Vastentijd en Lijdenstijd
Door het jaar heen staan
er
bijzondere dagen op onze kalender. sinds jaar en dag gaat dat zo. daar
ook zo onze aandacht aan besteden. Om je enig houvast te geven op deze
site een overzicht van de christelijke feesten. Niet dat ze allemaal
even indringend worden gevierd, maar meer dan de moeite waard om er
niet alleen mee op de hoogte te zijn maar je ook eens nader in te
verdiepen. Hieronder én hiernaast een schat aan informatie.
Veel genoegen ermee.
De kerk: plek voor veel vieringen
We
houden een behoorlijk aantal christelijke feestdagen. Maar wat houden
die
dagen eigenlijk in, behalve dat het vrije dagen zijn? Alleen maar
recreëren of...?
Deze
dagen hebben allemaal gemeen dat ze hun oorsprong vinden in de bijbel.
Elke feestdag is gekoppeld aan een gebeurtenis in de bijbel, die voor
christenen een belangrijke betekenis heeft. Maar welke gebeurtenis, en
dus betekenis, is gekoppeld aan welke feestdag?
Over lijdenstijd en vastentijd
Vaak genoemd: 40-dagentijd of
Vastentijd
De Lijdenstijd is de periode van veertig dagen die voor Pasen valt in
het Christelijke kerkelijk jaar. De 40-dagentijd begint opAswoensdag.
Voor veel Christenen is de 40-dagentijd een vastentijd, een tijd van
inkeer en voorbereiding voor Pasen. Protestantse kerken nemen geen
vastentijd in acht.
Een tijd van gebed en inkeer
De Christelijke kerken die de 40-dagentijd in acht nemen gebruiken deze
als een tijd voor gebed en inkeer.
Weinig mensen vasten de hele periode; sommigen doen dat wel op
Aswoensdag en Goede Vrijdag. Veel gelovigen leven soberder dan normaal
als een vorm van zelf-discipline.
Veel Christenen gebruiken de periode voor meditatie en contemplatie.
Waarom 40 dagen?
40 is een belangrijk en betekenis getal in de Joods-Christelijke
geschriften:
In het bijbelboek Genesis regent het 40 dagen en nachten: de aarde
wordt vernietigd door de grote watermassa.
Het Hebreeuwse volk dat weggetrokken was uit Egypte was 40 jaar in de
woestijn voor ze het door God beloofde land introkken.
Mozes vaste 40 dagen voor hij de Tien Geboden ontving op de berg Sinai.
Jesus vaste 40 dagen in de woestijn als voorbereiding op zijn taak.
Vooral het laatste wordt door de meeste Christenen gezien als de
sleutel voor de duur van de voorbereidingstijd voor Pasen.
De kleur Paars
Paars is de symbolische kleur die in veel kerken gebruikt wordt in de
40-dagentijd voor kleden die over de tafel hangen (antependia) en
stola's (een soort sjaal die de voorganger om heeft in de kleur van het
kerkelijk jaar).
Paars wordt om twee redenen gebruikt. Ten eerste omdat het geassocieerd
wordt met rouw en zo de pijn en het lijden van de kruisiging verbeeldt.
E ten tweede omdat het de kleur is die verbonden is met het
koninklijke, en dit geeft Christus koningschap door kruisiging naar
opstanding weer. resurrection and sovereignty.
Oost en West
Zowel de Oosters orthodoxe als de Westerse kerken betrachten de
lijdenstijd, maar zij tellen de 40 dagen verschillend.
De westese kerk slaat de zondagen over (die gevierd worden als de dag
van de opstanding) terwijl de oosterse kerk de zondagen meetelt.
Zo begint de lijdenstijd op verschillende dagen.
Westerse kerken beginnen de 40-dagentijd op de 7e woensdag voor Pasen
(Aswoensdag).
Oosters Orthodoxe kerken beginnen de 40-dagentijd op de maandag van de
7e week voor Pasen en eindigen op de vrijdag 9 dagen voor Pasen.
Oosters Orthodoxe kerken noemen deze periode de 'Grote 40-dagentijd'
Veertig dagen wachttijd
Voor de joden was de logische consequentie van de bevrijding uit Egypte
de intocht in het beloofde land. In de praktijk liep dit niet allemaal
even gladjes. De belofte van een eigen land was immers niet zomaar een
achteloos cadeautje van JHWH, maar onderdeel van een verbond. JHWH
hield zich aan zijn beloften als het volk zich tenminste aan de daaraan
verbonden voorwaarden hield. Dat laatste was zeker niet altijd het
geval. Het werd een veertig jaren durende woestijntocht onder
erbarmelijke omstandigheden voordat men dit doorhad en ook vagelijk
begon te begrijpen dat JHWH een meer dan rechtvaardige God was en zijn
volk nooit in de steek liet.
Eindelijk kon men nu
net als ooit de Rode Zee nu de Jordaan feestelijk oversteken om
vervolgens in het nieuwe. land het paasfeest te vieren. Sindsdien is
het getal veertig het symbool voor de periode van verwachting en inkeer
en vooral van bezinning geworden. De woestijn functioneerde als een
soort retraiteoord. We zien dit bijvoorbeld terug bij niemand minder
dan Elia. Als hij in 1 Koningen 19 op eigen initiatief en zonder JHWH
te raadplegen voor zijn leven vlucht, gaan er veertig dagen voorbij
voordat hij weer met JHWH op de Horeb, de berg van het verbond, in het
reine komt. Ook hem blijft JHWH echter op zijn tocht door een engel
bijstaan.
In het Nieuwe
Testament zet deze traditie zich voort. Jezus zelf trok zich volgens de
drie synoptici - ditmaal vrijwillig - na eerst in de Jordaan gedoopt te
zijn, veertig dagen in de woestijn terug om zich op zijn toekomstige
taak te bezinnen. Hij doorstaat daar alle bekoringen voorbeeldig en
opnieuw horen we van bijstand door engelen. In verband met Pasen is het
interessant te constateren dat volgens Handelingen 1,3 de periode
tussen verrijzenis en hemelvaart opnieuw veertig dagen besloeg. Het is
een periode waarin de zending tot verkondiging van het nieuwe verbond
wordt geboden. Net als bij het oude verbond staan hier tegenover
beloften ook verplichtingen. Ons hierop te bezinnen en hiernaar ook te
handelen is in feite de opdracht in de periode tussen Jezus'
verrijzenis en die van onze eindtijd.
De messiaanse tussentijd waarin wij nu leven, dient in feite opgevat te
worden als een zinnige woestijntocht waarvan de duur symbolisch in het
teken van het getal veertig staat. In de liturgische kalender neemt dit
getal dan ook niet geheel toevallig een belangrijke plaats in. Zo
kennen we naast de veertigdaagse periode tussen Pasen en Hemelvaart en
de veertigdagentijd vóór Pasen ook nog eens de
advent. Kortom, er is voldoende tijd voor verwachting en bezin
VEERTIGDAGENTIJD
AElk jaar opnieuw biedt
de Kerk ons tijdens de 40 dagen voor Pasen, de kans orde op zaken te
stellen in ons leven, grote schoonmaak te houden. Wij worden
uitgenodigd om tijdens deze periode, die voorafgaat aan het grootste
christelijke feest, eens na te denken over datgene waar het in het
leven op aankomt, over datgene wat nu echt belangrijk is.
Wij
worden eraan herinnerd dat ons leven een tocht is, een reis naar het
beloofde land, de hemel, het vaderhuis. Deze tocht gelijkt op de lange
reis van de Israëlieten naar het beloofde land
Israël, lange reis die een aanvang nam bij de uittocht uit
Egypte. Deze reis, of liever zwerftocht, duurde 40 jaar lang, destijds
de duur van een mensenleven. Nagenoeg de ganse zwerftocht speelt zich
af in de woestijn, onherbergzaam oord vol gevaren.
Het volk
Israël is 40 jaar onderweg door de woestijn naar het beloofde
land, Jezus zondert zich 40 dagen af om zich voor te bereiden op zijn
zending en wij hebben elk jaar een tijd van 40 dagen om ons op Pasen
voor te bereiden.
Voorbereiding op pasen
De veertigdagentijd is een periode die voorafgaat aan en voorbereidt op
het Hoogfeest van Pasen. Het is een tijd van bekering, waarin mensen
die katholiek willen worden zich voorbereiden op het doopsel, en
gelovigen aan hun eigen doopsel worden herinnerd.
Oproep
Jezus_Christus roept op tot Bekering: hij vraagt de mens om zich vrij
te maken van alle zonden, preoccupaties en beslommeringen die de weg
tot het Rijk_Gods versperren.
Boetedoening en bekering
De Kerk heeft steeds geleerd, dat bekering niet eens en voor altijd
gegeven kan zijn, maar steeds opnieuw moet worden beleefd en
nagestreefd. De gelovige christen zondigt immers regelmatig, en raakt
daardoor het zuivere zicht op God kwijt. Hij moet zich steeds opnieuw
bekeren, en Boete doen voor zijn misstappen. De veertigdagentijd is in
de katholieke traditie bij uitstek de tijd van hernieuwde bekering, en
dus ook de tijd voor boetedoening.
Bidden, vasten en
aalmoezen geven
De christen kan zijn boetvaardigheid op verschillende manieren uiten.
De Schrift en de Kerkvaders leggen vooral op drie vormen de nadruk: het
Gebed, de Aalmoes en het Vasten.
‘De
vasten’
Vroeger speelde het vasten in de veertigdagentijd een hoofdrol; de
veertigdagentijd werd daarom ook wel ‘de
vastentijd’, ‘de vasten’ of –
samengetrokken- ‘de veertigdaagse vasten’ genoemd.
Een stukje geschiedenis
De Kerk heeft zich vanaf haar vroegste begin door boete, vasten en
gebed voorbereid op Pasen. In de eerste eeuw van het christendom
beperkte deze voorbereiding zich tot Goede_Vrijdag en Paaszaterdag.
Later werd de vastentijd steeds verder verlengd, totdat in 325 het
Concilie_van_Nicea de duur ervan bepaalde op veertig dagen.
Gregorius de Grote
Paus Gregorius_de_Grote (590-604) bepaalde in 602 dat de vastentijd
voortaan aanving met Aswoensdag. Daardoor omvatte de periode tot Pasen
zes weken en vier dagen, tezamen dus welgeteld 46 dagen. Maar omdat op
zondagen niet wordt gevast, bleven er 40 werkelijke vastendagen over.
Deze praktijk werd door paus Urbanus II (1088-1099) tot Kerkwet
geformuleerd.
Veertig: een heilig getal
Dat de Paasvasten een tijdsduur van veertig dagen heeft gekregen, gaat
terug op de symbolische betekenis van het getal veertig. Het is een
heilig getal in de joodse en christelijke traditie.
Joodse traditie
Veertig jaar zwierf het volk Israël door de woestijn op zijn
tocht naar het beloofde Land. Veertig dagen verbleef Mozes op de berg,
toen hij de Wet in tien geboden van God ontving. De profeet Elia
ondernam een tocht van veertig dagen naar de berg, waarop God hem zou
verschijnen.
Naar Jezus’
voorbeeld
Jezus trok zich veertig dagen in de woestijn terug om zich door vasten
en bidden voor te bereiden op zijn zending onder de mensen. Hij leefde
veertig dagen onthecht, zodat Hij zich helemaal kon openstellen voor de
kracht van God en de boodschap van Gods liefde. Van die onthechting
maakte de duivel gebruik om Jezus te verleiden, maar Jezus weerstond
iedere verlokking en werd debekeerde, 'de heilige Gods' die met gezag
preekte (Lucas 4, 1-33). Naar Jezus' terugtrekking in de woestijn is de
veertigdagentijd voor Pasen gemodelleerd.
Vrijheid
Boetedoening en vasten bevrijden de gelovigen van aardse lasten en
banden. Zo ontstaat ruimte om telkens opnieuw de kern van het Paasfeest
te begrijpen en vooral te ervaren. Want Pasen is het feest van de
ultieme vrijheid: de overwinning van het leven op de dood.
Liturgie
In de liturgie zijn de eerste vierenhalve week van de veertigdagentijd
speciaal gericht op de zuivering en bekering der zielen. In de vijfde
week is de aandacht gericht op het menselijke lijden van Christus. In
de laatste week, de zogenoemde Goede_Week, staat het mysterie van dit
lijden centraal. De liturgische kleur is paars, teken van boete. Alleen
op zondag Halfvasten wordt het paars door rozerood vervangen. De Kerk
viert met halfvasten namelijk dat Pasen naderbij komt: het is een
blijde zondag. De Mis van halfvasten wordt begonnen met het woord
Laetare, wat ‘verblijdt u’ betekent. De blijde
zondag van halfvasten wordt, naar het beginwoord, ook wel
‘Zondag Laetare’ genoemd.
De voorvasten
Met voorvasten werd lange tijd bedoeld de liturgische periode van
tweeënhalve week die voorafgaat aan Aswoensdag. Ook deze
periode had een boetekarakter, zij het wat milder dan de
veertigdagentijd. Na het Tweede_Vaticaans_Concilie is de voorvasten in
de Westerse Kerk vervallen.
Septuagesima
De zondagen in de voorvasten werden wel Septuagesima, Sexagesima en
Quinquagesima genoemd. Dit valt als volgt te verklaren. De Oosterse
Kerk heeft in de loop der tijd ook vastenpraktijken gekend waarbij
respectievelijk 70, 60 en 50 dagen voor Pasen al met vasten werd
begonnen. Dit gegeven, gecombineerd met het feit dat de eerste zondag
van de veertigdagentijd zondag Quadragesima wordt genoemd, leidde tot
de termen Septuagesima, Sexagesima en Quinquagesima voor de zondagen in
de Westerse voorvasten, te beginnen met zondag Septuagesima. Duidelijk
mag zijn, dat deze zondagen niet feitelijk 70, 60 en 50 dagen voor
Pasen vielen.
Speciale dagen in de
veertigdagentijd
Aswoensdag en Goede_Vrijdag markeren het begin en het einde van de
Vastentijd. Het zijn sinds het Tweede Vaticaans Concilie bovendien de
enige verplichte vastendagen in de rooms-katholieke Kerk. Halfvasten,
de vierde zondag van de vasten, wordt, zo is al vermeld, ook wel Zondag
Laetare genoemd. De Goede_Week begint op Palmzondag, en voert via
Witte_Donderdag en Goede_Vrijdag naar Stille_Zaterdag.
Bijzondere plaats van het
doopsel
Tor slot nog een woord over de bijzondere plaats die het Doopsel in de
veertigdagentijd toekomt. Er is al gesteld dat iedere individuele
gelovige zich steeds opnieuw tot God moet bekeren, en daarvoor de
veertigdagentijd in het bijzonder kan gebruiken. Welnu: wat geldt voor
de individuele gelovige geldt ook voor de Kerk als geheel; ook de Kerk
wil zich, als geloofsgemeenschap, in de vastentijd opnieuw tot Christus
bekeren.
Doopvoorbereiding
De plaatselijke geloofsgemeenschap verzorgt de Doopcatechese van mensen
die Katholiek_worden. Voor de parochie is de Doopcatechese een kans op
hernieuwde bekering. Deze catechese is namelijk zo vormgegeven dat de
gehele geloofsgemeenschap samen op weg wordt gezet met de
‘kandidaat-gelovige’, die ook wel
‘geloofsleerling’ wordt genoemd.
Sacramenten in de
paaswake
In de derde week van de vasten vertrouwt de Kerk zinnebeeldig haar
Geloof aan de geloofsleerling toe in de vorm van de Geloofsbelijdenis.
In de vijfde week van de veertigdagentijd ontvangt de geloofsleerling
het Onze_ Vader, de kristallisatie van het Gebed van de Kerk. Op
Paaszaterdag geeft de geloofsleerling de geloofsbelijdenis en het Onze
Vader aan de geloofsgemeenschap terug door beide teksten uit te
spreken. In de Paaswake ten slotte viert de geloofsleerling met de
gemeenschap de Sacramenten. Het is deze viering, waar in de
doopscatechese de gehele veertigdagentijd naartoe wordt gewerkt.
(Hier nog veel meer informatie over de veertigdagentijd)
De
veertigdaagse vasten
Vasten - Jarenlang werd er nauwelijks over gesproken. De
aloude katholieke traditie van de veertigdaagse vasten, als
voorbereiding op het paasfeest, leek op sterven na dood. Maar nu is
vasten weer helemaal in. Steeds meer mensen beseffen dat vasten goed
voor hen kan zijn. We zien het van de moslims in de ramadan en we doen
het in sapkuren en ontslakken. Het is gezond voor je lijf en reinigend
voor je geest.
Het wordt tijd om te ontdekken wat vasten voor een katholieke christen
kan betekenen. De oude regels en gebruiken rond de vastentijd moeten
opnieuw doordacht en getoetst worden. Er is niet meer
één verplichte vorm van vasten van kracht. Maar
hoe moet je dan vasten? Deze site wil een staalkaart zijn van
verschillende kanten en vormen van vasten. Lees en zoek erop wat u
inspireert en bij u past.
Vasten of veertigdagentijd?
De namen Veertigdagentijd en Vasten worden vaak door elkaar gebruikt of
ook samengevoegd tot Veertigdaagse Vasten.
Dat deze periode een tijdsduur van veertig dagen heeft gekregen, gaat
terug op de symbolische betekenis van het getal veertig. Veertig jaar
zwierf het volk Israël door de woestijn op zijn tocht naar het
beloofde Land. Veertig dagen verbleef Mozes op de berg, toen hij de Wet
in tien geboden van God ontving. De profeet Elia ondernam een tocht van
veertig dagen naar de berg, waarop God hem zou verschijnen. En Jezus
trok zich veertig dagen in de woestijn terug om zich door vasten en
bidden voor te bereiden op zijn zending onder de mensen. Veertig is dus
een heilig getal in de joodse en christelijke traditie.
De voorbereiding op Pasen wordt gekenmerkt door onthechting, boete en
bekering. Jezus leefde veertig dagen 'onthecht', zodat Hij zich
helemaal kon openstellen voor de kracht van God en de boodschap van
Gods liefde. Van die onthechting maakte de duivel gebruik om Jezus te
verleiden, maar Jezus weerstond iedere verlokking en werd de bekeerde,
'de heilige Gods' die met gezag preekte (Lucas 4, 1-33) Jezus'
terugtrekking in de woestijn is hét grote voorbeeld geworden
voor de veertigdaagse vasten voor Pasen.
Vuistregels
Vasten is vasthouden aan regels omtrent minder eten en drinken.
Minderen op lichamelijk vlak schept ruimte op geestelijk vlak. Maar
vasten kan meer zijn dan het minderen van eten en drinken. Het kan een
oefening zijn om innerlijk vrij te worden. De veertig dagen voor Pasen
bieden daarvoor bij uitstek een goede gelegenheid.
Ieder van ons wordt
beheerst door veel bindingen
Door me in de vastentijd van alcohol, of vlees, of roken te onthouden,
test ik of ik verslaafd ben of nog vrij, of ik nog zelf kan bepalen wat
ik wil eten en drinken, wel of niet rook, wel of geen koffie drink.
Verslaving maakt afhankelijk en is dat niet tegen de menselijk
waardigheid?
Als een vrij mens ben ik geschapen, maar wat als ik over me laat
beschikken?
Zo kunnen ook onhebbelijkheden, angsten, ingeslepen gewoontes,
hartstochten, te sterke bindingen aan werk, bezit of planning van
carrière gaan beschikken over mijn vrijheid.
De veertigdaagse vastentijd geeft de mogelijkheid om dit soort
bindingen op het spoor te komen. Onder andere door te luisteren naar
kritische opmerkingen hierover van je omgeving. Bewustwording is daarom
een eerste stap.
Een tweede stap is plannen maken die leiden naar verandering, naar het
terugwinnen van je vrijheid. De oefeningen die op deze site staan bij
‘ In de praktijk’ kunnen daarbij helpen. Lees ze
door en verwerk ze in je plan.
Een derde stap is je plan in praktijk brengen. Het resultaat? Zelf
ervaren dat je niet toebehoort aan je hartstochten, verslavingen,
behoeften en wensen, maar aan jezelf. Je bent weer vrij.
Als gelovige ben je zo beter in staat om (opnieuw) de kern van het
Paasfeest te begrijpen en vooral te ervaren. Want Pasen is het feest
van de ultieme vrijheid: de overwinning van het leven op de dood.
Pasen
Pasen betekent de hoop en de verwachting dat lijden en dood niet het
laatste woord hebben, dat het leven zich daaraan weet te ontworstelen.
Tijdens de paaswake wordt de brandende paaskaars naar binnen gebracht
als symbool van de verrijzenis van de Heer: het licht van Christus dat
duisternis en dood overwint.
Vasten in
de bijbel
Vasten hoort tot de traditie van zowel het jodendom als
het christendom.
De verzameling heilige boeken die christenen het OUDE TESTAMENT zijn
gaan noemen, zijn in feite allemaal afkomstig uit het jodendom. Het is
hun bijbel of TENACH, genoemd naar de eerste letters van de drie grote
onderdelen Thora (Wet), Nebi’im (profeten)en Chetuvim
(geschriften). De meeste van de vastendagen uit de Tenach die hieronder
beschreven zijn, worden ook nu nog in het jodendom onderhouden.
Christenen kennen daarnaast de boeken van het NIEUWE TESTAMENT, die
verdeeld worden in de vier Evangelies, het boek van de Handelingen, de
brieven van de apostelen en het boek van de Openbaring.
Hoe er over vasten
gedacht wordt in het Oude en het Nieuwe Testament
Vasten in het Oude Testament In het Oude Testament wordt slechts een
algemeen voorgeschreven vasten- en boetedag genoemd: de Grote
Verzoendag (Jom Kippoer). Tot op de dag van vandaag wordt deze dag
gevierd in het jodendom.
‘Op Grote
Verzoendag is het verboden te eten en te drinken, zich te wassen en
zich te zalven, schoenen aan te trekken en echtelijke gemeenschap te
hebben’. (Misjna VIII,1, Misjna is een verzameling joodse
godsdienstige wetten, in de 3e eeuw bijeengebracht).
Naast het vasten is er op
Jom Kippoer een hele dag durende viering in de synagoge waarin onder
meer schuld wordt beleden, psalmen gezongen, uit de heilige Schrift
gelezen . Behalve ernst en ootmoed klinkt ook hoop door, want God is
een God die zonden vergeeft.
De bevrijdende klank van
de sjofar, de ramshoorn, sluit Jom Kippoer af en daarmee ook de 25 uur
durende vasten.
Daarna begint het feestelijke ‘aanbijten’ het eten
van heerlijke hapjes: ‘Proef en geniet: hoe zoet is de Heer;
gelukkig is de mens die bij Hem gaat schuilen’ (psalm 34,9).
Behalve de Grote Verzoendag worden in het Oude Testament niet
verplichte rouwdagen genoemd waarop gevast wordt ter herinnering aan(
bijbel)historische gebeurtenissen. Ook nu nog gevierd in het jodendom.
Zoals bijvoorbeeld de dag dat Nebukadnessar van Babylon het beleg om
Jeruzalem slaat, de dag dat de muren van Jeruzalem het begeven, de dag
dat de tempel gevallen is en de dag dat de bevolking in Babylonische
ballingschap gaat. (2 Koningen 25)
Later is er de vastendag van Ester bijgekomen (de dag voor Poerim).
Voordat zij trachtte haar volk in Babel te redden, vastte zij. (Ester
4,16) Hier is het vasten een voorbereiding voor een belangrijke stap of
beslissing.
Vasten is daarnaast een
reactie op groot verdriet
Het verdriet kan zo afschuwelijk zijn, dat hij degene die het overkomt
geheel verlamt en innerlijk verteert en toch ook weer volkomen voedt.
De normale lichamelijke behoeften vervallen: de persoon vast als boete
en als poging tot het ‘verbidden van God’.
“Ik vergeet mijn brood te eten”, zei de dichter van
Psalm 102.
Vasten kan ook een uitdrukking zijn van angst voor en keren van gevaar.
Als de stad Ninevé vernietigd dreigt te worden vanwege de
verdorven levenswijze van de bewoners, reageren de stedelingen als
volgt: ‘Ze riepen vasten uit en sloegen zakken om van klein
tot groot’, (Jona 3,5). En inderdaad, God ziet hen, krijgt
spijt en brengt het onheil niet ten uitvoer.
In de loop van de tijd zijn vrome joden als vorm van een sobere
levenswijze op maandag en donderdag gaan vasten (zie bijvoorbeeld:
Lucas 18,12):
Vasten in het Nieuwe
Testament in de evangelies
"Wanneer je vast, zet dan
geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun
gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker
jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en
was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar
wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het
verborgene ziet, zal het je lonen." (Matteüs 6, 16-18)
Blijkbaar beschouwt Jezus vasten als vanzelfsprekend. Voor Hem hangt
vasten direct samen met bidden tot de Vader én met liefde
voor je medemensen. Hij zegt ook hoe je je moet gedragen als je vast.
Hij waarschuwt uitdrukkelijk tegen mensen die alleen maar vasten om
gezien te worden (Matteüs 6,1). Het grote gevaar van elk
vasten is immers het louter uiterlijke vertoon, zonder innerlijke
toewending of bekering tot God en je medemensen.
Jezus zelf bracht aan het begin van zijn openbare optreden 40 dagen en
nachten door in de woestijn om er te vasten (Matteüs 4,1-2).
Dit gegeven is van grote invloed geweest op het ontstaan (vanaf de 4e
eeuw) van de ‘ Vastentijd’ of 'Veertigdagentijd'
als voorbereiding op het paasfeest.
Hoewel Jezus zelf vastte, laat hij ook de betrekkelijkheid ervan zien.
Hij is bepaald geen genotsvijandige asceet.
Hij houdt van eten en drinken op zijn tijd. Er wordt zelfs over hem
gezegd:
‘Kijk die veelvraat, die slemper, die vriend van tollenaars
en zondaars.’(Lucas 7,34)
Of lees de tekst waar Jezus verweten wordt dat zijn leerlingen in
tegenstelling tot de Farizeeën en de volgelingen van Johannes
de Doper niet vasten:
"De leerlingen van Johannes en de farizeeën waren aan het
vasten. Men kwam Hem zeggen: 'Waarom vasten de leerlingen van Johannes
en de leerlingen van de farizeeën wel, maar doen uw leerlingen
dat niet?' Jezus zei hun: 'Kunnen de bruiloftsgasten soms vasten zolang
de bruidegom bij hen is? Zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen
ze niet vasten. Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is
weggenomen, en dan, op die dag, zullen ze vasten." (Marcus 2,18-21)
Dus: als je vast, doe het dan met mate en weet dat voor Jezus vasten,
bidden en aalmoezen geven bij elkaar horen!
In het boek van de Handelingen en de brieven van de apostelenIn het
boek van de Handelingen schrijft de evangelist Lucas over het ontstaan
van de kerk.
Over vasten zijn de volgende passages te vinden:
- Met vasten en bidden zond de kerk van Antiochië Paulus en
Barnabas uit (Hand 13,12 v.).
- De oudsten (de presbyters) werden met gebed en vasten in hun ambt
bevestigd (Hand 14,23).
- Cornelius vastte voordat hij naar Petrus wordt verwezen (Hand 10,30).
In de brieven aan de Korinthiërs schrijft Paulus een enkele
keer over vasten:
- Paulus spreekt over zijn gewoonten bij het vasten (2
Korinthiërs 6,5 en 11,17)
- Hij stelt vasten en onthouding voor in bijzondere gebedsperioden in
het gezinsleven (1 Korinthiërs 7,5).
In de Handelingen en de Brieven zien we dat vasten en bidden steeds
samengaan. Ze gaan vaak vooraf aan belangrijke stappen.
Vasten in
de christelijke traditie
InfoBij het begin van de vasten of de veertigdagentijd
worden in de katholieke traditie twee kernteksten gelezen om ons op het
juiste spoor te zetten. De eerste is van een profeet: ‘Scheur
uw hart, niet uw kleren’, (uit Joël 2,12-18). De
tweede tekst is een woord van Jezus uit het evangelie:
‘Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de
schijnheiligen’ (uit Matteüs 6,16-18).
In het begin van de kerk- vasten door de week (vasten volgens kalender)
We lezen in het evangelie van Lucas, dat de farizeeën tweemaal
per week een vastendag hebben, de maandag en de donderdag. De vroege
kerk neemt deze vastenpraktijk van het jodendom over, maar onderscheidt
zich door de vastendagen te plaatsen op de woensdag en de vrijdag. De
woensdag als herinnering aan het verraad door Judas, de vrijdag als
herinnering aan het lijden en de dood van Jezus,. In sommige streken
wordt ook de maandag een vastendag, in andere streken wordt de zaterdag
als voorbereiding op de zondag een vastendag.
Op de woensdag en vrijdag
eet men niet tot 15.00 uur of tot aan de avond, zoals later Benedictus
in zijn klooster regel aanraadt (Regel van Benedictus, hoofdstuk 4,1;
op welke uren de broeders moeten eten. Zie ook hieronder bij
monnikendom)
- vasten als
voorbereiding op pasen (vasten volgens kalender)
Aanvankelijk vasten
christenen de drie dagen voor Pasen, later wordt dat uitgebreid naar de
hele Goede Week en op het einde van de derde eeuw beschouwt men de
veertig dagen voor Pasen als een doorlopende tijd om te vasten. De drie
dagen voor Pasen onthoudt men zich helemaal van voedsel.
Vanaf de vierde eeuw-
quatertemperdagen (vasten volgens kalender)
In de vierde eeuw komen we ook al de quatertemperdagen tegen.
Quatertemper betekent: vier tijden of vier seizoenen. Quatertemperdagen
zijn de boete- en vastendagen, waarmee elk van de vier seizoenen wordt
begonnen:
. woensdag, vrijdag en zaterdag in de pinksterweek;
. de derde volle week van september (na het feest van de
kruisverheffing);
. de week na de derde zondag van de advent;
. de week na de eerste zondag van de vasten.
- vasten in het
monnikendom
In de loop van de derde
en vierde eeuw komt in het christendom een levenswijze tot ontwikkeling
die bepalend wordt voor het gezicht van de kerk: het monnikendom.
In deze tijd wordt het christendom staatsgodsdienst en het is niet meer
nodig om met de marteldood getuigenis af te leggen van het heil in
Jezus Christus. Sommige gelovigen (mannen en vrouwen, abba’s
en amma’s, doorgaans woestijnvaders genoemd) zoeken en vinden
nieuwe manieren om de blijde boodschap te verkondigen. Ze trekken in
navolging van Jezus, de woestijn in om zich daar eenzaamheid, armoede,
gebed en seksuele onthouding geheel aan God te wijden. Er zijn vele
verhalen van beproevingen in de woestijn. Voor deze anachoreten
(anachorein = zich terugtrekken) of heremieten (eremos = woestijn,
verlatenheid) bestaat er nog geen levensregel. Excessen komen voor:
sommigen leven naakt als dieren en voeden zich met gras, anderen zitten
hun leven lang op een zuil of leven reeds in hun graf.
Wanneer later asceten (askesis = oefening, training) bij elkaar gaan
wonen, ontstaan er leefgemeenschappen, de kloosters.
Benedictus is niet de eerste die een regel voor de kloosters heeft
geschreven, maar zijn regel (uit 530) heeft wel tot op de dag van
vandaag grote invloed. De kans op een sterke tegenstelling tussen
lichaam en geest, ten koste van het lichaam is er altijd in het
christendom geweest. Maar kenmerkend in de regel van Benedictus is de
milde toon en de wijsheid die er uit spreekt. Geheel in de traditie van
het jodendom blijven in het vasten lichaam en geest met elkaar
verbonden, zonder valse tegenstellingen tussen lichaam en geest.
De kerkvaders Tertullianus (ic 240) en vooral Augustinus (ic 430) zien
het lichaam en de menselijke natuur als zondig. De geest is voor hen de
enige mogelijkheid om tot godskennis te komen. In deze vorm van geloven
kan vasten snel tot een vorm van verwaarlozing van het lijfelijke, van
lichaamsverachting uitgroeien. Omdat vrouwen door hen met natuur en
lichaam worden geassocieerd en mannen met de geest, ontwikkelt zich een
vrouwvijandige wijze van geloven, dat grote invloed heeft gehad op de
plaats van vrouwen in de katholieke kerk.
Het vasten krijgt een reguliere plaats in het kloosterleven en ook alle
andere gelovigen ontvangen ‘het zachte juk van het
vasten’.
Vanaf de zestiende eeuw-
vasten en sacramenten
Naast de vastendagen die
bepaald worden door de kalender, ontstaat er ook het vasten dat bepaald
wordt door het ontvangen van de sacramenten:
. als voorbereiding op het ontvangen van de doop en het vormsel, voor
de verzoening bij de biecht.
. vóór de eucharistie ziet de gelovige af van
eten en drinken: In de eucharistie vieren de gelovigen een maaltijd. De
gelovige ziet af van eten en drinken om beter de zeer innige
Godsontmoeting in de eucharistie te kunnen ervaren, wanneer brood en
wijn ontvangen worden als lichaam en bloed van Christus.
- vasten en reformatie
De reformatoren uit de
16e eeuw lopen te hoop tegen de vaak louter uiterlijke vormen van
vroomheid en inkeer bij het vasten. Er zijn er die demonstratief
varkensworst eten tijdens de vastentijd. Later schaffen de reformatoren
het verplichte vasten feitelijk af als een al te menselijke poging God
te beïnvloeden en de genade te kopen.
Vanaf de twintigste
eeuwHet vasten in de rooms- katholieke kerk lag inmiddels vast in
uitgebreide regels van vasten en onthouding: meer regels dan inhoud,
meer lichamelijk vasten dan het doen van gerechtigheid.. Het werd dan
ook tijd tot een herbezinning op vasten.
Het Tweede Vaticaans Concilie (einde 1965) bracht de vastendagen terug
tot twee verplichte: Aswoensdag en Goede Vrijdag.
De nadruk in de jaarlijkse Vastenactie wordt gelegd op de zorg voor de
naaste en het doen van gerechtigheid.
De laatste jaren is de interesse voor het vasten als geestelijke en
lichamelijke reiniging, als uitdrukking van verbondenheid met God aan
het terugkomen.
Speciale
dagen in de vastentijd
InfoAswoensdag en Goede Vrijdag markeren het begin en het
einde van de Vastentijd. Het zijn bovendien de enige verplichte
vastendagen in de rooms-katholieke kerk. De laatste week van de
vastentijd heet de Goede Week. Daarin vallen Palmzondag, Witte
Donderdag en Goede vrijdag en eindigt op Paaszaterdag.
Aswoensdag
De Vastentijd begint met
Aswoensdag. In de katholieke traditie krijgt de gelovige in de viering
een 'askruisje'. Met as wordt op het voorhoofd van de gelovige een
kruisje gemaakt als teken dat hij de Veertigdagentijd ingaat, een tijd
van bezinning, bekering en boete.
Tijdens het toedienen van het askruisje zegt de voorganger tegen iedere
gelovige afzonderlijk: 'Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult
wederkeren'. Minder ingeburgerd, maar ook heel toepasselijk zijn de
woorden: 'Bekeer u en leef volgens het Evangelie'.
As is door het vuur gezuiverd. As herinnert ook aan de vergankelijkheid
van ons leven. In de tijd voor Christus was het de gewoonte om as over
het hoofd te strooien bij begrafenisrituelen. Een ritueel dat ook bij
Jesaja bekend was (Jesaja 61,2).
Wij kennen nog de uitdrukking 'in zak en as zitten'. Sinds de 10e eeuw
wordt as gewijd om gebruikt te worden in de liturgie van deze dag.
Sinds de 14e eeuw worden hiervoor de palmtakken verbrand die het vorig
jaar op palmzondag gewijd zijn. Deze takken zijn dan een symbool van
Jezus' vreugdevolle intrede in Jeruzalem.
Palmzondag
De laatste week voor
Pasen wordt de Goede Week of de Stille Week genoemd en begint met Palm-
of passiezondag. Alle vier de evangelisten melden op welke wijze Jezus
Jeruzalem binnentrok om het joodse paasfeest te vieren: zittend op een
ezel. De ezel was het rijdier van vroegere vorsten van Israël,
die niet oorlogszuchtig, maar nederig van karakter waren. Daarom riep
de profeet Zacharia over de toekomstige Messias uit dat Hij op een ezel
zou komen.
"Jubel, dochter van Sion,
juich, dochter van Jeruzalem!
Zie, uw koning komt naar u toe,
hij is rechtvaardig en zegevierend,
hij is nederig, hij rijdt op een ezel,
op een veulen, het jong van een ezelin.
Toen Jezus Jeruzalem binnenkwam, trokken de omstanders takken van de
palmboom en juichten hem toe. Zo komen we aan de naam Palmzondag.
Witte donderdag
De donderdag in de Goede
Week wordt Witte Donderdag genoemd.
Op de laatste avond van zijn leven -een donderdag- hield Jezus met zijn
leerlingen het joodse paasmaal. Het was een bijzondere maaltijd.
Voor de maaltijd begint -schrijft de evangelist Johannes- doet Jezus
tot verbazing van zijn leerlingen een handdoek om en gaat als een
knecht hun voeten wassen. Een uitdrukkelijk voorbeeld van de
dienstbaarheid, waardoor het Rijk van God, waar Jezus het steeds over
heeft, tot stand zal komen.
Later brak Hij het brood, deelde het aan zijn tafelgenoten uit en zei:
"Dit is mijn lichaam; het is voor jullie. Blijf dit doen om Mij te
gedenken''
Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker: 'Deze beker is het nieuwe
verbond door mijn bloed.
Blijf dit doen om Mij te gedenken, telkens wanneer jullie eruit
drinken. " (1 Korintiërs 11, 23-25)
Door de prachtige symbolen van brood en wijn biedt Jezus zichzelf aan.
Dit paasmaal staat in de katholieke traditie bekend als het Laatste
Avondmaal. Het vormt de oorsprong van wat katholieken de mis of de
viering van de eucharistie noemen.
Goede vrijdag
Op Goede Vrijdag gaat het
om de gedachtenis van het lijden en de dood van Jezus. We vieren de
betekenis van Jezus' kruisdood voor onze verlossing.
In veel kerken komt men om drie uur 's middags bijeen om de kruisweg te
bidden. In de kerk hangen voorstellingen met de 14 verschillende
stappen of staties van Jezus' kruisweg vanaf de veroordeling door
Pontius Pilatus tot aan de kruisiging op de berg Golgotha
(Calvarië). In de kruiswegviering wordt stilgestaan bij de
verschillende staties van Jezus' lijdensweg.
De naam 'Goede Vrijdag' zegt dat bij alle rouw ook een beginnende
vreugde aanwezig is om wat door Jezus werd volbracht. Er is een
onlosmakelijke band met de verrijzenis, dat met Pasen gevierd wordt.
Vasten in andere tradities
Vasten in het jodendomDe belangrijkste vastendag in het
Jodendom was en is Grote Verzoendag. Een beschrijving daarvan vindt u
onder Oude testament. Daar vindt u ook andere vastendagen genoemd die
niet altijd meer in de huidige tijd gevierd worden. Klik hier voor
informatie.
Vasten in de islamvasten
in de koran
Vasten in de islam wordt in de koran, het heilige boek van de islam,
beschreven als een geregeld en onafgebroken vasten, ongeacht de
toestand waarin het individu of het volk verkeert.
Vasten hangt niet af van
incidentele gebeurtenissen. Het is niet bedoeld om Gods toorn tot
bedaren te brengen of Gods erbarming af te smeken door vrijwillig te
lijden.
Vasten is voorgeschreven,
het is voor iedere moslim een vrome plicht. In de koran komt vasten in
die zin ter sprake in vers 183 van de soera Bakara:
"O gij die gelooft! Het vasten is aan u voorgeschreven zoals het
voorgeschreven was aan wie vóór jullie waren ,
opdat gij vroom zult zijn." Met 'wie vóór jullie
waren' worden joden en christenen bedoeld.
Wanneer vasten op andere plaatsen in de koran genoemd wordt, is het in
de betekenis van: ter vergoeding van, als boete.
Vaak verbindt men het vasten ook met het woord uit de koran:
‘Ik blijf bij mijn Heer, die mij voedt en mij te drinken
geeft’. (soera 26,79)
Ramadan
In de maand Ramadan
-volgens de Islamitische jaartelling- houden alle moslims verplicht
vasten. Dat wil zeggen: men onthoudt zich van eten en drinken en
seksuele omgang van een uur vóór zonsopgang tot
zonsondergang. Na zonsondergang is eten en drinken geoorloofd, zoekt
men elkaar op en ontmoet elkaar aan de feestelijke maaltijd.
Het vasten in de maand
Ramadan is één van de vijf godsdienstige plichten
van de Islam.
Andere aspecten van het vasten in de Ramadan zijn: liefdadigheid en het
vrijlaten van een slaaf.
Voor moslims die wonen in islamitische landen is deze vastenmaand ook
een feestmaand. Heel het maatschappelijk en sociale leven wordt door
het vasten getekend. Voor moslims in Nederland is de ramadan moeilijker
te volbrengen, het leven gaat gewoon door en op het werk en in de wijk
hebben de autochtone Nederlanders nauwelijks weet van deze
vastenpraktijk.
Vasten in de islamitische
catechismus
Als je je afvraagt wat de zin is van het vasten tijdens de ramadan, is
gezondheid het eerst wat genoemd wordt.
Daarnaast blijkt vasten goed voor de geestelijke en lichamelijke
discipline: ‘opdat ulieden u zult hoeden’.
Door je een maand lang dag in, dag uit te onthouden van eten, drinken
en sex, ervaar je aan den lijve wat het is sterk te zijn en je te
hoeden voor alle kwaad. Iedere dag opnieuw oefen je je om alles te
vermijden wat onwettig is. Iedere dag opnieuw weet je dat je het kwaad
moet verafschuwen. Een maand in het jaar oefen je dat je geen slaaf van
je lusten bent, maar de meester.
De vasten heeft ook een
sociale waarde.
Op de eerste plaats worden alle gelovigen, rijk en arm, hoog en laag
vijf maal per dag verenigd in de moskee op voet van volkomen
gelijkheid. Terwijl de tafel van de rijke normaal gesproken enige malen
per dag overladen is en de tafel der armen vrijwel leeg is, vasten
beiden gedurende de dag en worden de rijken gestimuleerd na zonsopgang
eenvoudige spijzen te gebruiken. De onderlinge verbondenheid groeit en
bloeit gedurende de vastenmaand, omdat men elkaar na zonsondergang
opzoekt.
Een laatste reden om te vasten is: omdat God het zo bevolen heeft. Maar
dat is echt achteraan. Dat is ook het islamitisch denken over het
algemeen. Een heel objectieve moraal: dingen zijn niet goed omdat God
ze beveelt, maar God beveelt dingen omdat die in zichzelf goed zijn.
Vasten en gezondheid
(Dit schreef Prof. Dr. Smalhout voor de vastensite van
2001)
Vasten is het zich onthouden van voedsel en drank. Er zijn talrijke
varianten. Bijvoorbeeld alleen niet eten maar wel drinken. Of alleen
bepaalde spijzen niet nuttigen, of sommige maaltijden overslaan. Vanaf
de oudste tijden had vasten een religieuze betekenis. Zo werd er gevast
om boete te doen voor bepaalde daden, of om vurige gebeden kracht bij
te zetten of om zich voor te bereiden op een belangrijke taak, opdracht
of onderneming.
Het gebruik komt in vrijwel alle religies voor. Bijvoorbeeld de Ramadan
bij de Islamieten.
In onze Joods-christelijke cultuur is een van de oudste beschrijvingen
te vinden in het boek Jesaja 58:1-14.
Ook in de geneeskunde is het zich onthouden van voedsel grondig
bestudeerd. Zonder eten en drinken sterft een mens meestal na ongeveer
10 à 12 dagen. Wordt er wel water gedronken, dan kan men het
hongeren meer dan 40 dagen volhouden. In die tijd breekt het lichaam
zijn eigen vetten en eiwitten af en gebruikt dat als voedsel. Vandaar
dat mensen na een hongerperiode van 40 dagen tientallen
kilo’s lichter zijn geworden.
Bij religieus vasten gebeurt dit eigenlijk nooit. Het totale vasten in
de Joodse religie duurt zelden langer dan een à twee dagen.
In de Islamitische Ramadan duurt het een maand, maar dan wordt wel
iedere dag na zonsondergang uitvoerig gegeten. In de christelijke
traditie betekent vasten meestal het zich vrijwillig onthouden van
bepaalde gerechten of dranken, en heeft als zodanig geen invloed op de
stofwisseling.
Als men een of twee dagen enkel maar water drinkt en niets eet wordt
eerst de suikervoorraad in de lever aangesproken. Als die opraakt moet
de stofwisseling omschakelen naar het verbranden van vet en eiwit. In
die overgangsperiode kan men zich duizelig, slap en beverig voelen door
een te laag bloedsuikergehalte. Daarom is religieus vasten ook beslist
niet aan te bevelen bij diabetes patienten. Voor hen is het
levensgevaarlijk. Maar het symbolisch vasten door het tijdelijk afzien
van geliefde voedselsoorten en dranken kan religieus gezien waardevol
zijn. Het heeft echter geen invloed op een ongewenst hoog
lichaamsgewicht.



















