Dietrich
Bonhoeffer (Breslau (thans Wrocław), 4 februari 1906 -
Flossenbürg, 9 april 1945) was een vooraanstaand Duitse
kerkleider, theoloog, verzetsstrijder tegen het nazisme en schrijver
van christelijke boeken.
Bonhoeffer
was een luthers predikant en theoloog. Hij studeerde in New York en
werkte in Berlijn en Londen. In zijn proefschrift over het thema kerk
besloot hij dat de kerk een sanctorum communio moest zijn, een
gemeenschap van heiligen. De kerk mocht voor Bonhoeffer niet langer
gewoon de plaats zijn waar over Christus werd gesproken, ze ìs
het lichaam van Christus. Het werd zijn levenslange roeping om aan die
opdracht te voldoen.
Onder
het nazi-bewind vond Bonhoeffer de weg naar de Bekennende Kirche. Hij
nam deel aan de samenzwering tegen Adolf Hitler met als doel hem te
vermoorden. In 1939 vond Bonhoeffer aansluiting bij een geheime groep
van hoge Abwehr-officieren die het Naziregime omver wilde werpen. Hij
werd in april 1943 gearresteerd nadat ontdekt werd dat geld dat werd
gebruikt om joden te helpen ontsnappen naar Zwitserland, bij hem
vandaan kwam; de aanklacht werd hoogverraad. Na de mislukte aanslag van
20 juli 1944 kwam zijn betrokkenheid met de groep officieren aan het
licht en hij werd ter dood veroordeeld. Tot de voltrekking van het
vonnis werd hij in diverse gevangenissen en concentratiekampen
ondergebracht, als laatste in Flossenbürg. Het vonnis werd pas op
9 april 1945 voltrokken, minder dan drie weken voordat de stad werd
bevrijd. Zijn laatste woorden: "Dit is het einde, voor mij het begin
van het leven."
Biografische gegevens over Dietrich Bonhoeffer (1906 - 1945)
1906 Geboren in Breslau op 4 februari.
1912 Zijn vader, Karl Bonhoeffer, wordt hoogleraar psychiatrie te Berlijn.
1923 Studie theologie te Tübingen.
1927 Promotie aan de Berlijnse universiteit bij R. Seeberg op
'Sanctorum Communio. Eine dogmatische Untersuchung zur Soziologie der
Kirche'.
1928 Vicariaat te Barcelona.
1930 Habilitatie op 'Akt und Sein. Transzendentalphilosophie und Ontologie in der systematische Theologie'.
Assistent aan de Theologische Faculteit van de Berlijnse universiteit.
1930 - 1931 Studie aan Union Theological Seminary te New York.
1931 Privatdozent aan de Berlijnse Theologische Faculteit.
Jeugdsecretaris van de World Alliance for International Friendship through the Churches.
Studentenpredikant aan de Berlijnse Technische Hogeschool.
Jeugdwerker en catecheet in Berlijn-Wedding.
1933 - 1935 Predikant te Londen.
1935 - 1937 Directeur predikantenseminarie van de Belijdende Kerk te Finkenwalde. Schrijft boek 'Nachfolge'.
1938 Schrijft Gemeinsames Leben. Eerste contacten met duitse verzet.
1939 Juni - juli: vertrek naar en terugkeer uit de VS.
1940 In dienst van de 'Abwehr'. Werkt aan de Ethik.
1941 - 1942 Reizen naar Zweden en Zwitserland in kader van verzet.
1943 Verloving met Maria von Wedemeyer.
1943 5 april: arrestatie, gevangenschap in Berlijnse militaire strafgevangenis Tegel.
1945 9 april: opgehangen in KZ Flossenbürg.
Bonhoeffer als een sleutelfiguur voor de wederopbouw van Duitsland
Achttien
boeken beslaat het gedachtegoed van Dietrich Bonhoeffer. Het door zijn
vriend en theoloog Eberhard Bethge geredigeerde werk werd in 1999
voltooid en is sindsdien in verschillende landen vertaald. In Nederland
zijn bij uitgeverij Ten Have tien titels van Bonhoeffer verschenen.
Zijn oudejaarsgedicht uit 1944 'Von guten Mächten', in het
Nederlands vertaald als 'Door goede machten stil en trouw omgeven', is
als gezang 398 in het Liedboek voor de Kerken opgenomen.
De
theoloog Bonhoeffer valt niet los te zien van de verzetsman. Zijn
morele besef en onbuigzame houding tegenover de nazi’s maakten
hem na de oorlog postuum tot een van de belangrijkste geestelijke
vaders van het huidige Duitsland. Ook de rol van de kerken in de
nazi-tijd spaarde Bonhoeffer niet. “De kerk was stil, terwijl zij
het had moeten uitschreeuwen, omdat het bloed van onschuldigen ten
hemel krijste,” schreef hij. Duitsland eert dit jaar zijn
beroemde geestelijke, die enkele weken voor het einde van de Tweede
Wereldoorlog op bevel van Hitler werd opgehangen.
Eigenzinnig
Diedrich
Bonhoeffer toont zich al in zijn jeugd een eigenzinnig man. Bonhoeffer,
geboren in 1906 als zoon van de bekende psychiater Karl Bonhoeffer,
besloot op jonge leeftijd dominee te worden, aanvankelijk tegen de zin
van zijn ouders. Toen hij na zijn tweede theologisch examen met 25 jaar
te jong bleek voor de roeping, vertrok hij voor een jaar naar New York,
onder andere om Afro-Amerikaanse religieuze liederen te verzamelen.
Na
zijn terugkomst vestigde hij zich in Berlijn, waar hij werd
beïnvloed door de bekende theoloog Karl Barth. Naast zijn werk aan
de vrije universiteit van Berlijn was hij actief als studentendominee.
Het werken met groepen, speciaal met jongeren, bleef voor Bonhoeffer
altijd een belangrijke drijfveer. Bonhoeffer was als theoloog niet
alleen een denker, maar ook een gelovige, die het gebod tot
naastenliefde graag in daden omzette.
Zelfbehoud
Deze
instelling verklaart ook Bonhoeffers snelle veroordeling van het
nationaal-socialisme. Al in 1933 sprak hij zich als eerste theoloog uit
tegen de boycots van joodse winkeliers. Na Hitlers machtsgreep vertrok
Bonhoeffer naar Londen, waar hij de Duitse evangelische gemeente onder
zijn hoede nam.
Bonhoeffers
kritiek op de nationaal-socialistische dictatuur was niet
vanzelfsprekend. Volgens de Lutherse leer, die hij van huis uit
vertegenwoordigde, moet de gelovige zich naar het wereldlijk gezag
richten. Een groot deel van de protestantse kerk in Duitsland hield
zich ten tijde van het Derde Rijk aan dit voorschrift - niet in de
laatste plaats uit zelfbehoud.
De
Belijdende Kerk, waarvan Bonhoeffer deel uitmaakte, wilde hier echter
niets mee te maken hebben en scheidde zich af van de Duitse
evangelische kerk. Het afgescheiden kerkbestuur vroeg Bonhoeffer in
1935 terug te keren uit Londen om de leiding op zich te nemen van het
seminarie in Finkenwalde (vlakbij Stettin in het huidige Polen).
Bonhoeffer was zich bewust van de risico’s, maar deed wat van hem
gevraagd werd.
Binnen
de Belijdende Kerk was hij een belangrijk leerling én
leermeester. In zijn twee jaar als seminarieleider schreef Bonhoeffer
de geschriften 'Nachfolge' ('Navolging', Ten Have,1963) en 'Gemeinsames
Leben' ('Leven met elkander', Ten Have 1999) - de directe neerslag van
zijn ervaringen in de gemeenschap van Finkenwalde.
Samenzwering
De
kritische houding van de Belijdende Kerk bleef niet zonder gevolgen -
zowel voor de organisatie als voor Bonhoeffer persoonlijk. Maar
Bonhoeffer wilde, ook nadat de nationaal-socialisten in 1937 het
seminarie in Finkenwalde hadden gesloten en hem een leerverbod hadden
opgelegd, het land niet verlaten. Na een kort verblijf in Amerika
keerde hij terug naar Duitsland, waar hij contact legde met de
militärische Spionage-Abwehr, een groep hoge officieren die een
aanslag op Hitler voorbereidde.
Bonhoeffer
werd in 1943 gearresteerd voor zijn hulp aan vluchtende joden. De
brieven die hij in de gevangenis van Berlijn-Tegel schreef, verschenen
na de oorlog onder de titel 'Widerstand und Ergebung' ('Verzet en
overgave', Ten Have, 1995) en vormen een indrukwekkend document van een
geloof in tijden van vervolging.
Na
de mislukte aanslag op Hitler in 1944 ontdekte de Gestapo Bonhoeffers
betrokkenheid bij de samenzwering en verzwaarde zijn gevangenisregime.
In 1945 zette de SS hem op transport naar het zuid-Duitse
concentratiekamp Flossenbürg. Daar werd hij op bevel van Hitler
opgehangen - twee weken voor de bevrijding door Amerikaanse troepen.
Vuile handen
Volgens
de overlevering zijn Bonhoeffers laatste woorden "Dit is het einde,
voor mij het begin van het leven." Al valt de oorsprong van deze zin
niet met zekerheid te achterhalen, hij is op Bonhoeffers nagedachtenis
zeker van toepassing. Bonhoeffer kan worden beschouwd als een
sleutelfiguur in de opbouw van de Bondsrepubliek Duitsland.
Zo
ontdekten veel jonge theologen in de jaren zestig zijn werk als
leidraad om de christelijke moraal met het verzet tegen het
nationaal-socialisme te verbinden. Nadat grote delen van de kerk in het
Derde Rijk hun handen vuil hadden gemaakt, werd Bonhoeffer tot
voorbeeldfiguur voor de naoorlogse theologie. Zijn gedachtegoed is
immers grotendeels als kritische reactie op de nationaal-socialistische
dictatuur ontstaan. Bonhoeffers gevangenschap en uiteindelijke executie
laten volgens zijn leerlingen bovendien zien dat hij zijn overtuigingen
consequent naleefde.
Niet
alleen de kerk, maar de hele Bondsrepubliek Duitsland heeft in de halve
eeuw na de Tweede Wereldoorlog een ingrijpend denkproces doorgemaakt.
De democratisering van Duitsland was niet mogelijk geweest zonder
verwerking van de schulden die het land op zich heeft geladen.
Tegenvoorbeelden als Bonhoeffer, die 'het betere Duitsland' belichamen,
hebben een belangrijke rol gespeeld in dit verwerkingsproces. Niet voor
niets heeft Bonhoeffers werk een vaste plaats gekregen in het
lesprogramma van middelbare scholen.
Verzet tegen Hitler
Boven het hoofdportaal van
de abdij van Westminster in Londen staat zijn beeltenis in steen
gebeiteld als een van de martelaren van de 20e eeuw. Wegens zijn verzet
tegen het bewind van Hitler werd Bonhoeffer op 9 april 1945, 39 jaar
oud, na enkele jaren gevangenschap in het concentratiekamp
Flossenbürg terechtgesteld.
Jodenvervolging
Als voorbeeld in het geloof
voor velen kan Bonhoeffer als protestantse heilige gelden. Al vlak na
de machtsovername door Hitler in 1933 waarschuwde de toen al gevierde
protestantse theoloog openlijk tegen de beginnende jodenvervolging. Hij
werd in de jaren dertig een vooraanstaand lid van de Belijdende Kerk,
het deel van de Lutherse Kerk in Duitsland dat zich tegen de nazi's
verzette.
Brieven uit gevangenis
In 1939, vlak voor het
uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, brak Bonhoeffer een lezingenserie
in de Verenigde Staten af. “Ik moet deze moeilijke periode in
onze geschiedenis met de christenen in Duitsland doormaken”, zo
motiveerde hij zijn terugkeer. In 1940 raakte hij betrokken bij de
verzetsgroep rond admiraal Wilhelm Canaris. De Gestapo arresteerde hem
in april 1943. Het zijn vooral zijn brieven uit de gevangenis,
merendeels aan zijn vriend Eberhard Bethge, die later voor opschudding
zorgden in kerk en theologie.
Inspiratiebron voor theologen
Vanaf de jaren zestig werd
Bonhoeffer een inspiratiebron voor theologen die zich in het in hun
ogen vastgeroeste denken over God en kerk niet meer konden vinden. Een
van hen was de tegendraadse godgeleerde Herman Wiersinga, die in de
jaren zeventig de gereformeerde wereld schokte met zijn afwijzing van
de traditionele leer over verzoening en Gods voorzienigheid.
Aardse theologie
De betekenis van Bonhoeffer
ligt vooral in de vragen die hij aan de traditionele theologie en
kerkelijke praktijk stelde, aldus Wiersinga in zijn boek De vitale
vragen van Bonhoeffer uit 2004. Bonhoeffer schetste volgens zijn
'volgeling' in zijn brieven de contouren van een aardse theologie die
de scheiding tussen deze aardse wereld en een hemelse, bovennatuurlijke
wereld waar een verre God huist, verwerpt.
‘Er zijn voor anderen’
“Onze verhouding tot
God is geen 'religieuze' verhouding tot het hoogste denkbare,
machtigste, verhevenste wezen”, schreef Bonhoeffer. “Onze
verhouding tot God is een nieuw leven, gericht op het 'er zijn voor
anderen', deelnemend aan het bestaan van Jezus.”
Lijdende God
De theoloog nam dan ook
afscheid van de almachtige God die alles bestiert. Ongehoord was zijn
opvatting van een God die meelijdt met de mens. “De bijbel
verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden; alleen de lijdende God
kan helpen”, schreef Bonhoeffer. Bekend is ook zijn dichtregel
“Een christen staat naast God in al zijn lijden''.
Vervreemding van traditie
“Zeker is wel dat het
omhelzen van Bonhoeffers lijdende God gelovigen en theologen vervreemdt
van de traditionele kerken en het traditionele geloof”,
concludeert Wiersinga. “Wie een lijdende God belijdt weet niet
meer zo goed wat de zin van zoveel menselijk lijden is - en dat is een
handicap voor de bereidwillig een goedbedoelende trooster, voor de
beroepshelper en de ongeschoolde ziekenbezoeker.'' Voor Wiersinga zelf
is God vooral een “Geest van liefde die sterk is als de dood en
het uiteindelijk wint. Tenminste, dat hoop ik van een lijdende
God”.
Gedachten voor een doopbrief...
`Je wordt vandaag gedoopt tot christen. Al de oude grote woorden van de
christelijke verkondiging worden over jou uitgesproken en het doopbevel
van Jezus Christus wordt aan je voltrokken zonder dat je er iets van
begrijpt. Maar ook wij zijn zelf weer helemaal op de aanvangen van het
verstaan teruggeworpen. Wat verzoening en verlossing, wat wedergeboorte
en heilige Geest, wat vijandsliefde, kruis en opstanding, wat leven in
Christus en navolging van Christus betekent, dat is allemaal zo
moeilijk en ver weg, dat we het nauwelijks nog wagen om erover te
spreken. In de overgeleverde woorden en handelingen vermoeden we iets
geheel nieuws en revolutionairs, zonder het nog te kunnen begrijpen en
onder woorden te kunnen brengen. Dat is onze eigen schuld. Onze kerk,
die in deze jaren alleen maar om haar zelfhandhaving heeft gevochten,
als was zij een doel in zichzelf, is niet in staat het verzoenende en
verlossende woord aan de mensen en aan de wereld te zijn. Daarom moeten
de vroegere woorden krachteloos worden en verstommen, en ons
christen-zijn zal tegenwoordig slechts uit tweeërlei bestaan:
bidden en het doen van gerechtigheid onder de mensen. Al het denken,
spreken en organiseren moet herboren worden uit dit bidden en dit doen.
Als jij volwassen geworden bent, zal de gestalte van de kerk ingrijpend
veranderd zijn. De omsmelting is nog niet ten einde, en elke poging
haar voortijdig tot een nieuwe organisatorische machtsontvouwing te
verhelpen, zal slechts een vertraging van haar ommekeer en loutering
betekenen. Het is niet aan ons de dag te voorspellen - maar die dag zal
komen - dat er weer mensen geroepen worden om zó Gods woord te
spreken dat de wereld er onder verandert en zich vernieuwt. Het zal een
nieuwe taal zijn, volkomen a-religieus misschien maar bevrijdend en
verlossend als de taal van Jezus: de mensen zullen ontsteld zijn maar
zich gewonnen geven aan haar kracht; een taal van een nieuwe
rechtvaardigheid en waarheid, een taal die de vrede verkondigt tussen
God en de mensen en de nabijheid van zijn Rijk. "En zij zullen zich
verbazen en verwonderen over al het goede en al het heil, dat ik aan
haar doe." (Jer. 33,9) Tot dan zal de zaak van de christen een stille
en verborgene zijn; maar er zullen mensen zijn, die bidden en
gerechtigheid doen en op Gods tijd wachten. Dat jij tot hen zult
behoren en dat van jou eenmaal gezegd mag worden: "Het pad der
rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder
straalt tot de volle dag." (Spr. 4,18)'
(Uit: 'Gedachten voor de doopbrief van Dietrich Wilhelm Rüdiger
Bethge', mei 1944, in: Dietrich Bonhoeffer, Verzet en Overgave, Ten
Have Baarn)
Meer weten? Lees verder.

Inhoudsopgave
Inleiding
Dietrich Bonhoeffer: navolger van Christus
De
Duitse theoloog Bonhoeffer, groot denker en toegewijd christen, wordt
vanwege zijn verzet tegen het nazi-regime op 9 april 1945, elf dagen
voor de bevrijding, opgehangen.Waar stond de theoloog Bonhoeffer? Was
hij vrijzinnig of toch reformatorisch? Bonhoeffer is niet makkelijk in
een hokje te plaatsen. Hij was vooral een navolger van Christus.
I.Levensloop
Om een beeld te kunnen krijgen van Dietrich Bonhoeffer als persoon volgt hier
eerst een beknopte beschrijving van zijn levensgeschiedenis.
Dietrich Bonhoeffer wordt op 4 februari 1906 geboren in Breslau, dat ligt in
het huidige West-Polen. Zijn ouders zijn welgestelde burgers en wonen in een
groot huis. Dietrich heeft nog drie broers en vier zussen. Vanaf 1912 wonen de
Bonhoeffers in Berlijn. Daar gaat Dietrich een jaar later ook naar het
gymnasium. Dietrich heeft een onbezorgde jeugd, waarin hij niets tekort komt.
In 1914 breekt WOI uit en niet alleen sneuvelen er familieleden, ook een van
Dietrich's broers sneuvelt: deze bezwijkt in 1918 aan verwondingen.
Al vroeg voor zijn einddiploma heeft hij de beslissing gemaakt theologie te
gaan studeren.
Hoewel zijn vader in eerste instantie het zonde vindt, dat Dietrich theologie
gaat studeren, geeft hij later toe, dat hij zich vergist heeft.
Vader Bonhoeffer identificeert zich het meest met Dietrich's drie broers, die
meer op hem lijken en dezelfde interesses als hij vertonen. Dietrich moet daarom
moeite doen om door zijn vader geaccepteerd te worden. De beslissing om
theologie te gaan studeren is voor Dietrich dan ook een belangrijke stap.
Enerzijds heeft hij de mogelijkheid om ergens in uit te blinken op een ander
vakgebied dan zijn broers en zo het respect van zijn cader te verdienen.
Anderzijds maakt hij zich door deze keuze onafhankelijker van de familie en
wordt hij zelfstandiger.
Dietrich begint zijn studie in 1923 in Tübingen. Omdat hij geen kerkelijke
achtergrond heeft en door zijn studiekeuze aan de rand van zijn familie is komen
te staan is hij een buitenstaander. Zijn studie vlot aanvankelijk dan ook niet
zo.
Hij maakt met zijn broer Klaus een studiereis naar Rome en Tripolis. Eenmaal
terug gaat hij in 1924 in Berlijn studeren. Zijn studie heeft nu meer vaart en
al in 1927 promoveert hij. Na in Barcelona als assistent van een pastor van een
Duits-lutherse gemeente te hebben gewerkt promoveert hij in 1929 tot
universitair docent in Berlijn, waar hij in 1930 zijn eerste openbare les geeft.
Met zijn vierentwintig jaar is hij, hoewel hij geslaagd is voor zijn examens
voor de kerk, nog te jong om ergens predikant te worden: de minimumleeftijd
daarvoor is vijfentwintig jaar en de regels zijn heilig voor de kerk.
Dietrich zelf vindt het niet erg en hij gaat een jaar naar de Verenigde
Staten op uitnodiging van het Union Theological Seminary in New York. Hij is
geschokt door de strikte rassenscheiding, die hij tegenkomt.
Van 1931 tot 1933 is Dietrich bezig met allerlei pastoraal werk en werkt hij
nog steeds op de universiteit. De meeste theologen daar zijn
Duits-nationalistisch en de studenten komen vaak in hun fascistische uniform.
Terwijl de Evangelische Kirche Hitler niets in de weg legt en de Duitse
Christenen naar voren komen en zelfs de meerderheid krijgen in de kerkelijke
leiding protesteert Dietrich tevergeefs. Hij gaat eind 1933 in Londen werken
voor twee Duitse gemeenten daar.
Hij probeert de buitenlandse kerken te overtuigen van het belang van de
strijd tussen de Duitse Christenen en de ondertussen opgerichte Belijdende Kerk,
maar tevergeefs.
In 1935 wordt hij directeur van het seminarie in Finkenwalde bij Stettin
(tegenwoordig Pools). Hij heeft een zeer ongewone manier van onderwijzen, die
buitengewoon gevarieerd is en zeer motiverend werkt. Hij organiseert allerlei
activiteiten buiten de gewone lessen en verbouwt met zijn studenten hun
onderkomen. Al eind 1935 wordt onder andere zijn seminarie door de nazi's
illegaal verklaard, maar hij gaat gewoon door. In deze periode leert hij
Eberhard Bethge kennen. Bethge wordt een van Dietrich's beste vrienden. De
politie verzegelt het huis van het seminarie in Finkenwalde eind 1937.
In 1938 komt Dietrich voor het eerst in aanraking met plannen voor een
staatsgreep tegen Hitler.
In 1939 is Dietrich te gast bij het Union Theological Seminary in New York.
Een oorlog lijkt op dat moment al onvermijdelijk en hoewel hij in New York
veilig is, voelt Dietrich zich geroepen om terug te gaan naar Duitsland, wat hij
in juli dan ook doet.
Dietrich heeft ondertussen een duidelijke mening gevormd over zijn houding
tegenover kerk, staat en verzet. Terwijl vrienden en oud-Finkenwalde studenten
hun verzet plegen door niet de Hitlergroet te brengen, heeft Dietrich al
besloten, dat hij voor zoiets onbenulligs geen risico wil lopen. Hij weet al,
dat er voor veel belangrijkere dingen risico's genomen zullen moeten worden. Hij
neemt al deel aan een samenzwering tegen Hitler. Voor hem is het brengen van de
Hitlergroet deel van zijn dekmantel. Over zijn verzet meer in het volgende
hoofdstuk.
Dietrich is ondertussen koerier in de Abwehr (zie ook het volgende hoofdstuk)
en in die hoedanigheid is het hem mogelijk naar het buitenland te reizen als
koerier, onder andere naar Zweden en Zwitserland.
In 1942 verlooft hij zich met Maria von Wedemeyer. Ze hebben al trouwplannen,
maar in april 1943 wordt Dietrich gearresteerd op verdenking van
verzetsactiviteiten.
Hij wordt opgesloten in de militaire gevangenis Berlijn-Tegel. Langzaam komt
er een berichtenstroom op gang tussen Dietrich en zijn familie en vrienden; er
kunnen veel brieven gesmokkeld worden. Gelukkig voor hem heeft de Gestapo nog
geen overtuigend bewijsmateriaal tegen hem kunnen vinden.
Na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 komt het verzet tegen Hitler zwaar
onder vuur. In september dat jaar worden documenten gevonden, die de
samenzwering tegen Hitler blootleggen. Ook Dietrich's rol wordt nu pas werkelijk
duidelijk en hij wordt overgebracht naar de beruchte gevangeniskelder van het
Reichssicherheitshauptamt in de Prinz-Albrechtstraat. Zijn invloedrijke
beschermers zijn ondertussen ook al gevangengenomen. In februari 1945 wordt hij
op transport gesteld naar het concentratiekamp Buchenwald. Bij het naderen van
de Amerikanen wordt hij met andere samenzweerders richting concentratiekamp
Flossenbürg vervoert, maar komt uiteindelijk via Regensburg in een school in
Schönberg terecht.
Hitler heeft ondertussen besloten de verzetsgroep van de Abwehr via
snelprocessen uit de weg te ruimen en voor dat doel wordt gevangene Bonhoeffer
naar Flossenbürg gehaald, waar zijn leven in de morgen van 9 april 1945, vlak
voor het einde van de oorlog, wordt beëindigd.
II.Het verzet van Bonhoeffer
Dietrich Bonhoeffer heeft op verschillende manieren verzet gepleegd. Eerst
vooral op kerkelijk gebied, later ook daarbuiten.
De lutherse Evangelische Kirche, waar Dietrich bij hoorde, was in de tijd van
het keizerrijk staatskerk geweest. In de tijd van de Republiek van Weimar hingen
de meeste protestanten de politieke oppositie aan. Als Hitler aan de macht komt,
staan de meeste leidinggevenden in de kerk daar achter. Pas als de regering zich
met de kerk begint te bemoeien verandert dat, omdat zij van een
twee-terreinenleer uitgingen, waarin de politiek neutraal stond tegenover de
kerk. De Evangelische Kirche was sterk verdeeld en sterk hiërarchisch opgebouwd,
zodat invloed door de regering gemakkelijk van bovenaf kon worden uitgevoerd.
Binnen de Evangelische Kirche ontstaan de Duitse Christenen: een produkt van
de nazi's om het christendom te germaniseren. Zij winnen snel aan invloed. Er
ontstaat een kerkstrijd en het resultaat is een Rijkskerk met de Deutsche
Christenen aan de macht en een Bekennende Kirche onder leiding van de
oppositie(1).
Direct in 1933 al weigert Dietrich zich als predikant van Sydenham en de St.
Paul's-gemeente in East End (Londen) te laten inschrijven door het Bureau
Buitenland van de "Rijkskerk", omdat hij daarmee de Rijkskerk zou erkennen. Hij
vindt bovendien, dat de maatregelen tegen de joden reden genoeg zijn voor de
kerk om in actie te komen. In Dietrich's woordenboek komt het woord compromis -
op kerkelijk gebied - niet voor. Hij doet veel moeite om andere predikanten te
overtuigen om in verzet te komen, maar hij is te radicaal voor hen.
Hier blijft het niet bij. Hij vindt ook nog dat kerkelijk verzet pas een
eerste stap is. Via zijn zwagers Hans von Dohnanyi en Rüdiger Schleicher komt
Dietrich in contact met het burgerlijk verzet. Dohnanyi is lid van de politieke
tak van de 'Abwehr'. De Abwehr is een nazistische organisatie voor spionage en
contra-spionage met als belangrijk doel de loyaliteit van het opperbevel van de
Wehrmacht te controleren. Chef van de Abwehr is kapitein ter zee en later
admiraal Wilhelm Canaris en ook die zit in het complot, samen met zijn
rechterhand generaal Hans Oster. Ironisch genoeg worden er samenzweringen tegen
Hitler beraamt door een organisatie, die opgezet is om deze samenzweringen te
voorkomen.
Voor deze Abwehr wordt Dietrich koerier. Met deze dekmantel heeft hij
contacten (en discussies) met andere verzetsgroepen, zoals de
studentenverzetsgroep Weiße Rose, die pamfletten schrijft en verspreidt. Ook
heeft hij ook contacten met het buitenland, onder andere met de Engelse bisschop
Bell, die voor hem tevergeefs bij de regering bepleit, dat er ook nog 'goede'
Duitsers zijn.
Eind 1942 gaat er iets mis en vallen er verdenkingen op onder andere Dietrich
Bonhoeffer. Op 5 april 1943 wordt hij gearresteerd en eindigt zijn actieve rol
in het verzet.
Er blijft hoop op een geslaagde staatsgreep, maar de mislukte staatsgreep van
20 juli 1944 betekent het definitieve einde van de verzetsgroep onder Canaris.
III.Susanne Dress
In de nu volgende hoofdstukken komen enkele personen aan bod, die Dietrich
Bonhoeffer hebben gekend en ontmoet in de tijd, dat hij gevangen zat.
Voornamelijk aan de hand van citaten van deze personen (bronnen zijn vermeld in
voetnoeten) zal ik proberen hun kijk op Dietrich weer te geven. De eerste
persoon is Susanne Dress-Bonhoeffer. Zij is de jongste zus van Dietrich. Zij
heeft hem een aantal keren opgezocht in Tegel en met hem gesproken.
Over de eerste ontmoeting die ze hebben in de gevangenis schrijft zij in het
boek Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer: "Maar goed dat we thuis
geleerd hebben ook de heftigste gevoelens uiterlijk te beheersen"(2). Het is begrijpelijk, dat het weerzien van broer en
zus in de gevangenis emotioneel is. Zij hebben echter van huis uit geleerd, dat
te verbergen. In het gezin Bonhoeffer was het uiten van heftige emoties domweg
niet netjes, hooguit de vrouwen mochten dat doen. Bij dit weerzien weet Dietrich
zijn emoties dan ook goed te verbergen, iets wat hij ongetwijfeld in alle
mogelijke andere situaties ook zal kunnen.
Dietrich is op dat moment nog ongebroken, ondanks alle verhoren. Tot het
einde zal hij zijn onschuld kunnen volhouden. Dietrich is "zijn oude, goedige
manier om mensen te aanvaarden en te waarderen nog niet kwijt."(3) Hij weet het dus te waarderen, als de onderofficier
van dienst bereid is Dietrich heimelijk met zijn zus te laten spreken. Dietrich
lijkt zich neer te leggen bij de situatie en kan het waarderen, dat hij deze
gelegenheid krijgt.
Ook is hij optimistisch. Hij meent, dat het spoedig is afgelopen met het
nazi-regime en dat hij dan snel vrij zal komen.
Samen proberen ze elkaars vertrouwen te versterken. Het is niet makkelijk om
goede moed te houden in de gevangenis en ook Dietrich kan wel wat steun
gebruiken.
Hoe Susanne over Dietrich denkt komt sterk tot uitdrukking in het volgende:
"De stem van Dietrich, hoe hij eruit ziet en iets vraagt, alles wordt
ongelooflijk belangrijk. Alles moet dienen om te weten te komen hoe hij leeft,
hoe hij de situatie verwerkt, of hij meer lijdt dan hij toegeeft, of hij zo
sterk en bekwaam tot lijden is als ik altijd van hem dacht."(4)
Vooral het laatste is typerend. Susanne schrijft niet of hij inderdaad lijdt,
maar het lijkt goed met hem te gaan. Ze heeft duidelijk een hoge dunk van hem.
Later begint de situatie wat te verslechteren, enige complotgenoten worden
gearresteerd en er is sprake van verscherpte maatregelen. "... hij ziet er zo
slecht uit als nooit eerder"(5) meldt Susanne,
maar Dietrich laat niets merken. Hij hoopt, dat er dingen gaan veranderen en dat
de mensen in de maatschappij zich ervan bewust worden, dat er ook iets moet
veranderen.
Deze hoop zal tevergeefs blijken, want slechts een kleine minderheid heeft
verzet gepleegd tegen het regime en Hitler's terreur heeft dat verzet ook
uitermate moeilijk gemaakt.
IV.Harald Poelchau
Harald Poelchau is vanaf 1939 gevangenispredikant in Tegel.
Hij merkt op, dat Dietrich altijd druk aan het werk is, zoals Dietrich ook
zelf meldt(6), met boeken lezen of concepten
maken.
Dietrich heeft zelfs eenvoudig kunnen vluchten uit de gevangenis, maar wilde
dat niet, want "Hij wilde niemand buiten ermee belasten hem te verbergen",
schrijft Poelchau.(7) Niemand zit voor zijn
plezier in de gevangenis en vermoedelijk Dietrich ook niet, maar het is voor hem
belangrijker, dat hij anderen niet belast met een eventuele ontsnapping.
Dietrich is trouwens toch al bezorgder om anderen dan om zichzelf. Poelchau
zegt daarover: "Hij tobde veel, niet over zijn eigen lot, maar over zijn volk,
dat zoveel schuld tegenover joden en buitenlanders op zich laadde."(8)
Hij kan ook goed met andere mensen opschieten; volgens Poelchau: "Dietrich
Bonhoeffer was als christen en door zijn ongewone begaafdheid om met allerlei
mensen om te gaan een hoogstaande figuur, maar hij voelde zich solidair met zijn
medegevangenen."
Ook in Christen en dwarsligger, een biografie over Dietrich Bonhoeffer
van Renate Wind, is hiervan een voorbeeld te vinden: Dietrich weet in 1931 een
groepje jongeren uit de Berlijnse arbeiderswijk Prenzlauer Berg te inspireren
voor de catechisatie, wat voorgangers niet gelukt was. Zelfs een voorganger,
waarvan gezegd werd dat hij nergens bang voor was, vreesde deze wilde groep
jongeren. Dietrich heeft ze in een paar minuten stil.
Dietrich hoefde zich in eerste instantie weinig zorgen te maken over
zichzelf. Hij kan zich redelijk veilig voelen in de gevangenis. Immers, zijn oom
generaal Von Hase is op dat moment stadscommandant van Berlijn en hij heeft nog
wel meer familieleden op belang-rijke posities. Helaas wordt Von Hase later
terechtgesteld en dan wordt langzamerhand zijn toestand gevaarlijker.
Poelchau heeft het ook over de grote bewegingsvrijheid, die Dietrich had.
Binnen de gevangenis kon hij bijna vrij rondlopen. Zijn prestige, "dat hij door
zijn persoonlijk optreden in de gevangenis al lang verworven had"(9) wordt nog eens verhoogd door Von Hase, die hem
regelmatig opzoekt.
Ook al was Harald Poelchau gevangenispredikant, bij wie de gevangenen met hun
problemen terecht konden, vaak ook was Dietrich de hulpverlener en Harald de
hulpbehoevende.
Expliciet noemt Poelchau nog Dietrich's vroomheid, die blijkt uit de gebeden
voor de medegevangenen, die in een blaadje verschenen, gemaakt door Harald en
Dietrich.
V.Fabian von Schlabrendorff
Von Schlabrendorff is een neef van Dietrich's verloofde Maria von Wedemeyer.
Hij had een aanslag op Hitler geprobeerd en was daarom gearresteerd. Hij zat ook
in de gevangenis Berlijn-Tegel.
Von Schlabrendorff beschrijft Dietrich als een rustig, zelfverzekerd man, een
rots in de branding voor mensen, die hem nodig hadden. Ook al had hij het soms
zwaar te verduren bij de verhoren, hij liet nooit iets merken.
Door zijn zelfverzekerde verschijning stelde hij ook zijn medegevangenen
gerust. Von Schlabrendorff maakt melding van een zwaar en verwoestend
bombardement op Berlijn. De gevangenen zitten in een schuilbunker, en op een
gegeven moment raakte een bom die bunker:
"Een ogenblik leek het als zou de bunker barsten en het dak op ons
neerkletteren. Hij deinde als een schip in de storm, maar hij hield het. Op dit
ogenblik toonde Bonhoeffer wat in hem stak. Hij bleef volkomen kalm, vertrok
geen spier en stond onbeweeglijk en gelaten stil, alsof er niets
gebeurde."(10)
Het blijkt, dat zelfs onder deze zware en ijselijke omstandigheden hij kalm
blijft en bovendien zijn situatie aanvaardt. Alle aanwezigen in de bunker hadden
door deze bom kunnen omkomen en Dietrich was zich daar zeker van bewust. Iemand,
die in zulke situaties rustig blijft, ìs van nature een rustig persoon. Von
Schlabrendorff erkent dat en noemt hem onwrikbaar.
Von Schlabrendorff noemt Dietrich's ziel edel en rein en uit zijn daden
blijkt, dat hij dat niet voor niets beweert. Zo deelt hij met blijdschap alle
spullen uit de pakketten, die hij wekelijks van zijn ouders kreeg met zijn
medegevangenen. Het uitdelen van goederen aan behoeftige medegevangenen was
gebruikelijk, maar Dietrich is nadrukkelijk blij te kunnen delen en de
naaste te helpen.
VI.Anneliese Goerdeler
Anneliese Goerdeler maakt Dietrich mee, als hij vervoerd wordt in 1945 en op
weg is naar zijn dood. Ook Anneliese's dochter Marianne is erbij. Anneliese's
man heeft in een cel naast Dietrich gezeten en leeft waarschijnlijk niet meer.
Zo komen ze met elkaar in contact.
Anneliese maakt evenals Fabian von Schlabrendorff melding van Dietrich's
vreugde om te kunnen uitdelen, Dietrich vond het nog fijner om uit te delen
omdat Anneliese's man Carl Friedrich er erg slecht uit zag. Dietrich geniet
duidelijk van het uitdelen: hij deelt het liefst uit aan mensen die het hard
nodig hebben.
Over dochter Marianne schrijft Anneliese Goerdeler, dat Dietrich - door haar
steeds 'dominee Bonhoeffer' genoemd- "een voortreffelijke indruk op haar gemaakt
had".(11) Dit betekent niets bijzonders, behalve
dan, dat Dietrich in de gevangenis zijn goede manieren niet kwijt is geraakt.
Anneliese en haar dochter hebben veel steun gehad aan de gesprekken met
Dietrich, ook al waren het er niet veel. Zij hebben de laatste dienst meegemaakt
waarin hij voorging. Daarna hij werd weggevoerd.
VII.Payne Best
Captain S. Payne Best was een Engelse officier, die in 1940 gevangen was
genomen aan de Nederlands-Duitse grens door een list van de Duitsers. Hij maakte
de laatste dagen van Dietrich Bonhoeffer's leven mee. Hij heeft in 1949 een boek
geschreven, The Venlo Incident, waarin hij zijn lotgevallen vertelt vanaf
1940 tot hij vrij kwam in 1945. De meeste boeken over Dietrich Bonhoeffer kwamen
in de jaren '60 uit. Het boek van Best is al veel eerder geschreven. Het is dus
een van de eerste boeken, waarin Dietrich Bonhoeffer vermeld en beschreven
wordt.
Uit de volgende tekst uit zijn boek is op te maken, hoe Best Dietrich beziet:
"Bonnhöfer, ... , was all humility and sweetness; he always seemed to me to
diffuse an atmosphere of happiness, of joy in every smallest event in life, and
of deep gratitude for the mere fact that he was alive. There was something
dog-like in the look of fidelity in his eyes and his gladness if you showed that
you liked him. He was one of the very few men that I have ever met to whom his
God was real and ever close to him."(12)
Uit de beschrijving over de blik in Dietrich's ogen als van een hond zou men
kunnen opmaken, dat Best neerkijkt op Dietrich, maar uit de rest van de tekst
blijkt een bewondering en een diep respect van Best voor Dietrich, voor zijn
houding onder de omstandigheden (hij was al ter dood veroordeeld door de nazi's)
en zijn geloof. Opvallend is, dat juist dit stukje tekst meestal wordt
weggelaten in citaten, mogelijk uit respect voor Dietrich. Ik vermeld dit stukje
citaat voor de volledigheid en omdat het in zijn volledige context geen afbreuk
zal doen aan hem.
Best noemt ook de vreugde en het geluk, dat Dietrich uitstraalt. Best
beschrijft hoe Dietrich van de kleinste dingen kan genieten en er dankbaar voor
is, dat hij dat kan en mag.
Ik krijg de indruk uit de manier van schrijven van Best, dat hij Dietrich
beschouwde als een vriendelijke, kinderlijke man, die als een kind zo blij kon
zijn met de kleinste dingen. Zeker als hij, na verteld te hebben, dat Dietrich
zelf opgespaarde rookwaren uitgedeeld had, erbij vermeldt: "He was a good and
saintly man."(13) Deze opmerking lijkt een
beetje uit de lucht te komen vallen. Dit is alleen maar mijn eigen
interpretatie. Ook al krijg ik deze indruk bij het lezen van de tekst, zelf ben
ik er van overtuigd, dat Best werkelijk gesteld was op Dietrich en dat gewoon op
een Britse manier beschrijft.
VIII.Maria von Wedemeyer
Maria van Wedemeyer werd op 23 april 1924 geboren in Pätzig (dat is gelegen
in het huidige Polen). Dietrich leerde haar kennen via haar grootmoeder, met wie
hij bevriend was.
In de loop van 1942 ontwikkelt zich geleidelijk een verhouding tussen Maria
en Dietrich: als Maria's grootmoeder een tijd ziek is, komt Dietrich geregeld op
bezoek en praat veel met Maria.
"Hij is oud en wijs voor zijn leeftijd, het echte type van een geleerde. ...
Moeder zegt dat hij een idealist is"(14)
schrijft Maria in haar dagboek.
Dietrich is 36 jaar oud. Op verzoek van Maria's moeder gaan ze een jaar uit
elkaar; zij vindt Maria te jong, het leeftijdsverschil te groot en ze vermoedt
terecht, dat Dietrich betrokken is bij verzetsactiviteiten, waardoor hij teveel
gevaar loopt. Maria is echter al begin 1943 vastbesloten om met Dietrich te
trouwen en ze verloven zich per brief. Op 5 april 1943 wordt Dietrich
gearresteerd, wat ze pas in juli te weten komt.
Nu begint er een intensieve briefwisseling op gang te komen tussen de beide
verloofden. De volledige verzameling van die brieven is in 1992 voor het eerst
uitgegeven onder de naam 'Brautbriefe Zelle 92'. In Nederland verscheen de
vertaling onder de titel 'Bruidsbrieven uit de cel'.
De briefwisseling tussen Maria en Dietrich getuigt van echte, pure liefde.
Maria is in gedachten en in daden al bezig zich voor te bereiden op hun
weerzien. Ze willen gaan trouwen, zodra Dietrich vrij komt. Uit hun brieven
blijkt, dat ze er vast op vertrouwen, dat Dietrich snel vrij zal komen. Hoewel
ze gescheiden zijn, zijn ze in gedachten steeds bij elkaar.
Uit de brieven blijkt ook de enorme morele steun, die Dietrich van Maria
krijgt. Die heeft hij hard nodig, zeker als later de vooruitzichten
verslechteren.
Er valt verder weinig te zeggen van Maria's mening over Dietrich. Behalve dan
dat ze onvoorwaardelijk van hem heeft gehouden.
Maria von Wedemeyer is op 16 november 1977 overleden aan kanker.
IX.Eberhard Bethge en andere commentaren
Eberhard Bethge was een van de beste vrienden van Dietrich Bonhoeffer. Hij
heeft al het nagelaten werk van Dietrich uitgegeven en becommentarieerd.
Bovendien heeft hij een dikke biografie geschreven over Dietrich
Bonhoeffer (zo'n 900 pagina's). Bethge heeft heel veel waardering voor Dietrich
gehad en daarom vind ik, dat zijn naam hier genoemd moet worden. Eberhard Bethge
heeft talloze werken geschreven over Dietrich Bonhoeffer en waarschijnlijk
daarom is een mening over Dietrich, zeker over hem gedurende de tijd in de
gevangenis, niet te vinden. Ik kan me zo voorstellen, dat hij niet de behoefte
had om elk boek weer te zeggen, wat hij van Dietrich vond.
Paul Lehman, een vriend van Dietrich in de Verenigde Staten, zegt: "Seine
aristokratische Haltung war unverkennbar, jedoch nicht aufdringlich"(15). Uit eerder vermelde commentaren van anderen
blijkt, dat deze houding hem in de gevangenis niet verlaten heeft.
"Er war gewiß der unnachgiebigste und der tapferste"(16), stelt een andere vriend en zo zullen velen hem ook
herinneren.
H. Fischer-Hüllstrung, kamparts geweest in concentratiekamp Flossenbürg,
bericht nog over Bonhoeffer en wel in een kort bericht in 1955 vlak voor zijn
eigen dood: "De manier waarop deze buitengewoon sympathieke man vol overgave en
zeker van verhoring bad heeft me ten diepste aangegrepen."(17) Hier kunnen twee dingen over gezegd worden: ten
eerste is Bonhoeffer deze man de rest van zijn leven bijgebleven, ten tweede
laat dit zien, dat Bonhoeffer nooit heeft getwijfeld aan zijn geloof, tot en met
zijn dood.
X.Dietrich Bonhoeffer
In het boek Verzet en overgave is de briefwisseling weergegeven tussen
Dietrich en de buitenwereld. Hij schrijft voornamelijk naar zijn ouders en naar
Eberhard Bethge. De briefwisseling met zijn verloofde Maria is al eerder aan de
orde gekomen en staat niet in dit boek.
Ik ga in dit hoofdstuk in op aantekeningen en gedichten van Dietrich in
Verzet en overgave, omdat hij hier werkelijk iets over zichzelf zegt. In
zijn brieven is hij namelijk voortdurend optimistisch tegenover zijn familie en
kennissen om die te bemoedigen. Omdat de brieven onderschept zouden kunnen
worden, kon hij ook niet helemaal vrijuit schrijven. De officiële brieven
moesten door de censuur en in die brieven kon natuurlijk al helemaal geen
gevoelige informatie in staan.
Uit zijn notities van mei 1943 (hij zit dan nog maar een maand in de cel)
blijkt, dat hij moeite doet om het verleden te aanvaarden. Hij laat het woord
zelfmedelijden vallen. Hij voelt zich (terecht) gescheiden van onder andere
mensen, werk en toekomst, zelfs gescheiden van God. In zijn dromen lijkt de tijd
stil te staan en hij schrikt bij het wakker worden. Tijd is erg belangrijk voor
hem. In deze tijd schrijft Dietrich ook het volgende, een vaker geciteerde zin
van hem: "zelfmoord, niet uit schuldbewustzijn, maar omdat ik in wezen al dood
ben" (pag. 37). Maar een paar regels verder schrijft hij: "Overwinning in het
gebed". Uiterlijk heeft hij zichzelf onder controle en later zal hij ook
innerlijk tot rust komen.
Eind 1943 schrijft hij samen met Harald Poelchau gebeden voor medegevangenen.
Deze gebeden zullen niet alleen zijn medegevangenen hebben gesteund, maar ook
hem zelf. Ze gaan over dankbaarheid, hulp vragen en vergeving krijgen.
In een verslag over zijn verblijf in de gevangenis geeft hij aan de
behandeling van zijn medegevangenen te willen verbeteren; zelf krijgt hij een
voorkeursbehandeling door zijn 'relaties', zijn familieleden en kennissen op
hoge posten.
In een gedicht van halverwege 1944 komt weer het verlangen naar het verleden
naar voren. Hij verlangt naar zijn vroegere leven en hij droomt 's nachts van
vrijheid.
In Dietrich's gedicht 'Wie ben ik?', dat op de voorkant is afgedrukt staat
treffend hoe hij over zichzelf denkt.
In het gedicht 'Goede machten', in het Liedboek voor de Kerken opgenomen als
gezang 398 (een nieuwjaarsgezang), laat Dietrich merken, dat hij zich getroost
voelt door God en zich bij zijn lot neerlegt.
'In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.'
(Gezang 398: 7)
Slotbeschouwing
Na al het materiaal gelezen te hebben kan ik het volgende opmerken over de
vraag 'Hoe was Dietrich Bonhoeffer in de cel?'.
Er komt een verschil naar voren tussen zijn gedrag naar buiten toe en wat er
zich in zijn innerlijk heeft afgespeeld.
Tegenover zijn omgeving was hij rustig en vol zelfvertrouwen. Dit vertrouwen
straalde hij ook krachtig uit. Hij was hierdoor en door zijn bewogenheid met
zijn medegevangenen hen tot grote steun. Zijn neiging om emoties niet te uiten
was mede een gevolg van zijn opvoeding. Hij was erg behulpzaam en was dat ook
van harte. Zijn geloof en vertrouwen op God heeft velen gesterkt. Degenen, die
hem van dichtbij hebben meegemaakt zijn het hierover eens.
Innerlijk heeft hij het echter behoorlijk moeilijk gehad. Uit de weinige
aantekeningen, die van hem resten blijkt dit duidelijk, ook al gaat er uiteraard
veel meer in een mens om dan in een paar blaadjes aantekeningen te vangen is.
Hij heeft er moeite mee gehad, om zich neer te leggen bij zijn verblijf in de
gevangenis. In het begin was er de hoop op een spoedig proces en vrijspraak.
Later, toen die hoop vervlogen was heeft hij zich kunnen verzoenen met een
eventuele dood. Toen hij tegen het eind van de oorlog op transport werd gesteld
was er even de hoop, dat hij zou overleven. Toen hij werd opgehaald voor zijn
executie straalde hij berusting uit, ook al moet het besef, dat hij de oorlog
niet zou overleven een overweldigende emotie zijn geweest. Wat er toen door hem
heen ging is niet bekend; bekend is wel, dat hij nog rustig een laatste gebed
kon uitspreken. Zijn geloof heeft hem nooit verlaten.
Hoewel Dietrich Bonhoeffer als een held -voor zover dit woord gebruikt kan
worden- heeft opgetreden was hij toch een gewoon mens. Zijn hele leven door
overheerst zijn geloof in God. Ook al is zo'n geloof te verwachten van een
dominee/theoloog, slechts weinigen staan voor de uitdaging op zo'n manier voor
hun geloof op te komen als hij heeft moeten doen. Vooral dit laatste maakt hem
een bijzonder mens.
Literatuurlijst
Aspeslagh, R. en Raven, S. (red.) Een lastige erfenis: de rol en betekenis
van het Duitse verzet tegen Hitler. Assen, 1995.
Best, S. Payne The Venlo incident. Watford, 1951.
Bethge, E. Bonhoeffer. Hamburg, 1996.
Bonhoeffer, D. Verzet en overgave. Brieven en aantekeningen uit de
gevangenis. Baarn, 1989.
Bonhoeffer, D. en Wedemeyer, M. von Bruidsbrieven uit de cel.
1943-1945. Leiden, 1995.
Bosanquet, M. Leven en dood van Dietrich Bonhoeffer. Utrecht, 1969.
Knigge, J. Historisch perspectief. Wereldgeschiedenis van de 20e eeuw.
1900-1945. Barneveld, 1993; deel 1, pag. 106, 107.
Roon, G. van Het Duitse verzet tegen Hitler. Een overzicht. Kampen,
1989.
Wind, R. Christen en dwarsligger. De levensgeschiedenis van Dietrich
Bonhoeffer. Kampen, 1995.
Zimmerman, W.-D. (red.) Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer.
Wage-ningen, 1969.
1. Uitgangspunt voor deze Bekennende Kirche zijn de
zogenaamde Barmer Thesen, voornamelijk tot stand gekomen dank zij Karl Barth.
Deze Thesen spelen ook in het heden nog een grote rol bij de totstandkoming van
de VPKN - de Verenigde Protestantse Kerk Nederland.
2. Uit Susanne Dress, W.-D. Zimmermann (red.), Ontmoetingen
in Tegel, Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer, pag.192.
3. Idem, pag. 192.
4. Idem, pag. 194
5. Uit Susanne Dress, W.-D. Zimmermann (red.), Ontmoetingen
in Tegel, Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer, pag. 197
6. Dietrich vermeldt zijn dagindeling in een brief aan zijn
ouders van 13-10-'43, D. Bonhoeffer, Verzet en overgave, pag. 105.
7. Uit Harald Poelchau, W.-D. Zimmermann (red.), De vrijheid
van de gevangene, Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer, pag. 198.
8. Idem, pag. 199.
9. Idem, pag. 198.
10. Uit Fabian von Schlabrendorff, W.-D. Zimmermann (red.),
Met Dietrich Bonhoeffer in de gevangenis, Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer,
pag. 205.
11. Uit Anneliese Goerdeler, W.-D. Zimmermann (red.),
Weggevoerd, Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer, pag. 207.
12. Uit S. Payne Best, The Venlo Incident, pag. 180.
13. Idem, pag. 191.
14. Dietrich Bonhoeffer/Maria von Wedemeyer, Bruidsbrieven
uit de cel 1943-1945, pag. 260
15. Paul Lehmann in Dietrich Bonhoeffer, Eberhard Bethge,
pag.136.
16. Reinhold Niebuhr in idem, pag. 137.
17. Uit H. Fischer-Hüllstrung, W.-D. Zimmermann (red.),
Bericht uit Flossenbürg, Ontmoetingen met Dietrich Bonhoeffer, pag. 209.