Het levende woord van God
Aflevering 3
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Kies hieronder een studie uit deze serie
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 |
| 08 | 09 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
"Het Woord van
God is levend en krachtig", zoals ze van zichzelf getuigd.
Begrijpelijk, want het is het Woord van de levende God. Alle dingen
zijn uit het Woord voortgekomen. De neerslag van het levende Woord
vinden we in "de heilige Schriften", dat dan ook prompt "van God
geïnsprieerd" heet. Letterlijk "God geblazen". Zoals ooit de
eerste mens door God ingeblazen en "alzo een levende ziel" werd, zo
zijn ook de heilige Schriften "van God geblazen" en daarom levend.
Gevormd door geschriften, ontstaan op zoveel plaatsen en gedurende
vele, vele eeuwen, vormt het niettemin een wonderbaarlijke eenheid..
1. De betekenis van sjalom
Het Hebreeuwse woord sjalom heeft de grondbetekenis van "welzijn" met
een nadruk op de materiële kant daarvan (Ri. 19:20). Bij de
begroeting vraagt men er naar (Gen. 29:6). Dit welzijn omvat
gezondheid, welstand.
Niet alleen de enkeling, ook een volk kan er goed aan toe zijn. De
toestand van welzijn ontstaat bij gestabiliseerde verhoudingen in
godsdienstig, politiek en sociaal opzicht. Vandaar, dat de tijd, waarin
de verhouding tussen Israël en de andere volken hecht en
betrouwbaar is, met het woord sjalom wordt gekarakteriseerd. Het volk
bevindt zich daar wel bij; het kan zaaien, oogsten, bouwen en zich
vermenigvuldigen, kortom welvaart genieten. In dit geval kan men sjalom
met vrede vertalen, mits men daaronder meer verstaat dan afwezigheid
van oorlog.
Zulk een toestand van sjalom berust op hechte verhoudingen (1 Kon.
5:26; Ri. 4:17), op een vaste orde. Als ergens de orde verstoord is,
kan er geen sjalom zijn. Dat kan de goede orde tussen God en mens
betreffen, maar ook die tussen volk en volk. Nu werden de verhoudingen
tussen mensen, die niet een natuurlijke gemeenschap (familie) met
elkaar vormden, vastgelegd in een verbond. Ook God maakt met
Israël zulk een verbond. Sjalom en verbond horen daarom
onlosmakelijk bij elkaar. Zonder verbond (zonder duidelijke en bezworen
afspraken betreffende de onderlinge verhoudingen en zonder zich daaraan
stipt te houden) kan er geen sjalom zijn, maar alleen bedreiging en
angst.
2. Jhvh geeft sjalom
Israël is er diep van doordrongen, dat het zijn welzijn alleen aan
Jhvh dankt. Dit blijkt uit de oeroude belijdenis (van Gideon): Jhvh
Sjalom (Ri. 6:24), hetgeen betekent: buiten Jhvh om is er geen welzijn
voor Israël, maar als het Hem dient, is Hij Zelf door alles wat
Hij schenkt en doet Israëls welzijn en welvaart. Daarom bidt men
Hem om sjalom voor Jeruzalem (Ps. 122:6). Vgl. Lev. 26:6. Het heil, dat
Jhvh geeft, bestaat in sjalom. Sjalom wordt aldus een van de
belangrijkste woorden uit de oudtestamentische heilsterminologie.
3. De profeten verkondigen sjalom
Zowel de echte als de valse profeten verkondigden sjalom. De valse
profeten deden het zonder grond (Jer. 6:14; 28; < Ez. 13:16); daarom
zeiden de echte profeten, dat hun profetie een gevaarlijke leugen, een
bedrog was. Jhvh zal juist het tegendeel van sjalom geven (Jer. 16:5).
want sjalom en zonde kunnen niet samengaan. De valse profeten sloegen
in hun visie op Israël de zonde over en daarin toonden zij geen
oog te hebben voor de heiligheid Gods.
Als de ballingschap is ingetreden heeft een opvallende omslag plaats:
Jeremia en Ezechiël gaan nú sjalom beloven (Jer. 29:11; Ez.
34:25 v.v .). Jes. 48:18; 54:13; 60:17 stemmen hiermede in. Zie voorts
de zang van Jes. 66:12 en de roep van Jes. 57:19. Wat hier bij het
woord sjalom gedacht moet worden, is niet meer te beschrijven. Men kan
het niet meer met zulk een ontoereikend woord als vrede vertalen, omdat
het een situatie tekent, die van een onvoorstelbare vreugde en hemelse
heerlijkheid vervuld is.
De oudtestamentische heilsverwachting is verwachting van déze
sjalom. Reeds Jes. 9:5 heeft deze eschatologische vrede verbonden met
een toekomstige Redder-Koning, die hij Vredevorst noemt. Hij is de door
Jhvh aangestelde vorst, die de opdracht heeft de vrede in het komende
messiaanse rijk te waarborgen en te handhaven. Aan deze vrede zal geen
einde komen (Jes. 9:6). In overeenstemming hiermee zegt Mi. 5:4: Deze
is vrede. In deze korte formule is het hele messiaanse heil besloten.
4. Sjalom is niet innerlijke vrede
Nergens in het O.T. is sjalom een innerlijke vrede van de ziel. Steeds
gaat het om iets, dat de enkeling (maar nog veelmeer het volk) ervaart
als een welzijn in politiek-sociaal-godsdienstig verband. Sjalom is
iets, dat gezien wordt aan de vruchten van de arbeid en aan de wijze,
waarop mensen met elkaar omgaan. Gerechtigheid en vrede kussen elkaar,
zegt Ps. 85:11. Sjalom is niet een gevoel, maar een situatie, waarin
het gewone leven geleefd wordt. Het heeft iets tastbaars aan zich; men
beleeft het met zijn hele existentie, naar lichaam en ziel.
De tegenstelling van vrede is in het O.T. daarom niet oorlog, maar
veelmeer rampspoed, ongeluk, onvrede, ellende en natuurlijk ook oorlog.
2. Septuaginta
De Septuaginta had geen ander woord ter vertaling van sjalom dan
eirènè. In Griekenland betekende eirènè de
periode van rust tussen twee oorlogen in. Het paste dus niet erg op wat
het O.T. met sjalom bedoelt.


















