Bijbels Prentenboek - 053 - Elia ten hemel opgenomen 

Van het boek of de maker van de prenten zijn verder geen gegevens bekend.

Gedrukt in 1672 in Lunenburg. Nu aangevuld met de verhalen uit de Bijbel door s.j.s

  Overzicht van alle platen


Elia ten hemel opgenomen 

2 Koningen II 11-13 - Elias in een onweder ten hemel opgenomen

1 Het geschiedde, toen de HERE Elia in een storm ten hemel zou opnemen, dat Elia met Elisa uit Gilgal ging. 2 En Elia zeide tot Elisa: Blijf toch hier, want de HERE heeft mij naar Betel gezonden. Maar Elisa zeide: Zo waar de HERE leeft en gijzelf leeft, ik zal u niet verlaten. Daarop begaven zij zich naar Betel. 3 Toen kwamen de profeten van Betel naar Elisa en vroegen hem: Weet gij, dat de HERE heden uw heer boven uw hoofd zal wegnemen? En hij antwoordde: Ook ik weet het, zwijgt stil.
 
4 En Elia zeide tot hem: Elisa, blijf toch hier, want de HERE heeft mij naar Jericho gezonden. Maar hij zeide: Zo waar de HERE leeft en gijzelf leeft, ik zal u niet verlaten. Zo kwamen zij te Jericho. 5 Toen naderden de profeten van Jericho tot Elisa en vroegen hem: Weet gij, dat de HERE heden uw heer boven uw hoofd zal wegnemen? En hij antwoordde: Ook ik weet het, zwijgt stil.
 
6 En Elia zeide tot hem: Blijf toch hier, want de HERE heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij zeide: Zo waar de HERE leeft en gijzelf leeft, ik zal u niet verlaten. Zo gingen zij beiden verder. 7 Vijftig man van de profeten waren ook gegaan, maar bleven op verre afstand staan, toen zij beiden aan de Jordaan stilstonden. 8 Daarop nam Elia zijn mantel, wond hem samen en sloeg op het water; en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat zij beiden door het droge overstaken. 9 En zodra zij overgestoken waren, zeide Elia tot Elisa: Doe een wens. Wat zal ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen? En Elisa zeide: Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn. 10 En Elia zeide: Gij hebt een moeilijke zaak gewenst. Indien gij mij zult zien, terwijl ik van u word weggenomen, dan zal het u aldus geschieden. Maar indien niet, dan zal het niet geschieden.
 
11 En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden! en die maakten scheiding tussen hen beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel. 12 En Elisa zag het en riep uit: Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël! En hij zag hem niet meer. Toen greep hij zijn klederen en scheurde ze in twee stukken. 13 Daarop raapte hij de mantel van Elia op, die van hem afgevallen was, keerde terug en ging aan de oever van de Jordaan staan. 14 En hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, sloeg op het water, en riep: Waar is de HERE, de God van Elia, ja Hij? Hij sloeg op het water en dit verdeelde zich herwaarts en derwaarts, zodat Elisa kon oversteken.
 
15 De profeten van Jericho, die op enige afstand stonden, zagen hem en zeiden: De geest van Elia rust op Elisa. En zij kwamen hem tegemoet en bogen zich voor hem ter aarde. 16 En zij zeiden tot hem: Zie toch, er zijn onder uw knechten vijftig kloeke mannen; laat hen toch uw heer gaan zoeken, of niet misschien de Geest des HEREN hem heeft opgenomen en op een van de bergen of in een van de dalen heeft neergeworpen. Maar hij zeide: Zendt ze niet. 17 Doch, toen zij bij hem aandrongen tot schamens toe, zeide hij: Zendt ze dan maar. Zij zonden dan vijftig man, en dezen zochten drie dagen lang, maar vonden hem niet. 18 Toen zij tot hem terugkeerden, terwijl hij in Jericho vertoefde, zeide hij tot hen: Heb ik u niet gezegd: gaat niet? 

Alzo voer Elia in een storm ten hemel

Elisa vergezelt zijn meester op een weg die vanaf het begin in het teken staat van het naderend einde. Het gaat met Elia bergafwaarts: van Gilgal naar Bethel, naar Jericho, tot bij de Jordaan, op de grens van het land der levenden. Het gaat in etappes: telkens worden ze omsloten door de veilige ring van een stadsmuur, de kring van profetenleerlingen. Maar juist die kring van mensen is ook beklemmend voor Elisa, omdat daar steeds de wetenschap van het naderende afscheid waart.

Elia eist niet van zijn volgeling dat hij meegaat tot het einde. Al in de stad waar het verhaal begint, zegt hij: Blijf jij maar hier, mij heeft de heer naar ginds gezonden. Blijf jij maar in de kring (Gilgal), ik vraag je niet, eruit te stappen. Meent Elia dat? Wil hij de levenden niet belasten met zijn heengaan? Zoekt hij als een dier de eenzaamheid van het einde, terwijl het leven gewoon doorgaat? Of hoopt hij vurig op de reactie die volgt: Bij de HEER en bij je eigen leven, nee, ik verlaat je niet. Je zult het nooit precies weten. Wat bedoelt de stervende die tegen een wakend familielid zegt: ga maar slapen, je hebt het hard nodig..? Elisa houdt aan zijn meester vast en zweert bij diens leven: Je lééft, dus blijf ik bij je.

Als een traject is afgelegd, weer lager, weer dichter bij de laatste grens, komen daar de profetenleerlingen naar Elia toe, als neven en nichten op de gang van een ziekenhuis: "Het duurt nu niet lang meer, dat zie je toch ook wel zeker" - "Heb je wel in de gaten hoe ernstig het is?". Elisa reageert telkens bits: Ook ik besef het, zwijg! (vs3,5). Want het besef van de profetenleerlingen is ijdelheid vergeleken bij het gewicht van de weg die hij met Elia gaat. Bij alle goede bedoelingen hebben ze geen idee wat ze zeggen. Weet je dat vandaag de HEER uw heer van boven uw hoofd wegneemt? - Morgen sta je er alleen voor! Niemand die je levensroeping boven je opvangt, om ze je in brokken aan te reiken, als opdracht, aanwijzing, waarschuwing. Elisa weet het ook wel. Juist daarom stoort het meeleven, het goedbedoelde gezelschap. Concentratie is geboden, niet op morgen maar op nu, op de aanwezigheid van de meester.

Bij de laatste afdaling gaan ook omstanders mee, om des te uitdrukkelijker op een afstand te blijven staan als de grote grens bereikt wordt: de Jordaan. De grens tussen land der levenden en doodsland, tussen het land waar het leven zich afspeelt en het gebied dat eraan voorafgaat, erbuiten ligt. Degene die er straks niet meer zal zijn, is de gids, zoals zo dikwijls als iemand sterven gaat: die leidt je dat gebied binnen, zelfstandig heb je daar geen toegang. "Stervensbegeleiding" is hooguit schoorvoetend volgen, beseffen dat je op heilige grond verkeert, op de uiterste rand van het mogelijke. Pas als alles voorbij is zul je je afvragen, hoe je ooit zult terugkeren, of dat nog wel kan..

Daar in de woestijn, afgesneden van het gewone leven, mag Elisa nog een laatste verlangen uitspreken. Laat alstublieft een dubbel mondvol van uw adem tot mij zijn (vs9). Hoe je die moeilijke zin ook vertaalt, het zal wel neerkomen op: Laat iets van jou tot me komen, laat me deel hebben aan dat, wat ik had door bij jou te zijn, en ook: laat me jouw levensroeping voortzetten. Niet zomaar een beetje, maar twee beetjes als het kan. Ons woord "beetje" is trouwens precies wat er staat: een bete, een hap, een mondvol.

Dat is een verlangen waarop niet zomaar "accoord" kan volgen. Over Elia's adem of geest beschikt ook Elia niet als over iets dat hij kan uitdelen. De vervulling wordt verbonden met het al of niet aanschouwen van Elia's wegwijken : van het meest heilige moment. Wat de draagwijdte is van die voorwaarde, weet ik niet. Dat je dat ontzaglijke moment van iemands heengaan gezien moet hebben (maar wat is "gezien?") om je de opvolger in zijn levenstaak te weten, daar kan ik me iets bij voorstellen.

Het grote moment komt toch nog als een onverhoedse inslag. Er is een grote rust, een grote nabijheid gekomen, nu alles afgehandeld is en het geroezemoes van het leven onbereikbaar ver is teruggeweken. En het geschiedde, dat die beiden liepen, al gaande en sprekende.. Het is alsof die zin de tijdloosheid uitdrukt van die laatste ogenblikken met een stervende, ogenblikken die louter geschenk zijn omdat alles gereed is. Ben je elkaar ooit meer nabij geweest, heb je ooit groter rust gevoeld? Maar dan opeens meldt het zich, het onherroepelijke einde. De allergrootste nabijheid slaat in één ogenblik om naar volslagen onbereikbaarheid. Als een zwaai met een vurig zwaard voltrekt de scheiding zich tussen die twee: een wagen met paarden, een stormvlaag, Elia glijdt erin weg. Ingestapt in de wagen? Weggezogen in de windhoos achter die vurige scheur? Was de wagen een wapen dat scheiding maakte of een voertuig voor de hemelvaart?

De vraag voor Elisa is: heb je het gezien? Of heb je verwilderd naar de begeleidende verschijnselen gestaard, en heb je de persoon hooguit in een ooghoek zien ontsnappen? Elisa zag - schreeuwde het uit - en zag niet meer. Midden in de wandeling, waar ze in die laatste belangeloosheid eindelijk gelijken waren, staat hij daar als wanhopige, verweesde enkeling. Mijn vader, mijn vader! Wagen en ruiters, kracht en overwicht, inzicht, doortastendheid, stuurman van mijn volk en van mij! Alles is weg. Slechts een gevallen mantel, lege omhulling, bewijst dat er echt iets voorafgegaan is.

Dan moet Elisa terug uit niemandsland, maar dat lijkt onmogelijk. Hij is niet meer wie hij was. Hij heeft oog in oog met het ontzaglijke gestaan. Hij heeft die vurige scheur door de stilte gezien, maar hij heeft ook de gevallen mantel opgemerkt. Dat hij hierbij is geweest, maakt hem verantwoordelijk, op een bepaalde manier nu pas volwassen. Hij is opvolger, laatste getuige, hij is wat Elia was. Kan hij dat aan? Kan hij zo de kring van de levenden weer binnentreden?

Dat staat te bezien, want tussen hem en de bewoonde wereld stroomt de Jordaan. Aan de overkant staan de vijftig profetenleerlingen, klaar om hem op te nemen, zoals er altijd zoveel goedwillende mensen zijn die je zullen helpen om de daad van het leven weer op te nemen. Maar je moet eerst die grens weer over. Je verkeert nog in het gebied van het afscheid, van de vurige aanslag, van het ontzagwekkende. Zolang de Jordaan tussen jou en het leven stroomt, zijn al die medemensen figuranten op de andere oever. Daar sta je: zal het water voor jou wijken zoals het week voor je meester?

Elisa pakt de ineengerolde mantel van Elia met beide handen beet, slingert hem over zijn hoofd achterwaarts en dan, met de moed der wanhoop en met een slag die uit heel zijn lijf komt, laat hij hem op het water neerkomen. Dat fantaseer ik niet: het is de enige manier om met een jas op water te slaan. Daar is geen plechtstatigheid mee gemoeid, maar hartstocht. Een klap op leven en dood, vergezeld van een wanhoopskreet: Waar is de HEER, de God van Elia, ja, dié - (vs14).

Dat is een dramatisch hoogtepunt in het verhaal. Er had nu, ook vanuit de verhaalgegevens, evengoed niets kunnen gebeuren. Op de heenweg ging het in één zin, Elia rolde zijn mantel ineen en sloeg en de wateren verdeelden zich en ze gingen, die twee, op het droge (vs8). Door niet van de zijde van zijn meester te wijken passeerde Elisa bijna vanzelf de grote grens. Nu echter was het zijn eigen drama: kun je nog terug? Ben je achteraf gezien niet te ver meegegaan? Maar als de zin na Elisa's wanhoopskreet een tweede aanloop (opnieuw met "en hij sloeg het water" ) heeft genomen, wijken de wateren, en de kring van profetenleerlingen schaart zich om hem heen. Hij is weer in de wereld. Dat hij niet meer is als voorheen, hebben ze al direkt gezien.

De profetenleerlingen zelf waren de grens niet over geweest. Ook zij hadden geweten van Elia's heengaan, maar ze hadden het afscheid minder intens doorgemaakt, op een gepaste afstand. Hun levenskring en hun steden waren de rustpunten, waaraan Elisa zich ondanks Elia's aandringen niet had willen overgeven. Maar nu alles voorbij is, is er onrust bij de profetenleerlingen. Ze moeten gaan zoeken, voor alle zekerheid, of de adem van de HEER hem niet opgetild, en op een van de bergen of in een van de dalen geworpen heeft (vs16). Ze zijn als nabestaanden die te weinig van het sterfbed hebben meegemaakt, en die nu zekerheid zoeken in medische verklaringen, in obductie desnoods, ze kunnen er nog geen punt achter zetten, terwijl jij zegt: Laat maar, dat is niet nodig, ik weet immers waarvan ik getuige ben geweest.

Voor het eerst in het verhaal wordt, in het laatste vers, gezegd dat Elia "zit", vertoeft, rust houdt, terwijl het gezelschap waarbij hij eerst maar steeds niet wou zitten, stad en land afdwaalt om moeizaam achteraf te constateren dat Elia er inderdaad niet meer is. Heb ik het jullie niet gezegd - is de reactie van Elisa (vs18), maar dat wil niet zeggen dat ze het niet hadden moeten doen. Het was hun manier om laatste eer te bewijzen, om afscheid te nemen. Het toont wel hoe onnavolgbaar verschillend de wegen van het afscheid zijn, voor die éne die de weg van de gestorvene voortzet, en voor de velen die hem gekend hebben.

De Bijbel verhaalt meer bijzondere levenseinden

In de Bijbel lezen wij over verschillende mensen, die aan het eind van hun leven op een bijzondere wijze het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld hebben:

1. Henoch. Hij wandelde met God en hij was niet meer, want de Here had hem opgenomen (Gen. 5:24). Hier wordt over de opname van Henoch gesproken, net zoals er bij ons over de opname van Elia gesproken wordt. Dit is het spraakgebruik, dat wij later in het NT tegenkomen voor de gemeente van Jezus Christus, die ook eens zal worden opgenomen in de hemelse heerlijkheid (1 Thess. 4:13-18).

2. Mozes. Hij was samen met God op de berg Nebo in de velden van Moab, aan de overkant van de Jordaan (Deut. 34:5,6). Nadat Mozes daar gestorven was, werd hij door de Here Zelf in een dal begraven en niemand heeft ooit zijn lijk gevonden.

3. Elia. Hij was in de omgeving waar Mozes stierf, toen hij daar op een bovennatuurlijke wijze ten hemel werd opgenomen (2 Kon. 2). Hij is met lichaam en ziel in het paradijs opgenomen. Elia had blijkbaar een grote mate van volmaaktheid bereikt, dat hij op deze wijze in de hemel kon worden opgenomen.

4. De Here Jezus. Veertig dagen na Zijn opstanding uit de doden voerde Hij op eigen kracht omhoog. Dit geschiedde vanaf de Olijfberg (Hand. 1:1-11).

5. Korach, Dathan en Abiram. De opstandelingen. Zij gingen echter niet omhoog, maar omlaag naar het dodenrijk (Num. 16:1-50).

 Terug naar startpagina van deze serie

   Bekijk hier de dia-show van de prenten   

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG