het levende woord van
god
De inhoud van de Bijbel
De Bijbel vertelt ons de geschiedenis van zowel de hemel als de aarde
vanaf het moment van de schepping tot en met de toekomstige eeuwige
heerlijkheid.
De Bijbel maakt ons duidelijk dat er slechts Eén God is en dat Hij de Schepper van hemel en aarde is.
De Bijbel maakt ons duidelijk, dat deze wereld niet door evolutie ontstaan is, maar door een daad van de Ene, ware God.
De Bijbel vertelt ons, dat God de mens geschapen heeft naar Zijn beeld
en gelijkenis en dat de mens met een bijzondere opdracht op aarde is
geplaatst, nl. om God te dienen en te eren en om de aarde te
onderhouden.
De Bijbel vertelt ons hoe het komt, dat er op aarde zoveel narigheid is, nl. als gevolg van de zonde van de mens.
De Bijbel vertelt ons ook, wat God er aan gedaan heeft om de mens te
redden van het oordeel en de verlorenheid. Zoals er een echte schepping
was, zo is er ook een echte herschepping van de mens (zie
2Cor.5:17-19).
Overduidelijk vertelt de Bijbel ons alles wat wij weten moeten van de
Here Jezus. Dat ook het Oude Testament van de Here Jezus getuigt geeft
onze Heer ook zelf aan wanneer Hij in een gesprek met een aantal Joodse
mensen zegt: "Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig
leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen!" (Joh.5:39)
En later toen de Here Jezus een gesprek had met de Emmaüsgangers,
legde Hij hun alles uit wat in de Schrift op Hem betrekking had.
(Luc.24:27) Wij kunnen zonder te overdrijven rustig zeggen, dat onze
Here Jezus het centrale thema van de gehele Bijbel is.
· In het Oude Testament wordt niet alleen naar Zijn komst
verwezen, er wordt ook van Hem verteld wat Hij zou gaan doen. In het
Nieuwe Testament wordt Zijn komst vermeld en wordt verteld wat Hij
gedaan heeft en nog steeds doet voor Zijn Gemeente, ja er wordt zelfs
verteld, wat Hij eens zal gaan doen.
De indeling van de Bijbel
De Bijbel bestaat uit twee verzamelingen van schriften, bekend onder de
namen Oude en Nieuwe Testament. Het eerste bevat opeenvolgende
openbaringen van GODS wil aan de Israëlieten, vóór
de komst van onze Heere JEZUS CHRISTUS. Het tweede deel bevat de van
God ingegeven schriften der apostelen en evangelisten.
Totaal zijn er 66 boeken, t.w. 39 in het Oude en 27 in het Nieuwe Testament.
De boeken van het Oude Testament werden door de oude Joden in 22 boeken of drie klassen verdeeld, onder de volgende namen:
1e de Wet,
2e de Profeten,
3e de Heilige Schriften.
De Wet, welke de vijf boeken van MOZES bevatte, heette ook wel
Pentateûchus, naar een Grieks woord, dat vijf werktuigen betekent.
De Profeten bestonden uit: de boeken Jozua en Richteren, de twee boeken
van Samuel, en de twee der Koningen, beide slechts één
boek uitmakende; deze werden de Oude of Eerste Profeten genoemd; de
Laatste Profeten bestonden uit de profetieën van Jesaja, Jeremia,
Ezechiël en die der twaalf kleine Profeten van Hozéa tot
Maleachi, die voor één boek gerekend werden.
De Hagiógrapha, of heilige Schriften, waren samengesteld uit de
in vijf boeken verdeelde Psalmen, de Spreuken, het boek Job, Salomo's
Hooglied, die met het boek Ruth en de Klaagliederen van Jeremia
één boek uitmaakten, de Prediker, de boeken van Esther,
Daniël, Ezra, en de twee boeken der Kronieken.
Volgens deze indeling worden deze boeken nog steeds in de Hebreeuwse Bijbel gevonden.
De Christenen hebben een andere indeling gevolgd, namelijk:
1e historische,
2e leerstellige en zedekundige of poëtische, en
3e profetische boeken.
De rangschikking van gewijde Schriften, zoals die in onze Bijbel voorkomt, is niet volgens chronologische orde.
Het boek Génesis is het eerste geweest, en men meent dat het
boek JOB omstreeks denzelfde tijd door MOZES afgewerkt is. De
profetieën van Maleachi vormen het laatste boek van het Oude
Testament. De Psalmen zijn altijd op zichzelf staande opstellen
geweest. De andere heilige boeken werden in 53 grotere en kleinere
afdelingen verdeeld, waarvan men iedere sabbat één las;
en op die wijze werd het Oude Testament in den loop van ieder jaar in
het openbaar geheel doorgelezen.
Oorspronkelijk stonden alle letters in de Bijbel even dicht op elkaar,
alsof elke regel slechts één woord was. Voor de openbare
lezingen van de Bijbel werd het noodzakelijk, dat men een
afscheidingsteken aannam. De Joden zijn al vroeg begonnen de gemaakte
afdelingen van elkaar te scheiden; volgens sommigen ten tijde van EZRA;
anderen zeggen dat het pas in de tweede eeuw der jaartelling geschiedde.
Het Nieuwe Testament werd het eerst door Hieronymus in de vierde eeuw
afgedeeld, en in de volgende eeuw deelden Ammonius en Euthalius ze in
lessen en afdelingen in voor gebruik in de kerk.
De eerste indeling van de Bijbel in hoofdstukken en verzen werd door
kardinaal Hugo omstreeks 1240 ingevoerd. Rabbi Mordechaï Nathan,
die in de 15e eeuw leefde, maakte een concordantie van het Oude
Testament, waarbij hij de hoofdstukken behield, maar de versverdeling
verbeterde. De geleerde Robert Etienne (Stéfanus) maakte in 1545
ook een versindeling in het Nieuwe Testament. (Bovendien wijzigde hij
ook de indeling van het Oude Testament). Deze indeling bleek zeer
handig te zijn bij het opzoeken van aanhalingen uit de Schrift. Een
nadeel is dat vele zinnen opgesplitst werden in kleinere delen. Hierom
is het van belang om de Schrift zo te lezen, alsof er geen indeling in
verzen bestaat. Alleen op deze wijze kan men de ware betekenis van de
Schrift juist gaan verstaan. Ook is het van belang, dat men de
verschillende aangehaalde verzen steeds in zijn volle kontekst leest.
De Bijbel is ingedeeld:
in het Oude Testament 39 Boeken en 929 hoofstukken
in het Nieuwe Testament 27 Boeken em 260 hoofdstukken
in het geheel 66 Boeken en 1189 hoofdstukken
Middelste en tevens het kortste hoofdstuk in de Bijbel is Psalm 117
Vertel het aan de kinderen -Mannen op weg naar Emmaüs
Het was avond geworden en er liepen twee mannen op de weg.
Zij kwamen uit Jeruzalem en gingen naar een klein dorpje dat Emmaüs heette.
Zij spraken heel druk met elkaar over alles was gebeurd was in Jeruzalem.
Over Jezus die gestorven was, over de vrouwen, die verteld hadden dat
het graf leeg was en dat de engelen hadden gezegd dat Jezus leefde.
De mannen begrepen er helemaal niets meer van.
Toen kwam er iemand bij hen lopen en vroeg waarover ze zo druk aan het praten waren en waarom ze zo verdrietig waren.
Het was Jezus, maar dat zagen de mannen niet.
"Hebt u dan niet gehoord wat er allemaal is gebeurd in Jeruzalem?
Weet u dan niet van Jezus, die gekruisigd is en van al die vreselijke dingen die zijn gebeurd?
En nu zeggen de vrouwen dat Jezus is opgestaan, dat kan toch niet?
We begrijpen het niet.
Wij dachten dat Jezus koning zou worden en nu is hij al 3 dagen dood."
Jezus keek hen vriendelijk aan en begon te spreken.
"Waarom geloven jullie niet wat de vrouwen hebben verteld?
Het is waar wat zei vertelden, Jezus is inderdaad opgestaan en Hij leeft.
Dit mòest allemaal gebeuren, alles is al voorspeld door de profeten.
Jezus wilde dit zèlf. Hij wilde dit lijden op zich nemen, Hij
wilde alle mensen gelukkig maken en de straf voor hen dragen, zodat
iedereen die in Hem gelooft bij God in de hemel kan komen.
Dààrom is dit allemaal gebeurd.
De mannen luisterden heel stil en toen begrepen ze het.
Ze wisten opeens zeker dat Jezus was opgestaan en leefde.
Hun verdriet veranderde in grote blijdschap en ze wilden nog wel heel lang met deze man praten.
Ze kwamen aan in het dorpje Emmaüs en Jezus wilde verder gaan.
"Nee, ga niet weg, blijf hier," vroegen ze hem, "het is al avond en donker. Wilt u bij ons blijven slapen?"
Jezus bleef bij hen en ging met hen aan tafel zitten om te eten.
Hij nam het brood, brak het en zegende het.
En toen….opeens…. herkenden de mannen Hem, ze zagen dat het Jezus was.
Ze strekten hun handen naar hem uit en wilden hem aanraken. "Jezus!"
Maar ineens was Jezus verdwenen.
Nu waren de mannen niet verdrietig meer. Ze waren zo blij, dit wilden
ze aan de vrienden van Jezus gaan vertellen. Jezus leeft, Hij is niet
dood.
En ze gingen weer op weg, terug naar Jeruzalem en kwamen bij het huis
aan waar de vrienden verbleven. De deuren en ramen waren hermetisch
gesloten, omdat ze bang waren voor de priesters.
De mannen klopten aan de deur en riepen luid :"Jezus leeft!"
De deur werd snel open gedaan en ze hoorden al vrolijke stemmen zeggen: "Jezus is opgewekt, Hij leeft!"
Want ook Petrus had Jezus gezien en zij vertelden elkaar alles wat er gebeurd was.
En terwijl ze zo druk aan het praten waren stond daar opeens iemand in hun midden.
Ze schrokken, wie was dat, was dat Jezus?
Hoe was Hij dan binnen gekomen? De deuren en de ramen waren toch op slot?
"Jullie hoeven niet bang te zijn", zei Jezus, "Ik ben het."
Kijk maar naar mijn handen en mijn voeten.
Ze zagen de wonden van de spijkers en ze wisten en geloofden dat het Jezus was.
Hij vroeg om eten en ze gaven Hem een geroosterd stuk vis.
Ze mochten weer luisteren naar Zijn stem, oh wat waren ze blij en gelukkig.
Jezus legde hen nog eens uit dat dit alles wel mòest gebeuren,
dat Hij de Redder, de Messias was van alle mensen en kinderen op de
hele wereld.
Jezus is ook gestorven voor jou en Hij wil ook jou gelukkig maken. Alleen Hij kan dat!
|