Bijbelse namen en begrippen - F
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Betekenis Bijbelse woorden en namen (pdf)
AALMOES
Farizee<U>ë</U>n: gelijkenis van de farizee<U>ë</U>r en de tollenaar...Luc.18,9-14
ongeloof van de farizee<U>ë</U>n....Mat. 16,1-12; Marc.8,11-12
..................Joh. 12,37-43
strafrede tegen de farizee<U>ë n.....Mat. 3,7-12; 23,1-36; Marc. 12,38-40;
.......Luc.20,45-47; 11,37-54
Febe: diakones van de gemeente te Kenchreae..............Rom.16,1
Felix: procurator van Judea, echtgenoot van Drusilla ...........Hand.23,24.26; 24,3.22,24.25.27; 25,14
Festus: procurator van Judea van 60-62 ...Hand.24,27; 25,1.4.9.12.
22,26,24.32
Filadelfia: de kerk van Filadelfia geprezen om haar trouw ............................Apok.3,7-13
Filemon: aanzienlijk christen te Kolosse aan wie Paulus een brief schrijft.................Filemon I
Filetus: dwaalleraar die beweerde dat de opstanding reeds had plaaftsgehad............... . . .2 Tim 2,17
Filippus: 1-Herodes Filippus, zoon van Herodes, de Grote, halfbroer van Filippus en Herodes Antipas..............Mat.14,3; Marc.6,17
2-.zoon van Herodes de Grote, halfbroer van Herodes Antipas, viervorst van Gaulanitis enTrachonitis...... Luc.3,1
3- een van de 12 apostelen............. Mat.10,3; Joh.6,5;12,21; 14,8; ...................Hand.1,13
4- een van de zeven diakenen te Jeruzalem ...Hand. 6,5; 8,5-13;
...............8,26-39; 2,9
Filogus : christen te Rome................Rom.16,14
Flegon: christen te Rome..................Rom.16,14
Fortunatus: gezel van Paulus, een van de drie boodschappers aan Efese....................I Kor. 16,17
Fygelus: christen die zich van Paulus afkeerde.....2 Tim. 1, 15
Farizeeën: gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar...Luc.18,9-14
ongeloof van de farizeeën....Mat. 16,1-12; Marc.8,11-12
..................Joh. 12,37-43
strafrede tegen de farizee<U>ë n.....Mat. 3,7-12; 23,1-36; Marc. 12,38-40;
.......Luc.20,45-47; 11,37-54
Febe: diakones van de gemeente te Kenchreae..............Rom.16,1
Felix: procurator van Judea, echtgenoot van Drusilla ...........Hand.23,24.26; 24,3.22,24.25.27; 25,14
Festus: procurator van Judea van 60-62 ...Hand.24,27; 25,1.4.9.12.
22,26,24.32
Filadelfia: de kerk van Filadelfia geprezen om haar trouw ............................Apok.3,7-13
Filemon: aanzienlijk christen te Kolosse aan wie Paulus een brief schrijft.................Filemon I
Filetus: dwaalleraar die beweerde dat de opstanding reeds had plaaftsgehad............... . . .2 Tim 2,17
Filippus: 1-Herodes Filippus, zoon van Herodes, de Grote, halfbroer van Filippus en Herodes Antipas..............Mat.14,3; Marc.6,17
2-.zoon van Herodes de Grote, halfbroer van Herodes Antipas, viervorst van Gaulanitis enTrachonitis...... Luc.3,1
3- een van de 12 apostelen............. Mat.10,3; Joh.6,5;12,21; 14,8; ...................Hand.1,13
4- een van de zeven diakenen te Jeruzalem ...Hand. 6,5; 8,5-13;
...............8,26-39; 2,9
Filogus : christen te Rome................Rom.16,14
Flegon: christen te Rome..................Rom.16,14
Fortunatus: gezel van Paulus, een van de drie boodschappers aan Efese....................I Kor. 16,17
Fygelus: christen die zich van Paulus afkeerde.....2 Tim. 1, 15



















