Het heilsplan van God - 2
De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie,
geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie
thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral
heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees
zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.
Spreken op verschillende manieren over het Plan van God
Gods
heilsplan omspant de eeuwen, het reikt in feite van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Het wordt in een notendop in een paar verzen samengevat in
Romeinen 8:28-30.
Maar dit heilsplan geldt niet aleen mensen zonder meer, het heeft
betrekking op degenen 'die God liefhebben'. Wie zijn dat? Dat zijn
degenen die God toebehoren, Zijn eigen kinderen, die geboren zijn uit
water en Geest. Voor het geldt de gewelidge belofte, de Goddelijke
zekerheid, dat 'hun die God liefhebben, alle dingen meewerken te goede;
hun die naar Zijn voornemen geroepen zijn' (Rom. 8:28).
Onze zekerheid als christenen berust op de onwrikbaarheid van het
eeuwige heilsplan, zoals dat in de volgende verzen van Romeinen 8 wordt
uiteengezet (Rom. 8:29-30).
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
Heeft God een plan met mijn leven?
Talloze schriftplaatsen spreken op verschillende manieren over het Plan van God.
Woorden die in dit verband ook gebruikt worden zijn: de Raad van God,
Zijn voornemen, e.d. Paulus zegt in Efeze 1:11, dat God in alles werkt
"naar de Raad van Zijn wil". M.a.w.: God wil iets, Hij heeft Zich iets
voorgenomen, Hij heeft een Plan bedacht en zal dat tot uitvoering
brengen in de loop van de tijd.
Adam
In Genesis 1:28 lezen wij de woorden, waarmee God Adam zegende: "Weest
vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar,
heerst over de vissen der zee en het gevogelte des hemels en over al
het gedierte, dat op de aarde kruipt".
Dit is de grote opdracht die God aan de mens, d.w.z. aan Adam (!), gaf.
Vervolgens plaatste de Here God de mens in de Hof van Eden om die te
bewaren en te bewerken. En... daar ging het mis, althans, in onze ogen.
Want God had deze "zondeval" in Zijn oneindige wijsheid natuurlijk
voorzien. En hoewel de mens volledig verantwoordelijk was voor zijn
daad, beloofde God hem de verlossing in de komst van de Zoon des mensen
(d.i. enkelvoud, de Zoon van de mens, d.i. Adam): de Here Jezus
Christus.
Het geslachtsregister van de Here Jezus in Lukas 3
loopt dan ook helemaal terug tot op Adam om aan te tonen, dat Christus
inderdaad de Zoon, d.w.z. de Erfgenaam van Adam is. Het Plan van God
met de heerschappij van de mens zal dan ook eerst ten volle worden
vervuld in en door de Here Jezus Christus, zoals ook Psalm 8 getuigt
(vgl. 1 Kor.15:27, Efeziërs 1:22, Hebr.2:6-8, waar deze Psalm
wordt geciteerd en toegepast op Christus).
Na de zondeval heeft God Adam en Eva uit de Hof verwijderd en al
zwoegende zou de mens de aarde gaan bewerken om in zijn levensbehoeften
te voorzien. Bij dit alles vergezelde hen echter de belofte van God,
dat Hij Zijn Plan zou uitwerken door de tijden heen, totdat alles zal
zijn vervuld.
Hoe het de mens in dat vroege stadium van zijn bestaan is vergaan, dat kunnen wij in de volgende hoofdstukken van Genesis lezen. De zonde vermeerderde en het kwaad vermenigvuldigde zich. Al bij de kinderen van Adam, Kaïn en Abel, werd de scheiding tussen geloof en ongeloof, oftewel: gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid aan Gods Woord, zichtbaar. Deze scheiding zou door alle volgende geslachten heen blijven bestaan, tot op de huidige dag. De wereld is vol ongeloof. De mens heeft een eigen cultuur opgebouwd, beginnend bij de zonen van Kaïn (zie Gen.4:17 ev.). Daarin is geen plaats voor God, de Schepper (vgl. ook Rom.1:18 ev.).
Wie echter nauwkeurig de Bijbel leest zal ontdekken, dat God dwars door alles heen Zijn Plan volvoert, naar Zijn gemaakt bestek.
Toen de mensheid in die vroege dagen zo verdorven was, dat alles wat
men bedacht slechts "boos" was, maakte God een einde aan de "wereld van
de voortijd". Dat betekende niet het einde van de wereld als zodanig,
maar het vergaan van de mensheid door het oordeel van de Zondvloed.
Slechts 8 zielen vonden genade in de ogen van God. Zij werden in de ark
bewaard en overleefden deze wereldwijde katastrofe, die de mens aan
zichzelf te danken had. Nog eens: het betekende niet het einde! Dat kon
ook niet, want Gods belofte lag daar. God rust niet eerder (dat leren
wij ook uit Genesis 1) dan nadat Hij Zijn werken heeft volbracht. En zo
begon de Here met Noach een nieuwe fase in Zijn Goddelijk Plan.
Noach
Na de Zondvloed zegende God Noach en zijn zonen en herhaalde de
woorden, die Hij tot Adam gesproken had: "Weest vruchtbaar, wordt
talrijk en vervult de aarde..." (Gen.9:1 en 7). De oplettende
Bijbellezer zal ontdekken, dat het laatste deel, de opdracht om de
aarde te onderwerpen, wordt weggelaten. Noach wordt dan ook niet
(opnieuw) aangesteld als heerser over de aarde, hoewel hij de erfgenaam
van Adam is. Dit deel van de opdracht wordt nog aangehouden tot het
vastgestelde tijdstip in Gods Plan.
In Genesis 10 vinden wij een lijst van de
nakomelingen van Noach. Wij lezen daar ook van Nimrod, de eerste
machthebber op aarde (vers 8). Het begin van zijn koninkrijk is
Babel...(vers 10). Deze naam zullen we nog vele malen tegenkomen tot in
het laatste Bijbelboek, Openbaring. In deze naam ligt de menselijke
cultuur opgesloten, geïnspireerd door de satan, die zich altijd
tegen God en Zijn Woord afzet, totdat het Koninkrijk van God op de
aarde geopenbaard wordt en Jezus Christus zal heersen.
De aarde verdeeld
Genesis 10:25 is belangrijk! De Here deelde de mensheid in volkeren op
en verdeelde ze over de aarde. Een duidelijke volgende stap in Gods
Plan dus. Later zegt Paulus, dat God "uit één enkele het
gehele menselijke geslacht gemaakt heeft om op de ganse oppervlakte der
aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van
hun woonplaatsen bepaald..." (Hand. 17:26).
In Genesis 11 zien we, dat de mensheid zich in die
tijd al onttrok aan Gods Plan en daartegen bewust in opstand kwam: de
bouw van Babel (zie vers 1-9). God echter verstoorde hun plannen en
zond de spraakverwarring, zodat zij zich alsnog over de aarde moesten
verspreiden. Precies zoals God het wilde. Hij immers is God, die in
"alles werkt naar de Raad van Zijn wil" (Efe.1:11). En als God dan ook
deze fase van Zijn Plan heeft uitgevoerd, dan wendt Hij Zich tot
één man uit al die volkeren om met hem de volgende stap
te doen in Zijn wonderbare Heilsplan: Abraham.
Abraham
Nadat God de mensen ingedeeld heeft in volkeren verspreidden zij zich
over de gehele aarde. Na verloop van honderden jaren roept de HERE uit
de volkeren één man, om met hem een nieuwe fase in Zijn
Heilsplan te beginnen: Abram.
In Genesis 12:1 en 2 lezen wij: "De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw
land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u
wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam
groot maken, en gij zult tot een zegen zijn".
Uiteraard is deze roeping nogal ingrijpend geweest in het leven van deze man uit Ur der Chaldeeën. Deze stad lag in Zuid-Mesopotamië aan de rivier de Eufraat, gesitueerd in het huidige Irak. Zijn vertrouwde omgeving, zijn geboorteland, zijn familie... alles moest hij achterlaten om op weg te gaan met onbekende bestemming. D.w.z. God zou hem de weg wijzen naar een ander land. De enige zekerheid die hij meekrijgt is, dat God hem zou leiden.
Daarnaast ontvangt hij nog de belofte, dat God hem
zou zegenen en tot zegen zou stellen, en dat uit hem een groot volk zou
voortkomen. Verder wist Abram eigenlijk niets! Toch diende hij door
gehoorzaam te zijn de Raad Gods, het Plan van God. Wij weten immers, nu
wij achter de geschiedenis staan, dat uit Abram via Izak en Jakob het
volk Israël is voortgekomen. En bovendien is uit zijn zaad de
Messias geboren, de Here Jezus Christus, de Verlosser (zie Gal.3:16),
een geweldige zegen dus!
Opvallend in het leven van Abram zijn de vele beloften die God hem toevertrouwt
Voortdurend lezen wij, dat de HERE zegt: "Ik zal... Ik zal...". De HERE
bekrachtigt Zijn beloften zelfs met een verbond (Gen.15). Ook verandert
Hij de naam Abram in Abra-h-am, hetgeen betekent: vader van vele volken
(zie Gen.17:4,5). Abram ontvangt van God de letter "h" in zijn naam.
Dat is de 5e letter van het Hebreeuwse alfabet: de "hee". "5" is in de
Bijbel het getal van de genade, van hemelse zegeningen. Dat is precies
wat Abraham ten deel viel: genade en zegen...! Dat geldt trouwens niet
alleen voor Abraham, maar voor allen die in zijn voetsporen treden en
in God geloven.
Van Abram lazen wij in Genesis 15, vers 6: "En hij
geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid".
Welnu, om een lang verhaal kort te maken: uit Abraham is Izak geboren,
de "zoon der belofte", en uit Izak kwam Jakob voort, de stamvader van
het volk Israël, dat de HERE zou roepen om Zijn uitverkoren volk
te zijn.
Wij kunnen dus duidelijk zien, dat de roeping van Abram destijds niet
op zichzelf stond, maar een wezenlijk onderdeel was van het Plan van
God. Abraham wist nog van niets, hij gehoorzaamde slechts de hemelse
roepstem. God wist echter precies wat Hij deed en waarvoor Hij Abraham
wilde gaan gebruiken. Dat is een heerlijke les, broeders en zusters!
God wil ons ook gebruiken in Zijn dienst, ieder op onze eigen plaats.
Wij overzien niet alles, hebben soms vragen, etc. Maar de HERE weet
alles. Hij kent het heden en overziet de toekomst.
Het enige, dat Hij van ons vraagt is: overgave en
toewijding aan Hem. En dan zien we wel, net als Abraham, hoe Hij ons
verder leidt op Zijn weg. Die zekerheid mogen wij bezitten en bovendien
heeft God ons talrijke beloften gegeven m.b.t. een heerlijke toekomst.
En wees ervan overtuigd, ook in uw persoonlijk leven: God volvoert Zijn
Plan en zal al Zijn beloften heerlijk vervullen!
Het volk Israël, dat door hongersnood in Egypte terecht kwam,
verbleef daar een bepaalde tijd in slavernij en toen riep God een
nieuwe figuur, om Zijn volk te bevrijden en tot Hem te brengen in de
woestijn: Mozes.
Mozes
Als er zo'n 400 jaar verstreken zijn en de Israëlieten in Egypte
als slaven hebben gediend, is de tijd aangebroken voor een nieuwe
wending in Gods Plan.
De Israëlieten werden onderdrukt en hun jammerklachten zijn de
HERE niet ontgaan (Exod.3:9). Hij besluit een bevrijder te zenden en
stelt Mozes aan als de leidsman van Israël. De naam "Mozes"
betekent "uitgetrokken", en dat wijst terug op zijn jonge leven. Op
bevel van de Farao moesten de jongetjes in de Nijl geworpen worden. Zo
wilde de Egyptische koning voorkomen, dat er teveel Israëlieten
zouden komen. Ook Mozes was dus tot dit lot veroordeeld... maar: God
bewaarde hem. Zijn ouders maakten een biezen mandje en legden hem
daarin, en zetten het in het riet aan de oever van de Nijl. Tussen twee
haakjes: dit "biezen mandje" is in de Hebreeuwse grondtekst hetzelfde
woord, dat in Genesis 6 gebruikt wordt voor de "ark" van Noach!
We kennen de geschiedenis verder. Mozes wordt door de Egyptische
prinses UIT - het water - GETROKKEN en komt terecht aan het koninklijke
hof. Daar wordt hij opgevoed in de "wijsheid" van Egypte, maar als hij
volwassen geworden is verkiest hij de wijsheid van God! De wijsheid van
Egypte was vermengd met de zonde, zoals dat in deze wereld eveneens het
geval is. Eigenlijk is "Egypte" in de Bijbel ook een beeld van deze
(zondige) wereld. Daarom is het nodig een keuze te maken, want wie een
"vriend der wereld" wil zijn wordt metterdaad een vijand van God, zegt
Jakobus (4:4). Mozes heeft "liever met het volk Gods kwaad verdragen,
dan tijdelijk van de zonde te genieten" (Hebr.11:25).
Zingen wij soms ook niet: "Neem de wereld, geef
mij Jezus, wereldvreugd gaat ras voorbij"? Laat het ons dan ook ernst
zijn. God heeft ons UIT de tegenwoordige boze wereld GETROKKEN, zegt
Paulus in Galaten 1:4. Als wij uit (het systeem van) deze wereld
verlost zijn, dan zoeken wij toch voortaan de "dingen die boven zijn"?
Alleen dán wordt God verheerlijkt! Mozes had een wonderlijke
ontmoeting met de HERE, die aan hem verscheen in de brandende
braamstruik. God riep hem tot een geweldige taak: de verlossing van het
volk Israël uit Egypte. Mozes leidde het volk uit en Egypte werd
geoordeeld. Het water, dat voor Israël ten leven leidde, werd voor
Egypte de dood. De HERE bracht Israël in de woestijn om Zijn Plan
ten uitvoer te brengen. Het was Zijn Goddelijk voornemen om Israël
tot Zijn eigen volk te maken middels het sluiten van een verbond.


















