Het heilsplan van God - 3
De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie,
geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie
thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral
heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees
zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.
Heeft God een plan met mijn leven?
Gods
heilsplan omspant de eeuwen, het reikt in feite van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Het wordt in een notendop in een paar verzen samengevat in
Romeinen 8:28-30.
Maar dit heilsplan geldt niet aleen mensen zonder meer, het heeft
betrekking op degenen 'die God liefhebben'. Wie zijn dat? Dat zijn
degenen die God toebehoren, Zijn eigen kinderen, die geboren zijn uit
water en Geest. Voor het geldt de gewelidge belofte, de Goddelijke
zekerheid, dat 'hun die God liefhebben, alle dingen meewerken te goede;
hun die naar Zijn voornemen geroepen zijn' (Rom. 8:28).
Onze zekerheid als christenen berust op de onwrikbaarheid van het eeuwige heilsplan, zoals dat in de volgende verzen van Romeinen 8 wordt uiteengezet (Rom. 8:29-30).
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
Heeft God een plan met mijn leven?
Lucas 3:23 vv
Geslachtslijst van Jezus 23 Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli, 24 de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Josef, 25 de zoon van Mattatias, de zoon van Amos, de zoon van Naüm, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, 26 de zoon van Maät, de zoon van Mattatias, de zoon van Semeïn, de zoon van Josech, de zoon van Joda, 27 de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de zoon van Neri, 28 de zoon van Melchi, de zoon van Addi, de zoon van Kosam, de zoon van Elmadan, de zoon van Er, 29 de zoon van Jozua, de zoon van Eliëzer, de zoon van Jorim, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, 30 de zoon van Simeon, de zoon van Juda, de zoon van Josef, de zoon van Jonan, de zoon van Eljakim, 31 de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David, 32 de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, de zoon van Selach, de zoon van Nachson, 33 de zoon van Amminadab, de zoon van Admin, de zoon van Arni, de zoon van Chesron, de zoon van Peres, de zoon van Juda, 34 de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, 35 de zoon van Serug, de zoon van Reü, de zoon van Peleg, de zoon van Eber, de zoon van Selach, 36 de zoon van Kenan, de zoon van Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, 37 de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van Kenan, 38 de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.
God brengt zijn zijn heilsplan tot vervulling
Als er één ding is, die die stamboom ons laat zien, dan is dat, dat God ons daardoor laat zien hoeveel zorg Hij aan de dag heeft gelegd om zijn heilsplan tot vervulling te brengen. Denken wij er maar even aan hoeveel gebeurtenissen moesten plaatsvinden en samenvallen, voordat Jezus in onze wereld kon worden geboren. Of denken wij eraan hoeveel verschillende menselijke karakters hun rol moesten meespelen om het volk van God voor te bereiden op de vervulling van de goddelijke beloften.
Als wij bidden en nadenken over
de stamboom van Jezus kan ons dat een beter zicht geven op het werk van
God. En dat is belangrijk, want hoe breder ons zicht is op de grootte
van Gods goedheid en wijsheid, hoe gemakkelijker het zal zijn om ons
leven aan de Heer toe te vertrouwen.
Denken wij maar aan alles wat heeft plaats gevonden voordat wijzelf
werden geboren. Onze voorouders hebben onze weg geëffend door
hun leven. In de wereld vonden er allerlei grote en kleine
gebeurtenissen plaats, die van invloed waren op hun leven en dus ook op
ons leven, ook al waren wij zelf toen nog niet in beeld.
Gods tussenkomst, zijn ingrijpen, gaf vorm aan onze stamboom tot op het
moment in de geschiedenis, dat wij werden geboren. Wij zijn niet een
product van allerlei min of meer toevallige gebeurtenissen. We zijn
niet zomaar zonder een voorgeschiedenis of zonder een toekomst in de
wereld gekomen. Nee, God heeft een plan met ons leven. Een plan dat al
eeuwen geleden is begonnen, een plan, dat ook in de komende eeuwen nog
zijn uitwerking zal hebben.
Waarschijnlijk hadden de voorouders van Jezus er geen enkel idee van
dat hun namen en hun levens in de heilige schrift van God vereeuwigd
zouden worden. Omdat Maria zo vol van genade was, had zij al jong
meisje misschien wel al enig aanvoelen van haar bijzondere rol in de
geschiedenis. Dat aanvoelen werd in de loop van de tijd steeds
duidelijker en zij was in staat om zowel het mooie ervan als het
pijnlijke te omhelzen door de wijsheid van de Heer.
En zo kan dat ook voor ons gelden. Wij weten lang niet alles van de
rol, die wij spelen in het heilsplan van God. En wij zullen pas in de
hemel weten hoeveel mensen door onze manier van leven er voor de
eeuwigheid gered zijn. Maar we hebben er wel al voor gekozen - en het
is belangrijk om die keuze geregeld te hernieuwen, zoals de priesters
tijdens de chrismamis in de kathedraal ieder jaar hun wijdingsbeloften
hernieuwen - om de Heer te volgen en voor de rest moeten we maar gewoon
ons best doen en kijken hoe het heilsplan van de Heer zich ontvouwt.
Wij zien het nu dus nog niet ten volle, maar onze levens zijn verweven
met het volmaakte plan dat God met deze wereld heeft. Laten wij er dus
voor zorgen, dat wij niet verstrikt raken in allerlei kleine
moeilijkheden. Zij mogen geen oorzaak worden van diepe angst. Wij
moeten een brede kijk hebben op ons leven en wij mogen weten, dat God
met ieder van ons grote plannen heeft. In zijn eerste brief aan de
christenen van Korinte (2,9) zegt de heilige apostel Paulus: "Geen oog
heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich
voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben". En in
zijn brief aan de christenen van Filippi (1,6) zegt Paulus: "Ik ben er
zeker van dat Hij die het goede werk in u begonnen is het zal voltooien
tegen de dag van Christus Jezus".
Onze toekomst: eten van de boom des levens
De schepping
In het begin heeft God de hemel
en de aarde gemaakt. De zon en de maan heeft God gemaakt. Ja, de hele
kosmos met alle sterren, planeten, melkwegstelsels zijn het werk van de
Schepper. Ook alles wat leeft heeft God gemaakt, alle dieren en planten
en de mens zijn door God geschapen.
Het paradijs
Nadat God de mens geschapen
had, woonden Adam en Eva in het paradijs. De mens was geschapen naar
het beeld van God. Maar de mens was niet gelijk aan God. Het paradijs
was een hemelse toestand van volmaakt geluk, waarin de mens in direct
contact was met God. De mens was zich toen van geen kwaad bewust. Kende
geen oorlog, misdaad, verdriet, schaamte of schuldgevoelens, zelfs geen
ziekte en dood. Al deze dingen waren er eenvoudig niet. Daarbij leefde
de mens in volledige vrijheid, met een eigen verantwoordelijkheid, een
eigen wil en in harmonie met God. De verantwoordelijkheid die de mens
kreeg was het beheer over de schepping. God heeft de mens dus niet als
een robot gemaakt en deze robot geprogrammeerd om alleen het goede te
doen. Zoals ook de bron geen zeggenschap heeft over de loop van de
rivier, heeft de mens vanaf het begin zijn eigen loop bepaald en kunnen
kiezen om goed of kwaad te doen. Welke waarde zou het goede ook hebben
als het, in plaats van een persoonlijke keus, een automatisme zou zijn?
In het paradijs waren twee bijzondere bomen, de
één was de boom des levens en de andere de boom
van de kennis van goed en kwaad. En God had gezegd dat de mens de
vruchten van alle bomen mocht eten, behalve van de boom van de kennis
van goed en kwaad. Als van die boom gegeten werd zou dat de dood tot
gevolg hebben.
De satan
De grote zonde is het streven,
of het idee gelijk of hoger dan God te zijn. Dit streven leidt
uiteindelijk altijd naar de ondergang. In de hemel zijn de engelen, de
dienaren van God. Een van deze engelen was de engel van het licht. Deze
engel was hoger dan al de andere engelen. Toen is er iets vreselijks
gebeurd. Ondanks zijn hoge positie had deze engel het plan opgevat nog
hogerop te komen, hij wilde gelijk aan God zelf worden. Dit plan is
niet gelukt en deze engel is de hemel uitgeworpen. En ook al zijn
engelen die met hem hadden meegedaan. Sindsdien is hij de tegenstander
van God. Ofschoon hij zich tot op de dag van vandaag nog steeds als een
engel des lichts kan voordoen, is hij niet langer de vertegenwoordiger
van het licht maar van de duisternis. Wij noemen hem de duivel, of de
satan. De Bijbel beschrijft: “U bent nu uit de hemel
gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! Want u zei bij uzelf:
“Ik zal de hemel bestormen en hoger dan de sterren heersen.
Ik zal de hoogste troon bestijgen. Ik zal opklimmen tot in de hoogste
hemelen en gelijk zijn aan de Allerhoogste”. Maar in plaats
daarvan zult u in het diepst van het dodenrijk worden
geworpen”.
De zonde
Op aarde heeft de duivel zijn
strijd tegen God voortgezet. En heeft met succes de mens tot het kwaad
verleid. De duivel heeft op een listige manier verteld dat het eten van
de boom van de kennis van goed en kwaad niet de dood tot gevolg zou
hebben, maar dat God de mens dit verbod had opgelegd om de mens te
verhinderen kennis te krijgen van goed en kwaad en daarmee aan God
gelijk zou worden. Toen heeft Eva van de boom gegeten en heeft op haar
beurt ook Adam ervan laten eten. Daarmee begingen ze de grote zonde van
ongehoorzaamheid aan God. Ze wilden gelijk zijn aan God.
Het gevolg
De zonde was het einde van het
paradijs. Tegelijkertijd was dit het begin van de dood precies zoals
God tevoren had gewaarschuwd. Deze gebeurtenis, dit grote drama wordt
de zondeval genoemd. De mens werd verbannen uit het paradijs en kon ook
niet meer eten van de boom des levens. Vanaf dat moment is de aarde
vervloekt en zijn alle slechte dingen in de wereld gekomen, die
iedereen kent: moeite, verdriet, ongeluk, ziekte, pijn en dood,
liefdeloosheid, haat en nijd, zelfzucht, ontevredenheid, verslaving,
leugen en bedrog, misdaad, terrorisme, oorlogen en rampen.
De uitweg
God is zo oneindig goed, dat
ook al heeft de mens de zaak verknoeid, Hij zijn schepping niet in de
steek wil laten. De grote schuld die de mens op zich heeft geladen, kan
door de mens door zijn zondige natuur niet ongedaan gemaakt worden.
Toch moet, wil er een oplossing komen, voor die schuld betaald worden.
God is goed maar ook rechtvaardig. Op het moment van de zondeval is God
een plan tot herstel begonnen. Hij kondigt de vernietiging van de
duivel aan door een nakomeling van Eva. Deze nakomeling is de Here
Jezus. Die zou de schuld op zich nemen van de mensen. Hij zou de straf
dragen. Dit is gebeurd door de kruisiging op Golgotha. Daarmee heeft de
Here Jezus de weg weer vrijgemaakt om tot God te kunnen komen. De
definitieve vernietiging van de duivel zal nog plaatsvinden, wanneer
God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal maken.
Dat God er niet direct een einde aan maakt is gewoon genade. Want tot
die tijd kan door het lijden en sterven van de Here Jezus, ieder die in
God gelooft vrijgemaakt worden van zonden. De Bijbel zegt:
Maar wie blijft zondigen, bewijst daarmee dat hij bij de duivel hoort,
die nadat hij voor het eerst gezondigd had, altijd is blijven zondigen.
Maar de Zoon van God is gekomen om aan de activiteiten van de duivel
een einde te maken.
De Here Jezus
Hij is de Zoon van God en is op
aarde gekomen om voor ons de schuld te dragen en de dood te overwinnen.
Hij is voor ons vrijwillig aan het kruis gestorven. Maar Hij is na drie
dagen opgestaan uit de dood en opgevaren naar de Hemel. Hij is nu in de
hemel waar Hij voor ons bid en pleit en om voor ons een plaats te
bereiden.
En nu?
Ieder van ons heeft het
probleem van de zonde. Door het verzoenend bloed van de Here Jezus, kan
een ieder die in God gelooft, weer tot God komen. De Here Jezus is de
enige weg tot behoud. Jezus zeide tot hem:
·
Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader
dan door Mij. Johannes 14:6
In feite zijn er twee soorten mensen op de wereld. De ene groep die
gescheiden leeft van God met alle consequenties van dien. De andere
groep die door Jezus Christus, God hebben leren kennen als hun vader.
Die vergeving hebben ontvangen en nu blij en ontspannen kunnen leven.
Mensen die een doel en zinvol leven hebben. Zij vertrouwen op Jezus
Christus en hebben Hem persoonlijk aanvaard als Heer over hun leven.
·
Allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om
kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven;die niet uit
bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit
God geboren zijn”. Johannes 1:12-13
Wat betekent het aanvaarden van Jezus Christus?
Erkennen dat je Jezus Christus nodig hebt. Geloven dat Hij van je houdt
en ook voor jou gestorven is aan dat kruis. Bereid zijn om je
oude manier van leven de rug toe te keren en Jezus Christus te vragen
om in jouw leven te komen en vanaf vandaag jouw leven te leiden. Je
ontvangt eeuwig leven.
Vraag aan jou
Heb jij Jezus Christus al
aangenomen als je Heer en Heiland?
Wanneer je, dat nog niet hebt gedaan:
Is er een geldige reden waarom jij Jezus Christus niet zou kunnen
aanvaarden, nu – op dit moment? [1]
Gods
zekerheid
Wanneer je Jezus Christus
aanneemt als je Heer en Heiland dan is de zekerheid van jouw nieuwe
leven niet in jezelf gelegen, niet in een ervaring. Die zekerheid is
gebaseerd op het Woord van God (De Bijbel). God zegt ons in Zijn
Woord:
·
Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft,
heeft het leven niet. Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam
van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt”.
1 Johannes 5:12-13
In het laatste deel van de Bijbel staat, dat de Here Jezus hen die
geloven te eten geeft van de boom des levens, die in het midden van het
paradijs van God is. Zij zullen eeuwig leven.
Aanhangsel:
Lees eens de brief van Paulus aan de Efeziërs
- De Gemeente en Gods Heilsplan
- Groeten (1:1-2)
- Goddelijke oorsprong van de Gemeente (1:3-6)
- Gods Heilsplan
- Door het verlossingswerk van Christus (1:7-8)
- Universeel (1:9-10)
- Verzekert een rijk geestelijk leven (1:11-14)
- Bede dat de gelovigen de rijkdom ten volle zouden beseffen (1:15-23)
- Het Plan voorziet in een geestelijke opstanding van de gelovige (2:1-6)
- Het is gebaseerd op Genade en niet op werken (2:7-10)
- Het richt zich ook tot de heidenen, die van God afgescheiden waren (2:11-13)
- Het verenigt Joden en heidenen in een lichaam, onder de invloed van de Heilige Geest (2:14-22)
- Gods heilsplan werd aan Paulus geopenbaard en hij werd aangesteld als apostel der heidenen (3:1-12)
- Paulus tweede gebed voor de Gemeente (3:14-21)
- Gods plan in de Gemeente
- Eenheid van de gelovigen
- Een Geest (4:1-3)
- Verscheidenheid in gaven maar een lichaam in Christus (4:7-16)
- De levenswandel van de gelovige
- Niet leven als andere zondaars (4:17-21)
- Een nieuw leven, dat afrekent met de oude zonden (4:22-32)
- Wandel in liefde en reinheid (5:1-7)
- Wandel in het licht (5:8-14)
- Vervuld met de H. Geest (5:15-21)
- Het huiselijk leven
- Plichten van de echtgenoten (5:22-33)
- Plichten van kinderen, vaders, dienaars en meesters (6:1-9)
- De geestelijke strijd
- Bron van kracht (6:10)
- De geestelijke wapenrusting (6:11-18)
- Slotwoorden en zegebede (6:19-24)
- Eenheid van de gelovigen
Kies hier studie 3 over dit onderwerp


















