Het heilsplan van God - 6
De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie,
geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie
thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral
heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees
zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.
Historische beschrijving van Heilsgeschiedenis
Gods
heilsplan omspant de eeuwen, het reikt in feite van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Het wordt in een notendop in een paar verzen samengevat in
Romeinen 8:28-30.
Maar dit heilsplan geldt niet aleen mensen zonder meer, het heeft
betrekking op degenen 'die God liefhebben'. Wie zijn dat? Dat zijn
degenen die God toebehoren, Zijn eigen kinderen, die geboren zijn uit
water en Geest. Voor het geldt de gewelidge belofte, de Goddelijke
zekerheid, dat 'hun die God liefhebben, alle dingen meewerken te goede;
hun die naar Zijn voornemen geroepen zijn' (Rom. 8:28).
Onze zekerheid als christenen berust op de onwrikbaarheid van het
eeuwige heilsplan, zoals dat in de volgende verzen van Romeinen 8 wordt
uiteengezet (Rom. 8:29-30).
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
Heeft God een plan met mijn leven?
Talloze schriftplaatsen spreken op verschillende manieren over het Plan van God.
Woorden die in dit verband ook gebruikt worden zijn: de Raad van God,
Zijn voornemen, e.d. Paulus zegt in Efeze 1:11, dat God in alles werkt
"naar de Raad van Zijn wil". M.a.w.: God wil iets, Hij heeft Zich iets
voorgenomen, Hij heeft een Plan bedacht en zal dat tot uitvoering
brengen in de loop van de tijd.
Historische beschrijving van Heilsgeschiedenis
Het boek Handelingen is de (historische) beschrijving van de
onderbreking in de lijn der profetie ten behoeve van het geheimenis.
Gods handelen met Israël gaat over in Gods handelen met de
Gemeente. De aankondiging en openbaring van het Koninkrijk gaat over in
de verborgenheid van het Koninkrijk. De bedeling der Wet gaat over in
de bedeling van de genade. Het Evangelie van het Koninkrijk gaat over
in het Evangelie der genade. De "regels" van het Koninkrijk maken
plaats voor de regels van de genade, enz.
Petrus, de voorman der Twaalven, maakt plaats voor Paulus, aan wie het geheimenis is geopenbaard.
In Handelingen 28:28 zet Paulus de wissel definitief om. Als de Joden
opnieuw het heil verwerpen verklaart de apostel: "Het zij u dan bekend,
dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook
horen". Sinds die tijd horen de heidenen overal ter wereld van het
grote heil Gods in de prediking der genade.
Later schrijft Paulus aan Titus: "Want de genade
Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen..." (Hs.2:11). Geen
onderscheid meer tussen Jood en heiden. Alle volkeren gelijk.
Israël is een paar jaar later ook onder alle volkeren
terechtgekomen in de verstrooiing (Diaspora)! Uit al die volkeren komen
mensen tot geloof en zij worden daarmee leden van de Gemeente, het
Lichaam van Christus.
De Gemeente bestaat uit gelovige Joden en gelovige
heidenen (= niet-Joden), één Lichaam, waarvan Christus
het Hoofd is.
In de toekomst, als God klaar is met Zijn Plan in deze tijd, neemt Hij
de draad van de geschiedenis weer op, waar hij bijna 2000 jaar geleden
is blijven liggen. Dan wordt de profetische lijn voortgezet in de
voleinding der wereld. Dan wordt het Koninkrijk (opnieuw) aangekondigd
en daadwerkelijk geopenbaard op aarde. Dan worden alle profetieën
vervuld, zoals God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten,
van oudsher (Hand.3:2-1).
Bedoeling in deze 'tussen-tijd' is dus de Gemeente te formeren, te
bouwen. Om Zijn plannen daaromtrent bekend te maken, riep Hij, zoals
gezegd, een bijzondere man: Paulus.
Deze man, afkomstig uit Tarsus, was een Jood en
tegelijk ook een heiden, want hij bezat het Romeinse staatsburgerschap
door geboorte. Hij kwam uit de stam Benjamin, hetgeen betekent: Zoon
van mijn rechterhand.
Dit wijst op de Here Jezus Christus, de Zoon van
God, Die in de hemel gezeten is "ter rechterhand Gods". Met de
opgestane en verhoogde Heer heeft Paulus, op weg naar Damascus, een
ontmoeting gehad. In Handelingen 26 lezen wij, dat de Here hem verkozen
heeft "uit dit volk (= Israël) en de heidenen. Hij is dus wat zijn
persoon én zijn verkiezing betreft een beeld van de Gemeente,
die immers bestaat uit gelovigen uit Israël en de heidenen!
De Here is aan hem verschenen en heeft hem gaandeweg het (verborgen)
heil ontvouwd. Later heeft hij dat geheimenis bekendgemaakt in zijn
brieven, en met name ontvouwd in de "latere" brieven aan Efeze, Filippi
en Kolosse. Daarin schrijft hij, dat hem de "bedeling der genade" is
gegeven en dat hem door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is
(Efe.:3:1-3).
Zoals al eerder opgemerkt: de leer van Paulus is feitelijk de leer van
de opgestane en verhoogde Christus over en ten behoeve van de Gemeente.
Dit is wat Paulus verstaat onder de "gezonde" of "goede" leer (zie o.a.
1 Tim.1: 1-0,11; 4: 6, 6: 2,3; 2 Tim.4: 3; Titus 1: 9; 2: 1,8).
Het is uiteraard belangrijk, dat wij met de "gezonde" leer worden
toegerust, opdat wij de bedoelingen van God in deze tijd verstaan
én ons daarnaar richten in gedachten, woorden en werken!
Dat wij tegelijkertijd de rest van Gods Woord bestuderen mag duidelijk
zijn. Want dan leren wij verstaan wat God in het verleden reeds heeft
gedaan en in de toekomst nog zal doen. Wij krijgen kennis van de "volle
Raad Gods" en wassen op in de rechte kennis van God...
(Wij lezen in de Nieuwe Vertaling het woord "bediening"; de (oude)
Statenvertaling zegt: "bedeling". In de grondtekst wordt het begrip
"oikonomia" (= huishouding) gebruikt. Een nadere uitleg volgt later.)


















