontrouw
is, Hij blijft getrouw aan Zichzelf! (2Tim. 2:13)
Als het verval te erg geworden is (de bijbelboeken Ezra, Nehemia en
Dani‰l), dan noemt God Zich niet meer 'Jahweh Zebaoth' maar de
'God van de hemel'. Deze naam bevat nog duidelijker dan de naam 'Jahweh
Zebaoth', Here der heirscharen, het aspect van Gods verheven zijn boven
zijn schepping. God is geen God die door de mensen 'van de wijs
gebracht' kan worden. Hij is soeverein. Niemand kan zijn plannen
dwarsbomen. Maar het kan wel zijn dat God in zijn regering van deze
aarde in zekere zin voor een zekere tijd zijn handen van de aarde
afhoudten Zich in de hemel 'terugtrekt', daarbij het bestuur van deze
aarde overlatend in de handen van de heersers over de grote
wereldrijken. Dit ligt min of meer besloten in de titel: 'God van de
hemel' (vgl. 2Kron. 36:23; Ezra 1:2, 5:11-12; 6:9-10; 7:12,21.23 (2x);
Neh. 1:4-5; 2:4,20; Dan. 2:18-19, [28],37,44; Openb. 11:13; 16:11; vgl.
ook Gen. 24:3,7; Ps. 136:26 en Jona 1:9 voor een iets minder
uitgewerkte betekenis van deze naam). De 'God van de hemel' is de God
die de hemel heeft gemaakt (Gen. 1:1; 2Kron. 2:12; Ps. 115:15), die in
de hemel woont (Deut. 4:39; 1Kron. 8:30,39,43,49; Pred. 5:1) en die op
grond van die positie alle rechten op deze aarde heeft (Jes. 66:1).
Wanneer God Zich de God van de hemel noemt, is zijn relatie met
Isra‰l verbroken. Maar wanneer Hij Zich Jahweh Zebaoth noemt,
erkent Hij in zekere zin nog steeds een relatie met zijn aardse volk.
(vgl. in dit licht de twee nieuwtestamentische teksten met deze naam:
Rom. 9:29 en aan het volk Isra‰l gerichte Jakobusbrief, hfst.
5:4). Ondanks de puinhopen van het aardse getuigenis is Jahweh Zebaoth
t¢ch Degene die zijn plan van zegen voor Isra‰l ten uitvoer
zal brengen (Hag. 2:7-10). Hij heeft een recht op Isra‰l en dat
maakt Hij bekend aan alle volken van deze aarde. 'Want de Here der
heirscharen (Jahweh Zebaoth) zal koning zijn op de berg Sion' (Jes.
24:23; vgl. 6:5; Ps. 24:7-10), en ook Hij alleen is 'God over alle
koninkrijken der aarde' (Jes. 37:16; vgl. 54:5; Zach. 14:16 [vgl. vs.
9]). En om dat doel te bereiken zal Hij in zijn regering ook oordelen
over deze aarde moeten brengen (Jes. 13:4; 29:6; 31:4; 51:15, e.a.p.).
Alleen deze God is het waard gevreesd te worden. 'De Here der
heirscharen (Jahweh Zebaoth), H‚m zult gij heilig achten en Hij
moet het voorwerp van uw vrees en Hij moet het voorwerp van uw schrik
zijn' (Jes. 8:13). Hem alleen moeten wij het 'heilig, heilig, heilig'
toeroepen (Jes. 6:3). Maar het is tegelijkertijd ook mooi om te zien
dat de eerste maal dat we de naam Jahweh Zebaoth in de Bijbel
aantreffen, dit niet in verband met vrees voor zijn majesteit staat,
maar genoemd wordt in verband met aanbidding. De Here der heirscharen
zag niet naar de offers van de goddeloze priesters Hofni en Pinehas,
maar Hij luisterde wel naar de stem van Elkana en zijn vrouw Hanna, als
zij jaarlijks optrokken naar Silo om Hem daar te aanbidden (1Sam. 1:3
[vgl. vs. 17]). De Here der heirscharen kent degenen die Hem tarten,
maar Hij weet ook wie er onder de aardse en de hemelse legermachten
zijn die zijn gezag erkennen en bewonderen.
Tot slot rest ons nog om te wijzen op Hem die Zich in het Nieuwe
Testament als de 'Here der heirscharen' openbaart: de Heer Jezus. De
'vorst van het heir des Heren' (Jos. 5:14) was 'vlees geworden' en tot
zijn volk gekomen (Joh. 1:14). Ja, 'zijn' volk (Matth. 1:21), want
Jezus Christus is de ware Koning, de ware Heerser, en Gebieder van de
legerscharen Isra‰ls (vgl.Micha 5:1; Matth. 8:8-9). Zo is Hij
ook de ware Heer van de hele schepping, want Hij 'draagt alle dingen
door het woord van zijn kracht' (Hebr. 1:3). Hij is het die beveelt wat
straks met de hemel en de aarde moet gebeuren (vgl. hebr. 1:12 [vgl.
dit met Jes. 34:4] en zie ook Openb. 10:1-2). Hij is Degene die gediend
wordt door de hemelse legermachten, de engelen (Marc. 1:13) en die zij
aanbidden (Hebr. 1:6; vgl. Luk. 2:13-14). Want Hij is het die het bevel
voert over al die hemelse legioenen (Matth. 26:53; vgl. 2Thess. 1:7).
Hij is het ook die we moeten vrezen en heilig moeten achten! (vgl. Jes.
8:13-14 met Rom. 9:32-33). Alle legers in de hemel en op de aarde
ressorteren uiteindelijk onder zijn gezag, want Hij is de 'Koning der
koningen en de Heer der heren' (Openb. 19:14,16). Hemel en aarde staan
ten dienste van Hem 'wiens naam over ons is uitgeroepen, Here, God der
heirscharen' (Jer. 15;16). Laten wij, met Elkana en Hanna, en met de
engelen van God, ons ook voor Hem neerbuigen en Hem aanbidden!
VRAAG VAN DEZE WEEK : Begin je de grootheid van God door te krijgen..?
STEL JEZELF een DOEL Nu je dit bovenstaande hebt gelezen en overdacht,
een mooie gelegenheid eens voor jezelf te op te schrijven wat jij als
zeer opmerkelijk zou willen aanmerken.
Schroom niet te reageren. Stuur een mailtje met je vragen en/of opmerkingen. Ik zou zeggen: met genoegen tot de volgende keer.
Volgende keer: El Olaam (de eeuwige God.



















