Bijbelse namen en begrippen - D
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Betekenis Bijbelse woorden en namen (pdf)
AALMOES
Daden: geloof zonder daden..................Jac.1,19-27
Damascus: de roeping van Paulus bij Damascus...........Hand.9,1-9
optreden van Paulus te Damascus..Hand.9,20-25
Damaris: vrouw die zich bekeert na Paulus' rede in Athene ........................Hand.17,34
Dank:dank aan God door Christus......Rom. 1,8-15; 2 Kor.1,3-11
dank voor ontvangen genaden..............I Kor. 4-9; 2 Tess. 1,3-12 ;
Kol.1,3-14; Fil 1,3-11; I Tim.1,12-20; 2 Tim. 1,3-2,13
dank voor het geloof...............Ef. 1,15-23
dank voor ondersteuning.......Fil.4,10-20
dank aan God voor succes.....I Tess.1,2-10
dank voor christelijke houding . . . .Filemon 4-7
David: de messias, zoon van David..............Mt.22,41-46
....................................................Marc.12,35-37; Lc.20,41-44
Deborah
de eerste vrouw in de joodse geschiedenis die moedig en vastberaden de strijd met de vijand aanbond en haar volk bevrijdde van de onderdrukking. Haar verhaal is te vinden in het oudtestamentische boek Richteren (Rechters), hoofdstuk 4 en 5.
Plaats en tijd
Kanaän, het huidige Palestina, het beloofde land, ongeveer 1200 voor Christus. In die tijd en in die streek speelt het verhaal zich af.
Het Joodse volk is onder leiding van Mozes uit Egypte – waar ze zo'n 400 jaar vertoefd zouden hebben (Exodus 12, 41) – door de Sinaï-woestijn in het ‘beloofde’ land teruggekeerd. De nakomelingen van aartsvader Jacob keren terug in een gebied, waar natuurlijk niemand op hen zit te wachten. Bovendien zijn ze heel wat talrijker dan toen de ‘familie Jacob’ vanwege de hongersnood naar Egypte trok.
Gedurende hun langdurige terugreis (ruim 40 jaar), zijn ze door Mozes tot een eenheid gesmeed, met een eigen godsdienst en met eigen leef- en gedragsregels. Centraal staan Jahwe en de Tien Geboden. Organisatorisch zijn er twaalf zelfstandige stammen (families), nakomelingen van de twaalf zonen van Jacob. Er is geen centraal gezag. Er is wel een saamhorigheidsgevoel, dat zich vooral manifesteert bij het optreden tegen vijandigheid van buiten. Het joodse volk is in die tijd grotendeels nog een nomadenvolk. En er zijn richteren: mensen die in tijden van nood ‘uit het niets’ opduiken, tijdelijk het leiderschap op zich nemen en het volk uit de nood helpen. Vaak ook treden zij op als rechter (rechtspreker).
Debora, de richteres
De eerste vrouw van wie in de Joodse geschiedenis bekend is dat zij een leidende rol heeft gespeeld in het volksleven is de richteres Debora, een getrouwde vrouw. Op zich is zij daarom al een merkwaardige figuur. Over het algemeen is het met de positie van de vrouw in die tijd, bij deze volken, treurig gesteld: vaak weinig meer dan koopwaar, volkomen ondergeschikt aan de man. Toch ging het ook al toen, zoals nog zo vaak later, dat de vrouw zich op bepaalde belangrijke momenten laat gelden. Men zegt wel, dat de vrouw met haar sterker ontwikkeld gevoelsleven en haar fijnere intuïtieve aanleg, meer dan de man de geschiktheid heeft de onmiddellijke tolk van de Eeuwige te zijn. Zo is het ook niet te verwonderen dat we hier de gestalte zien van een profetische vrouw, die – zoals er eenvoudig in het boek Richteren staat – Israël ‘richtte’.
Een opvallend tafereel wordt in hoofdstuk 4, 4-5 beschreven. Op bepaalde momenten zet zij zich neer onder een grote palmboom, naar haar de Debora-boom genoemd. En, als kinderen naar hun moeder, komen de volksgenoten naar haar toe. Zij spreekt ‘recht’ onder hen.
De vijand, de onderdrukker
In die tijd ontwikkelen de Kanaänieten zich tot een machtig volk met een sterk leger voorzien van strijdwagens. Zij worden ook de baas in de gebieden waar de twaalf stammen zich hebben gevestigd en oefenen een verschrikkelijke tirannie uit over hen. Deze toestand wordt op den duur ondraaglijk en onverenigbaar met de bijzondere positie van de Israëlieten als volk van God. Nationalisme en godsdienst zijn voor het bewustzijn van die tijd onverenigbaar, maar niet alleen toen!
Voor Debora moet ten slotte de maat vol zijn geweest: zij doet een heroïsche en welgeslaagde poging om, met hulp van Jahwe, de onderdrukker te verdrijven en te verslaan.
De bevrijding
Debora zoekt en vindt een legeraanvoerder, Barak. Zij nodigt alle stammen uit om deel te nemen aan de opstand, maar ze doen niet allemaal mee. Barak wil dat ze met hem optrekt om slag te leveren. Eerst weigert ze, maar uiteindelijk gaat ze onder druk mee. Barak zegt dat hij zonder haar deelname niet aan de klus begint; chantage dus. Het geeft wel aan hoe belangrijk zij in zijn ogen was. Waarschijnlijk moest haar aanwezigheid bij de veldslag ook de tegenstanders imponeren. De veldslag wordt gewonnen en Sisera, de aanvoerder van de
Kanaänieten, wordt gedood. De dood van Sisera is eigenlijk een verhaal binnen een verhaal. Hoofdstuk 5 en daarmee het verhaal over deze bijzondere vrouw eindigt met de zin: “Toen had het land veertig jaar rust.”
Het Debora-lied
Van deze bevrijding geeft een van de oudste liederen die de bijbel bevat een aangrijpende, maar ook dichterlijke beschrijving. Lees het eens: Richteren 5. Het is wel zeker dat dit lied 's avonds voor de tent op veel plaatsen gezongen is. Zoals veel later hier in het Westen door minstreels en troubadours de heldendaden van koningen en ridders zingend werden verhaald.
Vanaf vers 24 tot en met 31 wordt de dood van Sisera beschreven. Debora speelt daar direct geen enkele rol in, maar wel twee andere vrouwen. Jaël, die de vluchtende en dorstige Sisera in haar tent uitnodigt voor een verfrissende drank en hem vervolgens vermoordt. Daarnaast de moeder van Sisera, die vergeefs wacht op haar zoon, die natuurlijk als overwinnaar en voorzien van rijke buit zal terugkeren. Het lied eindigt aldus: “Zo zullen omkomen al uw vijanden, o Here! Maar die Hem liefhebben zijn als de opgaande zon in haar kracht.”
Wij zijn intussen toch wat anders gaan denken over de rol van God!
Een boodschap?
De richteres Debora is met vele andere vrouwen een boodschap van God. God zegt duidelijk dat Hij er geen enkel bezwaar tegen heeft dat vrouwen zelfs topfuncties binnen religies bekleden. Misschien is dit wat kort door de bocht en wat badinerend, maar het is wel iets om over na te denken!
Demas: medewerkervan Paulus, die hem in de steek laat 2 Tim.4,10
Kol.4,10-l4; Fil.24
Demetrius: 1. zilversmid te Efese, die oproer ontketend Hand.19 23-40,
2. mogelijk leider van een gemeente................3 Joh.12
Diaken: eisen gesteld voor het diakonaat.............I Tim.3,846
aanstelling van zeven diakens ......................... .Hand.6,1-6
Dienstbaarheid: de onnutte dienstknecht.......Luc 17,7-10
twist onder de leerlingen over de eerste plaats...........Mat.20,20-28;
.................Marc.10,35-45; Luc.22,24-30
in de gemeente................Rom 12,3-8
Dionysius: christen die graag op voorgrond treedt..............3 Joh.9
Diotrefes: bijgenaamd de Aeropagiet bekeerde zich na Paulus' rede in Athene........................................Hand.17,34 aanspraak van Johannes aan..............3 Joh.9-11
Dood: de, dood van de Galilee<U>ë</U>rs onder Pilatus.....Luc 13,1-5
de dood van Herodes Agrippa...............................Hand. 12,20-25
de dood van Jezus....Mat 27,45-56; Marc.15,33-41; Luc 23,44-49;
........................................Joh. 19,24-37
de dood van Joh. de Doper...........Mat.14,1-12; Mc.6,14-29
.................Luc 3,19-20;9,7-9,
de dood van Stefanus........................Hand.7,54-60
Jezus spreekt over zijn komende dood Joh. 12,20-36;16,16-33
overwinning op de dood....................Rom.8,1-39
opstanding uit de dood.......................I Kor.15,1-38.
levendgewarden in Christus..............Ef 2,1-10
afgestorvenen en levenden bij wederkomst I Tess.4,13-18
dood komt onverwacht......................I Tess 53-11
zonde ten dode ....................................I Joh.5,13-21
de gedoden onder het altaar..............Apok 6,1-17
Doof: genezing van een doofstomme...........Marc.7,31-37
Doop: de doop van Jczus in de rivier de Jordaan....Mat 3,13-17
...................Marc.1,9-11; Luc 3,21-22
Doopsel: bevrijd door het doopsel..........Rom.6,1-11
doopsel en christelijke levenshouding Rom.6,12-23;
doopsel als besnijdenis in Christus........Kol.2,6-15
Dorkas: in het aramees Tabita geheten, door Paulus ten leven gewekt.................Hand.9,36
Draak: de vrouw en de draak.....................Apok. 12,1-18
Drachme: gelijkenis van de verloren drachme......Luc.15,8-10
Drusilla: jodin, echtgenote van de romeinse procurator Felix .....................Hand.24,24
Dulzendjarig: het duizendjarig rijk................Hand 20,1-6
Dwaasheid: de dwaasheid van het kruis..............I Kor.1,18-2,5
Dwaling: waarschuwing tegen dwaalleer.............Kol.2,6-15
2 Tim 2,14-26; 2 Joh 7-11; Judas 3-16
strijd tegen de dwaling........................Tit 1,10-16; I Tim.6,3-10;
2 Petr.2,1-22
Daden: geloof zonder daden..................Jac.1,19-27
Damascus: de roeping van Paulus bij Damascus...........Hand.9,1-9
optreden van Paulus te Damascus..Hand.9,20-25
Damaris: vrouw die zich bekeert na Paulus' rede in Athene ........................Hand.17,34
Dank:dank aan God door Christus......Rom. 1,8-15; 2 Kor.1,3-11
dank voor ontvangen genaden..............I Kor. 4-9; 2 Tess. 1,3-12 ;
Kol.1,3-14; Fil 1,3-11; I Tim.1,12-20; 2 Tim. 1,3-2,13
dank voor het geloof...............Ef. 1,15-23
dank voor ondersteuning.......Fil.4,10-20
dank aan God voor succes.....I Tess.1,2-10
dank voor christelijke houding . . . .Filemon 4-7
David: de messias, zoon van David..............Mt.22,41-46
....................................................Marc.12,35-37; Lc.20,41-44
Demas: medewerkervan Paulus, die hem in de steek laat 2 Tim.4,10
Kol.4,10-l4; Fil.24
Demetrius: 1. zilversmid te Efese, die oproer ontketend Hand.19 23-40,
2. mogelijk leider van een gemeente................3 Joh.12
Diaken: eisen gesteld voor het diakonaat.............I Tim.3,846
aanstelling van zeven diakens ......................... .Hand.6,1-6
Dienstbaarheid: de onnutte dienstknecht.......Luc 17,7-10
twist onder de leerlingen over de eerste plaats...........Mat.20,20-28;
.................Marc.10,35-45; Luc.22,24-30
in de gemeente................Rom 12,3-8
Dionysius: christen die graag op voorgrond treedt..............3 Joh.9
Diotrefes: bijgenaamd de Aeropagiet bekeerde zich na Paulus' rede in Athene........................................Hand.17,34 aanspraak van Johannes aan..............3 Joh.9-11
Dood: de, dood van de Galilee<U>ë</U>rs onder Pilatus.....Luc 13,1-5
de dood van Herodes Agrippa...............................Hand. 12,20-25
de dood van Jezus....Mat 27,45-56; Marc.15,33-41; Luc 23,44-49;
........................................Joh. 19,24-37
de dood van Joh. de Doper...........Mat.14,1-12; Mc.6,14-29
.................Luc 3,19-20;9,7-9,
de dood van Stefanus........................Hand.7,54-60
Jezus spreekt over zijn komende dood Joh. 12,20-36;16,16-33
overwinning op de dood....................Rom.8,1-39
opstanding uit de dood.......................I Kor.15,1-38.
levendgewarden in Christus..............Ef 2,1-10
afgestorvenen en levenden bij wederkomst I Tess.4,13-18
dood komt onverwacht......................I Tess 53-11
zonde ten dode ....................................I Joh.5,13-21
de gedoden onder het altaar..............Apok 6,1-17
Doof: genezing van een doofstomme...........Marc.7,31-37
Doop: de doop van Jczus in de rivier de Jordaan....Mat 3,13-17
...................Marc.1,9-11; Luc 3,21-22
Doopsel: bevrijd door het doopsel..........Rom.6,1-11
doopsel en christelijke levenshouding Rom.6,12-23;
doopsel als besnijdenis in Christus........Kol.2,6-15
Dorkas: in het aramees Tabita geheten, door Paulus ten leven gewekt.................Hand.9,36
Draak: de vrouw en de draak.....................Apok. 12,1-18
Drachme: gelijkenis van de verloren drachme......Luc.15,8-10
Drusilla: jodin, echtgenote van de romeinse procurator Felix .....................Hand.24,24
Dulzendjarig: het duizendjarig rijk................Hand 20,1-6
Dwaasheid: de dwaasheid van het kruis..............I Kor.1,18-2,5
Dwaling: waarschuwing tegen dwaalleer.............Kol.2,6-15
2 Tim 2,14-26; 2 Joh 7-11; Judas 3-16
strijd tegen de dwaling........................Tit 1,10-16; I Tim.6,3-10;
2 Petr.2,1-22



















