Bijbels Prentenboek - 010 - Verschijning van drie Engelen aan Abraham

Van het boek of de maker van de prenten zijn verder geen gegevens bekend.

Gedrukt in 1672 in Lunenburg. Nu aangevuld met de verhalen uit de Bijbel door s.j.s

  Overzicht van alle platen


Verschijning van drie Engelen aan Abraham

Genesis XVIII 1-5 - Verschyning der drie Engelen aan Abraham

1 Daarna verscheen hem de HEERE aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd.
 
2 En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde.
 
3 En hij zeide: Heere! heb ik nu genade gevonden in Uw ogen, zo gaat toch niet van Uw knecht voorbij.
 
4 Dat toch een weinig waters gebracht worde, en wast Uw voeten, en leunt onder dezen boom.
 
5 En ik zal een bete broods langen, dat Gij Uw hart sterkt; daarna zult Gij voortgaan, daarom omdat Gij tot Uw knecht overgekomen zijt. En zij zeiden: Doe zo als gij gesproken hebt.
 
6 En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken.
 
7 En Abraham liep tot de runderen, en hij nam een kalf, teder en goed, en hij gaf het aan den knecht, die haastte, om dat toe te maken.
 
8 En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.
 
9 Toen zeiden zij tot hem: Waar is Sara, uw huisvrouw? En hij zeide: Ziet, in de tent.
 
10 En Hij zeide: Ik zal voorzeker weder tot u komen, omtrent dezen tijd des levens; en zie, Sara, uw huisvrouw, zal een zoon hebben! En Sara hoorde het aan de deur der tent, welke achter Hem was.
 
11 Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen.
 
12 Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?
 
13 En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben?
 
14 Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!
 
15 En Sara loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde. En Hij zeide: Neen! maar gij hebt gelachen.

De HEER verscheen aan Abraham, bij de eiken van Mamre

Het staat er zo eenvoudig. God ging op bezoek bij zijn vriend. God sprak met Abraham zoals wij spreken met onze vrienden. Is het niet om jaloers op te worden? Waarom komt God niet ooit eens bij ons op bezoek. Bij ons buurten. Met ons praten.

De HEER verscheen wel aan Abraham, maar Abraham herkende hem niet

God zag er ook helemaal niet als God uit. God was – voor Abraham – God was een willekeurige voorbijganger. Een gewichtig persoon weliswaar: een heer die zich door twee ondergeschikten liet vergezellen. Maar toch niet echt iets bijzonders. God was gewoon een voorbijganger. Iemand die net als wij bezig was aan de lange voettocht door de woestijn van ons leven. Met bevuilde voeten, met een hongerige maag, op het heetst van de dag.
God. Iemand die, blijkbaar toevallig, langs komt. Die niet wordt herkend. Een passant. Een voorbij-gaander. 

Het verhaal ontstaat omdat Abraham de vreemdeling niet laat voorbijgaan

Driemaal staat het Hebreeuwse woord voor voorbijgaan in deze tekst. In vers 3 waar Abraham aan de vreemde heer vraagt om niet aan hem voorbij te gaan. En tweemaal in vers 5 waar datzelfde woord met verdergaan en langskomen wordt vertaald. Voor de auteur van Genesis is het voorbijgaan wezenlijk voor het beeld dat hij heeft van God. Dat wil zeggen: God gaat aan ons voorbij. God blijft een vreemde, tenzij mensen Hem in het, in zijn voorbijgaan aanroepen. Dan blijven van Gods voorbijgaan sporen achter.

Als de zon hoog aan de hemel staat zit Abraham in de ingang van zijn tent. In de schaduw, om enigszins beschut te zijn tegen de blakerende hitte. Maar zó, dat hij ieder vleugje koelte opvangt. Het is de tijd van de middagrust die ook Abraham dommelend doorbrengt. 

Plotseling ziet hij drie mannen staan

Onmiddellijk schiet hij overeind en snelt hen tegemoet. ‘Raeb’,  staat er in het Hebreeuws. Onmiddellijk is het rustuur vergeten. Er zijn voorbijgangers; vreemdelingen die recht hebben op gastvrijheid. Er zijn gasten die onthaald moeten worden. Met het beste van het beste. En met volledige inzet. 

In vers 2 t/m 8 wordt een prachtige beschrijving van oosters gastrecht gegeven die in schrille tegenstelling staat tot wat de drie vreemden verderop in Genesis 18 in Sodom zal overkomen. Sodomieten (voor alle duidelijkheid: sodomieten zijn geen homosexuelen en homosexuelen zijn geen sodomieten) – sodomieten zijn mensen die menen dat je vreemdelingen als gevonden voorwerpen kunt beschouwen en misbruiken, als dingen zonder rechten met wie jij je spel kunt spelen.

Abraham is geen geëmancipeerde man. Hij is ook geen sodomiet. Hij maakt haast voor zijn gasten, ontvangt hen met het grootste respect, en is daarbij uiterst bescheiden wat zijn eigen persoon betreft. Hij haast zich naar Sara en draagt haar op om deeg te maken en brood te bakken. Hij gaat naar de kudde om een mals kalf uit te zoeken dat onmiddellijk moet worden bereid door een knecht. Zelf haalt hij boter en melk en zet die met het gebraden kalf voor aan zijn gasten. 

Zo maakt hij waar wat hij hen aanbood: ‘wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan.’ Of zoals het Hebreeuws het letterlijk zegt: ga toch niet aan uw dienaar voorbij, als ik genade gevonden heb in uw ogen. 

Genade

Dat woord staat er. Als wij denken dat anderen, dat vreemdelingen bijvoorbeeld, zijn aangewezen op genade van óns, dan hebben we van de kern van de bijbelse boodschap nog altijd geen jota begrepen, want die zegt dat het precies omgekeerd is. Als ik genade gevonden heb in uw ogen: ik ben aangewezen op de genade van die ander, dat die bereid zal zijn zich door mij te laten onthalen. Wie die ander is? Niet zomaar iedereen die in Abrahams tenten wil blijven, maar degene die langskomt. Voor Abraham is de ander de onbekende passant. Als lezers van Genesis weten wij dat die ander God zelf is op wiens genade wij zijn aangewezen. En als gemeente van Christus kennen wij het antwoord op de vraag: ‘God, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig, en hebben wij U te drinken gegeven?’ 

Moeten wij die denken dat God aan ons nooit verschijnt, moeten wij het antwoord nog een keer horen? ‘Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.’ Abraham was heel rijk, maar hij laat zich op die rijkdom niet voorstaan. In zijn uitnodiging aan de vreemdelingen biedt hij hen alleen wat water, een korst brood en een zitplaats in de schaduw aan. De vreemdelingen zijn uiteraard graag met alles tevreden. Dan wordt het een vorstelijk maal. Drie schepel, dat is ruim twintig liter fijn meel – daar moet je heel wat broden of pannenkoeken van kunnen bakken. Terwijl de gasten eten blijft Abraham bij hen staan, gereed om hen te bedienen. Hij eet niet met hen mee. Hij is niet huns gelijke. Hij blijft hun dienaar. Begrijpt u?

Dan gebeurt er iets vreemds

Eigenlijk ook: iets onbehoorlijks. De vreemden vragen naar Sara, naar Abrahams vrouw. ‘Waar is Sara, uw vrouw?’ Zoiets vraag je niet, en bovendien spreekt het antwoord voor zich. Vrouwen in het oosten lieten en laten zich niet zien als hun man gasten ontvangt. Zij blijven in hun deel van de tent. Waar zou Sara anders moeten zijn dan daar, in de tent? Wezenlijk voor het godsbeeld van de auteur van Genesis is dat God iemand is die aan ons voorbijgaat tenzij wij een beroep doen op zijn genade dat wij Hem mogen dienen. Maar dat is alleen maar de éne helft van het verhaal. Wezenlijk voor het godsbeeld van Genesis is ook dat God ons zwijgen doorbreekt met zijn vraag naar ons mensen. Voor de derde maal in Genesis roept God de mens. Eerst: Adam, waar ben je? Vervolgens: waar is Abel, je broer? En dan nu: Waar is Sara, je vrouw? Mens, waar ben je, waar ben je terechtgekomen met je leven, wat is er overgebleven van je hoop, je geloof, je liefde, je verwachting. Waar ben je stukgelopen, gewond, gebroken. Adam, waar ben je, naakt, verstopt in de bosjes. Kaïn, waar ben jij, waar is de broer die jij doodde. Abraham, waar ben jij met jouw geschokt geloof in Gods beloften, waar is jouw vrouw, kinderloos in haar tent.

Sara is in de tent

We mogen jaloers zijn, misschien, op de oosterse wijze van omgang met gasten, we hoeven niet jaloers te zijn op de oosterse wijze van omgaan met vrouwen, met name niet als die kinderloos waren. Sara telde niet meer mee. Als vrouw die geen moeder werd was zij veracht. Zij menstrueerde niet meer. Definitief was haar leven onvruchtbaar gebleven, zinloos en waardeloos. ‘Ik ben verwelkt’, zegt Sara van zichzelf, ik kan geen orgasme meer krijgen, geen kind, geen nieuw leven. Ik ben dood en ik blijf dood.

Sara lacht

En dus lacht Sara als zij van achter het tentdoek hoort hoe door de vreemdeling aan Abraham de belofte wordt herhaald. De belofte van Genesis 12: ‘Ik zal je tot een groot volk maken’, en die van Genesis 13: ‘Ik zal jouw nakomelingen ontelbaar maken als het stof van de aarde’, en die van Genesis 15: ‘aan jouw nakomelingen zal ik heel dit land geven’. Waar is Sara, uw vrouw? Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben’. Jubel dan, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt, breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeën gekend hebt’.

Sara juicht niet

Beloften wekken bij haar geen verwachtingen meer. Zij gelooft er niet meer in. Zij lacht, zij spotlacht, zij lacht de bittere lach van de leegte. Precies zo had Abraham gelachen toen hem in Genesis 17 een zoon bij Sara beloofd werd. Het is een vorm van lachen die iedere vorm van gesprek doodslaat. Zo, zoals Abraham en Sara, zo lachen mensen die het niet meer zien zitten, de ander niet en God niet en zichzelf niet. Niets is zo verdrietig als juist deze lach.

Tegen ons ongeloof in wordt alleen maar de belofte herhaald

Tegenover Abraham spreekt God de gedachten van Sara uit maar met weglating van wat zij over haar verwelkte staat heeft gezegd. Voor God zijn mensen nooit vervallen of versleten of alleen maar ten dode bestemd. Dit is wezenlijk voor het beeld dat wij van God mogen hebben: dat Gods beloften aan ons bekrachtigd worden ook dan als wij er niet of niet meer in geloven, en dat Gods beloften aan ons mensen bewaarheid worden ook dan, als de feiten uitwijzen dat wij zelf aan de realisering van die beloften niets meer kunnen doen.

Sara schrok

Ze ontkende gelachen te hebben. Maar God zei: Ja, Sara, je hebt wél gelachen. God is niet boos. Sara heeft genade gevonden in zijn ogen. Ja, Sara, je hebt wel gelachen, je hebt terecht gelachen. Je mág ook lachen, je mag jubelen en juichen, tegen alle tranen in. Want voor Mij, zegt God, voor Mij zal uiteindelijk niets onmogelijk zijn. Daarom: je mág zeker zijn van een heerlijke toekomst.

De laatste lach is niet de lach van de verbittering

God bevestigt zijn beloften aan onvruchtbare mensen in een huilende wereld. God, die vreemde onherkenbare God, die voorbijganger in onze onherbergzame wereld. Die gastvrijheid zoekt maar meestal niet vindt. Die bij ons binnendringt op het heetst van de dag, in het diepst van ons lijden. Die God, die bevestigt aan ons al zijn beloften. Hij brengt ons eenmaal uit onze ballingschap thuis. En wij, wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn. Als ook in ons nieuw leven wordt geboren – wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn.

Over engelverschijningen

Engelen horen bij het, voor ons mensen, onzichtbare deel van de schepping.
Engelen zijn dus normaal gesproken voor ons onzichtbaar. Toch blijkt uit de Bijbel dat engelen aan mensen kunnen verschijnen.

Voorbeelden uit het Oude Testament

+ Twee engelen redden Lot uit Sodom (Gen 19:1-24)
+ Drie engelen bezochten Abraham en Sara (Gen. 18:2)
+ Een engel verscheen bij de drie vrienden van Daniel in de vurige oven (Dan. 3:23-25,28)
+ De engel des Heren verscheen aan Hagar (Gen. 16:7-14 en 21:7)
+ De engel des Heren sprak tot het volk Israel te Bochim (Richt. 2:1-4)
+ De engel Gods sprak tot Jakob in een droom (Gen. 31:11)

Voorbeelden uit het Nieuwe Testament

+ Aankondiging van de geboorte van Johannes (Lucas 1;11-19)
+ Aankondiging aan Maria van de verwekking van Jezus (Lucas 1:26)
+ De hemelvaart van Jezus  (Hand. 1:10,11)
+ Toen de apostelen werden gevanggezet haalde een engel hen eruit (Hand. 5:19,20)
+ Verschijning aan Cornelius (Hand. 10:3)
+ De bevrijding van Petrus (Hand. 12:7-11)
+ Paulus bij de schipbreuk (Handelingen 27:23,24)

 Terug naar startpagina van deze serie Slideshow  van deze serie        

   Bekijk hier de dia-show van de prenten   


Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG