Het heilsplan van God - 8
De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie,
geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie
thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral
heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees
zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.
Heeft God een plan met mijn leven?
Gods
heilsplan omspant de eeuwen, het reikt in feite van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Het wordt in een notendop in een paar verzen samengevat in
Romeinen 8:28-30.
Maar dit heilsplan geldt niet aleen mensen zonder meer, het heeft
betrekking op degenen 'die God liefhebben'. Wie zijn dat? Dat zijn
degenen die God toebehoren, Zijn eigen kinderen, die geboren zijn uit
water en Geest. Voor het geldt de gewelidge belofte, de Goddelijke
zekerheid, dat 'hun die God liefhebben, alle dingen meewerken te goede;
hun die naar Zijn voornemen geroepen zijn' (Rom. 8:28).
Onze zekerheid als christenen berust op de onwrikbaarheid van het
eeuwige heilsplan, zoals dat in de volgende verzen van Romeinen 8 wordt
uiteengezet (Rom. 8:29-30).
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
Heeft God een plan met mijn leven?
Talloze
schriftplaatsen spreken op verschillende manieren over het Plan van God.
Woorden die in dit verband ook gebruikt worden zijn: de Raad van God,
Zijn voornemen, e.d. Paulus zegt in Efeze 1:11, dat God in alles werkt
"naar de Raad van Zijn wil". M.a.w.: God wil iets, Hij heeft Zich iets
voorgenomen, Hij heeft een Plan bedacht en zal dat tot uitvoering
brengen in de loop van de tijd.
Exclusief? Op de keper beschouwd toch wel héél bijzonder!
Als wij in
zijn brieven lezen, dan valt ons op, dat Paulus zichzelf ook bewust is
van zijn bediening en het bijzondere karakter daarvan. Hij gebruikt de
term "mijn Evangelie"!
Dat klinkt raar, als je bedenkt, dat ook de andere apostelen de
boodschap van de (opgestane) Heer verkondigden. Toch is zijn
woordgebruik terecht. In principe is de boodschap van "De Twaalven"
gelijk aan die van Paulus c.s., dat wil zeggen: de kern en het
uitgangspunt zijn hetzelfde... de uitwerking en het doel blijken echter
verschillend te zijn.
De bediening van de Twaalven stond vooral in verbinding met de openbaring van het Koninkrijk en Israël; de bediening van Paulus staat in verbinding met de verborgenheid van het Koninkrijk en de mensen (volkeren/heidenen) in het algemeen. Zijn motto is verwoord in Titus 2 :11"De genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden...".Let op, hij zegt niet: "Het Koninkrijk is verschenen...", of iets dergelijks, nee: "De genade Gods is verschenen...". Hij spreekt hier over de boodschap, die behoort bij deze "bediening (beter: bedeling) der genade" (Efe.3:2). In de aanhef van de brief aan Titus zegt hij, dat God "te Zijner tijd (letterlijk: op Zijn tijden) Zijn Woord heeft openbaar gemaakt in de verkondiging, die mij is toevertrouwd in opdracht van God, onze Heiland..." (1: 2,3).
Uit Efeziërs 3: 2 en Kolossenzen 1: 25 leren wij dat aan Paulus de bediening/ bedeling der genade is toevertrouwd; in Titus lezen wij, dat de verkondiging die daarbij hoort aan hem is toevertrouwd. Zoals Mozes verbonden is met de (bedeling der) Wet en het volk Israël daarin onderwees, zo is Paulus verbonden met de (bedeling der) genade, en hij onderwijst de Gemeente.
Als het Koninkrijk straks geopenbaard wordt is het de Heer Zelf, de Koning, Die de Regelgever en Leraar is, en de inwoners der wereld gerechtigheid zal leren. Zoals het Woord destijds in overeenstemming met Gods Plan uitging van Mozes, zo gaat het nu uit van Paulus en straks zal het uitgaan van Christus, als Hij in "de stad van de grote Koning" Zijn troon gevestigd heeft : "want uit Sion zal de Wet uitgaan en des HEREN Woord uit Jeruzalem" (Jes. 2).
Overzicht: Bediening van de apostel Paulus....
|
Navolgers van Paulus
Wij hebben
gezien, dat Paulus nogal exclusief over zijn bediening spreekt,
bijvoorbeeld als hij het heeft over "mijn Evangelie". Dat klinkt raar,
als je bedenkt, dat ook de andere apostelen de boodschap van de
(opgestane) Heer verkondigden. Toch is zijn woordgebruik terecht.
In principe is
hun boodschap ook gelijk; het uitgangspunt is hetzelfde, nl. het
volbrachte werk van Christus: Zijn lijden, dood en opstanding.
De uitwerking en het doel blijken echter verschillend te zijn.
Paulus, die
van zichzelf getuigt, dat hij eertijds "een godslasteraar en een
vervolger en een geweldenaar" was, is de Here dankbaar voor de
bediening, die hem gegeven is (zie 1 Tim.1:12 ev.). Hij ziet zichzelf
als grootste der zondaren als "een voorbeeld voor hen, die later op Hem
zouden vertrouwen ten eeuwigen leven" (vs.16). Als hij daarvoor de
Koning der eeuwen geprezen heeft, schrijft hij in vers 18: "Deze
opdracht vertrouw ik u toe, mijn kind Timoteüs...". Hij geeft
de opdracht, nl. dat God hem in de bediening gesteld had (vs.12), dus
eigenlijk over aan Timotheüs, zijn opvolger. De naam
"Timotheüs" betekent: prijst God. Het gaat in deze opdracht om
de rijkdom van Gods genade, de onnaspeurlijke rijkdom van Christus, de
overweldigende kracht van God, waarvoor wij Hem alleen maar kunnen
loven en prijzen.
Alles wat wij zijn, alles wat wij hebben ontvangen, ons leven, onze toekomst, het is alles door genade ons deel geworden. Wij hoefden, ja mochten er zelf niets aan doen.
God houdt de
eer aan Zichzelf: "Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt,
Die ons geworden is wijsheid van God: rechtvaardigheid, heiliging en
verlossing, opdat het zij gelijk geschreven staat: "wie roemt, roeme in
de Here" (1 Kor.1: 30,31 SV-).
Slechts door het geloof in de Here Jezus heeft God ons alles gegeven
wat Hij voor ons had bereid: een volkomen verlossing en heerlijkheid!
Kies nu studie 9 over dit onderwerp


















