Het heilsplan van God - 7
De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie,
geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie
thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral
heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees
zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.
De arbeid van Paulus, de leermeester der heidenen
Gods
heilsplan omspant de eeuwen, het reikt in feite van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Het wordt in een notendop in een paar verzen samengevat in
Romeinen 8:28-30.
Maar dit heilsplan geldt niet aleen mensen zonder meer, het heeft
betrekking op degenen 'die God liefhebben'. Wie zijn dat? Dat zijn
degenen die God toebehoren, Zijn eigen kinderen, die geboren zijn uit
water en Geest. Voor het geldt de gewelidge belofte, de Goddelijke
zekerheid, dat 'hun die God liefhebben, alle dingen meewerken te goede;
hun die naar Zijn voornemen geroepen zijn' (Rom. 8:28).
Onze zekerheid als christenen berust op de onwrikbaarheid van het
eeuwige heilsplan, zoals dat in de volgende verzen van Romeinen 8 wordt
uiteengezet (Rom. 8:29-30).
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
Paulus, de leermeester der heidenen
Talloze schriftplaatsen spreken
op verschillende manieren over het Plan van God.
Woorden die in dit verband ook gebruikt worden zijn: de Raad van God,
Zijn voornemen, e.d. Paulus zegt in Efeze 1:11, dat God in alles werkt
"naar de Raad van Zijn wil". M.a.w.: God wil iets, Hij heeft Zich iets
voorgenomen, Hij heeft een Plan bedacht en zal dat tot uitvoering
brengen in de loop van de tijd.
Wij hebben het verschil gezien
tussen de twee lijnen in Gods heilsopenbaring: "profetie" en
"geheimenis". De profetische lijn is voor een bepaalde tijd (ongeveer
2000 jaar) onderbroken, terwille van Gods Plan in deze tijd: de
uitroeping van de Gemeente, het Lichaam van Christus.
Volgens Handelingen 9:15 is Paulus een "uitverkoren werktuig"
van God. Aan hem is het geheimenis bekendgemaakt en via deze apostel
aan ons (door zijn brieven). De bediening van Paulus en de daaraan
verbonden boodschap staan dus in het teken van Gods voornemen, zoals
dat in deze bedeling wordt uitgevoerd.
Gods bedoelingen omtrent zaken
als het bestaan, het wezen, de roeping en de bestemming van de
Gemeente, vinden wij dan ook in de brieven van Paulus. Hij schreef zijn
brieven aan 7 gemeenten én aan zijn opvolgers in de dienst:
Timotheüs en Titus.
Daarnaast vinden wij nog een
brief van Paulus aan Filemon en vele uitleggers menen, dat ook de
Hebreeënbrief van zijn hand is. Dat zou betekenen, dat hij in
totaal 14 brieven heeft geschreven. Aan de hand van de levensloop van
Paulus en de geschiedenis, zoals in Handelingen beschreven, kunnen wij
zijn brieven onderverdelen in twee groepen: de zgn. vroege(re) en
late(re) brieven. De "vroegere brieven" van Paulus zijn geschreven
tijdens de Handelingen-periode; de "latere brieven" daarna (zie schema
blz.).
Uit Handelingen 26:16 kan opgemaakt worden, dat Paulus niet alles in
één keer is geopenbaard, maar dat hij gaandeweg
tot volledige kennis van het geheimenis gekomen is. Die
voortschrijdende openbaring is in zijn brieven dan ook terug te vinden.
Dit is overigens niets bijzonders, want zo werkte God ook in het Oude
Testament, middels de profeten.
In de "vroegere brieven" vinden
wij nog allerlei sporen van de Koninkrijks-prediking (eerst de Jood en
ook de Griek, etc.), terwijl in de latere brieven (vooral de
gevangenschapsbrieven Efe., Fil., Kol.) blijkt, dat hij volledig
inzicht heeft ontvangen, ten behoeve van de Gemeente: "Haar dienaar ben
ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd,
om onder u het Woord van God tot zijn volle recht te doen komen, het
geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar
thans geopenbaard aan Zijn heiligen" (Kolos.1: 26,27).
Gods
doel
Om de bediening van Paulus te kunnen verstaan is het belangrijk oog te
hebben voor het doel van God in deze tijd, de bedeling der genade. Die
is niet: Israël herstellen en het Koninkrijk openbaren,
enzovoort, maar: uit alle volkeren (Israël en de heidenen)
één volk formeren: de Gemeente, het Lichaam van
Christus.
Dit doel van God brengt ook met
zich mee, dat wij het Woord der waarheid dus recht moeten snijden,
zoals de Statenvertaling dat - terecht - uitdrukt in 2
Timotheüs 2:15. Anders gezegd: elke verkondiger moet zich
rekenschap geven van het feit, dat hij de betekenis van Gods Woord op
de juiste wijze naar voren brengt. Het motto daarbij is: "De hele
Bijbel is wel voor ons, maar de hele Bijbel gaat niet over ons (ons =
de Gemeente, het lichaam van Christus).
Dus: zaken, die op Israël van toepassing zijn, mogen
wij niet zonder meer uit hun verband lichten en toepassen op de
Gemeente.
Of: dingen die te maken hebben
met de openbaring van het Koninkrijk op aarde kunnen wij niet zomaar
toepassen in deze tijd, waarin het Koninkrijk verborgen is, etc. Niet
alleen weten, dát iets in de Bijbel staat, maar je ook
afvragen wáár het staat, wie het zegt, in welk
verband, tegen welke achtergrond, met welke bedoeling, e.d. Dit zijn
belangrijke inleidings-vragen om de betekenis van een tekst(gedeelte)
te verstaan.
Hoeveel predikers zijn er niet die zich deze vragen nooit stellen (en
daarbij dus de opdracht in 2 Tim.2:15 verzaken) en alles door elkaar
husselen?! Vinden wij het gek, dat er zoveel verschillende richtingen
en visies zijn ontstaan in de loop der tijd. Hoevaak worden
Bijbelteksten niet door elkaar gehaald, uit het verband gerukt, vanuit
dogmatische visies uitgelegd en ga zo maar door. Het gevolg daarvan is
verwarring, dwaling, verblinding. Een prediker is er niet voor om
(gelovige) mensen aangenaam te onderhouden, maar om hen te onderwijzen!
Zij zijn geen conferenciërs, maar leraars!
De oudsten in de Gemeente
behoren daarop toe te zien!
Ik heb niet de bedoeling negatief te willen zijn, maar wel
confronterend en realistisch. En dat alles om er in de eerste plaats
voor mijzelf lessen uit te trekken. Om mijzelf te toetsen en te vragen:
"Leer mij, HERE, Uw weg, opdat ik in Uw waarheid wandele; verenig mijn
hart om Uw Naam te vrezen" (Psalm 86:11).
Waar ik mijzelf deze regel opleg, daar mag ik dat ook van
anderen verwachten.
U zegt misschien: overdrijf je
nu niet een beetje? In het geheel niet! Sommige "verkondigers" nemen
niet eens de moeite om eens een andere vertaling te raadplegen om te
zien wat God werkelijk bedoelt. Of wat denkt u van een prediker, die na
vele jaren tot z'n verbijstering ontdekt, dat het Nieuwe Testament
oorspronkelijk in het Grieks is geschreven i.p.v. in het Hebreeuws? Of
een voorganger van een evangelische gemeente die een hele preek lang
spreekt over de zegeningen van de 7e hemel! De "7e hemel" komt, naar ik
meen, wel in de Koran voor, maar niet in de Bijbel! En zo zou ik nog
meer voorbeelden kunnen noemen, waarmee ik zelf in de praktijk
geconfronteerd ben.
Een tijdje geleden stond in een artikel, dat de Bijbelkennis van de
gemiddelde christen het "basis-school nivo" nauwelijks haalt. Dit zijn
de trieste en keiharde feiten van een "post-christelijk" tijdperk,
zoals iemand dat eens noemde. Reden te meer om deze studies online te
blijven aanbieden.


















