Bijbelse namen en begrippen - B
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Betekenis Bijbelse woorden en namen (pdf)
BAÄL
Een Belangrijke Kanaänitische godheid, die evenals Asjera en Astarte vereerd werd in verband met de vruchtbaarheid. De verering van Baäl is in Israël lange tijd beschouwd als een bedreiging voor de eigen godsdienst van de Israëlieten (Rechters 2:11-14; 1 Koningen 16:31-33; 18:16-40).
BALLINGSCHAP
Het gedwongen verblijf van belangrijke groepen van het Joodse volk in Assyrië en Babylonië. Het politieke, economische en culturele leven van het volk werd daardoor volkomen ontwricht. Op deze wijze maakten de Assyriërs in de jaren tussen 733 e 722 voor Christus een einde aan het noordelijke tienstammenrijk Israël. De gemengde bevolking die daar ontstond (Samaritanen; 2 Koningen 17:24-41), werd later niet als Joods erkend. Anderhalve eeuw later onderging het zuidelijke tweestammenrijk Juda hetzelfde lot (587 voor Christus). De Babylonische heerse Nebukadnessar voerde de koning en duizenden Judeeërs met hem in ballingschap naar Babel; de tempel werd verwoest. Later, onder het Perzische bewind, kregen de Judeeërs gelegenheid naar hun land terug te keren (2 Kronieken 36:22-23; Ezra 1);
BALSEM
Een geurige hars, die werd gebruikt als schoonheidsmiddel (Ester 2:12), voor het reinigen van wonden (Jeremia 51:8) en bij het afleggen van overledenen (Genesis 50:2-3,26; Johannes 19-40).
BEËLZEBUL
zie Duivel
BESNIJDENIS
Een ingreep, waarbij de voorhuid van het mannelijk geslachtsdeel wordt gesneden. Een Joods jongetje wordt besneden als hij acht dagen oud is. Het is het teken dat hij opgenomen is in het verbond van God met zijn volk (Genesis 17:9,14; Exodus 12:48-49; Lucas 1:59).
BLOED
Volgens bijbelse opvatting de drager van het leven. Het bloed is de levenskracht. Het behoort toe aan God en mag niet worden genuttigd (Leviticus 3:17; 17:12). Elke slachting is een bijzondere, rituele handeling. Bloed bewerkt verzoening en reinigt van schuld (Leviticus 17:11). Deze gedachte speelt ook in het Nieuwe Testament een rol als het gaat over de betekenis van het lijden en sterven van Jezus (Efeziërs 1:7; Hebreeërs 9:22).



















