Bijbelse namen en begrippen - K
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Betekenis Bijbelse woorden en namen (pdf)
Kafarnaüm: prediking te Kafarnaüm....Marc. 1,21-28; Luc.4,31-37
Kajafas:hogepriester, benoemd door de procurator Calerius en afgezet door de legaat Vitellius. Oefende het ambt uit van ± 18 tot 36 Mat.26,3.57; Luc.3,2; Joh. 11,49; 18,13.14.24.28; Hand .4,6
Kana: de bruiloft te Kana............Joh.2,1-12
de Kananese vrouw...............Mat. 15,21-28
Karpus: christen bij wie Paulus zijn mantel liet liggen......2 Tim.4,13
Kastijding: in het OudeTestament..... Judas 5-7
God kastijdt tot ons heil...............Hebr. 12,4-13
Kefas: rots, naam die Jezus aan Petrus gaf ..... Mat. 16,18; Joh.1,42;
I Kor.1,12;3,22,9,5;15,5; Gal.1,18;2,9.14
Keizer: belasting aan de keizer......Mat.22,15-22; Marc.12,13-17;
Luc.20,20-26
Kennis: gebed om kennis............Ef.3,14-21
Kenteken: liefde als kenteken van Gods kinderen....Joh.4,7-5,4
Kerk: (zie ook lichaam)
de organisatie van de kerk...........Tit.1,5-9
de kerk als lichaam van Christus..............I Kor.12,12-31
Christus' verhouding tot de kerk................Gal.5,21-33
de kerk als bruid....................Apok.22,17
verscheidenheid van gaven in de kerk..............Ef.4,7-16
de heidenwereld opgenomen in de kerk......Ef.2,11-22
Paulus dienaar van de kerk................Ef.3,1-12
Johannes en de zeven kerken van Azië.........Apok.2,1-3,22
Kind: het kind als voorbeeld............Mat.18,1-5;Marc.9,33-41;
Luc.9,46-48
de kinderen bij Jezus.....Mat.19,13-15; Marc.10,13-16; Luc.18,15-17
de kindermoord door Herodes de Grote........Mat.2,16-18
Gods kind door het geloof..............Gal.4,1-11
kind van God en de heilsverwachting.............I Joh.2,28-3,2
Kindschap Gods en de zonde ....I Joh-3,3-24; 4,7-5,4
Klaaglied: over Babylon..........Apok. 18,9-24
Klacht: klacht over Jeruzalem..............Mat.23,37-39; Luc.13,34-35;
19,41-44
Kleofas: een van de leerlingen op weg naar Emmaus.....Luc.24,18
Klopas: waarschijnlijk echtgenoot van Maria, die mede onder het kruis stond...............Joh. 19,25
Komplot: het komplot om Jezus ter dood te brengen.....Mat.26,1-5
Marc.14,1-2; Luc.22,1-6
Korinte: Paulus en de gemeente van Korinte.........2 Kor.1,12-7,16
veranderd reisplan..................2 Kor.1,12-2,13
Bemiddeling van Titus..........2 Kor.6,11-7,16
Kreta: taak van Titus op Kreta...............Tit.1,5-3,11
Kritiek: Jezus stelt de gemeenten onder kritiek................Apok-2-3
kritiek begint in eigen huis, ook in de kerk...........I Petr.4,17
de bergrede: maatschappijkritiek?............Mat.5-7
Jezus is de norm van kritiek...........Joh. 12,31
Kruis: (zie ook lijden; verlossing)
de dwaasheid van het kruis.................I Kor.1,18-2,5
vrij door Christus´ kruis...........Rom.7,1-6
Kruisiging: de kruisiging van Jezus....Mat.27,32-44; Marc.1 5,22-32; Lc.23,26-43; Joh. 19,17-24
Kuisheid: vermaning tot kuisheid........I Tess.4,1-12
kuisheid en christelijke opvattingvan het lichaam........I Kor.6,12-20
Kwaad: de macht van het kwaad.....Mat.12,43-45; Luc. 11, 24-26
Kafarnaüm: prediking te Kafarnaüm....Marc. 1,21-28; Luc.4,31-37
Kajafas:hogepriester, benoemd door de procurator Calerius en afgezet door de legaat Vitellius. Oefende het ambt uit van ± 18 tot 36 Mat.26,3.57; Luc.3,2; Joh. 11,49; 18,13.14.24.28; Hand .4,6
Kana: de bruiloft te Kana............Joh.2,1-12
de Kananese vrouw...............Mat. 15,21-28
Karpus: christen bij wie Paulus zijn mantel liet liggen......2 Tim.4,13
Kastijding: in het OudeTestament..... Judas 5-7
God kastijdt tot ons heil...............Hebr. 12,4-13
Kefas: rots, naam die Jezus aan Petrus gaf ..... Mat. 16,18; Joh.1,42;
I Kor.1,12;3,22,9,5;15,5; Gal.1,18;2,9.14
Keizer: belasting aan de keizer......Mat.22,15-22; Marc.12,13-17;
Luc.20,20-26
Kennis: gebed om kennis............Ef.3,14-21
Kenteken: liefde als kenteken van Gods kinderen....Joh.4,7-5,4
Kerk: (zie ook lichaam)
de organisatie van de kerk...........Tit.1,5-9
de kerk als lichaam van Christus..............I Kor.12,12-31
Christus' verhouding tot de kerk................Gal.5,21-33
de kerk als bruid....................Apok.22,17
verscheidenheid van gaven in de kerk..............Ef.4,7-16
de heidenwereld opgenomen in de kerk......Ef.2,11-22
Paulus dienaar van de kerk................Ef.3,1-12
Johannes en de zeven kerken van Azië.........Apok.2,1-3,22
Kind: het kind als voorbeeld............Mat.18,1-5;Marc.9,33-41;
Luc.9,46-48
de kinderen bij Jezus.....Mat.19,13-15; Marc.10,13-16; Luc.18,15-17
de kindermoord door Herodes de Grote........Mat.2,16-18
Gods kind door het geloof..............Gal.4,1-11
kind van God en de heilsverwachting.............I Joh.2,28-3,2
Kindschap Gods en de zonde ....I Joh-3,3-24; 4,7-5,4
Klaaglied: over Babylon..........Apok. 18,9-24
Klacht: klacht over Jeruzalem..............Mat.23,37-39; Luc.13,34-35;
19,41-44
Kleofas: een van de leerlingen op weg naar Emmaus.....Luc.24,18
Klopas: waarschijnlijk echtgenoot van Maria, die mede onder het kruis stond...............Joh. 19,25
Komplot: het komplot om Jezus ter dood te brengen.....Mat.26,1-5
Marc.14,1-2; Luc.22,1-6
Korinte: Paulus en de gemeente van Korinte.........2 Kor.1,12-7,16
veranderd reisplan..................2 Kor.1,12-2,13
Bemiddeling van Titus..........2 Kor.6,11-7,16
Kreta: taak van Titus op Kreta...............Tit.1,5-3,11
Kritiek: Jezus stelt de gemeenten onder kritiek................Apok-2-3
kritiek begint in eigen huis, ook in de kerk...........I Petr.4,17
de bergrede: maatschappijkritiek?............Mat.5-7
Jezus is de norm van kritiek...........Joh. 12,31
Kruis: (zie ook lijden; verlossing)
de dwaasheid van het kruis.................I Kor.1,18-2,5
vrij door Christus´ kruis...........Rom.7,1-6
Kruisiging: de kruisiging van Jezus....Mat.27,32-44; Marc.1 5,22-32; Lc.23,26-43; Joh. 19,17-24
Kuisheid: vermaning tot kuisheid........I Tess.4,1-12
kuisheid en christelijke opvattingvan het lichaam........I Kor.6,12-20
Kwaad: de macht van het kwaad.....Mat.12,43-45; Luc. 11, 24-26
Kafarnaüm: prediking te Kafarnaüm....Marc. 1,21-28; Luc.4,31-37
Kajafas:hogepriester, benoemd door de procurator Calerius en afgezet door de legaat Vitellius. Oefende het ambt uit van ± 18 tot 36 Mat.26,3.57; Luc.3,2; Joh. 11,49; 18,13.14.24.28; Hand .4,6
Kana: de bruiloft te Kana............Joh.2,1-12
de Kananese vrouw...............Mat. 15,21-28
Karpus: christen bij wie Paulus zijn mantel liet liggen......2 Tim.4,13
Kastijding: in het OudeTestament..... Judas 5-7
God kastijdt tot ons heil...............Hebr. 12,4-13
Kefas: rots, naam die Jezus aan Petrus gaf ..... Mat. 16,18; Joh.1,42;
I Kor.1,12;3,22,9,5;15,5; Gal.1,18;2,9.14
Keizer: belasting aan de keizer......Mat.22,15-22; Marc.12,13-17;
Luc.20,20-26
Kennis: gebed om kennis............Ef.3,14-21
Kenteken: liefde als kenteken van Gods kinderen....Joh.4,7-5,4
Kerk: (zie ook lichaam)
de organisatie van de kerk...........Tit.1,5-9
de kerk als lichaam van Christus..............I Kor.12,12-31
Christus' verhouding tot de kerk................Gal.5,21-33
de kerk als bruid....................Apok.22,17
verscheidenheid van gaven in de kerk..............Ef.4,7-16
de heidenwereld opgenomen in de kerk......Ef.2,11-22
Paulus dienaar van de kerk................Ef.3,1-12
Johannes en de zeven kerken van Azië.........Apok.2,1-3,22
Kind: het kind als voorbeeld............Mat.18,1-5;Marc.9,33-41;
Luc.9,46-48
de kinderen bij Jezus.....Mat.19,13-15; Marc.10,13-16; Luc.18,15-17
de kindermoord door Herodes de Grote........Mat.2,16-18
Gods kind door het geloof..............Gal.4,1-11
kind van God en de heilsverwachting.............I Joh.2,28-3,2
Kindschap Gods en de zonde ....I Joh-3,3-24; 4,7-5,4
Klaaglied: over Babylon..........Apok. 18,9-24
Klacht: klacht over Jeruzalem..............Mat.23,37-39; Luc.13,34-35;
19,41-44
Kleofas: een van de leerlingen op weg naar Emmaus.....Luc.24,18
Klopas: waarschijnlijk echtgenoot van Maria, die mede onder het kruis stond...............Joh. 19,25
Komplot: het komplot om Jezus ter dood te brengen.....Mat.26,1-5
Marc.14,1-2; Luc.22,1-6
Korinte: Paulus en de gemeente van Korinte.........2 Kor.1,12-7,16
veranderd reisplan..................2 Kor.1,12-2,13
Bemiddeling van Titus..........2 Kor.6,11-7,16
Kreta: taak van Titus op Kreta...............Tit.1,5-3,11
Kritiek: Jezus stelt de gemeenten onder kritiek................Apok-2-3
kritiek begint in eigen huis, ook in de kerk...........I Petr.4,17
de bergrede: maatschappijkritiek?............Mat.5-7
Jezus is de norm van kritiek...........Joh. 12,31
Kruis: (zie ook lijden; verlossing)
de dwaasheid van het kruis.................I Kor.1,18-2,5
vrij door Christus´ kruis...........Rom.7,1-6
Kruisiging: de kruisiging van Jezus....Mat.27,32-44; Marc.1 5,22-32; Lc.23,26-43; Joh. 19,17-24
Kuisheid: vermaning tot kuisheid........I Tess.4,1-12
kuisheid en christelijke opvattingvan het lichaam........I Kor.6,12-20
Kwaad: de macht van het kwaad.....Mat.12,43-45; Luc. 11, 24-26



















