Over
ZINGEVING gesproken
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
624 - Over ZINGEVING gesproken
Vragen 'naar het vanwaar en waarheen van ons leven
Wat kunnen wij weten, wat moeten wij doen en wat mogen wij hopen, luidt de formulering van Kant. Het gaat om de vragen 'naar het vanwaar en waarheen van ons leven, naar onze eigenlijke identiteit, naar de herkomst van het kwaad in de wereld en niet in de laatste plaats die naar het waarom en waartoe van onze aanwezigheid hier, de vraag dus naar de zin en de bestemming van ons bestaan of ook van de werkelijkheid als geheel'. Over de zin van het leven wordt verschillend gedacht in onze pluralistische maatschappij. Volgens positivistische filosofen gaat het om een vraag waarop geen antwoord mogelijk is, en die in de wetenschap daarom geen plaats heeft. Van Wittgenstein stamt de bekende stelling; 'De oplossing van het probleem van het leven merkt men aan het verdwijnen van dit probleem'.
Freuds stellingname gaat in deze
richting. Vele psychotherapeuten zijn hem daarin gevolgd. Indien men
zin moet géven aan zijn leven, heeft dat van zichzelf blijkbaar
geen zin. 'Zingevingsproblematiek' is niet alleen een lelijk woord,
maar ook een bedenkelijke term. Indien het leven als zinvol wordt
ervaren hoeft er geen zin aan gegeven te worden, het
hééft zin. Zingeving is een woord voor een buitenstaander
die ertegenaan kijkt, maar er niet in zit. Zin is een nevenproduct,
wellicht zelfs een essentieel nevenproduct. De uitspraak van
Kónradf dat men de vraag van de zin van het leven beantwoordt
met zijn levensloop, is voortreffelijk.
Meer van alles waar we in het westen vaak al te veel van hebben, zal
ons niet brengen bij de zin van het leven. 'Mensen geloven in hun leven
oprecht dat zij bijna voldoende hebben van alles wat zij wensen. Een
klein beetje meer en zij zijn er, en voor altijd tevreden.' Het is een
illusie te denken dat daar de zin van het leven gevonden kan worden.
Dit wordt geciteerd door Keren (1996) uit een boek van Timothy Mitter
met de pakkende titel: How to want what you have. Te willen wat je
hebt, wat je bent, amor fati, is een deel van de zin van
psychotherapie. Uiteraard bedoel ik dan in onze westerse situatie niet
zozeer de materialia als wel wat er op je weg komt en wat je er ooit
zelf hebt aangericht. Deze amor fati maakt deel uit van het
noodzakelijke rouwproces van iedere psychotherapie.
Geloven in/hopen op een uiteindelijke zin moet worden gedragen door een
gemeenschappelijk verlangen en het vertrouwen dat er ook iets van
gerealiseerd kan worden. Daarover bestaat in onze pluriforme
maatschappij geen eensgezindheid en cliënt en psychotherapeut
hoeven het er ook niet over eens te zijn. Uiteindelijke zin is geen
zaak van weten sensu stricto. Ook in godsdienstig perspectief is de zin
van het leven bij voorkeur niet iets dat komt ondanks en bovenop een
zinloos bestaan. Maar als God de uiteindelijke zin is van het bestaan,
is Hij dat ook vanaf het begin ervan. Het gehele leven kan daardoor een
bepaalde kleur krijgen: de situatie is bij voorbeeld nooit hopeloos.
Tenslotte is de zin dan al gegarandeerd. Ook voor de duizenden
slachtoffers van een overstroming in Bangladesh of voor een dubbel
gehandicapt kind in Europa. Allen staan geschreven in de palm van Gods
hand. Dat geloof en dat basale vertrouwen is niet aan alle mensen
gegeven.
Christelijke waarden
Zijn christenen meer, beter of gewoon anders?
Zijn christenen meer, beter of gewoon anders? Ze tonen hun
originaliteit (moeten ze tonen) vooral op vier vlakken: in hun sociaal
engagement (christelijke sociale bewegingen, de eigen vakbond, het
ziekenfonds...), in het onderwijs, in hun eigen aanvoelen van de
werkelijkheid, door hun geloof in een Levende: de verheerlijkte
Christus.
Niemand kan ontkennen dat levensbeschouwelijke keuzes een steeds
kleinere rol spelen in het maatschappelijk leven. Het is een algemeen
verschijnsel. Maar voor een christelijke organisatie is die
levensbeschouwelijke verbleking niet het grootste gevaar. Het zijn
veeleer de groeiende overheersing van een bureaucratische mentaliteit
en van een louter instrumenteel denken die de christelijke boom dreigen
te overgroeien. Zijn christelijke inworteling moet zijn levenssappen
blijven doordringen. Ook voor christelijke instellingen moet het
duidelijk zijn, en ze kunnen het andere duidelijk maken, dat het een
illusie is te denken dat men kan leven en werken zonder geheugen en
traditie. Tot op vandaag is onze hele cultuur doordesemd van waarden
die in oorsprong joods-christelijk zijn.
Niet de minst belangrijke is de
bijzonderheid, het unieke karakter van elke menselijke persoon, en
tegelijk het feit dat hij gevat is in een netwerk van relaties met
dingen, mensen en God. Christenen leggen eigen accenten in
algemeen-menselijke waarden. Dat is hun originaliteit. Ze speelt haar
rol in de dialoog (de 'concurrentie') met andere instellingen. Maar ze
brengen ook specifiek christelijke waarden aan bod die men niet
terugvindt in het humanisme. Denk aan de evangelische zaligsprekingen,
aan de waarde van vergiffenis - zevenmaal zeventig keren - en de oproep
om ook vijanden lief te hebben.
De 'meerwaarde' van katholieke scholen bestaat niet in de hoge
kwaliteit van hun onderwijs die hun waarmerk heet te zijn, maar in hun
eigen pedagogisch project. Een wezenlijk element is het streven naar
een omvattende en inclusieve benadering van de werkelijkheid. Men houdt
het niet bij de vragen naar 'wat' en 'hoe'. In de eerste plaats komt de
'waarom'-vraag. De godsdienst drukt deze door naar de vraag naar het
'ultieme waarom'. Dat geldt ook voor het universitair onderwijs.
Wetenschap en onderzoek zijn pas af als ze met de 'waarom'-vraag hebben
geworsteld.
De diepste originaliteit
Men zegt soms dat de christelijke levensbeschouwing een vrijblijvende
precisering van de roeping van alle mensen is. Hoe je deze algemene
roeping invult, hangt af van waar je geboren bent, je karakter, je
ouders en voorouders. Wie zo ziet, beschouwt het christendom als
één mogelijke invulling naast het jodendom, de islam, het
boeddhisme, de vrijzinnige levensbeschouwing. Maar het christendom is
niet zomaar een variant van de algemeen menselijke religie.
Het christendom wijkt in essentie af van andere godsdiensten en
levensbeschouwingen door zijn grondvesting in het geloof dat God op een
gegeven moment in de geschiedenis in de gestalte van een mens is
verschenen. Daar ligt ook de moeilijkheid. Hoe kunnen goddelijke dingen
zo klein zijn en gesitueerd in tijd en ruimte? Zo is het gebeurd: God
en mens die onverdeeld en onvermengd samenkomen in de figuur van Jezus.
Het is de openbaring van God in een mens die zo totaal nieuw en
onuitgegeven is waar het christendom zijn diepste originaliteit aan te
danken heeft.
Er zijn oprechte humanisten die de figuur van Jezus loskoppelen van
zijn boodschap. Ze zien hem als een begenadigd medium van een
hoogstaande menselijke wijsheid waar ook zij een boodschap aan hebben.
Maar christenen zeggen: voor ons gaat het niet over een boodschap, maar
over een boodschapper. De Boodschapper (met hoofdletter) die zich heeft
doen kennen als 'de weg, de waarheid en het leven'.
Christelijk hopen en dromen
Christenen zijn mensen die aanvoelen dat er meer aan de hand is dan men
in de eerste plaats kan ervaren. Ze willen voorbij de ervaarbare
waarheid doordringen naar het mysterie achter het alledaagse. De
uiteindelijke waarheid is meer dan wat je onder woorden kunt brengen.
Dé waarheid komt op mij af.
Christenen hopen en dromen van een betere, een ideale wereld. Ze
hongeren naar een wereld met een overvloed aan gerechtigheid: meer
gerechtigheid dan nodig is voor een goed functionerende samenleving.
Het christendom is geen louter systeem is van normen en waarden. Het
spiegelt zich aan een levende persoon: Christus. Iedereen beseft dat
het navolgen van een persoon meer kracht en bezieling losmaakt dan het
volgen van een normen- en waardencodex. Het christendom huldigt ook een
moraal van de overvloed: de overvloedige liefde. De naastenliefde van
christen verschilt van die van andere mensen. Door in de ogen van de
naaste niet alleen een evenbeeld van zichzelf te zien, maar ook het
gelaat van Christus, is hun solidariteit met de medemens anders en
persoonlijker gemotiveerd.
Wie overtuigd is van het belang van de waarden die hij hoog schat - van
hun 'meerwaarde - , wil ze ook op het publieke forum tot hun recht
brengen. Christenen weten dat ze dit aan hun geloof verplicht zijn.
Maar hoe sterk ook hun overtuiging, ze blazen niet hoog van de toren.
Hun manier van doen kan men samenvatten in het evangelisch beeld van de
gist in het deeg. Gist werkt bescheiden. Ze weten zich verplicht om te
werken als gist, ook nog vóór het deeg erom vraagt.



















