Gelijkenissen van Jezus - Deel 2
De gelijkenis van 'De Akker'
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Hij hield hun een andere gelijkenis voor
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
| 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 |
| 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 |
| 29 | A | B | S |
Het spreken in
gelijkenissen (parabels) was voor Jezus een volkomen natuurlijke manier
van spreken, en was kenmerkend van zijn stijl van leren. Aan het begin
van het Evangelie naar Markus – nadat Jezus maar net begonnen
was met zijn bediening – staat dat Jezus “alleen in
gelijkenissen tegen hen sprak”. Het moet ons dus duidelijk
zijn dat, wanneer we het denken van Jezus zelf willen begrijpen, we
geen beter studieobject kunnen vinden dan zijn gelijkenissen. Wij mogen
deze gelijkenissen grondig bestuderen met een open verstand en hart
– open om te leren en open om vreugde toe te laten.
De gelijkenis van de Akker
(Mattheüs
13:3-9, 13-20 ; Markus 4:3-9, 13-20; Lukas 8:5-8, 11-15)
‘Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed
zaad zaaide in zijn akker.’
Deze man had tarwe gezaaid; goed zaad, wat hij zuinig bewaard had. Nu
was het tijd om het zaad te zaaien in de akker, zodat het kon gaan
groeien totdat het mooie hoge tarwe zou zijn, waarin aren zouden
groeien. Van die voorraad aren kon hij dan weer koeken en brood bakken.
Maar jammer genoeg waren er mensen die helemaal niet van deze man
hielden.. slechte mensen, die het niet konden hebben dat deze man
zo’n goed man was; veel mensen hielden juist wel van hem, en
hij
was altijd vriendelijk tegen iedereen.
Toen
de vijand zag dat deze man zijn zaad in de akker had gezaaid, sloop hij
op een nacht, toen iedereen sliep, naar die akker toe, en zaaide over
de hele akker allemaal onkruid, midden tussen de tarwe! Toen sloop hij
weer weg..
Wat gemeen hè! De vijand wilde er zo voor zorgen dat de
tarwe
niet goed zou groeien, dat het dood zou gaan of dat er nooit goed aren
aan zouden kunnen groeien, zodat de oogst zou mislukken!

Wat gebeurde
er toen? Wat deed de eigenaar van de akker toen hij dit ontdekte?
Nou, deze man ging natuurlijk regelmatig naar zijn akker toe, om te
kijken of het tarwe al opkwam en of het goed groeide, en of het
misschien wat extra’s nodig had.
Hij zag hoe er langzaam allemaal kleine sprietjes boven de grond
uitkwamen.. elke dag een beetje meer. En later zag hij hoe het
groeide.. Maar op een dag kwamen de knechten van deze man naar hun heer
toe, en vertelden bezorgd dat er over de héle akker heen
allemaal onkruid aan het groeien was.
De knechten vonden dat heel vervelend; straks zou de oogst nog verloren
gaan! Ze waren ook verontwaardigd! Wie durfde dat bij hun heer te
doen?! Zij hielden van hun baas, en wilden graag hun best doen om hier
wat aan te doen!
Maar hun heer scheen al te weten dat het onkruid er groeide, hij was
niet verbaasd of boos. Hij wist ook al wie het had gedaan:
‘Een
vijand van mij heeft dat gedaan,’ vertelde hij tegen zijn
knechten. En hij had ook al bedacht wat hij ermee wilde doen:
…
niets!
Hoe
kan dat nou? Onkruid haal je toch weg?! Je trekt het eruit voordat het
helemaal over de tarwe heen zou groeien, of je spuit gif zodat het
onkruid dood gaat!
Dat
zouden wij zeggen hè. De knechten dachten net zoiets, en ze
zeiden het ook tegen hun heer: ‘Zullen wij naar uw akker
toegaan,
en het onkruid eruit gaan halen?’
Maar de heer wilde dit niet. ‘Nee,’ zei hij,
‘want
misschien zou je per ongeluk ook wat van de goede tarwe eruit
trekken.’
Het verschil is ook nog moeilijk te zien als de plantjes nog zo klein
zijn. Om de tarwe te sparen laat hij én de tarwe,
én het
onkruid, nog verder groeien. Tot het tijd is om de tarwe te oogsten.
‘Dan,’ zegt de heer van het land, ‘zal ik
tegen de
maaiers zeggen: ‘Haal nu eerst al het onkruid weg, bindt het
bij
elkaar en verbrandt het. Haal dán de tarwe van het land, en
breng het in mijn schuren.’
Alsof hij zeggen wil: ‘Ik neem mijn maatregelen wel, ik heb
mijn
plan al klaar. Maar het is anders dan jullie denken.. Wees maar niet
bang dat de oogst zal mislukken.. vertrouw maar op mij!
Maar hoe kan
deze man dit nu al van tevoren zeggen?
De Heere Jezus stopte hier met het vertellen van deze gelijkenis, en de
discipelen snapten er niets van. Wat betekende zo’n verhaal
nu,
dat de Heere Jezus hier had verteld? Wat bedoelde hij hiermee?
Eindelijk, aan het einde van de dag, gingen alle mensen die naar de
Heere Jezus hadden geluisterd, naar huis. De Heere Jezus vertrok ook,
om met Zijn discipelen terug naar huis te gaan. Zodra de discipelen met
de Heere Jezus alleen waren drongen ze aan: ‘Legt U
alstublieft
nu uit wat de gelijkenis van het onkruid betekent?’
Dat wil Hij graag; Hij wil graag dat alle christenen meer van Gods
Woord willen weten, en dat ze ernaar verlangen om het te begrijpen. Als
je daar de Heer erom vraagt geeft Hij zéker antwoord!
Gelijkenis
uitleg
Die man, de eigenaar van die akker die het goede zaad zaaide, dat is de
Heere Jezus. En de akker, het land, dat is de wereld. En het goede
zaad, dat zijn de mensen die bij het Koninkrijk van de Heere Jezus
horen. Het onkruid dat overal in de akker ook groeide, dat zijn de
goddelozen; de mensen die niet van de Heere Jezus houden, maar die bij
het koninkrijk van de duivel horen.
Dit is een beetje moeilijk hè..
Weet je nog dat ik uitlegde wat een Koninkrijk is?
In een Koninkrijk heb je een Koning, en een volk dat die Koning dient.
De Koning heeft meestal een land, waar zijn mensen die hem dienen, in
wonen. Dit land heet dan Zijn Koninkrijk. Bijv: Nederland is een
koninkrijk. Koningin Beatrix is de koningin van dit land, en alle
mensen die in Nederland wonen zijn de mensen die haar dienen.
En
nu zegt de Heere Jezus dus dat de hele wereld het Koninkrijk is van
Koning Jezus. Over heel deze wereld heen wonen mensen die Hem dienen:
In Afrika, in China, in Nederland.. Zoals over de hele akker heen het
goede zaad ging groeien, zo komen over de hele wereld heen mensen die
tot geloof komen.
Maar, over de hele wereld zijn ook mensen die helemaal níet
in
de Heere Jezus geloven; mensen die niet van Hem houden en Hem niet
dienen. Precies zoals over die hele akker in de gelijkenis het onkruid
groeide. Het hoort er eigenlijk niet,m aar de vijand, de duivel, die
strooide dat onkruid.
De Heere Jezus wil ons waarschuwen. Want op een dag zal deze wereld
voorbij zijn. Dan is het tijd voor de oogst. Dan komt de oordeelsdag.
Dit betekent dat de Heere Jezus dan terug zal komen op de aarde. Weet
je nog hoe de gelijkenis afliep? Als het tijd voor de oogst zou zijn
dan zou eerst al het onkruid verzameld worden, om te worden verbrand.
En de goede tarwe werd verzameld en in de schuren van de man gebracht.
Zó zal het met ons als mensen gaan op de dag dat de Heer
Jezus
terug komt: eerst zullen alle mensen die de Heere niet hebben willen
dienen, verzameld worden. Om te worden geworpen in de hel, waar eeuwig
vuur zal branden. Dan zal de Heere al Zijn Kinderen verzamelen: ieder
kind, elke man of vrouw, die van de Heere Jezus houden mogen dan bij
Hem in de hemel komen. Daar zal iedereen die bij Hem hoort, voor altijd
veilig bij de Heere mogen zijn. Nooit zal daar meer verdriet, of pijn
of ziekte zijn. Dan mag je altijd bij Hem horen!
Overzicht van gelijkenissen in deze serie
- Huis op de steenrots (Mattheüs 7: 24 - 27; Lukas 6: 47 - 49)
- De vierdelige akker (Mattheüs 13: 3 - 9 en 13 - 20; Markus 4: 3 - 9 en 13 - 20; Lukas 8: 5 - 8 en 11 - 15)
- Het onkruid tussen de tarwe (Mattheüs 13: 24 - 30 en 36 - 43)
- Het mosterdzaad (Mattheüs 13: 31 - 32; Markus 4: 30 -32; Lukas 13: 18 - 19)
- De zuurdesem (Mattheüs 13: 33, Lukas 13: 20 -21)
- De schat in de akker (Mattheüs 13: 44)
- De kostbare parel (Mattheüs 13: 45 - 46)
- Het visnet (Mattheüs 13: 47 - 50)
- Het verloren schaap (Mattheüs 18: 12 - 14); Lukas 15 : 4 - 7)
- De onbarmhartige dienstknecht (Mattheüs 18: 23 - 35)
- De arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20: 1 - 16)
- De twee zonen (Mattheüs 21: 28 - 31)
- De boze wijngaardeniers (Mattheüs 21: 33 - 41; Markus 12: 1 - 9 en 12; Lukas 20: 9 - 16 en 19)
- De koninklijke bruiloft (Mattheüs 22: 2 - 14; Lukas 14:16 - 24)
- De tien maagden (Mattheüs 25: 1 - 13)
- De talenten (Mattheüs 25: 14 - 30; Lukas 19: 11 - 27)
- De zaadzaaier (Markus 4: 26 - 29)
- De twee schuldenaars (Lukas 7: 41 - 43)
- De barmhartige Samaritaan (Lukas 10: 30 - 37)
- De onbeschaamde vriend (Lukas 11: 5-8 )
- De rijke dwaas (Lukas 12: 16 - 21)
- De onvruchtbare vijgenboom (Lukas 13: 6 - 9)
- De torenbouw (Lukas 14: 28 - 33)
- De verloren penning (Lukas 15: 8 - 10)
- De verloren zoon (Lukas 15: 11 - 32)
- De onrechtvaardige huishouder (Lukas 16: 1-8 )
- De rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16: 19 - 31)
- De heer en zijn knecht (Lukas 17: 7 - 10)
- De Farizeeër en de tollenaar (Lukas 18: 9 - 14)



















