Feesten en Gedenkdagen
Sint Maarten
Door het jaar heen staan
er
bijzondere dagen op onze kalender. sinds jaar en dag gaat dat zo. daar
ook zo onze aandacht aan besteden. Om je enig houvast te geven op deze
site een overzicht van de christelijke feesten. Niet dat ze allemaal
even indringend worden gevierd, maar meer dan de moeite waard om er
niet alleen mee op de hoogte te zijn maar je ook eens nader in te
verdiepen. Hieronder én hiernaast een schat aan informatie.
Veel genoegen ermee.
De kerk: sint maarten
We
houden een behoorlijk aantal christelijke feestdagen. Maar wat houden
die
dagen eigenlijk in, behalve dat het vrije dagen zijn? Alleen maar
recreëren of...?
11 november St. Maarten
Op 11 november wordt het feest van Sint Maarten gevierd. Tussen
ongeveer zes en acht uur 's avonds mogen kinderen met een lampion in de
hand langs de deuren lopen. Na het aanbellen zingen ze liedjes ter ere
van Sint Maarten en verwachten daarvoor een traktatie, doorgaans
bestaande uit snoep of fruit.
Ook worden wel lampionoptochten georganiseerd door scholen en wijk- of
buurtverenigingen. De kinderen hebben dan meestal tevoren zelf hun
lampion vervaardigd, of een pompoen uitgehold om daarin een
waxinelichtje te kunnen plaatsen. In sommige plaatsen rijdt de figuur
van Sint-Maarten, als romeins officier, aan het hoofd van de stoet.
Hoogtepunt van zo'n optocht is het moment waarop Sint Maartenmet een
zwaard zijn mantel in tweeën snijdt en de helft geeft aan
de figuur van een verkleumde bedelaar. Na afloop van de optocht worden
de deelnemende kinderen vaak door het organiserend commissie
getrakteerd.
Een tweede ritueel op Sint-Maartensdag is het ontsteken van een vuur.
Dit gebeurt vooral in Limburg (en het aangrenzende Duitse Rijnland),
maar ook in midden-Friesland. In de voorafgaande dagen wordt daartoe
brandbaar materiaal verzameld door de wat oudere jeugd.

Martinus
Martinus (316-397) werd geboren in Hongarije en diende in het romeinse
leger. Toen hij achttien was, liet hij zich dopen. Hij werd monnik en
stichtte in Frankrijk verscheidene kloosters. In 372 werd hij gekozen
tot bisschop van Tours. Daar werd hij op 11 november begraven.
Martinus werd om zijn liefdadigheid al spoedig vereerd. Zijn tijdgenoot
Sulpicius Severus schreef een leven van de heilige. Daarin wordt
verteld hoe Martinus als romeins soldaat voor de poorten van Amiens een
bedelaar tegenkwam, die het koud had. Martinus trok zijn zwaard, sneed
zijn rode mantel in tweeën en schonk een helft aan de
bedelaar. Deze scène is in de beeldende kunst veelvuldig
uitgebeeld en wordt in optochten tegenwoordig vaak nagespeeld.
Martinus werd onder andere patroon van de armen en, bij uitbreiding van
de kinderen. Op de feestdag van deze heilige werd het gebruikelijk om
hen iets te geven. Dit werd nog bevorderd doordat 11 november lange
tijd het begin was van de veertig dagen durende vastentijd
vóór Driekoningen op 6 januari. Ook
volwassenen namen het er deze dag goed van, getuige vermeldingen van
het eten van de Sint-Maartensgans.
De verering van Martinus bleef niet beperkt tot Frankrijk, waar enkele
duizenden kerken aan hem gewijd zijn, maar verspreidde zich over heel
Europa. In Nederland zijn er enkele tientallen Sint-Maartenskerken. Na
de Reformatie bleef hij ook in protestantse gebieden in ere. Daaraan
droeg bij dat Maarten Luther weliswaar op 10 november was geboren, maar
op 11 november werd gedoopt.
Verklaringen
Zoals bij zoveel gebruiken, heeft men in de optochten met lichtjes en
de Sint-Maartensvuren resten van oeroude heidense rituelen willen zien,
die later overgoten werden met een christelijk sausje. Daarvoor bestaat
echter geen enkele grond. Ondanks duidelijke uitspraken daarover in
sommige volkskundige handboeken, al van Jan ter Gouw (1871)
— 'vreugdevuren zijn van alle tijden en niet
uitsluitend Germaansch' — tot S.J. van der Molen
(1980) — 'in de verering van Sint Maartenin onze
streken is (…) geen heidens element te ontdekken',
wordt deze verklaring nog vaak vernomen.
In populaire artikelen wordt ook vaak gewezen op een 'legende' over het
's avonds weggelopen rijdier van Sint-Maarten. Behulpzame dorpelingen
gingen dat toen met lichtjes voor hem zoeken. Tjaard de Haan (1974)
heeft er op gewezen dat deze legende afkomstig is uit het boek
Mozaïk (1906) van de predikant-volkskundige F.W. Drijver,
die deze weer had overgenomen uit een Belgische krant.

'Een originele verklaring
voor het lopen met lichtjes op Sint Maarten werd gegeven door de Duitse
volkskundige Dietz-Rüdiger Moser. Hij staat op het
standpunt dat de oorsprong van veel gebruiken ligt in de liturgie van
de katholieke kerk. Gedurende het kerkelijk jaar werden telkens
bepaalde teksten uit de bijbel (perikopen) gelezen, waarover vervolgens
gepreekt werd. Vele eeuwen was dat op 11 november: 'Niemand steekt een
lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de
standaard, opdat wie binnentreden het licht zien' (Lukas 11:33 e.v.).
Deze tekst gaf volgens Moser een duidelijke aansporing om op deze dag
met lichtjes rond te gaan. De mogelijkheid dat juist deze tekst gekozen
werd, omdat het gebruik al eerder bestond, wijst hij nadrukkelijk af.
Deze verklaring is niet onaannemelijk. Het gaat echter te ver te
stellen, zoals Moser impliceert, dat de Sint-Maartensstoeten in wezen,
en nog steeds, een soort religieuze optochten zijn.
In het huidige etnologisch onderzoek wordt niet zozeer gezocht naar de
oorsprong van een gebruik, maar staan de betekenissen centraal die
mensen zelf aan hun handelen geven. Daarbij leunen deze echter dikwijls
op opvattingen in de (populair-)wetenschappelijke literatuur.
Sint-Maartenlopen in de 20e eeuw
In de geschiedenis van het Sint-Maartenlopen, het meest in het oog
springende element van het feest, kunnen in de twintigste
eeuw— heel globaal — de volgende
fasen worden onderscheiden.
•· Met Sint
Maarten langs de deuren gaan en zingen om wat snoep of ook wel geld was
aanvankelijk vooral een bezigheid van arme kinderen. Ouders die het wat
beter hadden zagen liever niet dat hun kinderen daaraan deelnamen.
•· In de jaren
'20- en '30 verandert deze houding. Er bestaat dan een grote
belangstelling voor 'volkscultuur' en het Sint-Maartenlopen wordt
gekoesterd als een 'volksgebruik'. Een bijna eerbiedige houding was
daartegenover op zijn plaats. Tegelijkertijd werd enig ingrijpen
noodzakelijk geacht.
•· Terwijl op
foto's uit deze tijd duidelijk te zien is dat kinderen meestal met een
papieren lampionnetje lopen, wordt in populair-volkskundige literatuur
gepleit voor het behoud van de uitgeholde biet. Een stedelijk,
commercieel attribuut wordt zo afgezet tegenover de gewilde
'authentieke expressie' van volkscultuur.
•·
Particulieren en vooral winkeliers begonnen in deze tijd het bezoek van
de zingende kinderen en hun gebedel hinderlijk te vinden. In enkele
steden en dorpen in Noord-Holland en Friesland zorgde de 'opgeschoten
jeugd' voor moeilijkheden door na het lopen van de kinderen vuurtjes
aan te steken of voetzoekers te gooien, wat een 'ontaarding' van het
feest heette. Daarom namen allerlei comités het initiatief
tot een georganiseerde en ordelijke optocht van de kinderen. Om hen tot
deelname daaraan te bewegen werden prijzen uitgeloofd voor het mooiste
lichtje. Al kregen de optochten door deze organisatie een fraaier
aanzien, sommigen meenden dat dit toch botste met de gewenste
authenticiteit . Om daaraan tegemoet te komen mochten de kinderen soms
na de optocht nog even op eigen gelegenheid gaan zingen.
•· Een
toevallige omstandigheid was dat het feest van Sint Maarten, 11
november, samenviel met Wapenstilstandsdag, waarop sinds 1918 het einde
van de Eerste Wereldoorlog werd herdacht. In de jaren dertig grepen
comité's in verscheidene plaatsen dit gegeven aan om de
Sint-Maartenoptochten het karakter te geven van een demonstratie voor
de vrede. De meegevoerde lichtjes werden zo herduid tot vredeslichtjes.
Onder de kinderen zelf lijken deze ideeën weinig
weerklank gevonden te hebben, terwijl liefhebbers van 'volkscultuur' er
de aantasting van de traditie in zagen.
•· In de jaren
'50 en '60 speelden katholieke jeugdorganisaties zoals het
'Jongensgilde' en 'Jong Nederland', waarvan Sint Maartende
patroonheilige was, een actieve rol bij het Sint-Maartensfeest. Zij
organiseerden in steden en dorpen grootse optochten, waarvan steevast
de opvoering van de scène van de manteldeling door Sint
Maartente paard een onderdeel vormde. De optochten werden besloten met
een Sint-Maartensvuur. Deze vieringen dienden ertoe de katholieke
identiteit van de deelnemende jongeren, en van het publiek, te
demonstreren en te versterken. Aan het eind van de jaren '60, als de
ontzuiling doorzet, neemt de specifieke betrokkenheid van katholieke
verenigingen bij het Sint-Maartensfeest geleidelijk af.
•· Afgezien van
vieringen in scholen op antroposofische grondslag, lijkt de huidige
Sint-Maartensviering niet meer ideologisch te worden ingekleurd. Wel
wordt vaak in algemene termen gewezen op de symboliek van het licht in
het donker, en wordt hier en daar opgeroepen tot vormen van
liefdadigheid. Het rondgaan met lampionnetjes en het zingen van
Sint-Maartensliedjes zijn tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld om
de kinderen een paar spannende uren te bezorgen, met de kans om veel
snoep te krijgen. Vooral in nieuwe buurten heeft het gebruik een
integrerende functie. Het komt thans op zeer veel plaatsen in Nederland
voor, ook buiten de oorspronkelijke kerngebieden van Noord-Holland
boven het IJ, de noordelijke provincies en Limburg.
•Na Sinterklaas is
Sint Maarten nog een belangrijk volks- en vooral kinderfeest in
Nederland. Met name in Groningen, Drenthe, Noord-Holland (West
Friesland), Brabant en Limburg trekken op de avond van de 11e november
stoeten kinderen rond met lampions, gekocht bij de feestartikelenwinkel
of zelf vervaardigd uit uitgeholde pompoenen of bieten. De kinderen
gaan langs de deuren van de buurt, bellen aan en zingen een liedje. In
het liedje wordt vaak naar Sint Maarten verwezen, maar er zijn ook
varianten in de loop van de tijd ontstaan waar Sint Maarten niet meer
in voorkomt. Een bekend liedje luidt:
Sint Maarten, Sint Maarten
De koeien hebben staarten
De meisjes hebben rokken aan
Daar komt Sinte Maarten aan
(op de wijze van Sinterklaas Kapoentje)
De bedoeling is dat de kinderen na het zingen een traktatie
krijgen van de bewoners waar ze aangebeld hebben. Snoep, geld en
volgens een hedendaagse televisiereclamespot ook yoghurt is welkom. Als
deze bewoners niets geven, of net doen alsof ze niet thuis zijn, hebben
de kinderen ook wel een liedje om hen hun gierigheid in te peperen. In
bepaalde streken wordt op Sint Maarten nog een andere traditie in stand
gehouden. Bijvoorbeeld in Limburg worden in de avond van 11 november
vuren gestookt met verzameld brandhout.
Het blijft gissen naar wat precies de oorsprong van het Sint Maartenfeest is. Het verband tussen de weldaad van Martinus ten opzichte van de bedelaar en het "bedelen" door de kinderen ligt voor de hand.



















