liefde

Het werk van de Heilige
Geest
Wat
de wereld nu nodig heeft, is liefde", zijn de openingswoorden van een
populair liedje van enige jaren geleden. Ze drukken een verlangen uit
dat bijna iedereen wel in zich heeft. Maar wat is liefde? Te oordelen
naar het algemene begrip van "liefde" heeft de wereld er niet nog meer
van nodig! Als wat er in de wereld gebeurt het bewijs vormt, dan is het
duidelijk dat de wereld slechts een zeer vage notie heeft van wat
liefde is. Als ze het weet, handelt ze er niet naar, anders zou het
liedje niet stellen dat er behoefte aan is.
Liefde is een veel misbruikte term. Door onze ervaringen zijn onze
opvattingen erover allemaal enigszins verschillend. De meest gangbare
opvatting in de Westerse wereld is, dat liefde een warm, verwarrend
gevoel is, of een opwindend gevoel dat je diep in je maag voelt, of een
tinteling die langs je ruggegraat loopt. We denken eraan als een warm
gevoel van achting, een sterk verlangen bij iets of iemand te zijn, of
dat door iets of iemand bevredigd dient te worden.
Sommigen hebben liefde gelijkgesteld aan een zorgend en welwillend
geven, of een diepgaand emotioneel gevoel. Zo af en toe gebruiken we de
term wel erg oppervlakkig en niet echt ter zake doende. Mensen uiten
hun "liefde" voor de liturgie van een kerk. Sommigen zullen zeggen dat
ze "houden van" ijs, een bepaalde biersoort, pizza, type huis, kleur,
auto, mode, musicus of groep. Mensen beweren talloze dingen lief te
hebben. Wat sommigen "liefde" noemen, zou een theoloog ongeremde lust
kunnen noemen.
Maar deze uitspraken worden belachelijk zodra we gaan begrijpen wat
bijbelse liefde is. Het menselijk "liefhebben" is niet meer dan een
mening, een voorkeur. Een voorkeur is geen liefde en het op deze manier
gebruiken van "liefde" haalt haar omlaag.
Voor iemand zorgen is ook geen liefde. Men kan zorgen op een dusdanige
manier dat het een obsessie of een lust wordt. Echte liefde moet wel
een bepaalde mate van zorg in zich hebben, maar in zichzelf is dat
zorgende gevoel of die voorkeur geen liefde.
Het uitzonderlijk belang van liefde
In 1 Corinthiёrs 13 openbaart de bijbel het uitzonderlijk belang van
liefde voor ons leven. Paulus vergelijkt de waarde van liefde
rechtstreeks met geloof, hoop, profetie, zelfopoffering, kennis en de
gave van talen, en indirect met alle andere gaven van God die in
hoofdstuk 12 genoemd worden. Hij doet op geen enkele wijze laatdunkend
met betrekking tot het nut van die andere gaven voor ons leven en Gods
doel, maar geen van hen kan de vergelijking met liefde doorstaan.
De Corinthiërs waardeerden hun gaven ten zeerste, net als wij dit
zouden doen, maar het relatieve belang van een gave komt tot uiting in
zijn tijdelijke aard. Dat betekent dat er tijden zijn dat een gave niet
kan worden toegepast. Maar aan liefde komt nooit een einde; deze kan
altijd worden toegepast.
Het is zelfs zo dat het ontvangen van gaven van God — tenzij
samen met liefde ontvangen en gebruikt — de mogelijkheid in zich
bergt het karakter van de ontvanger aan te tasten. Gods gaven zijn
krachten, gegeven om iemand beter toe te rusten om God in de kerk te
dienen. We kennen allemaal de uitspraak wel: "Macht corrumpeert
karakter en absolute macht corrumpeert absoluut." Als gaven niet samen
met liefde worden ontvangen en gebruikt, zullen ze een rol spelen in
het aantasten van het karakter van de ontvanger, evenals ze het
karakter van de Corinthiërs aantastten. Liefde is de eigenschap
van God die ons in staat stelt zijn gaven zonder aantasting van ons
karakter te ontvangen en te gebruiken.
Paulus zegt in zijn eerste brief aan de Corinthiёrs:
1 Corinthiёrs 8:1 De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht [bouwt op].
"Opblazen" in tegenstelling tot "stichten" duidt op afbreken,
verwoesten. Paulus zegt dat trots de macht heeft het karakter van de
bezitter van kennis aan te tasten. Deze uitspraak maakt deel uit van de
aanloop tot het geweldige hoofdstuk over liefde, dat werd geschreven
omdat de Corinthiërs hadden toegelaten dat de nadruk van hun
handelen was verschoven naar de verkeerde gebieden. Zelfs als gave van
God heeft kennis — als deze niet samengaat met liefde — de
mogelijkheid het karakter van zijn ontvanger aan te tasten.
Paulus begint hoofdstuk 13 daarom met het tegenover elkaar stellen van
liefde en andere gaven van God. Hij doet dit om de volgende aspecten
van liefde te benadrukken: haar belangrijkheid, volmaaktheid en
onvergankelijkheid, alsmede dat zij met kop en schouder uitsteekt boven
alle andere kwaliteiten die we van belang achten voor het leven en Gods
doeleinden.
Aan profetieën komt een eind omdat ze vervuld worden. De gave van
talen is vandaag minder belangrijk wegens het wijdverspreid gebruik van
Engels in handel, politiek en wetenschap. Haar waarde hangt af van
specifieke behoeften. Kennis neemt zo snel toe dat oude kennis, in het
bijzonder in de techniek, voortdurend achterhaald wordt door nieuwe
ontwikkelingen. Aan de behoefte aan liefde komt echter nooit een eind,
deze raakt nooit achterhaald. God wil dat we haar bij iedere
gelegenheid gebruiken.
Paulus spoort ons aan om te groeien in liefde; hij doet dit door ons te
onderwijzen "het kinderlijke af te leggen" (vers 11) en door zijn
verwijzing naar een spiegel (vers 12). De liefde moet volmaakt worden.
Wat we nu hebben is slechts onvolmaakt. God geeft ze ons niet in
één grote hoeveelheid die we kunnen gebruiken tot ze op
is. In die zin moeten we ons altijd als onvolwassen zien. Maar de tijd
zal aanbreken dat liefde volmaakt zal zijn en we haar — evenals
God — in overvloed zullen bezitten. Ondertussen dienen we —
zolang we in het vlees zijn — de liefde na te jagen (1
Corinthiёrs 14:1).
Dit duidt erop dat bijbelse liefde niet iets is dat we van nature
bezitten. Het is waar dat sommige vormen van liefde uit onze natuur
voortkomen. Dat is echter niet het geval met de liefde van God. Deze
komt voort uit het handelen van God door Zijn Geest, iets
bovennatuurlijks (Romeinen 5:5).
Liefde, schuld en motivatie
In de Romeinenbrief brengt Paulus liefde in verband met de wet, waarbij hij aantoont dat ze de som is van alle plichten:
Romeinen 13:8-10 Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te
hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. 9 Want de
geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult
niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij,
worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als
uzelf. 10 De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de
vervulling der wet.
Hij zegt niet dat liefde een einde maakt aan de noodzaak van wet, maar dat ze de wet vervult — uitvoert of volbrengt.
Let op de relatie van liefde en wet in samenhang met wat er
onmiddellijk aan voorafgaat. De context is het reageren van een
christen op bestuur. Hij dient zich te onderwerpen aan menselijk
bestuur en dat te respecteren als instelling van God om menselijke
zaken te regelen. Een christen is verplicht belastingen te betalen.
Wanneer ze betaald zijn, staat een christen financieel niet langer in
de schuld bij de staat, totdat de staat het jaar daarop weer
belastingen oplegt.
Betreffende onze medemens moeten we niet in de schuld staan. Paulus
zegt niet dat een christen nooit iemand geld schuldig mag zijn, maar
dat er een schuld is die we iedereen elke dag schuldig zijn, en die we
eigenlijk elke dag moeten betalen. Dat is een schuld van liefde, die
betaald wordt door het houden van Gods wet en Paulus illustreert dit
door enkele van de tien geboden aan te halen! Het is aan deze schuld
eigen dat ongeacht hoeveel we er elke dag op betalen, we de volgende
dag opnieuw zo'n schuld hebben en die is even groot als de dag ervoor!
Dit veroorzaakt een interessante tegenstelling, omdat we iedereen meer
schuldig zijn dan we ooit kunnen hopen te betalen. Deze paradox is
echter meer schijn dan werkelijkheid, omdat dit niet is wat Paulus
leert. Hij onderwijst dat liefde de drijvende kracht moet zijn, de
motivatie achter alles wat we doen. Dit maakt een zwakte zichtbaar in
de wet, n.l. die betreffende gerechtigheid. De wet kan uit zichzelf
nooit voldoende motivatie zijn, noch de juiste motivatie bij iemand
doen ontstaan om hem te onderhouden.
Let op vers 3:
Romeinen 13:3 Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd
te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt.
Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult
lof van haar ontvangen.
Wetten worden afgekondigd en daarna staat er straf op overtreding.
Regeerders leggen ze op, maar dat weerhoudt de mens niet ze te
overtreden — in veel gevallen zelfs ongestraft — met name
als hij denkt dat hij niet wordt waargenomen door een handhaver van de
wet. De macht van de regering ligt voornamelijk in het afdwingen van
gehoorzaamheid, zowel moreel als fysiek. Met andere woorden het is
bestuur middels dwang.
Bijvoorbeeld de snelheidsbeperkingen op de autowegen worden massaal
overtreden, in het bijzonder als het niet al te druk is, totdat men een
politiewagen ziet. Dan wordt plotseling de snelheidsbeperking in acht
genomen totdat de politiewagen weer uit het zicht is. Dat de wet is
gepubliceerd en algemeen bekend wordt geacht, zal de meeste mensen een
zorg zijn.
Maar liefde jegens God, de liefde van God, kan ons motiveren de wet te
gehoorzamen, iets wat de wet zelf niet kan. We kunnen dus concluderen
dat Paulus beweert dat als iemand Gods liefde uitoefent bij het betalen
van zijn schuld aan zijn medemens, hij de wet zal onderhouden.
We kunnen ook concluderen dat Paulus zegt dat als iemand de wet niet
overtreedt, hij uit liefde handelt. Dit is een zwakkere conclusie dan
de vorige. Binnen deze context wordt dus iedere fase, ieder facet van
onze verantwoordelijkheid jegens God en mens gedekt, als we ervoor
zorgen dat liefde de motivatie is van alles wat we doen.
Als we een ander werkelijk liefhebben, kunnen we hem geen pijn doen.
Liefde zal onmiddellijk iedere gedachte een halt toe roepen die zou
leiden tot overspel, moord, diefstal of enigerlei vorm van begeerte,
omdat liefde geen kwaad kan doen. Daar liefde wetten die zijn ingesteld
om anderen te beschermen, niet kan overtreden, is ze met niets te
vergelijken als bron van de juiste overtuigingskracht.
Liefde als band
In Colossenzen 3 laat Paulus een ander aspect zien van het uitnemend belang van liefde voor het leven in een gemeenschap:
Colossenzen 3:12-14 Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en
geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid,
zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander,
indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u
vergeven heeft, doet ook gij evenzo. 14 En doet bij dit alles de liefde
aan, als de band der volmaaktheid.
Paulus plaatst liefde "boven alles", daarmee aantonend dat liefde op de
eerste plaats staat onder de deugden. Hier is haar belang gelegen in de
"band", iets dat bindt of dingen zoals een gemeente bijeenhoudt.
Uiteindelijk neigen alle groepen ertoe uiteen te vallen. Ze blijven
niet door een of andere magische kracht bijeen. In 't algemeen blijft
een groep één door een gemeenschappelijk doel. Als ieder
lid bijdraagt aan dat doel wordt de eenheid in stand gehouden. Echter
zelfs al spant ieder zich in om het doel te bereiken, toch ontstaan er
spanningen door een veelvoud van oorzaken. Liefde is de uitnemende
kwaliteit die leden van de groep in staat stelt de eenheid te bewaren
en een uiteenvallen te voorkomen. Dit wordt bereikt doordat ieder lid
zich inspant en zich ertoe aanzet uit liefde te handelen.
Het is interessant op te merken dat eigenschappen die we normaal als
mannelijk beschouwen — zoals drijfkracht, moed, vastberadenheid
en agressiviteit — in de opsomming van Colossenzen 3 ontbreken.
Alhoewel ze in zichzelf niet slecht zijn, spelen ze in op het menselijk
ego en monden vaak uit in ongegeneerd individualisme.
Daar individualisme meestal verdeeldheid zaait, is Paulus niet hier
opuit. Zonder sterke geestelijke beheersing hebben die eigenschappen de
neiging uit te lopen op wedijver, boosheid, wrok, kwade gevoelens,
uiteenvallen, beschuldigingen, roddel en dwaze praat. Dit zijn op hun
beurt niets meer dan onbeschaamd zelfgerichte eigenschappen die
splitsing en verdeeldheid veroorzaken.
Iedere deugd die Paulus opsomt, is in feite een uiting van liefde,
eigenschappen die het mogelijk maken in een gemeenschap te leven. Er is
niets zwaks of vrouwelijks aan. Er is een sterke persoon nodig om wat
van nature komt te weerstaan en te doen wat God gebiedt in plaats van
mee te gaan met de neigingen van onze vleselijke gevoelens. Paulus
noemt liefde hier als een aparte eigenschap om te laten zien dat het
niet beperkt is tot de kwaliteiten die hij noemt.
God, mens en liefde
Sommigen hebben 1 Johannes 4:7-12 genoemd als de belangrijkste uitspraak in de gehele bijbel betreffende de natuur van God:
1 Johannes 4:7-12 Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de
liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en
kent God. 8 Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. 9
Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn
eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven
door Hem. 10 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben,
maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een
verzoening voor onze zonden. 11 Geliefden, indien God ons zó
heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben. 12 Niemand
heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God
in ons en zijn liefde is in ons volmaakt geworden.
Als we worden als Hij, zijn deze verzen belangrijk voor ons, omdat ze
ons veel over Hem en onze verantwoordelijkheden vertellen. Ten eerste,
liefde komt van God — Hij is de Bron. Deze liefde waarover de
apostelen schrijven, komt van God en maakt normaal geen deel uit van de
menselijke natuur. Het is agape-liefde. Menselijke liefde los van God
is op zijn best slechts een zwakke en vage afspiegeling van wat God in
eeuwigheid is.
Daarna zegt Johannes: "God is liefde". Sommigen hebben deze uitnemende
uitspraak verkeerd begrepen, omdat hij misleidend kan zijn. God is
echter niet slechts een abstractie zoals liefde. Hij is een levend,
dynamisch en krachtig Wezen wiens persoonlijkheid veel facetten kent.
Hij kan niet in een laatje worden geplaatst, ingepakt en voorgesteld
als slechts één eigenschap hebbend.
De uitspraak van Johannes luidt letterlijk: "De God is liefde". De
Grieken gebruikten een benadrukkende manier van schrijven en hier ligt
de nadruk op het woord "God". De zinsbouw duidt erop dat de twee
woorden "God" en "liefde" niet uitwisselbaar zijn. "Liefde" beschrijft
Gods natuur. Een goede paraphrase zou kunnen luiden: "God is, naar Zijn
natuur, liefde". God is een liefhebbende God!
Dit betekent niet dat liefhebben één van Gods bezigheden
is, maar dat ieder handelen van God liefhebbend is. Als Hij schept,
schept Hij in liefde. Als Hij regeert, regeert Hij in liefde. Als Hij
oordeelt, oordeelt Hij in liefde. Alles wat Hij doet, brengt Zijn
karakter tot uitdrukking. God en Zijn karakter worden zichtbaar in wat
Hij doet. Door liefde wordt God geopenbaard en kenbaar gemaakt.
Juist het leven in anderen dan Hemzelf is een uiting van liefde. Zijn
liefde wordt geopenbaard in Zijn voorzienigheid en zorg voor Zijn
schepping. Daar we geen robots zijn, is het hebben van een vrije wil
een uiting van Zijn liefde. God gaf ons — door een bewuste
handeling van zelfbeperking — de gelegenheid met verstand en
gevoel te reageren. We zijn geen dieren. Gods liefde is de verklaring
voor verlossing en onze hoop op eeuwig leven. Uit liefde heeft God ons
iets gegeven om voor te leven. Het leven is niet zomaar een zaak van
een aantal vooropgezette stappen. We leven niet tevergeefs.
God maakte de mensheid naar Zijn beeld en gelijkenis. Maar de bijbel
zegt: "God is geest" en "God is liefde". De mens evenwel is vlees en de
bijbel beschrijft ons als vleselijk, zelfgericht en bedrieglijk.
Praktisch betekent dit dat de mens niet kan zijn waartoe hij is
bestemd, tenzij hij liefheeft zoals God liefheeft. Alleen dan zal hij
werkelijk het beeld van God zijn, omdat hij dan hetzelfde karakter
heeft als God. Dus om dit potentieel te bereiken moet de mens
liefhebben, maar hij moet dat met de liefde van God.
Johannes 13:35 voegt daaraan toe:
Johannes 13:35 Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.
Net als God geopenbaard wordt door wat Hij doet, zal dit ook voor Zijn
kinderen gelden. Onze liefde voor God heeft dat niet mogelijk gemaakt,
maar Zijn liefde voor ons, zoals 1 Johannes 4:19 zegt:
1 Johannes 4:19 Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.
Zo is onze liefde voor Hem een reactie op Zijn liefde voor ons. Daar
God Zijn liefde voor ons toont door ons tot Hem te trekken, past het
ons Handelingen van liefde jegens anderen uit te voeren om hen te
trekken.
Gods uiting van liefde om Zijn Zoon te geven definieert de uiterste
consequentie van liefde, het geven van ons kostbaarste bezit als offer
voor het belang van een ander. We kunnen dan begrijpen dat goddelijke
liefde bijna altijd opoffering met zich meebrengt. Opoffering is de
essentie, het wezenlijke kenmerk van liefde.
Gods liefde ontspringt in Hemzelf, kwam tot uiting in Zijn Zoon en
wordt volmaakt in Zijn volk. Gods liefde wordt volmaakt in ons als we
deze in en onder ons reproduceren, voornamelijk in de broederlijke
omgang. Ofwel we gebruiken liefde en vervolmaken haar, of we verliezen
haar. Dit verklaart gedeeltelijk de intense nadruk die de apostel
Johannes legt op broederlijke omgang. Wat hem bezighield is niet zo
maar een extra zegen voor gelovigen, maar een fundamentele uiting
waarin Gods liefde tussen de heiligen zichtbaar wordt en tot
volmaaktheid kan uitgroeien.
Hoe kunnen we deze liefde ontvangen?
Het moet duidelijk zijn dat we Gods liefde noch van nature, noch vanuit
onszelf kunnen voortbrengen. Romeinen 5:5 ondersteunt dit begrip:
Romeinen 5:5 En de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in
onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is.
We ontvangen goddelijke liefde vanuit haar Bron, God, door middel van zijn Geest.
Alleen door het kennen van God kunnen we Zijn liefde ontvangen en
alleen door lief te hebben kunnen we Hem kennen! Dat klinkt als een
vicieuze cirkel, maar deze twee kanten kunnen samengaan. Alleen door
God te leren liefhebben kunnen we Zijn karakter leren kennen, weten hoe
Hij is. We kunnen die liefde niet ontvangen voordat we eerst Hem leren
kennen. Door met Hem om te gaan, leren we Hem kennen en ontvangen we
zijn liefde. Door zijn liefde te gebruiken, worden we als Hij en leren
we Hem echt kennen. We kunnen God alleen echt leren kennen door het
gebruik van Zijn liefde zelf te ervaren.
Dit is allemaal mogelijk doordat God in Zijn liefde een relatie met ons
aangaat, ons berouw verleent, ons Zijn Geest geeft, en dan wegens Zijn
liefde de leiding neemt in het instandhouden van de relatie. Daarom
zegt Paulus in Romeinen 5:10 dat "wij behouden zullen worden, doordat
Hij leeft." Hij draagt het grootste deel van de last van ons behoud.
Hoe geruststellend!
Wat is deze liefde?
1 Johannes 5:1-3 helpt ons door Gods liefde op een praktische manier te definiëren:
1 Johannes 5:1-3 Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is
uit God geboren; en ieder, die Hèm liefheeft, die deed geboren
worden, heeft (ook) degene lief, die uit Hem geboren is. 2 Hieraan
onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God
liefhebben en zijn geboden doen. 3 Want dit is de liefde Gods, dat wij
zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar.
Het is Gods bedoeling dat de liefde van Hem en de liefde van de mens
onscheidbare delen worden van dezelfde ervaring. Johannes legt dit uit
door te zeggen dat als we de Vader liefhebben, we ook zijn kinderen
liefhebben. Als we de Vader die de kinderen verwekte, liefhebben,
moeten we ook de kinderen liefhebben, anders bezitten we niet Gods
liefde. In 1 Johannes 4:20 maakt hij dit nog duidelijker:
1 Johannes 4:20 Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder
haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien
heeft, niet liefheeft, kan (ook) God, die hij niet gezien heeft, niet
liefhebben.
1 Johannes 5:3 is de bijbelse basisdefinitie van liefde. De geboden
definiëren, maken duidelijk, wat de basiselementen van liefde
zijn, in welke richting ons handelen dient te gaan als we liefde willen
tonen. Dit betekent dat gehoorzaamheid aan God het bewijs is van
liefde. Gehoorzaamheid is een handeling in onderwerping aan een gebod
van God of een principe geopenbaard in zijn Woord of een voorbeeld van
God of het goddelijke.
In zekere zin is dit waar goddelijke liefde in een mens begint. Gods
geboden gehoorzamen is liefde omdat God liefde is. Daar Zijn karakter
volledig liefde is, is het voor Hem onmogelijk te zondigen. Zodoende
geeft Hij ons geboden in liefde en deze zullen juiste en goede
resultaten voortbrengen. Elk gebod van God weerspiegelt wat Hij Zelf
zou doen als Hij in die situatie zou verkeren.
Jezus zegt in Johannes 14:15:
Johannes 14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
Door het houden van de geboden brengt men liefde tot uitdrukking. Hij voegt er in Johannes 15:10 aan toe:
Johannes 15:10 Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde
blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn
liefde.
Iemand kan denken goed te doen of het kwade te mijden. Hij kan
medegevoel hebben, medelijden of genade. Hij kan een afkeer voelen van
het doen van een verkeerde handeling. Maar dit alles wordt geen liefde,
totdat de gedachte of het gevoel hem aanzet tot handelen. In bijbelse
zin is liefde een handeling, een daad.
Liefde kent echter nog een aspect. We kunnen liefde op koude wijze
tonen, tegen onze zin of in plichtmatige gehoorzaamheid. We kunnen het
ook tonen op een vreugdevolle manier, met hartgrondig enthousiasme of
warme, dankbare eerbied. Welke vorm is aantrekkelijker voor God of onze
naaste als getuige?
Ongeacht de houding die ermee samengaat is het veel beter wel te
gehoorzamen dan niet (Mattheüs 21:28-31). Als we niet zover kunnen
komen om te doen wat juist is, kunnen de juiste gevoelens nooit worden
gevormd. Ervaring is grotendeels verantwoordelijk voor het oefenen van
houding en gevoel. We zullen nooit juiste gevoelens ontwikkelen zonder
eerst de juiste Handelingen uit te voeren met de juiste geest, Gods
Heilige Geest.
God leren kennen
1 Johannes 2:3-6 helpt ons begrijpen hoe we de juiste houding en het juiste gevoel kunnen ontwikkelen in onze gehoorzaamheid:
1 Johannes 2:3-6 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien
wij zijn geboden bewaren. 4 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet
bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; 5 maar wie
zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan
onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. 6 Wie zegt, dat hij in Hem
blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.
We leren God kennen door eenzelfde algemeen proces als waardoor we onze
medemens leren kennen — door gezamenlijke omgang of door
gemeenschappelijke ervaringen.
Zo'n 500 jaar voor Christus geloofden Griekse filosofen dat ze God
konden leren kennen door intellectuele redeneringen en argumenten. Dit
idee had een eenvoudig uitgangspunt: de mens is nieuwsgierig! Zij
redeneerden dat de mens van nature vragen stelt. Daar God de mens zo
heeft gemaakt, zouden de juiste vragen en het op de juiste manier
hierover nadenken God dwingen zichzelf te openbaren. De fout in deze
redenering kunnen we zien aan het resultaat. Alhoewel het een aantal
goede antwoorden opleverde, maakte het de mens — het kon dit ook
niet — niet tot een moreel wezen. Zo'n denkproces kan het
menselijke karakter niet veranderen.
Religie werd voor hen net zo iets als wiskunde. Het was een intense,
mentale inspanning die intellectuele genoegdoening voortbracht, maar
geen moreel handelen. Plato en Socrates zagen bijvoorbeeld niets kwaads
in homoseksualiteit. De goden van de Griekse mythologie weerspiegelen
ook deze immoraliteit, daar ze dezelfde zwakheden bezaten als
menselijke wezens.
Een paar honderd jaar later probeerden de Grieken één met
God te worden door mysterie-religies. Eén van de meest
opvallende kenmerken ervan bestond uit treurspelen die altijd hetzelfde
algemene thema hanteerden. Een god leefde, leed verschrikkelijk, stierf
een wrede, onrechtvaardige dood en kwam daarna weer tot leven. Alvorens
zo'n spel te mogen zien, onderging een in te wijden iemand een lange
cursus vol van onderricht en ascetische discipline. Bij zijn
vorderingen in de religie, werkte hij zichzelf stapje voor stapje op
naar een toestand van intense verwachting.
Daarna, op de juiste tijd, namen zijn leraren hem mee naar het
treurspel, waar zij de omgeving dusdanig hadden gemaakt dat alles de
emotionele ervaring versterkte: knap lichtspel, sensuele muziek,
wierookgeuren en een aansprekende liturgie. Bij het ontvouwen van het
verhaal raakte de in te wijden persoon er zo emotioneel bij betrokken
dat hij zichzelf identificeerde met de god en meende te delen in zijn
lijden, overwinning en onsterfelijkheid.
Maar dit slaagde er niet in hen God te doen kennen. Niet alleen
veranderde de menselijke natuur niet, maar het treurspel zat ook vol
leugens! Het resultaat was geen echt kennen maar gevoel. Het werkte als
een religieuze drug, waarvan de effecten van korte duur waren. Het was
een ongewone ervaring, zoiets als een bijeenkomst van een moderne
Pinkstergroep waar gelovigen de "geest" tot zich bidden en in tongen
spreken. Zulke activiteiten zijn een vlucht uit de werkelijkheid van
het alledaagse leven.
God openbaart zichzelf!
Stel deze Griekse methoden eens tegenover de manier van de bijbel om
God te leren kennen. Kennis van God komt niet voort uit speculatie of
gevoelens, maar uit Gods directe zelfopenbaring. Met andere woorden God
zelf brengt het kennen van Hem tot stand door een relatie met ons te
beginnen doordat Hij ons door zijn Geest trekt (Johannes 6:44).
Wat God openbaart is evenzeer belangrijk. Hij openbaart Zichzelf als
een heilige, liefhebbende en gevende God met een doel dat zo geweldig
is, dat ons verstand de volledige implicaties niet kan bevatten,
alhoewel we er wel een beperkt idee van kunnen krijgen. Hij laat zien
dat als we werkelijk verlangen deel te hebben aan Zijn geweldige
scheppingsdoel, ons verbond met Hem ons verplicht net zo heilig,
liefhebbend en gevend te zijn als Hij!
God leidt en sterkt ons op deze grote reis door Zijn Heilige Geest,
maar gehoorzaamheid, Gods geboden opvolgen, is de manier waarop we dit
goddelijk leven gaan ervaren en erin gaan groeien; dit leven wordt in
de Schriften "eeuwig leven" genoemd. Door gehoorzaamheid leren we God
kennen. Het is zogezegd "wandelen in zijn schoenen".
In het bijbelse gebruik houdt het woord "kennen" ook intimiteit in. In
de bijbelse voorbeelden kan het zelfs op seksuele intimiteit duiden.
Dat is iemand echt intens kennen, speciaal gelet op de duur van de
relatie met God. Als we dit toepassen op onze relatie met God verdwijnt
de seksuele dimensie, maar de intimiteit wordt een diepe, blijvende
verering, aanbidding en trouw.
Het is mogelijk dat de mens alleen maar als intellectuele oefening aan
God denkt. Hij kan zeggen "Ik ken God", of geloven in een "eerste
oorzaak" of Schepper, zonder dat dit enige morele consequenties heeft.
Hij gaat op zondag naar de kerk en leeft de rest van de week net als al
zijn buren en collega's.
Het is mogelijk dat de mens emotioneel is en zegt dat God in hem is, en
dat hij vervuld is met de "geest", en toch kan hij God niet zien in
termen van geboden. Hij ziet God als iets warms en gezelligs, een
grootvaderfiguur die te hulp snelt om problemen op te ruimen, maar hij
ziet Hem niet als Iemand die nog steeds doelbewust aan het scheppen is.
Onweerspreekbaar en glashelder laten Jezus, Paulus en Johannes zien dat
de enige manier waarop wij kunnen laten zien dat we God kennen, dat Hij
in ons is en dat we Hem liefhebben, is dat we door Zijn Geest zijn
verwekt en Hem gehoorzamen.
Hoe hoog ligt de lat?
We kunnen deze vraag op een aantal manieren benaderen, maar door enige
teksten te vergelijken wordt het antwoord duidelijk doordat zich een
patroon gaat aftekenen. Jezus verwoordt het tweede grote gebod als:
Mattheüs 22:39b Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Op zichzelf is dit al een heel zware eis omdat we onszelf zo erg
liefhebben. We zijn bereid heel wat op te offeren om onszelf te behagen.
Hij legt de lat nog een paar streepjes hoger als Hij in Mattheüs 5:44 zegt:
Mattheüs 5:44 (Statenvertaling) Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden
lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en
bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen.
Dit is een grote uitdaging, die bevestigt dat de liefde van God zeker niet van nature in ons is.
Onze Zaligmaker zegt ook in Johannes 15:13:
Johannes 15:13 Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.
Paulus legt de lat nog wat hoger door Jezus' eigen voorbeeld aan te halen:
Romeinen 5:7-8 Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige
sterven — maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede
te sterven — God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat
Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
Hij voegt er in de brief aan de Efeziёrs aan toe dat we moeten liefhebben ...
Efeziёrs 5:25b ..., evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft.
We hebben te maken met zo'n vastberaden liefde, met zo'n geweldige
kracht, dat iemand die deze heeft, zichzelf op lange termijn zelfs wil
opofferen voor zijn vijanden. En alsof dat nog niet genoeg is, zal hij
zichzelf uiteindelijk totaal geven in de dood voor hun welzijn, zelfs
voordat er van hun kant iets terugkomt!
Kunnen wij daaraan ooit voldoen? Dat kan, maar alleen omdat God ons
deelgenoten aan de goddelijke natuur heeft gemaakt. We hebben nu
dezelfde Geest in ons die het Jezus mogelijk maakte en Hem kracht gaf.
Petrus schrijft:
2 Petrus 1:2-4 Genade en vrede worde u vermenigvuldigd door de kennis
van God en van Jezus onze Here. 3 Zijn goddelijke kracht immers heeft
ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de
kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht;
4 door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd,
opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen
aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Liefde, goddelijke liefde, is de vrucht, het voortbrengsel van die
Geest die nu deel uitmaakt van ons leven. Die Geest is een gids en
leidt ons in de waarheid. Het blijft echter onze verantwoordelijkheid
te kiezen om zijn leiding te volgen, de waarheid te gehoorzamen van de
grote God die Zijn beeld in ons schept. Gehoorzaamheid aan Zijn geboden
is goddelijke liefde, de vrucht van Zijn Geest die ons kracht geeft, de
allerhoogste deugd van de almachtige Schepper.
|