| |
Bijbelse namen en begrippen
Op deze pagina een beknopt overzicht - Onder de letterverwijzingen uitgebreid overzicht
Gadara: de bezetenen te Gadara...Mat.8,28-34; Marc.5,1-20;
.........Luc.8,26-39
Gajus: 1. door Paulus gedoopte Korinti<U>ër...Rom. 16,23; 1 Kor. 1, 14
2. onbekende christen, mogelijk geadresseerde van brief van Johannes...............3 Joh. I
Gallio: landvoogd van de provincie Achaje. De proconsul wijst de klacht
van de joden tegen Paulus af.........Hand. 18,12-17
Galilea: dood van de Galilee<U>ërs onder
Pilatus Luc. 13,1 -5 prediking van lezus in
Galilea..............Mat.4,12-17; Marc. 1, 14-15; Luc.4,14-15
werkzaamheid van Jezus in Galilea.......Mat.4,23-25; Marc.1,35-39; .............Luc.4,42-44; Joh.4,43-45
Gamaliël: kleinzoozi van Hillel. Farize<U>ër
en schriftgeleerde te Jeruzalem. Leermeester van Paulus
........Hand.5,34;22.3
Gastvrijheid: Samen aan tafel........Luc.22,7-10
nodig de 'armen' uit............Luc.14,7-14
vrede over dit huis...............Luc.10,1-16
vreemdelingen een huis geven...............Mat.25,34-40
Gave: Gods gave en de taak van de christen................2 Petr.1,3-11
verscheidenheid van gave in de kerk......................Ef.4,7-16
vele, gaven en toch een geest........I Kor.12,1-11
de gaven van de Geest....................Rom. 8, 1-17
Gebed: dankgebed van de kerk..................Hand.4,23-31
gelijkenis over het gebed............Luc.18,1-18
hogepriesterlijk gebed van Jezus..................Joh.27,1-26
Jezus bidt voor zichzelf............................Joh.17,1-5
Jezus bidt voor zijn leerlingen.....................Joh. 17,6-19
lezus bidt voor de gelovigen.................Joh. 17,20-26
woorden over het gebed.....Mat.6,5-1 5; 7,7-12; Luc.11,1-13
hoe de gemeente hoort te bidden.....................I Tim.2,1-15
volharding in het Gebed...........................Kol.4,2-6
gebed in alle omstandigheden............................Jac.5,12-20
gebed om kennis..............................Ef.3,14-21
dankgebed om gaven Gods...........................Rom.1,8-15
Ef, 1, 1 5-23; Fil.1,3-11; Kol.1,3-14; 2 Tess. 1,3-12; Filemon 4-7
Geboorte: aankondiging van de geboorte van
Jezus ...................Luc. 1,26-38
aankondiging van de geboorte van Joh. de Doper........Luc.1,5-25
de geboorte van Jezus......Mat.1,18-25; Luc.2,1-7
de geboorte van Joh. de Doper......Luc.1,57-58
Geduld: en standvastigheid.................Jac.5,7-20
Geest: de belofte van de geesteszending......Joh.14,25-31
de gaven van de Geest.................Hand.2,1-13
vele gaven en toch een geest..............I Kor.12,1-11
de gaven van de Geest .......................Rom.8,1-17
de onderscheiding der geesten................I Joh.4,1-6
de geest en de christelijkc,wijsheid.................I Kor.2,6-3,4
Geheim: het geheim van het heil in Christus.........Rom.11,25-32
................Rom 16,25-27; Ef.3,1-16
het geheim van Gods roeping.................Rom.9,14-23
Gehoorzaamheid: in gezin en ten opzichte van anderen ....................Ef.5,21-33
Geldzucht: als strijdig tegen het christelijk leven....... I Tim.6,3-10
vermaning aan de rijken........I Tirn.6,17-19
Geloof: de kracht van het geloof......Mat.21,21-22; Marc.11,20-22
woorden over het geloof.......Luc.17,5-6
het geloof in Christus brengt redding......... Rom.10,5-17
geloof in Christus schenkt gerechtigheid .............Rom.3,21-4,25
......................Gal.3,15-29
geloof in Christus en de wet..............Gal.3,15-29
door geloof kind van God.................Gal.4,1-11
geloof noodzakelijk om Gods rust binnen te gaan.........Hebr.3,7-4,13
geloof in Christus overwint de wereld en schenkt leven...I Joh.5,5-12
volharding in het geloof............Hebr.5,11-6,12; 10,19-13,25
het geloof der ouden ons voorbeeld.......Hebr. 11, 1-40
het geloof zonder de werken......Jac.1,19-27; 2,14-26
het geloof verdedigen...............Judas 3-4
vermaning tot geloof.................Judas 17-23
het geloof van de gemeente te Tessalonica..............I Tess.2,13-16
Geluk: het ware geluk .......Luc. 11,27-28
Gelijkenis: de gelijkenis van:
de twee blinden.......Luc.6,39-46
de bruidsmeisjes............ Mat.25.1-13
een bruiloft ...........Luc.14,7-14
de bruiloftsgasten.................Mat.22.1-14; Luc.14,15-24
de gesloten deur ..........Luc.13,24-30
de deurwachter..................Marc.13,33-37; Luc.12,35-38
de verloren drachme...............Luc.15,8-10
de farizee<U>ër en de tollenaar..........Luc.18,9-14
het gist........Mat.13,33-35; Luc.13,20-21
de inbreker.................Mat.24,43; Luc.12,39-40
de spelende kinderen..............Mat.11,16-19; Luc.7,31-35
de knecht...........Mat.24,45-51; Lc.12,42-46
de lelijke knecht...........Mat.18,23-35
de onnutte knechten................Luc.17,7-10
de lamp..................Marc.4,21-25
Lazarus en de rijkc man................Luc.16,19-31
het licht...............Mat.3,14-16; Luc.8,16-18; 11,33-36
een rijke man...........Luc.12,13-21
het mosterdzaad........Mat.13,31-32; Marc.4,30-32; Luc.13,18-19
het onkruid an de tarwe..........Mat. 13,24-30; 36-43
de kostbare parel...............Mat. 13,44-45
de rechter en de weduwe.............Luc.18,1-8
de onrechtvaardige rentmeester .......Luc.16,1-15
de barmhartige Samaritaan..............Luc.10,30-37
het verloren schaap.........Mat.l8, 11-14; Luc. 15, 1-7
de schat in de akker.................Mat.13,44
de twee schuldenaars.................Luc.7,41-43
het sleepnet...................Mat. 13,47-52
de talenten........................Mat.25,14-30; Luc.19,11-27
de tarwe en het onkruid...............Mat. 13,24-30; 36-43
de tollenaar en de farizee<U>ër...........Luc. 1 8,9-14
de torenbouw en het oorlogvoeren.........Luc.14,28-32
de vriend...............Luc.11,5-8
de vijgeboom............Luc. 13,6-9
de ontspruitende vijgeboom...........Mat.24,32-36; Marc.13,28-32
................Luc.29,29-31
de weduwe en de rechter........Luc. 18,1-8
de arbeiders in de wijngaard . . . . .Mat. 20,1-16
de wijngaardeniers........Mat.21,33-46; Marc.12,1-12; Luc.20,9-19
het zaad...........Marc.4,26-29
de zaaier.............Mat. 13,1-23; Marc.4,1-20; Luc.8,4-15
de twee zonen...........Mat.21,28-32
de verloren zoon...............Luc. 15,11-32
het zout......................Mat.5,13
de gelijkenis over.....
het gebed...................Luc. 18,1-8
de gerechtigheid...............Luc.18,9-14
de Mensenzoon...................Mat. 18,11-14; Luc. 1 5,1-17
het Rijk Gods...................Mat. 1 3,1-23; 18,23-35; 24-30; 24,32-36;
...................31-32.33-35.
het Rijk Gods....36-43.44-46; 47-52; Marc.4,1-20.26-29;30-32.13,28-32
.................Luc.8,4-15; 13,18-19; 20-21; 14,15-24; 29,29-31
de Wederkomst..........Mat.24,43; 25,14-30; Luc. 12,3940; 19,11-27
Gelijkvormigheid: aan Christus...............Rom.8,28-39
Gemeenschap: zie ook Eenheid)1. .:
met God en de zonde.............I Joh.1,5-2,2
met God en het gebod van de liefde..............I Joh.2,3-11
Gemeente dienstbetoon in de gemeente .............Rom.12,3-21
cenheid in de gemeente.............Rom. 15,7-13
hoe de gemeente hoort te bidden............. ..I Tim.2,1-15
regels voor de bijeenkornsten van de gemeente . . I Kor. 1 1,2-14,40
Genade: trouw aan Gods genade..........Hebr. 12,14-29
Gods genade voor Isra<U>ël en voor allen .............Rom.11,25-32
Genezing: de genezing van:
een bezetene......Mat.17,14-21; Marc.9,14-29; Luc.9,37-43
de blinde Bartimeus.....Marc,10,46-52; Luc.18,35-43
een blinde te Betsaida.......Marc.8,22-26; Joh.9,1-41
twee blinden..........Mat.9,27-31; 20,29-34
een bloedvloeiende vrouw...Mat.9,20-22; Mat.5,25-34; Luc.8,43-48
een doofstomme.............Marc.7,31-37
een lamme te Kafarnaum.........Mat.9,1-8; Marc.2,1-12; Luc.5,17-26
een lamme te Jeruzalem.........Joh.5,1-9
cen lamme genezen door Petrus.............Hand.3,1-10
een melaatse..................Mat.8,1-4; Marc.1,40-45; Luc.5,12-16
tien melaatsen..........Luc.17,1-19
de schoonmoeder van Petrus.............Mat.8,14-17; Marc.1,29-31;
.............Luc.4,38-41
een stomme...................Mat.9,32-34
een vrouw..............Luc. 13,10-17
ten waterzuchtige man.............Luc. 14,1-6
de zoon van een hofbeambte..................Mat.8,5-13; Luc.7,1-10;
...............Joh.4,46-54
genezingen op sabbat: Mat.12,9-14; Marc.3,1-6; Luc.6,6-11;
..............13,10-17; 14,1-6
Gerechfigheid: alleen het geloof in Christus schenkt gerechtigheid.............Rom.3,21-4,25; Gal.3,1-5,12
lijden om de gerechtigheid.................I Petr.3,13-4,6
Geslachtslijst: geslachtslijst van Jezus...Mat.1,1-17; Luc.3,23-38
Getekende: de getekenden en uitverkorenen voor Gods troon .................Apok.7,1-7
Getuigen: twee getuigen die profeteren................Apok.11,1-14
Getuigenis: getuigenis van Jezus over Joh. deDoper Mat.11,1-19;
..................Luc.7,18-35
zelfgetuigenis van Jezus...............Joh.8,21-59; 10,22-39
van apostelen en profeten..................2 Petr. 1, 12-21
getuigenis over Christus....................I Joh. 1, 1-4
Gevangenname:de gevangenname van Jezus..........Mat.26,47-56;
..................Marc.14,43-52; Luc.22,47-53; Joh. 18, 2-1 1
de gevangenname van Joh. deDoper ..Luc. 1, 18-20
Gevangenschap: Paulus' gevangenschap getuigend voor het evangelie...............Fil. 1, 12-26
Vorming: vorming tot innerlijke beleving..........Mat.6,1-18
vernieuwing van inzicht..................Rom.12,1-8
vrijheid boven de wet...................Gal.3,15-29
Gezag: het gezag van Jezus.........Mat.21,23-27; Marc.11,27-33;
...................Luc.20,1-8
Gezag: niet de wet, maar het geweten..............Rom.2,12-24
beroep op het geweten................2 Kor.4,1-17
gezag is dienstbaarheid..........Marc.10,41-44
geweten tegen gezag.................Hand.4,13-22
Gezin: het christelijk gezin................... Ef.5,21-6,9; Kol.3,18-4,1
Gist: zie onder gelijkenis
Glossolalie: profetie boven glossolalie...........I Kor.14,1-25
Gnosis: zie kennis
Gog: ondergang van satan met Gog en Magog..........Apok.20,7-10
Graf: het lege graf.....Mat.28,1-8.11-15; Marc. 16,1-8; Luc.24,1-12;
Joh.20,1-10
|
|
|