Catechese - 08
Namen van God in het Oude
Testament - 1
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Er wordt namelijk heel veel tekstmateriaal aangereikt in de komende lessen. Mede hierom de tip: bestudeer 1 aflevering per week, daar heb je meer dan genoeg aan. Hieronder alle pagina’s van de Catechese studies. Zet je maar schrap!
Serie van 48 leerzame catechese lessen
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 |
| 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 |
| 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 |
15 speciale lessen belijdeniscatechese
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08 | 09 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 13 | 14 | 15 |
Bijlagen
: Normen bij het aanbieden
van de evangelische boodschap in de Catechese
Woordverklaring
Studiebijbel
Begrippen
Namen van God in het Oude Testament - 1
Er
is voor een christen niets belangrijker dan een juiste kennis van wie
God is. Immers, hoe meer wij onder de indruk komen van zijn majesteit
en zijn grootheid, des te kleiner en nederiger worden wij; hoe meer wij
zijn gerechtigheid leren zien, des te nauwgezetter zal onze
levenswandel zijn, des te meer in overeenstemming met zijn wezen; hoe
meer wij beseffen dat wij de discipelen zijn die Hij liefheeft, des te
meer kunnen wij op onze beurt onze broeder en onze zuster, onze vriend
en zelfs onze vijand liefhebben; hoe meer wij in de geheimen van God
indringen (Job 11:7),des te meer grond hebben wij om Hem te aanbidden.
We willen een poging wagen om dieper door te dringen in die kennis van
God. Dat willen wij doen aan de hand van de namen waaronder God Zich in
het Oude Testament aan de mens heeft geopenbaard, kenbaar gemaakt.
Tevens willen wij proberen hier geestelijke lessen voor ons hart uit te
halen. Hierbij is het echter absoluut noodzakelijk om dit alleen te
doen onder de leiding van de Heilige Geest. "Want wie kent het
innerlijk van de mens dan de geest van de mens die in hem is? Zo kent
ook niemand het innerlijk van God dan de Geest van God"(1Kor.2:11).
In het Oude Testament vinden wij vele namen en benamingen voor God. Hoe
zou het ook anders kunnen? Hij is toch veel te groot om in een enkele
omschrijving weer te geven? Het is net als met de vier
Evangeli‰n in het Nieuwe Testament: elk van die Evangelien
schildert ons een andere heerlijkheid van de Zoon van God; en tezamen
tonen zij ons Hem die al ons kennen te boven gaat,"de Zoon die niemand
kent dan de Vader" (Matth.11:27). En zoals er ook vele verschillende
levietische offers nodig zijn om ons iets te leren van het ene Offer
van Gods Zoon (Hebr.9:13-14), zo leren al die verschillende namen van
God uit het Oude Testament ons de verschillende heerlijkheden van de
drie‰nige God. Ook in deze namen mogen wij in zekere
zinheenwijzingen zien naar wat het Nieuwe Testament ons volledig
openbaart: een eeuwige God bestaande uit drie Goddelijke Personen:
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Maar laten we beginnen met te overdenken wat een naam voor een Jood
inhoudt. Als wij onze kinderen namen geven, dan kiezen we meestal namen
uit die we leuk of mooi vinden. Maar in het oude Israel is een naam
veel meer. Het is niet alleen een etiket, een benaming, maar het drukt
uit wat, of beter: wie iemand is. Daarom is op veel plaatsen in de
Schrift de "naam des HEREN" equivalent aan "de HERE" Zelf (zie bijv.
2Sam.7:13; Jes.30:27 en Hand.3:16). Bovendien heeft het Hebreeuwse
woord voor 'naam' (sjeem) net als in ons taalgebruik de bijbetekenis:
faam, reputatie, roem. Uitdrukkingen als 'een goede naam' (Spr.22:1;
Pred.7:1; vergelijk ook 1Kron.14:17) betekenen dus zoveel als: 'een
goede reputatie', 'een goed getuigenis'. En als wij van het oude Babel
lezen dat zij zich 'een naam willen maken' (Gen.11:4; vergelijk 2
Sam.7:23; Neh.9:10), dan bedoelen zij daarmee beroemd te willen worden.
We zouden kunnen zeggen dat een 'naam' uitdrukt wat iemand in zichzelf
is. Nu begrijpen we ook waarom de Here Jezus in Psalm 22:23 zingt dat
Hij de 'naam van God' aan Zijn broeders zou verkondigen. Die naam van
God, daarin ligt Gods hele openbaring vervat: Die naam wijst ons op
zijn heiligheid en zijn gerechtig-heid, op zijn liefde en zijn trouw.
En heeft de Here Jezus die naam niet ten volle geopenbaard (zie
Joh.17:6)? Is het dan ook niet de wens van ons hart om die 'naam van
God' te leren kennen? Zullen we het niet met Jakob en Manoah uitroepen:
"Zeg mij toch Uw naam..." (Gen.32:29; Richt.13:17)?
Het is van bijzonder groot belang om de eenheid van het Oude en het
Nieuwe Testament te zien. Een van de dingen waarin dit tot uit-
drukking komt, is het volgende: Wanneer een vermelding van de 'naam des
HEREN' in het Oude Testament in het Nieuwe Testament wordt aangehaald,
wordt deze steeds verbonden met de naam van een van de drie Personen in
de Godheid. Wat in het Oude Testament de 'ene God' is (Deut.6:4), wordt
in het Nieuwe Testament de 'ene God geopenbaard in drie Personen': de
Vader, de Zoon en de Heilige Geest(vergelijk Matt.28:19).
Hier volgen enkele voorbeelden (die voor verdere uitwerking aan je persoonlijke bijbelstudie worden overgelaten):
1) In Jo‰l 2:32 lezen wij dat "ieder die de naam des HEREN
aanroept, behouden zal worden".In het Nieuwe Testament vinden wij deze
belofte terug, maar dan verbonden met de naam van de Zoon van God, de
Here Jezus: Wij moeten in de naam van Gods eigen Zoon geloven om
behouden te worden (zie Joh.3:18; Hand.4:12; Rom.10:13; 1Joh.3:23).
2) In het Oude Testament lezen wij dat het volk van God bewaard wordt
in de "naam des Heren" (Spr. 18:10). In het Nieuwe Testament lezen wij
een dergelijke belofte, maar dan verbonden met de naam van de Vader
(Joh.17:11).
3) Op vele plaatsen in het bijbelboek Deuteronomium lezen wij dat God
temidden van zijn volk woont, omdat Hij zijn naam aan dat volk heeft
verbonden (zie 12:5 e.a.p.). Het Nieuwe Testament leert ons evenzo dat
God de Zoon in het midden van de zijnen is, wanneer zij samenkomen tot
zijn naam (Matth.18:20).
4) In het Oude Testament wordt dikwijls gesproken over de naam van God
als 'Uw heilige naam" (zie Psalm 105:3; 106:47 e.a.p.), dat wil zeggen
dat die naam een gedrag van ons vraagt in overeenstemming met de
heerlijkheid die deze naam zo verheven maakt boven alle andere namen in
de wereld (vergelijk Jes.29:23). Vinden wij niet dezelfde gedachte in
de tweede bede van het zogenaamde 'Onze Vader': "Vader, moge Uw naam
worden geheiligd...?" (Matt. 6:9).
5) In Psalm 25:11 lezen wij: "Om Uwsnaams wil, Here, vergeef mij mijn
ongerechtigheid". Hier is de naam van de God van Isra‰l de
grondslag van het gebed, de machtiging om in het gebed tot die God te
naderen; Maar doet ons dit niet denken aan de woorden van de Here
Jezus: "alles wat u de Vader zult bidden in mijn naam, zal Hij u geven"
(Joh.16:23)?
Tot slot nog vijf 'praktische lessen' die met de 'naam van God' zijn verbonden.
Praktijkles 1:
We lezen in Handelingen 4:12 dat in niemand anders dan in Jezus
Christus de behoudenis is te vinden, want "er is ook onder de hemel
geen andere naam onder de mensen gegeven waardoor wij behouden moeten
worden". Als u, die dit artikeltje leest, uw zaken met de God van de
hemel en de aarde nog niet in orde hebt gebracht, als u zich nog altijd
niet hebt gebogen voor Zijn gezag en nog niet - zoals de Bijbel dat
noemt - 'vrede met God' hebt (Rom.5:1), weet dan dat er maar een naam
is waardoor u gered kunt worden; weet dan, dat er maar een naam is door
welke er vergeving is voor uw zonden en uw overtredingen, uw
ongehoorzaamheid en uw rebellie tegen God (Hand.10:43). En dat is niet
uw eigen naam, maar dat is de naam van Jezus Christus, de
Nazoree‰r (Hand.4:10), die voor u op het kruis uw zonden heeft
willen dragen (1Petr.2:24).
Praktijkles 2:
We vinden in het kleine bijbelboek van de profeet Micha. Daar lezen we
dat "alle volkeren wandelen elk in de naam van zijn god; maar dat wij
wandelen in de naam van de Here, onze God" (4:5). Als wij belijden
christenen te zijn, als wij de HERE kennen als onze God, dan moeten wij
ook in de praktijk wandelen volgens alles wat die naam inhoudt: Heel
ons leven moet nu in zijn dienst staan. We zingen het zo gemakkelijk:
"U hebt een recht op ons verworven, naar ziel en lichaam, door Uw
bloed". Laten wij dan ook acht slaan op dat gebod: "en alles wat u
doet, in woord of in werk, doet alles in de naam van de Heer Jezus"
(Kol.3:17).
Praktijkles 3:
We willen nadenken over die opdracht die onze Here Jezus aan Saulus van
Tarsus gaf, toen Hij hem verscheen op de weg naar Damaskus: Saulus was
uitverkoren om "zijn naam te dragen" (Hand.9:15), dat wil zeggen: de
naam van de Here Jezus (zie vers 17). Diezelfde opdracht ligt er in
zekere zin ook voor u en voor mij (1Kor.11:1). Zoals de
Isra‰lieten dwars door de woestijn een gouden kist droegen, de
ark van God, de "ark waarover de Naam is uitgeroepen" (Ex.25:13;
1Kron.13:6), zo hebben wij vandaag de dag de opdracht om de meest
gesmade naam van deze aarde in de wereld hoog te houden, de opdracht om
de naam van onze Here Jezus dwars door de woestijn van deze wereld te
dragen, om die naam te verdedigen (vergelijk Hoogl.3:7-8), om door onze
wandel te getuigen te getuigen van de 'naam boven alle namen'
(Fil.2:9). En wanneer de mensen ons dan zien, dan moet hen dat niet
meer aan onze eigen 'naam' herinneren, maar dan moet hen dat doen
denken aan die Persoon die 2000 jaar geleden op deze aarde heeft
gewandeld: de Here Jezus. Hem moeten zij in ons leven terugvinden,
'zijn naam moeten wij dragen': "Uw naam alleen zij klaar te lezen, tot
in het diepst van mijn gemoed..."
Praktijkles 4:
Dit is een bijzonder troostrijke. Als wij in moeite verkeren, als
ziekte ons aan ons bed kluistert, als ons pad voert door 'een dal van
de schaduwen des doods' (Psalm 23:4, Staten- vertaling), als wij "in
diepe duisternis wandelen, van licht beroofd", dan mogen wij toch
"vertrouwen op de naam des Heren en steunen op onze God" (Jes.50:10).
temidden van de vergankelijkheid van dit leven is er E‚n die
Dezelfde blijft; temidden van het vele verdriet mogen wij zien naar
E‚n die "in al onze benauwdheid ook Zelf benauwd is" (Jes.63:9).
Temidden van de vele problemen in de wereld en in ons eigen leven mogen
we gaan tot Een die ons steeds weer toeroept: "Kom tot Mij allen die
vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (Matt.11:28). Ook in
de moeilijkheden en de problemen, nee, juist in de moeilijkheden en de
problemen, mogen wij steunen op de kracht van de almachtige God, mogen
wij vertrouwen op de naam des Heren, mogen we alles in de handen leggen
van de God met die wonderbare naam (Richt.13:18) en mogen wij rusten in
alles wat die kostbare naam voor ons hart inhoudt.
Praktijkles 5:
We slaan wij Psalm 48:11 op. Daar lezen wij het wonderlijke vers:
"Gelijk uw naam, o God, zo is uw lof". Dat wil zeggen: in de mate
waarin wij zijn naam kennen, in de mate waarin wij de "gehei- men van
God doorgronden", of nog beter: "de Almachtige Zelf door- gronden" (Job
11:7), in die mate zijn wij in staat lof uit onze harten voort te
brengen om die aan Hem aan te bieden. Is de naam van onze Heiland niets
meer dan die van een 'hard mens' (Matt.25:24)? Of kunnen wij het de
bruid uit het Hooglied nazeggen: "als uit- gegoten olie is Uw naam"
(1:3)? Zullen wij het nooit vergeten dat de 'slachtoffers van lof' die
wij vandaag aan onze God mogen brengen, de "vrucht van de lippen zijn
die Zijn naam belijden" (Hebr.13:15)?
VRAAG VAN DEZE WEEK : Begin je de grootheid van God door te krijgen..?
STEL JEZELF een DOEL Nu je dit bovenstaande hebt gelezen en overdacht,
een mooie gelegenheid eens voor jezelf te op te schrijven wat jij als
zeer opmerkelijk zou willen aanmerken.
Schroom niet te reageren. Stuur een mailtje met je vragen en/of opmerkingen. Ik zou zeggen: met genoegen tot de volgende keer.
Volgende keer: de eerste `Godsnaam´ ELOHIEM



















