Afbeelding Missale Romanum - 081                                        overzicht

Lees de Bijbel  De houtsnedes zijn gepubliceerd in 1593under onder de titel Adnotationes et Meditationes in Evangelia ("Notes and Meditations on the Gospels")
153 Afbeeldingen 1593 edition, in chronologische volgorde van Jezus' leven
klik op de afbeelding voor aanvullende informatie

JEZUS GENEEST TIEN MELAATSEN



BIJBELTEKST Lukas 17

Uit het evangelie volgens Lukas:

11 Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. 12 Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. 13 Ze verhieven hun stem en riepen: ‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’ 14 Toen hij hen zag, zei hij tegen hen: ‘Ga u aan de priesters laten zien.’ Terwijl ze gingen werden ze gereinigd. 15 Een van hen, die zag dat hij genezen was, keerde terug en loofde God met luide stem. 16 Hij viel neer aan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan. 17 Toen zei Jezus: ‘Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? 18 Wilde niemand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling?’ 19 Hij zei tegen de Samaritaan: ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.’

Het eerste 'wonder' in dit verhaal is dat de rabbi van Nazareth welbewust het grensgebied tussen Samaria en Galilea betreedt. In dit niemandsland wonen de verworpenen (onreinen) die niemand meer zijn. Hun woonplaats heeft geen naam en wordt omschreven met 'een zeker dorp'. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig: het gaat hier om een melaatsenkolonie.

Op het eerste gezicht lijkt dit wonderverhaal een echt mirakel. Er worden nota bene tien melaatsen genezen. Bij nader inzien wordt de genezing slechts 'en passent' beschreven en valt de focus op de acceptatie van een volstrekte outcast, te weten een melaatse Samaritaan. Een tweede vaak voorkomend misverstand is de veronderstelling dat de negen andere melaatsen niet deugen. Bij herlezing van het verhaal blijken zij zich echter te houden aan de opdracht die zij gekregen hebben.
Mogelijkerwijze komt de Samaritaan terug omdat hij aan niemand zijn geluk kan meedelen.
De herhaalde retorische vraagstelling aan het slot attendeert op de haast onmogelijke mogelijkheid dat deze 'vreemdeling' door zijn geloof behouden zou kunnen worden. Het verhaal correspondeert inhoudelijk met de metafoor in Lucas 17: 6, waarin de kwaliteit en niet de kwantiteit van het geloof van doorslaggevende betekenis is.


Om over na te denken 1


Tien melaatsen zagen Jezus en smeekten Hem van afstand om hen te genezen. In de wet van Mozes waren er strikte regels voor melaatsen. Vanwege de besmettelijkheid van hun ziekte mochten ze niet tussen de andere mensen wonen, en alles wat ze aanraakten, werd als onrein beschouwd. Dacht een melaatse dat hij genezen was, dan moest hij dat laten controleren door een priester. Was het inderdaad zo, dan werd een ritus van offers en reiniging ingezet en daarna mocht de ex-melaatse weer tussen de gezonden gaan wonen. Welke offers er gebracht moesten worden, hing af van de draagkracht van de betrokkene (Lv 14:1-32).

Jezus genas de tien melaatsen niet ter plaatse, maar beval hun – toen nog steeds ziek – naar de priesters te gaan om zich te laten controleren. Op weg daarnaartoe verliet hun melaatsheid hen. Eén van hen, een Samaritaan, was zo blij en dankbaar, dat hij terstond naar Jezus terugkeerde en zich voor Hem op de knieën wierp. Jezus verbaasde Zich erover, dat alleen deze vreemdeling teruggekeerd was; de anderen waren immers ook genezen? Hij vertelde de Samaritaan, dat diens geloof hem redding had gebracht.

De zonde: geestelijke melaatsheid

Melaatsheid, oftewel lepra, is tegenwoordig prima te genezen. Maar er is een geestelijke melaatsheid, die van alle tijden is en waarmee ook wij nog steeds te kampen hebben: de zonde. Steeds opnieuw gaan we in de fout. De zonde is een onreine staat waarvan alleen God ons kan genezen. Je zou zonde ook besmettelijk kunnen noemen. Niet voor niets, dat ouders hun kinderen liever niet met “foute” vrienden zien. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet.

Voorafbeelding van de biecht

Veel dingen uit de tijd van het Oude Testament zijn voorafbeeldingen van de komst van Jezus en de Kerk. Zoals de melaatse toen naar de priester moest om weer rein verklaard te worden, zo is er nu de biecht voor de zondaar om weer in het reine te komen met God. De joodse priester bekeek of iemand genezen was. De christelijke priester heeft vanuit zijn wijdingsambt de volmacht om in Naam van de H. Drievuldigheid een zondaar met oprecht berouw van zijn zonden te ontslaan. Om het proces af te maken, volgt hierop de penitentie, vergelijkbaar met de offers voor de melaatse. Net als in het Oude Testament: ieder naar draagkracht.

De functie van de priester is in geen van beide gevallen die van geneesheer. God is Degene die geneest en Hij heeft via de tempeldienst en later via de sacramenten de genezing midden in de geloofsgemeenschap gezet. Hiermee werd voorkómen, dat iemand zei een genezing gehad te hebben, terwijl dat misschien helemaal niet het geval was. Anders zou hij enkel zichzelf en anderen voor de gek gehouden hebben, al dan niet opzettelijk.

Onvolledig en volledig berouw

Een ex-melaatse blijft alleen gezond, als hij niet opnieuw omgaat met andere melaatsen. Gedurende de jaren van zijn ziekte zal hij zeker vrienden gemaakt hebben in de melaatsenkolonie. Maar die moet hij nu difinitief achter zich laten, wil hij niet opnieuw ziek worden.

Ook wij hebben vaak vriendschap gesloten met onze zondige gewoontes. Als we gereinigd zijn in de biecht, kunnen we hier toch gemakkelijk weer naar terugkeren. Oprecht, maar onvolledig berouw (angst voor de straffen van God) is zeker genoeg voor een geldige biecht. Bij volledig berouw (enorme spijt en verdriet, puur uit liefde voor God) zal de zondaar wel minder gemakkelijk terugvallen. Zijn zondige gewoontes – die vrienden uit het verleden – lonken nog steeds. Maar de allesomvattende liefde van de God in Wie hij gelooft en op Wie hij vertrouwt, weerhoudt hem ervan om naar die vrienden terug te keren.

Blijvende bekering

Waren die negen melaatsen, die niet terugkwamen naar Jezus om Hem te bedanken, niet rein geworden? Jawel, zo wordt het duidelijk verteld door de evangelist. Ook zij hebben zich door de priesters laten bekijken en werden weer in de gezonde maatschappij opgenomen. Maar de kans op terugval was levensgroot aanwezig, omdat ze niet ten volle hun vertrouwen op God stelden. Dat is het verschil met deze ene Samaritaan, die God mateloos dankbaar was en geloofde dat hij met Diens genade niet terug zou vallen in ziekte en afgescheidenheid. Groei is een proces van vallen en opstaan. Het is dan ook niet fout om weer te gaan biechten vanwege herhaling van dezelfde hardnekkig zonde – integendeel! Maar alleen een groot geloof in de liefde van God en de genade die Hij je in het sacrament van de biecht geeft, zal je uiteindelijk echt los doen komen van die zonde.

Om over na te denken 2

Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. Ze verhieven hun stem en riepen: Jezus, meester, heb medelijden met ons! Toen hij hen zag, zei hij tegen hen: Ga u aan de priesters laten zien. Terwijl ze gingen, werden ze gereinigd. Een van hen, die zag dat hij genezen was,
keerde terug en loofde God met luide stem. Hij viel neer aan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan.
Toen zei Jezus: Zijn er niet tien gereinigd? Waar zijn de negen anderen? Wilde nieand anders terugkomen om God eer te bewijzen dan alleen deze vreemdeling? Hij zei tegen de Samaritaan: Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered...

Waarom hebben zij gezwegen,
Twee van de negen komen aan het woord:

1. Gisteren trof ik een man die mij verhalen over Jezus vertelde. Hij vertelde dat Jezus veel belangrijke dingen had gedaan voor de mensen; dat hij was gestorven en daarna weer opgestaan. En nu, zei die man, heeft hij overal volgelingen: mensen die over hem vertellen. Mensen die zijn leven als voorbeeld
nemen. Toen ik die man dat hoorde vertellen moest ik terug denken aan een belangrijke gebeurtenis in mijn leven. Het was ongeveer tien jaar geleden. Als ik er nu aan denk, schaam ik me nog. Ik durf het nu bijna nog niet te vertellen. Maar nu ik gehoord heb wat Jezus allemaal gedaan heeft en daarna is overkomen, moet ik wel.

Ongeveer tien jaar geleden woonde ik aan de rand van ons dorp. Ik was melaats. Ik mocht bij niemand in de buurt komen. Voordat ik melaats werd zou ik gaan trouwen. We hadden al plannen gemaakt. Toen bleek dat ik melaats was. Ik moest het dorp verlaten. Ik mocht met niemand meer contact hebben. Mijn hele leven had geen zin meer. Mijn toekomst was weg. Je kon net zo goed dood
zijn.
De vrouw waarmee ik zou trouwen probeerde op afstand mij wel eens wat te zeggen en ze zorgde dat er eten voor mij was en de anderen waar ik mee leefde. Ik zei haar dat ze me moest vergeten, want ik was gedoemd alleen te blijven en zij moest zorgen dat ze wel een nieuw leven kon opbouwen.
Het was al een half jaar dat ik zo leefde en het is dat wij melaatsen elkaar konden helpen als we het te moeilijk hadden, anders had ik het l;even allang opgegeven.

Toen kwam Jezus in ons dorp. Hij zag ons lopen ( we waren met zijn tienen). Hij deed wat stappen in onze richting en zei: Ga naar de priester bij de tempel. Waarom hij dat zei, weten we niet, want iedereen kon zien dat we melaats waren en de priester zou dat ook kunnen zien; wat hadden we er aan. Maar ja, we hadden niets anders om te doen en zijn toen maar naar de priester gelopen. We begrepen er niets van, maar onderweg bleek dat de melaatsheid verdween. We waren dolgelukkig. De priester kon niets meer vinden en heeft ons rein verklaard. We waren door het dolle heen. Ik ben meteen naar mijn ouders gegaan en daarna naar mijn aanstaande vrouw; ze had gelukkig nog niemand anders. We hebben meteen plannen gemaakt om te trouwen en we hebben het heel fijn samen met de kinderen.

Toen die man gisteren de verhalen over Jezus vertelde werd ik weer hieraan herinnerd.
Ik schaam me rot. Nooit heb ik Jezus hiervoor bedankt. Ik heb het eigenlijk alleen maar willen vergeten. Dit was een verschrikkelijke periode in mijn leven, daar wil je niet aan herinnerd worden. Ik had gehoopt het helemaal te kunnen vergeten.

Dat is me dus niet gelukt. Misschien maar goed ook denk ik achteraf. Want ik denk dat mijn verhaal belangrijk is voor mensen die nu meer van Jezus willen weten. Ik heb zelf ervaren hoe goed Hij is geweest voor mij. Dat wil ik niet meer verzwijgen.

Ik vind het heel jammer dat ik niet meer terug kan gaan naar Jezus. Ik zou hem heel graag alsnog willen bedanken voor alles wat hij voor me heeft gedaan. Je moet nooit te lang wachten om iemand ergens voor te bedanken. Dat heb ik wel geleerd.

Maar weet je wat die man me gisteren heeft verteld? “Alles wat je voor mijn minste broeders en zusters doet” -heeft Jezus gezegd -“dat doe je ook voor mij”. Dat geeft me houvast. Er zijn weer nieuwe melaatsen gekomen in het kamp hier achter het dorp. En nou probeer ik maar om ervoor te zorgen dat ze goed te eten krijgen. Dat ze worden verzorgd. En dat ze voelen dat ze ondanks hun ziekte toch nog mensen mogen zijn. Geloof me of niet. Het is dankbaar werk als je dat mag doen...

Ik moet dit delen met andere mensen om hun ook bekend te laten zijn met Jezus. Als ik dit niet zou doen, zou het een nog grotere schande zijn dan de afgelopen tien jaar dat ik het heb verzwegen.

2 Ze zijn op zoek naar ons................
Iemand moet het toen allemaal gezien hebben. En nu, jaren later, staat het in de kranten:
“Tien melaatsen genezen! Een kwam terug. Waar zijn de andere negen?”

OK, ik was dus een van die negen. En ik ga me niet melden. Ik heb er goed over nagedacht, maar het gaat niemand wat aan. Waarom zou iedereen moeten weten waarom we niet teruggegaan zijn naar Jezus.
Ik moet zeggen: het was best verwarrend allemaal. Ik ben heel lang melaats geweest. Maar ik weet nog dat ze het voor het eerst aan me zagen. Nou, de hel barstte los! Van de ene op de andere dag werd ik mijn dorp uitgejaagd. Mijn familie heb ik nooit meer gezien. Mijn leven was kapot.

Maar het gekke is, na verloop van tijd wen je aan alles. Zelfs aan melaats zijn.Ik sloot me aan bij een groep lotgenoten. Met zijn tienen trokken we samen op.
We werden vrienden van elkaar. En of je nou joods was of samaritaan, oud of jong, man of vrouw, dat maakte niks uit. We zaten allemaal in hetzelfde schuitje. We zagen er allemaal lelijk uit. Maar wat we hadden, deelden we samen. Vaak zaten we zelfs met zijn allen te bidden. Daar kan niemand wat van zeggen, zeiden we dan. Want we zijn met zijn tienen, en met zijn tienen ben je samen een synagoge.
Geloof het of niet, maar we konden zelfs nog wel lachen met elkaar. Maar dat snappen alleen mensen die het zelf ook erg moeilijk hebben gehad.

En toen kwamen we Jezus tegen, die ons allemaal genas. Het was geweldig. Ga maar naar de tempel, zei hij tegen ons. En we gingen. Maar toen begonnen een paar te zeggen: he jij, jij bent toch een samaritaan? Jij kan niet naar de tempel hoor! Daar mogen geen samaritanen komen. Belachelijk natuurlijk. Weet zo’n priester veel. Maar ze gingen maar door. Jij bent een samaritaan, jij hoort er niet bij! En opeens was onze samaritaanse vriend verdwenen. Jarenlang hoorden we bij elkaar.
Bestonden er geen verschillen. En we waren nog niet genezen of het was alweer het oude liedje.
Toen ik bij de priester vandaan kwam, heb ik me voorgenomen dat ik de anderen nooit meer wilde
zien. Zo teleurgesteld was ik.
Toen kwam ik thuis. Natuurlijk nog helemaal hoteldebotel over mijn genezing. Wat zullen ze blij zijn dacht ik nog!. Maar niks! Ze schrokken zich lam toen ze me zagen. Je bent toch echt wel genezen, zeiden ze. Je weet het toch wel zeker? Eens melaats blijft melaats hoor. Ook al zie jij er nu gaaf uit, misschien kun je ons toch nog wel besmetten. Ik ben maar weer gegaan. Naar Samaria. En daar woon ik nu als een vreemdeling in hun midden. Niemand kent mijn geschiedenis. Die ga ik ze ook niet vertellen. Ze accepteren mij zoals ik ben, maar erbij horen dat is weer een ander verhaal. En ik vind
het prima. Het maakt me niet meer uit.
Maar soms, hoe gek dat ook klinkt, denk ik nog wel eens terug aan mijn tijd tussen de melaatsen. En vraag ik me af wat erger is: lichamelijk melaats zijn, of sociaal worden uitgestoten. En als ik Jezus nog eens zou spreken zou ik hem dat willen vragen. Kun je daar ook wat aan doen, zou ik zeggen. Dat de mensen niet meer zo bang voor elkaar zijn. Dat ze elkaar kunnen accepteren zoals ze zijn. Jezus zelf was van goede wil. Dat weet ik wel. Maar of hij de mensen ook daarvan zou kunnen genezen???

Melaatsheid in de Bijbel  (wij noemen het nu Lepra)

Melaats is in de Bijbel een aanduiding van verschillende huidziekten. Tegenwoordig weten we dat sommige huidziekten besmettelijk zijn. En we hebben overal pillen of zalfjes voor. Voor een paar gulden per jaar kan bijvoorbeeld een lepralijder (vroeger=een melaatse) worden geholpen.

Destijds zag men melaatsheid als een bezoedeling door kwade machten; een fatale straf voor ontucht, bloedvergieten, meineed, hoogmoed, kwaadsprekerij, diefstal, vloeken en dienst aan de afgoden.
Melaatsheid kreeg je door eigen schuld: door te kiezen voor het kwade. Van besmetting in de medische zin van het woord had men geen enkel idee. Men had de gedachte dat de melaatse zich op de een of andere manier bewust van God had afgekeerd, net zoals destijds Mirjam, de zus van Mozes. In Leviticus 13 : 46 stond het voorschrift dat een melaatse afgezonderd door het leven moest. De veronderstelde goddeloosheid van de melaatse kon naar men dacht wel eens naar jou overwaaien. En als je een melaatse aanraakte, kreeg je diens schuld en straf op jouw schouders en werd je eveneens onrein. Vandaar ook dat een melaatse op staande voet gestenigd mocht worden als hij te dicht in de buurt van reine mensen kwam.

Degene die door melaatsheid werd getroffen leed op een drie dubbele manier. Allereerst door de uitzichtloze ziekte als zodanig. Langzaam maar zeker wegrotten, zonder hoop op genezing is afschuwelijk. Vergelijk het maar met aids of kanker. In de tweede plaats bracht melaatsheid een totaal isolement met zich mee. Of je jezelf bewust was van enig kwaad of niet, je werd verstoten door alle mensen waarmee je in contact stond, zoals je vader, moeder, broers, zusters, vrouw, man en kinderen. In feite werd je levend dood verklaard. En zonder relaties heeft het leven niet veel meer te bieden.... In de derde plaats diende de melaatse zichzelf te zien als een onrein en goddeloos iemand, met wie God eigenlijk geen contact meer wilde. Door het kwaad dat je klaarblijkelijk had begaan had je jezelf van God geïsoleerd.
Als een melaatse ondanks alles toch genas (bijvoorbeeld omdat een goedaardige schimmelinfectie voor melaatsheid was gehouden), werd de genezing aan God zelf toegeschreven. Nogmaals, volgens de opvattingen van toen kon er maar een de straf in de vorm van melaatsheid vergeven; alleen God zelf. Daarom was de genezing van melaatsen door het toedoen van rabbi Jezus voor veel tijdgenoten ook een onmogelijke mogelijkheid. Rabbi Jezus deed tekenen die alleen door God zelf gedaan konden worden....

Melaatsen waren outcasts die met criminelen en ander gespuis in grensgebieden aan de rand van de samenleving leefden. In het niemandsland leefden onreine mensen die niemand meer waren. Het merkwaardige van Jezus in Lucas 17 is, dat hij de reinheidsvoorschriften overtreedt. Door bewust het niemandsland te betreden en de melaatsen aan te zien en te helpen, breekt hij met de gebruikelijke opvattingen van de gelovigen in zijn tijd.


Naar begin van deze serie        

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG