HET ONZE VADER - GEBED VAN VERTROUWEN

GOD ADOPTEERT JE: ‘ZEG MAAR VADER’.
Weet je nog de eerste keer dat je bij je schoonouders kwam?
Op dat moment nog: de ouders van je nieuwe vriend of vriendin.
‘Dag meneer’, ‘dag mevrouw’.
Je zit wat onwennig op de bank. Je voelt je nog vreemd.
Maar je raakt steeds meer bij hen thuis en misschien zeggen ze dan wel
een keer: ‘zeg voortaan maar pa en ma tegen ons’.
Dat is eerst nog even wennen, maar na een poosje hoor je er helemaal bij.
Je wordt opgenomen in de familie.
Ik ken heel wat mensen die met hun schoonouders minstens zo’n goede band hebben als met hun ouders.
‘Opgenomen in de familie.’
Heel wat mensen hier kunnen zich daar wat bij voorstellen.
Velen hebben hun bedenkingen
1. God de Vader is zo ver weg, het geloof zegt mij helemaal niets.
2. Christenen om me heen praten alsof ze God de Vader helemaal kennen. Ik ervaar dat niet, het zal wel aan mij liggen.
3. Je godsbeeld bepaalt hoe je over alle andere dingen in het leven denkt en hoe je leeft.
4. Er zijn zoveel slechte vaders. Je kunt er niet meer mee aankomen dat God een Vader is.
Dat snapt niemand en stoot alleen maar af.
5. God als Vader kennen is het mooiste wat er is.
6. Je kunt God de Vader niet zien, dus waarom zou ik in hem geloven? Kom eerst maar eens met bewijzen.
Wie ben jij nu tegenover God?
Daar kun je diezelfde uitdrukking voor gebruiken: je bent opgenomen in
de familie van God. Opgenomen in de familiekring van God de Vader en
zijn Zoon Jezus Christus.
Niet eens als schoonzoon of schoondochter. Maar als zoon of dochter.
Opgenomen in de familiekring van Vader en Zoon.
God is...
Joh 20:17 - Volgens Jezus: Zijn GOD én Vader, die ook onze GOD en Vader is
'Ik stijg op naar mijn Vader die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is'.
Efeze 1:16-17 - De God én Vader van Jezus
'Ik gedenk u in mijn gebeden en smeek de God van onze Heer Jezus
Christus, de Vader aan wie alle eer toekomt, u de geest van wijsheid en
inzicht te geven, zodat u hem echt leert kennen'.
1 Petrus 1:3-5 - De GOD en Vader van Jezus die Jezus uit de dood deed opstaan
'Dank aan God, de Vader van onze Heer Jezus Christus. Hij heeft ons in
zijn grote barmhartigheid herboren doen worden tot een leven vol hoop
door Jezus Christus uit de dood op te wekken. Nu wacht u in de hemel
een erfenis die onvergankelijk en onaantastbaar is, en die zijn waarde
nooit verliest. Want God heeft u onder zijn machtige bescherming
genomen. Hij wil u langs de weg van het geloof brengen naar het heil,
dat klaar ligt om aan het einde van de tijd te worden geopenbaard'.
Johannes 4:24 - Geest
God is Geest, en wie Hem aanbidden, moeten hem aanbidden in Geest en Waarheid.’
Joh. 17:3 - Diegene die Jezus naar ons zond
[Jezus zegt:] 'En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enige
waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt'.
Judas 1:25 - De enige God die ons redt door Jezus
'aan de enige God, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, komt
heerlijkheid toe en majesteit, macht en gezag, voor de aanvang der
tijden, nu, en voor altijd en eeuwig. Amen'.
Hebreeën 8:1 - De Goddelijke Majesteit waarnaast Jezus zit
'De kern van ons betoog is: we hebben iemand als Hogepriester die zit
aan de rechterzijde van de troon van de Goddelijke Majesteit in de
hemel'.
1 Tim 6:15-16 - De hoogste Koning
'Die dag zal God op zijn tijd doen aanbreken, de goede en enige
heerser, de hoogste Koning, de hoogste Heer, die als enige onsterfelijk
is en die woont in ontoegankelijk licht geen mens heeft hem gezien,
geen mens kan hem zien aan hem komt eer toe en eeuwige macht! Amen'.
Filipp. 2:9-11 - Degene die Jezus de allerhoogste titel schonk
'Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de allerhoogste titel
geschonken, zodat iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
de knieën zou buigen voor hem die Jezus heet en allen openlijk
zouden uitroepen, tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de
Heer'.
Hebr 1:8-9 Degene die Zijn Goddelijke Zoon boven alles verheven heeft
'Daarom, o God, heeft uw God u verkozen boven al uw metgezellen en vreugde en geluk over u uitgegoten als geurige olie'.
1 Cor 15:28 Degene aan wie Jezus zich onderwerpt
'En wanneer alles aan hem is onderworpen, zal ook de Zoon zichzelf
onderwerpen aan God, die alles aan hem heeft onderworpen. Dan zal God
alles in allen zijn'.
Eén GOD (de Vader) én één Hogepriester (de Zoon van GOD)
Natuurlijk zegt de Bijbel nog veel meer over GOD, maar met deze
bijbelteksten staat onomstotelijk vast, dat er één GOD
is. En die GOD is dus óók GOD over Jezus; net zoals die
enige GOD ook GOD over ons is.
Geen '3-ene-godheid' of andere verzin-onzin uit kerken dus. De Bijbel
zegt bij monde van Jezus en de profeten door de Geest iets heel anders!
In 1 Cor 8:5-6 staat het toch ook overduidelijk hoe het wél zit, want daar staat geschreven:
'Want al zijn er ook in den hemel en op de aarde zoogenaamde goden en
heren, zoals er inderdaad veel goden en veel heren zijn, voor ons is er
toch slechts één God, de Vader, uit wien alles komt, en
wij zijn geschapen tot zijn gemeenschap; EN slechts één
Heer, Jezus Christus, door wien alles is geworden, en wij zijn door
hem'.
Dat zegt de Bijbel; één enige GOD én één Hogepriester voor die enige GOD.
Samengevat:
GOD ADOPTEERT JE: ‘ZEG MAAR VADER’.
1. door adoptie ben je opgenomen in de familiekring
2. je mag net zo met Vader in gesprek als zijn Zoon Jezus
God adopteert je.
Kun je dat zo zeggen? Ja, zo staat het in de bijbel.
Vorige week heb ik Romeinen 8: 15 aangehaald.
U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.
‘De Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn’
Daar gebruikt Paulus een woord dat je gewoon kunt vertalen met adoptie of geadopteerd worden. Kind van een ander worden.
Wij kennen dat ook.
Alleen denken wij meteen aan kleine baby’tjes, meestal uit een
ver land. Kinderen die daar niet verzorgd kunnen worden, maar nu in
Nederland mogen opgroeien.
Zulke geadopteerde kinderen horen bij het opgroeien wel dat ze ergens
anders geboren zijn, maar uit zichzelf weten ze niet beter of ze zijn
kind van hun ouders.
In de maatschappij van die tijd was dat heel anders.
Adoptie gebeurde daar vooral met volwassen mensen. Vaak door rijke
mensen die geen kinderen hadden en dus geen opvolger voor de zaak.
Dan zochten ze iemand in hun omgeving en die werd hun zoon.
Hij werd dan helemaal opgenomen in de familiekring. Hij was vanaf dat moment helemaal de zoon van zijn nieuwe ouders.
Als dat een rijke familie was, was hij vanaf dat moment ook rijk. Als
het een familie was die belangrijk was in de stad, door iedereen
geëerd - dan gold dat vanaf dat moment ook voor die geadopteerde
zoon.
Adoptie betekende toen dat je heel bewust opgenomen werd in een nieuwe familiekring.
De Heer laat Paulus dat woord gebruiken om duidelijk te maken: dat gebeurt ook met jou als je gelooft in Jezus Christus.
God in de hemel neemt mensen op in zijn familiekring.
Als u en jij gelooft in Jezus Christus, dan is dat de kring waar je voortaan bij hoort.
God zegt: je bent mijn zoon, mijn dochter.
Zeg voortaan maar ‘Pa’ tegen mij.
Gods familiekring
Dat klinkt voor ons wat raar.
Toch is het wat de Heer zelf ons laat zien.
Ik denk aan het evangelie van Johannes. Johannes beschrijft daarin het leven en de boodschap van Jezus.
Dat hele boek door zie je steeds wat een sterke band er is tussen
Jezus, de Zoon van God, en zijn Vader. Hij heeft het heel vaak over
‘mijn Vader’.
Al in Johannes 5:18 staat dat de Joden zich daar vreselijk aan
ergerden: zoals Jezus over zijn Vader praatte, was voor hen vloeken;
want zo stelde hij zichzelf aan God gelijk.
Maar dat zei hij ook ronduit: de Vader en ik zijn één (Johannes 10:30).
Later zegt hij: ik ben in de Vader en de Vader is in mij (Johannes 14:10,11)
Je voelt daar een heel sterke band.
Het mooiste voorbeeld daarvan is, denk ik, het gebed in Johannes 17. De
Zoon is daar echt in gesprek met Vader: Vader, ik heb gedaan wat ik
moest doen, laat me nu weer bij u terug komen.
In heel het boek Johannes voel je die sterke band van Vader en Zoon.
Het is niet gek als je dan als mens wat op afstand blijft: dit is zo heilig, hier blijf ik buiten.
Maar lees dan in het begin en het einde van het Johannes-evangelie.
Johannes 1:11: wie in de naam van Jezus geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden.
Johannes 20:17, daar zegt Jezus na zijn opstanding tegen Maria: ik ga
naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie
God is.
Geloof je in Jezus, dan krijg je het voorrecht om kind van God te zijn.
Jezus zegt het zelf: mijn Vader is ook jullie Vader.
Daartussen lees je in het hele Johannes-evangelie hoe de Zoon omgaat met Vader, wat een sterke band daar is.
En dan mag je geloven: in die band van Vader en Zoon ben ik ook opgenomen.
In die familiekring.
Jezus bad het zelf, Johannes 17:21. Vader, zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn.
Opgenomen in de band van Vader en Zoon, opgenomen in de goddelijke familiekring.
In Hebreeën 2:11 staat: hij schaamt zich er niet voor hen zijn
broeders en zusters te noemen. Jezus kijkt naar ons en zegt: je bent
m’n broer, je bent mijn zus.
Eén familie.
Zo ver gaat Gods liefde
Johannes schrijft in zijn eerste brief (1 Joh.3:1):
Bedenkt toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook.
Zo mag je jezelf dus zien.
Dat heeft de Jezus, de Zoon van God ons geleerd toen hij zijn leerlingen leerde bidden ‘onze Vader’.
Zo mag je jezelf zien: je bent opgenomen in Gods familiekring.
Dat betekent: je mag net zo met Vader in gesprek als zijn Zoon Jezus.
Nog weer een keer Romeinen 8:15.
U hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.
Geadopteerd, opgenomen in de familie, om God te kunnen aanspreken met Abba, Vader.
Waarom ‘Abba, Vader’?
Er is vaak gezegd dat abba zoiets betekent als papa, maar dat schijnt
toch niet waar te zijn. Abba is gewoon het Aramese woord voor vader.
Je verwachten niet meteen dat ze in Rome (daar praten ze Latijn of Grieks) een Aramees woord gaan gebruiken.
Waarschijnlijk schrijft Paulus het hier zo, omdat dat letterlijk de
manier is waarop Jezus zelf bad. In Marcus 14:36 staat dat Jezus het
vreselijk moeilijk kreeg in de nacht vlak voor dat hij gevangen genomen
werd, in de tuin Getsemane. Toen ging hij in gebed. Hij zei: Abba,
Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg.
Abba Vader, dat zijn de eigen woorden van Jezus.
De Geest leert ons bidden zoals Jezus zelf zijn Vader aansprak.
Kijk naar dat gebed van Jezus in Getsemane.
Hoe bidt Jezus daar? Hoe leren wij daardoor bidden?
Marcus 14:32-35.
Ze kwamen bij een olijfgaard die Getsemane heette, en hij zei tegen
zijn leerlingen: ‘Blijven jullie hier zitten, terwijl ik ga
bidden.’ Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij
voelde zich onrustig en angstig worden en zei tegen hen: ‘Ik voel
me dodelijk bedroefd; blijf hier waken.’
Hij liep nog een stukje verder, liet zich toen op de grond vallen en bad dat dit uur zo mogelijk aan hem voorbij mocht gaan.
1. Jezus trok zich terug. Hij wilde alleen zijn. Dat deed hij veel
vaker. Je leest regelmatig dat Jezus in z’n eentje een berg
opgaat om te bidden.
Bidden, in gesprek zijn met Vader, is iets heel persoonlijks. Jij zoekt
contact met Hem. Één op één.
Samen bidden kan ook, dat is ook goed. Maar neem ook ruimte voor dat
persoonlijke, directe contact met Vader. Zoek de stilte, neem de tijd
om bij hem te zijn. Ga net als Jezus regelmatig de berg op om te bidden.
Marcus 14:36
Hij zei: ‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg.
2. Jezus weet dat Vader luistert. Hij roept niet: mijn God, bent u daar
wel? Hij heeft niet allerlei lange zinnen nodig om God erbij te roepen.
Hij zegt gewoon: Abba Vader, en hij weet dat Vader luistert.
Met dat vertrouwen mag je contact zoeken met Vader.
Als je net als Jezus bidt en gewoon zegt ‘Vader’, dan luistert God.
Dan staat hij voor je en kijkt je aan: ja m’n zoon, m’n dochter, zeg het maar. Ik ben er!
3. Jezus vraagt dan heel vrijmoedig: neem deze beker van mij weg. Hij
draait er niet om heen, maar benoemt wat z’n diepe verlangen is.
Je hoeft je in je gebed niet mooi voor te doen. Je hoeft er niet om
heen te draaien. Zeg maar vrijuit tegen God wat je zeggen wilt. Binnen
de familiekring mag dat.
Je hoeft niet krampachtig je af te vragen ‘hoe moet ik het
zeggen’ omdat je bang ben dat God anders niet luisteren zal. Zeg
maar gewoon wat je op je hart hebt, net als Jezus.
4. Jezus bidt ook met verwachting. Abba, Vader, voor u is alles mogelijk.
Geloof dat God alles kan wat je aan hem vraagt. Denk niet te klein van
hem. Hij is je vader die in de hemelen is. Hij is de God met ongekende
mogelijkheden.
Vlak voor hij gevangen genomen zou worden (en Jezus wist dat het zou
gebeuren) bad Jezus toch vol verwachting: Vader, voor u is alles
mogelijk, u kùnt beslissen dat het niet doorgaat.
Blijf verwachten - je Vader is de God van de ongekende mogelijkheden.
Marcus 14:36b, Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.
5. Jezus maakt zich heel klein.
Hij vraagt wel heel vrij, maar hij eist niet. Hij probeert God niet te
dwingen. Hij laat de beslissing aan God. Niet wat ik wil, maar wat u
wilt.
Binnen de familiekring, met z’n vertrouwelijke omgang, blijft
Vader wel Váder die beslist. Weet wat je plek is in het gezin:
je bent kind. Maak je klein.
6. Met overgave.
Dat is wat anders dan de fatalistische houding van ‘God beslist
nou eenmaal, daar is niets tegen in te brengen’. Jezus geeft zich
over aan de wil van Vader omdat hij weet dat het dan goed is. Hij wil
zichzelf invoegen in het plan van Vader.
Bidden moet niet op jezelf gericht zijn, maar gericht op God: Vader, ga
door met uw plan en help mij om daar mijn plek in te vinden; want uw
plan is goed!
Marcus 14:37, Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen.
Marcus 14:39, Weer ging hij weg om te bidden, met dezelfde woorden als daarvoor.
7. Jezus houdt vol om te bidden. Hij bidt weer hetzelfde. En Vader zegt niet: nu moet je ophouden met zeuren.
Je mag blijven bidden. In de familiekring mogen sommige dingen heel
vaak weer benoemd worden. Je mag met je moeiten steeds weer terugkomen
bij Vader.
Zo heeft Jezus gebeden: Abba Vader.
Zo mag u en jij bidden.
Je mag met Jezus mee knielen.
Je mag door de Geest van Jezus mee zeggen: Abba Vader.
Je mag in gesprek zijn met Vader in de hemel.
En de Vader luistert naar je!
Daarom : Het Gebed des Heeren (Matthëus 6:5-15)
In het Schriftgedeelte
wat we zo juist met elkaar gelezen hebben merken we twee dingen op: de
inleiding tot het gebed en het gebed zelf. De inleiding tot het Gebed
des Heeren is: “Gij dan bidt aldus”. De Heere Jezus heeft
in deze woorden aan Zijn discipelen en aan ons een richtlijn voor het
gebed gegeven. Zoals god aan Mozes een model voor de tabernakel heeft
voorgeschreven, zo heeft Christus ons hier een voorschrift van het
gebed gegeven. “Gij dan bidt aldus…”.
De bedoeling is: laat dit een regel en voorbeeld zijn waarnaar u uw gebeden vorm geeft.
Nooit is er een gebed zo voortreffelijk en nauwgezet samengesteld als
dit. Het Hooglied van Salomo wordt vanwege zijn voortreffelijkheid wel
het “lied der liederen” genoemd, zo kunnen we dit wel het
“Gebed aller gebeden” noemen.
Het gebed zelf bestaan uit drie delen:
1) De aanspraak: Onze Vader die in de hemelen zijt.
2) De gebeden: Uw Naam worde geheiligd t/m En leid ons niet in verzoeking
3) Het besluit: Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijk in der eeuwigheid. Amen.
In mijn inleiding wil ik deze gebeden allemaal om de beurt behandelen.
“Onze Vader die in de hemelen zijt”
Allereerst valt het op, dat
God hier ‘onze Vader’ wordt genoemd. Tussen de mensen is
een grote afstand, die is er gekomen door de zondeval in het paradijs.
Alleen diegenen die met God verzoend zijn, door het geloof, mogen God
hun Vader noemen. Maar al je nu het geloof niet hebt, mag je God dan
geen Vader noemen? God is toch ook Vader van Zijn schepping? Dat is
zeker waar. Hij is de Schepper van Hemel en aarde, Schepper van ons
leven. Maar daarbij moet wel bedacht worden dat de verhouding tussen
God en Zijn schepping door de zonde verstoord is. Deze verhouding kan
alleen hersteld worden door wedergeboorte en geloof. Natuurlijk is het
een groot verschil of de Vadernaam onverschillig en uit sleur wordt
uitgesproken of dat er een hartelijke wens en een begeerte is dat God
om Christus wil jouw Vader is. Een ding moeten we goed onthouden. Wie
God aanspreekt als Vader verplicht zich ook om zich als kind te
gedragen.
God wil echter niet dat mensen over hem op een aardse manier zouden
denken. Daarom wordt in de aanspraak van het gebed ook Gods hemelse
macht genoemd: “Die in de hemelen zijt”. Met deze woorden
wordt dan ook aangegeven dat Gods macht veel groter is, dan de macht
van een vader hier op aarde. Hiermee laat Jezus dus zien, dat God
almachtig is.
1.“Uw Naam worde geheiligd”
In de eerste drie beden gaat
het om de eer van God. De eerste bede luid: ‘Uw Naam worde
geheiligd’. Met het woordje ‘Naam’ wordt God zelf
bedoeld, maar ook alle dingen waardoor Gij zichzelf in de wereld bekent
maakt. Hij maakt zich o.a. bekent door zijn Woord, maar ook door de
schepping en door wonderen.
In deze bede gaat het er niet alleen om dat de Heere in zal Zijn werken
gekend wordt, maar ook dat de mensen leven zoals de Heere dat wil,
namelijk tot Zijn eer. Juist als mensen die christen worden genoemd
zondigen, wordt de Naam van de Heere geen eer aan gedaan. Daarom is
deze eerste bede ook een vraag om heiligmaking en kracht. Kracht om tot
eer van God te leven.
2.“Uw Koninkrijk kome”
Als de tweede bede luidt:
“Uw Koninkrijk kome” wordt er gevraagd of de Heere Koning
wil zijn. Koning in het leven van degene die bidt. Hij vraagt of de
Heere het in zijn leven voor het zeggen wil hebben en zich aan de Heere
mag onderwerpen. Als het goed is heeft Gods Woord, de Bijbel, het voor
het zeggen in het leven van Gods Kinderen. Naast de bede dat het Woord
zeggenschap mag hebben in het leven van Gods kinderen, houdt de bede om
de komst van Gods Koninkrijk ook de uitbreiding van de Kerk in. Zoals
de catechismus aangeeft, gaat het hierbij om 2 dingen: bewaren en
vermeerdering. Bewaren wil zeggen dat de Kerk zelf blijft bestaan. Door
onderwijs vanuit het Woord wordt de Kerk versterkt, als God haar Zijn
genadegaven geeft en Hij steeds meer in haar leeft en regeert.
Vermeerderen betekent: uitbreiden en groter worden. hier wordt dus
gevraagd of de Heere de Kerk wil uitbreiden en of Hij nog meer mensen
tot Zijn onderdanen wil maken. Met andere worden of Hij nog mensen wil
bekeren. Als er gebeden wordt om de komst van Gods Koninkrijk, wordt er
ook de wens uitgesproken, dat dit Rijk er eens zal zijn. Nu dit Rijk
nog niet volkomen is, moet het worden uitgebreid, maar eens zal de
laatste van Gods kinderen zijn toegebracht. Nadat Christus zal zijn
wedergekomen en het oordeel zal hebben uitgesproken, dan zal Zijn Rijk
volkomen zijn.
3.“Uw wil geschiedde gelijk in de hemel, alzo ook op deze aarde”
Hoe zal Gods Naam worden
geheiligd en hoe zal Zijn Koninkrijk komen als Zijn wil niet wordt
uitgevoerd? Deze bede is voor een mens eigenlijk erg vernederend en
moeilijk om te leren. Want mensen hebben een eigen wil, die zo
makkelijk tegen de wil van God ingaat. Hoe moeilijk kan het zijn, als
je plotseling een ernstige ziekte krijgt, om dan te zeggen het is goed
wat de Heere doet. De Heere maakt Zijn wil bekend in Zijn Woord. Maar
Hij maakt ons niet alles bekend. In Zijn wijsheid houdt Hij dingen voor
ons verborgen. Dan kan de vraag wel eens opkomen: “Waarom toch,
Heere?”. De Heer is ons niet verplicht om rekenschap te geven van
de dingen. In de hemel wordt Gods wil op volmaakte wijze uit gevoerd,
omdat daar Gods wil ook gekend wordt en er geen verhindering door de
zonde meer is. Dit beeld van de hemel, waarin de engelen en de
rechtvaardigen Gods wil volmaakt uitvoeren, dient als een voorbeeld
voor de mensen op aarde. Dat wordt bedoeld met: zoals in de hemel, alzo
ook op de aarde. Als we de eerste drie beden overzien blijkt hoe nauw
zij met elkaar verbonden zijn, dat ene wordt ondersteund door de
andere: Want Gods Naam wordt niet geheiligd, als Zijn Koninkrijk niet
komt, en Zijn Koninkrijk komt niet, als er geen middelen zijn waardoor
het verbreid wordt.
4.“Geef ons heden ons dagelijks brood”
In deze bede wordt gevraagd
om brood. Met brood worden alle dingen bedoeld die voor dit leven
noodzakelijk zijn zoals: voedsel, kleding, gezondheid, werk en vrede.
Toch heeft de Heere niet zonder reden het woordje brood gebruikt. Brood
staat hier duidelijk in tegenstelling tot allerlei luxe artikelen. Aan
het vragen om luxe komt nooit een eind. Er zijn altijd mooiere en
nieuwere dingen. Daaruit kan al snel jaloezie en een grote begeerte
naar voren komen. Toch is het nodig dat de Heere de dingen die voor dit
leven nodig zijn wil zegenen. Het verkrijgen van de eerste
levensbehoeften moet er ook toe leiden dat de Heere als geven van
al het goede wordt erkend en daarvoor gedankt. Als er gesproken wordt
over ons brood, wil dat niet zeggen dat wij er recht op hebben.
Integendeel het is een gave van God. Alleen daardoor komt het in ons
bezit. Het mag niet door diefstal of bedrog ons eigendom worden. De
Heere heeft ons werken las middel gegeven om brood op de plank te
krijgen. Het is heel belangrijk om te zien dat er niet wordt gebeden om
mijn brood maar om ons brood. Alles wat mensen krijgen is niet alleen
voor hun zelf, maar juist om daarvan aan anderen te geven als er in
overvloed is. De Heere wil ook dat wij zonder ophouden bidden en niet
zomaar af en toe. Daarom is er ook het woordje dagelijks aan
toegevoegd. Maar het gaat er niet alleen om dat er vurig en aanhoudend
gebeden wordt. Bidden om ons dagelijks brood wil ook zeggen dat er
gevraagd wordt om zoveel dat nodig is.
5.“Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren”
In de 5e en de 6e bede gaat
het vooral om het vervullen van de geestelijke nood. Een goede vader
zorgt voor zijn kinderen, hij geeft hen eten, drinken en andere dingen
voor het dagelijkse leven. Maar een goede vader behoort zijn kinderen
ook te vergeven nadat hij kwaad is geweest. Deze 5e bede is eigenlijk
een belijdenis van schuld. Hierin wordt erkend dat wij arme zondaren
zijn, vervuld met boosheid en misdaden. Het gaat hier niet alleen om
zonden die af en toe eens gedaan worden, maar om alle zonden. Zonden in
het openbaar, maar ook die in het verborgen zijn gedaan, waarvan
niemand het heeft zien gebeuren. Zelf vergeving van zonden ontvangen,
willen we wel graag. Maar om nu andere mensen te vergeven, dat zit ons
niet in het bloed. Als we beledigd zijn, dan is het niet moeilijk om de
ander met de nek aan te kijken en te doen alsof hij niet bestaat. Het
hoort niet bij een christen om zijn naaste niet te willen vergeven,
omdat Christus Zelf het voorbeeld daarvan heeft gegeven.
6. “Leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze”
De duivel is de grootste
vijand van God en de mensen. Hij probeert mensen te verleiden tot
zonde. Hiervan is de zondeval in het paradijs een duidelijk voorbeeld.
Maar ook nu probeert de duivel op alle mogelijke manieren mensen bij
God weg te houden. Het liefst wil hij dat alle mensen hem gehoorzaam
zijn en niet naar God luisteren. De duivel probeert zoveel mogelijk
gebruik te maken van de wereld. Met de wereld worden enerzijds alle
goddeloze mensen bedoeld, die erop uit zijn om het Koninkrijk van God
zoveel mogelijk afbreuk te doen. Anderzijds behoren tot de wereld ook
mensen die niet openlijk tegen het christendom zijn. Maar zij verbazen
zich wel over de christenen, omdat christenen in hun ogen nergens aan
mee willen doen en een saai leven leiden, worden zij soms door hen
bespot. Leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze. Dit
is een gebed om de kracht van de Heilige Geest. De Heilige Geest wordt
ook wel de Geest van de heiligmaking genoemd. Dat wil zeggen dat Hij
Gods kinderen kracht en wijsheid geeft om te strijden tegen de zonde en
hen te laten zien wat zonde is. Alleen de Heilige Geest geeft liefde
tot God en onze naaste in het hart en daar tegenover het haten van de
zonde.
7. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid Amen
Het gaat hier in de eerste plaats niet om de vervulling van onze
wensen, maar om de eer van God. Tegelijk wordt hiermee ook erkend dat
alles van God komt. Met het woordje Koninkrijk wordt aangegeven dat God
Koning is. Als een Koning regeert en bestuurt Hij deze wereld naar zijn
wil. Maar in het bijzonder is Hij Koning over Zijn Kerk. Voor alle
mensen die tot de Kerk behoren wil Hij Koning zijn. Aan Zijn
Koningschap is kracht en macht verbonden. Direct wordt hierbij
opgemerkt dat Zijn Koninkrijk, kracht en heerlijkheid niet door tijd
wordt beperkt. Hij was, is en zal altijd Koning blijven. Aan Gods
Koningschap komt nooit een eind. Tenslotte het woordje Amen, waarmee
het Onze Vader wordt afgesloten. In het Oude Testament, maar ook in de
tijd van de Heere Jezus werd het woordje Amen gebruikt om de waarheid
van iets aan te geven en daarmee in te stemmen. Vanuit het Nieuwe
Testament zijn er verschillende gebeurtenissen bekend, waarbij Jezus,
datgene wat Hij zei bevestigde met: “Voorwaar, zeg Ik u”.
letterlijk staat daar ook het woordje ‘amen’. Hiermee wil
Hij er extra de nadruk opleggen dat wat Hij zei echt waar was. Een goed
begrip van dit laatste woordje zal er voor zorgen dat wij niet
gedachteloos bidden. Of zullen bidden en tegelijk denken: ‘het
zal waarschijnlijk toch niet gebeuren. Integendeel, er is geen echt
gebed, dat in het geloof gebeden wordt, waarin ook niet enige zekerheid
is dat God het op Zijn tijd en in Zijn weg zal vervullen. Ook al zou
deze vervulling op een andere manier zijn dan wij in het begin hadden
gedacht. Het woordje ‘amen’ is dan geen punt maar een
komma. ‘Amen’ is dan niet zozeer het slot van het gebed,
maar het begin van een periode van verwachtend uitzien.