Bidden doe je ook voor anderen !

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 204 - Bidden doe je ook voor anderen !

Here, leer ons bidden

BidBidden is ook bidden voor anderen. Tot wie moet je bidden? Hoe moet je bidden en wat? Niet zulke vreemde vragen. Ook de discipelen van Jezus hebben gevraagd: Here, leer ons bidden. Meer dan begrijpelijk.

Als antwoord op die vraag leert de Here Jezus hun het bekende gebed het Onze Vader. In dat gebed zijn de antwoorden op die vragen te vinden.

Tot wie moeten we bidden? Tot God

Hoe moeten we bidden? Vol vertrouwen; God is niet ver weg. Hij is dichtbij; we mogen Hem Vader noemen, we zijn Zijn kinderen. We moeten ook vol eerbied bidden. God is hoog verheven 'in de hemelen' .

Wat moeten we bidden? In de zes 'beden' die volgen na de aanspraak leert Jezus ons ook op die vraag het antwoord.

Uw Naam worde geheiligd

Heiligen, dat wil zeggen, afzonderen, als heilig erkennen, verheven achten boven alles wat er bestaat. Heiligen, dat betekent roemen. Gods Naam is Zijn faam, Zijn beroemdheid. Zoals een kunstenaar ook een naam heeft. Of zoals iemand een naam heeft hoog te houden.

God heeft Zich een Naam gemaakt. We kennen Hem uit Zijn Woord en herkennen Hem uit wat Hij doet. Zijn grootheid en almacht zijn overal te zien. Uw Naam worde geheiligd betekent dus zoveel als: Geef God, dat wij bewonderend over U spreken.

Een belijdenisgeschrift van de kerk, de Heidelbergse Catechismus, zegt: 'Geef dat wij U naar waarheid kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al Uw werken, waarin Uw almacht wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid glansrijk stralen'.

Door ons leven, door onze houding in deze wereld, temidden van de mensen om je heen, moeten ook an- deren aangespoord worden de Naam van God te heiligen. Als je bidt of de Naam van God geheiligd wordt, bid je heel persoonlijk, maar ook voor anderen.

Echt bidden is niet rondkijken in een klein kringetje. Echt bidden is: de hele wereld in je gebed betrekken. Als de Naam van God geheiligd (Joh. 17: 3-6) wordt op deze aarde, zal dat een zegen zijn, ook voor ons.

Eens zal (Joh. 17: 26) dat werkelijk gebeuren. Dan zal (Jes.45:22-25) iedereen voor God knielen. Dan zal (Phil.2 : 9, 10) het paradijs terug zijn op aarde. De nieuwe aarde waarop gerechtigheid 2 Petr.3: 13 zal wonen. We bidden dat dat mag gebeuren. Voor onszelf en voor alle andere mensen. De bede 'Uw Naam worde geheiligd' beheerst het hele Onze Vader. Want God heeft immers (Ps. 8) alles gemaakt tot Zijn eer? (Ps. 148, (Openb. 4)

Uw Koninkrijk kome

Als gevolg van de zondeval zal de Naam van God op deze aarde door zondige mensen niet geprezen worden. Toch moet dat gebeuren. Daarom is de komst van Zijn Koninkrijk nodig. Pas dan zal Zijn Naam werkeIijk en volkomen geheiligd kunnen worden. Het Koninkrijk van God is nu nog niet volkomen. God is wel koning, Hij regeert welover alles, maar Zijn onderdanen zijn Hem ongehoorzaam. Wij mensen zijn niet bereid naar Hem te luisteren, we doen niet wat Hij van ons vraagt. We erkennen God niet als onze Koning.

Door de zonde in de wereld erkent de mens eerder de Satan als "overste van deze wereld.., is de mens geneigd zichzelf in het middelpunt te stellen. (Joh. 12: 31 Joh. 14 : 30 ...Joh. 16: 11).

Maar God is bezig Zijn Koninkrijk te herstellen. En iedere keer als iemand zich weer aan Zijn wil onderwerpt, komt dat Koninkrijk van God (Luc.17 ' 21) dichterbij.

Jezus predikt over dat Koninkrijk. En ieder die in Hem (Mat th. 13: 38) gelooft wordt onderdaan van dat Rijk. Het groeit langzaam, maar zal ontzaglijk groot worden. Zoals uit een klein zaadje een grote boom groeit. Het ondervindt tegenstand, maar het is niet tegen te houden. Evenmin als bijvoorbeeld zout, dat zich door het eten verspreidt, of als een 'zuurdesem', dat alle meel doortrekt. (Mat th.13).

Ook in dit gebed wordt de hele wereld betrokken. We bidden dat veel mensen zich zullen gaan onderwerpen aan God. Opdat Zijn Rijk eens in volle heerlijkheid op aarde (Openb.19:6-10) komt.

Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde

Deze derde bede sluit aan bij de vorige. Als je onderdaan wilt zijn van het Koninkrijk van God, moet je doen wat Hij van je vraagt. Je moet dan je eigen wil opzij zetten en alleen God gehoorzaam zijn. In je werk, in je omgang met anderen. Hem gehoorzamen, zoals de engelen in de hemel dat doen, onvoorwaar- Ps. 103:20,21 delijk zonder enig tegenspreken.

Uw wil geschiede betekent dat de wil van God door ons moet worden gedaan. Wij vragen om kracht en liefde, om zonder tegenspreken gehoorzaam te zijn. Wij moeten dat doen, maar we kunnen het niet. Maar God wil ons op ons gebed die kracht en die liefde geven. God, máák dat wij u gehoorzaam zijn.

We bidden in de eerste drie beden van het Onze Vader voor alle mensen, voor de hele wereld waarin wij leven. Als de Naam van God door iedereen geheiligd wordt en Zijn wil door iedereen gehoorzaamd wordt, komt er vrede op deze aarde. Een (2 Petr.3 : 13) nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood

Dagelijks brood; een dagrantsoen. Jezus leert ons bidden om wat wij nodig hebben. Niet om meer, niet om minder. Voor iedere dag: heden.

We mogen bidden voor alles wat we (Luc. II; 3) in ons en voor ons leven nodig hebben. Ons dagelijks brood dat is eten, kleren, huis, werk, gezondheid. Je (Spr.30; 8, 9) bidt dan niet om rijkdom: Maar wel vraag je God je te bewaren voor armoede. Ook voor je materiële bestaan moet alles van God komen. Hij moet ook Zijn gaven aan ons zegenen. We zijn geheel van God afhankelijk.

Iedereen die werkt in het Koninkrijk van God heeft Zijn zorg nodig. De soldaten van Gods Koninkrijk hebben hun dagelijks rantsoen nodig. Je bidt dus niet alleen voor jezelf, voor je eigen verzorging, maar ook voor anderen. Wie zo bidt verklaart zich ook bereid de arme en zieke gelovigen, allen die leven om het evangelie (Jac.2; 15,16) te horen te helpen in hun nood.

Je (Gal. 6; 9, 10) bidt ook voor alle mensen die honger lijden in deze wereld. Maar bovenal gaat het erom dat de eerste drie beden voorop gaan: De Naam van God moet worden geheiligd; Gods Koninkrijk moet komen; de wil van God moet worden gedaan. Onze (Matth. 6; 33) materiële nood is bijzonder belangrijk. Maar er is een andere nood die beslissender is. In de volgende bede worden we daarmee geconfronteerd.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren

God verafschuwt onze zonden, onze schuld. Door die zonde is er een ver- wijdering tussen God en ons. Maar al het kwaad dat er is in ons spre- ken, en doen en laten, ons denken, wil God ons vergeven. Omdat Jezus Christus onze zonden op zich genomen heeft.

De God ,die ons vergeven wil, vraagt ook van ons dat wij vergevingsgezind zijn. ledereen die met ons in aanraking (Matth. 6: 14) komt, ook al doet hij ons nog (Marc. 11 : 2) veel leed aan, moeten wij bereid zijn te vergeven. Jezus Wijst ons daar (Mat th. 18:21-35) heel nadrukkelijk op.

Wij zondigen steeds weer opnieuw, voortdurend. De Satan doet zijn (1 Petr. 5 : 8) uiterste best om ons ook steeds weer (Ef. 6: 10-20) tot zonde te verleiden. Duivelse machten willen ons steeds weer van God aftrekken. De verleiding tot zonde komt van binnenuit, uit ons hart, en ook van buitenaf van mensen en dingen om ons heen.

God kan soms zo boos worden op ons, dat Hij ons overgeeft aan de satan, zodat die ons kan verleiden. Als God dat doet zijn we verloren. Maar ook als God ons niet loslaat, zint de duivel op middelen om ons tot zonde te verleiden. Maar we mogen God vragen om hulp.

Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze

We zijn niet in staat overeind te blijven bij de aanvallen die op ons gedaan worden om ons tot zonde te verleiden. We hebben vaak die aanvallen niet eens in de gaten. God moet ons erbij helpen. Ons sterken in de strijd tegen de zonde. Er zal geen eind aan die strijd komen gedurende ons leven. Maar God staat naast je, bewaart je voor de ondergang en geeft je de overwinning.

Ook hier staat weer 'ons'. God is niet alleen een Vader voor de mens die bidt, maar voor alle gelovigen. Wil ook een Vader zijn voor veel anderen die nog moeten gaan geloven. Jezus leert ons zo bidden, voor de hele wereld, voor alle mensen, (Mat th. 5 : 44) zelfs voor onze vijanden. Opdat (Phil. 2 : 11) 'alle tong zou belijden: Jezus is Here, tot eer van God de Vader'.

Want van U is het Koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid

 God is machtig om ons alle dingen te geven die we in dit gebed van Hem vragen. Dat erkennen we als we bidden. We verwachten véél. Dat spreken we uit. Wees er maar zeker van: zo zal het gebeuren.

Wie bidt in overeenstemming met wat Jezus ons leerde in het Onze Vader , bidt voor zichzelf. Maar ook voor anderen, dichtbij en veraf. Wie zo bidt, bant alle egoïsme uit. Bidden is ook bidden voor anderen.

De woorden ik en mij komen in het Onze Vader niet voor. Wel de woor- den wij en ons. Niet alleen aan jezelf denken. Maar ook aan anderen. Maar wel persoonlijk. Jezus leert ons God en onze naaste, de mensen die wij ontmoeten, te zoeken; zo bidden we ook voor ons eigen leven.

Waarover hebben Jezus en de apostelen het eigenlijk als zij het ‘Koninkrijk van God' prediken?

Volgens samenvattingen in de evangeliën is het Koninkrijk van God de inhoud van Jezus' boodschap. ‘En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, en Hij zeide: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen.' (Marc. 1:14-15).

Sommigen stellen dat het Koninkrijk alleen toekomstig is. In een liberale versie is dit sinds Albert Schweitzer een toekomst die wel beloofd, maar niet gekomen is. In een conservatieve dispensationalistische versie wordt het Koninkrijk beperkt tot het duizendjarig vrederijk.

Volgens het traditioneel reformatorische en katholieke standpunt gaat het Koninkrijk van God over het altijd aanwezige koningschap van God en is het Rijk boven en verborgen. Het thema wordt dan ook in de oudere dogmatieken besproken onder het hoofdstuk ‘providentia', Gods voorzienigheid en besturing, niet onder het hoofdstuk ‘leer van de laatste dingen'.

Spiritualistische stromingen in alle denominaties interpreteren het Rijk op hun beurt weer geestelijk en innerlijk. Dit was de hoofdgedachte in de 19e eeuw: het Koninkrijk als ethisch beginsel (gebaseerd op de filosofie van Kant).

Woordgebruik

Bij Mattheüs en bijna uitsluitend bij hem, maar ook bijvoorbeeld in het joods-christelijk evangelie der Nazoreeërs, vinden we de term ‘Koninkrijk der hemelen'. Dit is inhoudelijk identiek aan ‘Koninkrijk van God', blijkens de parallelteksten. De reden van dit synoniem is de joodse huiver de naam van God uit te spreken. ‘Hemelen' is voor joden een gebruikelijke omschrijving van God. Hieruit blijkt ook dat de joden met de term malkuth sjamaim niet een territoriale bedoeling hadden, zoals de hemel als Gods koninkrijk. Het gaat bij de term om Gods koningschap, om Zijn koninklijke heerschappij over alle dingen.

Twee aspecten in het OT

De term wordt in het Nieuwe Testament nergens uitgelegd, waaruit we opmaken dat zij bekend werd voorondersteld. Om een begrip te krijgen hoe de eerste hoorders in de eerste eeuw in Israël de boodschap van Jezus verstaan hebben, zullen we naar het Oude Testament en joodse geschriften uit die tijd moeten kijken.

In het Oude Testament lezen we ten eerste over het altijd aanwezige, algemene koningschap van God. In de Psalmen wordt het universele koningschap van God bezongen (bv. Ps. 47, 93, 96‑99). Bij de profeten komt de koningsheerschappij van God uit de sfeer van de cultus: uiteindelijk zal Gods koningschap werkelijkheid worden. Het zichtbare koningschap van God over de wereld zal in de toekomst werkelijkheid worden. Deze beloofde toekomstige heerschappij is nauw verbonden met de komst van de knecht van de Heer, de Messias. In Marcus 1:15 zegt Jezus ‘de tijd is vervuld'. Het gaat dus om iets dat in het Oude Testament beloofd en aangekondigd wordt! Met andere woorden het gaat om de tweede betekenis, het messiaanse vrederijk.

In Daniël 2:44 lezen we over dit Rijk het volgende: ‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan ...'

En in Jesaja 2:2-4: ‘Op het einde der dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van de HEER gevestigd zal zijn als de hoogste der bergen, ... en alle volken stromen naar hem toe;
en zij zeggen: ‘Kom, laat ons optrekken ... dan zal Hij ons zijn wegen wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen. ... Hij zal recht doen onder de volken, en machtige naties straffen. Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot sikkels. Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander en oorlog leren ze niet meer.'

Jesaja beschrijft de komst van het Vrederijk in twee aspecten (24:21-23): ‘Op die dag rekent de Heer af: in de hemel met het leger van de hemel, op de aarde met de koningen van de aarde. ... omdat de Heer van de machten als koning heerst op de berg Sion en in Jeruzalem.'  Het eerste aspect speelt in de geestelijke wereld: ‘het leger van de hemel', wat spreekt over engelenvorsten (het Nieuwe Testament noemt ze machten en overheden van de duisternis). Het tweede in de natuurlijke wereld: ‘koningen van de aarde'. Deze twee aspecten blijken bij de vervulling ten tijde van Jezus in tijd gescheiden te worden. Daarover een volgende keer. Eerst bespreken we nog de tijd tussen de testamenten.

Tussen Oude en Nieuwe Testament

In het Jodendom zet de lijn van Jesaja 24‑27 en Daniël door. De hoop op het Messiaanse Rijk is volgens de oudtestamentische profeten een hoop voor het einde der tijden, maar niet eschatologisch in strikte zin, want de komst van de Messias gaat volgens oudtestamentisch denken aan het voltooide eschaton vooraf. De mensen zullen bijvoorbeeld zo oud worden als bomen, maar nog wel sterven (Jes. 65:20, 22).

In de tijd tussen de testamenten wordt dit nog concreter gesteld, bijvoorbeeld in 2Baruch en 4Ezra: het messiaanse vrederijk is een interim rijk. 4Ezra spreekt zelfs concreet over 400 jaar. Pas hierna komt het grote oordeel en de eeuwige onvergankelijkheid.

Om een goed idee te krijgen waaraan men bij dit messiaanse rijk dacht, noemen we een paar kenmerken. In de apocriefe Psalmen van Salomo wordt de Messias de Zoon van David genoemd en zijn optreden heeft voornamelijk een politiek karakter: hij zal het koningschap over Israël op zich nemen, alle onrecht, zonde en boosheid uit hun midden verwijderen, Jeruzalem reinigen van heidenen en heidense overheersing en alle volkeren zullen bevend voor Hem staan.

In het Nieuwe Testament blijkt deze achtergrond in de vraag van de discipelen in Handelingen 1:6 ‘Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?'
En ook in  Matteüs 19:28 ‘Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.'

Maar met de Psalmen van Salomo is niet het hele plaatje compleet. Ook in 2Baruch 29:5-8 worden een aantal kenmerken van het messiaanse rijk genoemd. Het zijn de volgende:

een enorme natuurlijke overvloed op aarde,
volop genieten van spijzen
wonderen zien,
genezingen,
wonderlijke voedselvoorzieningen.

Vergelijk voor het genieten van spijze de woorden van Jezus in Lucas 6:21 ‘Zalig, gij, die nu hongert, want gij zult verzadigd worden.' En voor het kenmerk van de wonderlijke voedselvoorzieningen bijvoorbeeld de wonderbare spijziging door Jezus en de reactie van de mensen in Johannes 6:14‑15 ‘Toen dan de mensen zagen, welk teken Hij verricht had, zeiden zij: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen zou. Daar Jezus bemerkte, dat zij zouden komen en Hem met geweld meevoeren om Hem koning te maken, trok Hij Zich weder terug in het gebergte, geheel alleen.' De reactie wordt begrijpelijk tegen de achtergrond van de joodse opvatting over het Koninkrijk.

Een lijdende Koning

En tot slot is er nog het in de tijd van Jezus ondergewaardeerde karakter van de lijdende Messiaanse koning. Er zijn een aantal Psalmen (18, 22, 69, 71, 86, 88, 116, 118) die handelen over de ideale koning, die door de mensen wordt veracht en vernederd, maar door God wordt verhoogd. Men heeft deze koningspsalmen wel ‘Knecht‑des‑Heren‑psalmen' genoemd. Ze worden gekarakteriseerd door het thema `door de dood tot het leven'. Er worden minstens zeven kenmerken gevonden, die telkens terugkeren[i]:

De koning is in de macht van de dood
Hij wordt omgeven door vijanden
Hij wordt veracht en bespot
God redt hem en geeft hem leven
Hij zal zijn redding verkondigen aan de ‘grote gemeente' of aan de komende generaties
Hij is een knecht des Heren
De hulp komt in de morgen
 
De profeet Jesaja geeft aan dat dit koningsideaal eens tot vervulling zal komen in de lijdende Knecht des Heren (Jes. 52:13‑53:12). Dit karakter van de messiaanse Koning is van bijzonder belang geweest in de prediking van Jezus en de apostelen.

De vervulling

Het eerste wat opvalt in het Nieuwe Testament is dat we de ene keer lezen dat het Koninkrijk al gekomen is en dan weer dat het nog niet gekomen is en wij om haar komst moeten bidden. Dat laatste vinden we bijvoorbeeld in het Onze Vader "Uw Koninkrijk kome" ofwel "laat uw Koninkrijk komen' (Mat.6:10) en het eerste in Jezus' woorden "indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen' (Mat.12:28). Hoe zit het nu? Is het koninkrijk al gekomen of moet het nog komen? Waaruit blijkt de aanwezigheid ervan in het heden en hoe zal het er straks uitzien? Dit zijn de vragen waarop we een antwoord zoeken.

Het Koninkrijk van God nu al aanwezig

Eerst noemen we de tekstplaatsen waar gesproken wordt over het Koninkrijk zoals zich dat in deze tijd manifesteert.

1. In de eerste plaats is het aanwezig in de persoon van Jezus. ‘Ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u' (Luc.17:21). Dit zegt Jezus tegen de mensen die om hem heen staan. Het Griekse en humin moet hier niet vertaald worden met ‘in ulieden', maar met ‘bij u'. Jezus spreekt hier namelijk tegen de Farizeeën (vs. 20). Hiermee vervalt de klassieke tekst voor de spiritualisten, zij die het Koninkrijk zuiver geestelijk willen uitleggen. Ook na Pinksteren blijft de uitspraak van Jezus van kracht, alleen is Hij dan aanwezig in de persoon van de Heilige Geest, die daar is waar de naam van Jezus beleden en verheerlijkt wordt.

2. In de tweede plaats manifesteert het Koninkrijk zich in de werken van Jezus. Jezus zegt ‘Indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen' (Mat.12:28). Het is ook aanwezig in de werken van de discipelen: ‘Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet' (Mat.10:7‑8). De tekenen in vers 8 geven aan dat we het Griekse ¨¥ggiken hier moeten vertalen met ‘is gekomen' in plaats van met ‘is nabij.'

3. Ten derde openbaart het Koninkrijk zich in prediking en onderwijs, zowel in het onderwijs van Jezus als in het onderwijs van de discipelen. Matteüs zegt over Jezus: ‘En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk' (Mat.4:23). Onderwijzen is evenals genezen een manifestatie van het Koninkrijk van God. Dat het onderwijs van de discipelen een onderdeel is van het Koningschap van Jezus, blijkt uit de woorden van Jezus die wij doorgaans het ‘zendingsbevel' of ‘de Grote Opdracht' noemen: ‘En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb' (Mat.28:18‑19).

De voltooiing in de toekomst

Andere teksten spreken over een komst van het Koninkrijk in de toekomst. Waar gaat het dan over? De tekstplaatsen op een rijtje.

1. Ten eerste zal dan de wil van God op aarde gebeuren zoals in de hemel: ‘Uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel' (Mat.6:10). We hebben hier geen belofte (uw Koninkrijk zal komen), ook geen wens (moge uw Koninkrijk komen), maar een vraaggebed: laat uw Koninkrijk komen. Het betreft een vraag, dus iets wat nu nog geen realiteit is. Het ‘uw wil geschiede/laat uw wil geschieden' is in wezen dezelfde vraag. Als Gods Koninkrijk komt, zal Zijn wil op aarde gebeuren zoals in de hemel.

2. Ten tweede wordt dan het Messiaanse koningschap over Israël hersteld. We hebben de vorige keer al gewezen op Hand.1:6 en Mat.19:28. Twee andere belangrijke teksten zijn: ‘Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!' (Mat. 23:39). Deze woorden spreekt Jezus tot de bewoners van Jeruzalem (vs. 37) en in hen tot alle joden. Het is een voorwaardelijke profetie.

En Paulus zegt in Rom.11:25‑26: ‘Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.'

3. Ten derde zal Christus als koning over de volkeren regeren. Over de tijd van de voltooiing van het Koninkrijk handelt bijvoorbeeld Op.15:4: ‘Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden'. En verderop in het boek Openbaring lezen we: ‘en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; ... en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang. De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. Dit is de eerste opstanding' (Op. 20:2,3,5).

Over het koningschap van Christus over de volkeren spreekt ook Paulus in 1Kor.15:22‑25:
 ‘Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde/de rest, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft.'

Het Griekse telos kan hier het beste met `rest' vertaald worden, omdat hier sprake is van een derde en laatste groep. De driedeling is dan als volgt: a. Christus is als eersteling opgestaan, b. daarna de gelovigen, die van Christus zijn, bij Zijn komst  (eerste opstanding), c. de ‘rest', d.w.z. de ongelovigen, nadat alle vijanden onttroond zijn (tweede opstanding). Op deze wijze geeft 1Kor.15 hetzelfde beeld als Op.20.

Er is in het Nieuwe Testament dus sprake van een tweeledige gestalte van het Koninkrijk, een voorlopige vorm nu en een volmaakte vorm straks. Om te zien wat deze tweeledige gestalte voor consequenties heeft, willen we drie relaties beschrijven: die tussen het Koninkrijk en de mens, het Koninkrijk en de gemeente en het Koninkrijk en de wereld.

Het Koninkrijk van God en de mens
 
De mens kan deel krijgen aan het Koninkrijk van God, nu en straks. Een ingaan nu en straks wordt in het Nieuwe Testament dan ook onderscheiden. In deze tijd kan iemand deel krijgen aan het Koninkrijk door bekering en geloof: ‘en Hij zeide: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie' (Mar.1:15). Door bekering kan iemand hier en nu al deze goddelijke heerschappij ervaren. Zo zegt Jezus: ‘Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven' (Luc.12:32).

De vraag kan gesteld worden waarom er nog bekering nodig is als het Koninkrijk van God al aanwezig is. Het antwoord moet luiden: omdat we er niet vanzelfsprekend deel aan hebben. Het Koninkrijk breekt in eerste instantie door in de geestelijke wereld en is onzichtbaar en verborgen voor de ongelovigen. ‘En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen (of: raadsels)' (Mar.4:11). Het is voor rationalisten een dwaasheid en voor religieuzen een ergernis, zoals Paulus zegt in 1Kor.1:23. De nabijheid van de Heer en het Koninkrijk van God wordt niet opgemerkt tenzij men zich bekeert en gelooft.

In de toekomst bij Jezus' komst in heerlijkheid gaan de gelovigen voor de tweede keer het Rijk in. Zij die in het heden in overgave en nederig als een kind hebben geleefd mogen het Rijk binnengaan. Dit is toch een soort voorwaarde. Jezus zegt in Mat.18:3‑4 tot zijn discipelen (!) (vs.1): ‘Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij (u) niet (omkeert en) opnieuw wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen." Een tweede voorwaarde die Jezus noemt, is volharden in vervolging: ‘Wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden' (Mat.24:13).

We gaan dus twee keer het Koninkrijk van God binnen, nu en straks. Dit is in overeenstemming met de twee gestalten van het Koninkrijk, de voorlopige in het heden, en de voltooide in heerlijkheid straks.

Het Koninkrijk van God en de gemeente

Koninkrijk en gemeente zijn beslist niet identiek en het zijn ook geen gelijke grootheden. We kunnen zelfs niet zeggen dat de gemeente een deel van het Koninkrijk is. Het Koninkrijk is het koningschap van God en de gemeente is een gemeenschap van mensen. De relatie tussen Koninkrijk en gemeente is drieërlei:

De gemeente getuigt van het Koninkrijk

‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn' (Mat.24:14).

De gemeente is het instrument van het Koninkrijk

‘Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet' (Mat.10:8).

De gemeente is de beheerder van het Koninkrijk

Over dit laatste iets meer, omdat deze relatie het minst bekend is. De gemeente ontvangt de sleutels van het Koninkrijk, d.w.z. het gezag, de autoriteit van het Koninkrijk. ‘Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel' (Mat.18:18). Deze woorden worden gesproken tot alle discipelen, tot de hele gemeente. Al eerder had Jezus dit tot Petrus als eerste gezegd (Mat. 16:19), maar hieraan toegevoegd: ‘Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen.'

Het `geven van de sleutels' symboliseert het overdragen van de macht van de heer aan de beheerder, de zaakwaarnemer. De beheerder krijgt dezelfde macht als zijn heer. ‘In de hemel gebonden en ontbonden zijn' wil zeggen door God bevestigd worden. ‘Binden en ontbinden' spreekt over de rechterlijke volmacht iemand vrij te spreken of schuldig te verklaren. Het betreft de volmacht de verlossing uit te spreken of het oordeel aan te zeggen, de vrede van God mee te delen of het stof van de voeten te schudden. Deze volmacht van de gemeente in het heden is de voorlopige vorm van het heersen met Christus, dat ten volle zal aanvangen bij Zijn komst in heerlijkheid.

Het Koninkrijk van God en de wereld

Het Koninkrijk van God is fundamenteel een geestelijk en dynamisch gegeven. Het is dan ook beter te spreken over koningschap in plaats van koninkrijk en over volmacht in plaats van macht. In dit verband wordt ook duidelijk waarom we zoveel horen over de prediking van het Koninkrijk bij Johannes de Doper en bij Jezus en relatief weinig bij de apostelen. Het Koninkrijk van God is het koningschap van God en dat is gelijk aan het koningschap van zijn Messias, Jezus. Als de apostelen de opgestane Jezus prediken, verkondigen zij het koningschap van Jezus, wat gelijk is aan het koningschap van God (bv. duidelijk bij Paulus in 1Cor.15). Jezus predikte het Koninkrijk, de apostelen de Koning; het is fundamenteel dezelfde prediking.

Omdat het over het koningschap van God en zijn Messias gaat, is dit rijk niet op één lijn te plaatsen met andere rijken in deze wereld. Jezus zegt in Joh.18:36 ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.' Daarom ook gaat het ingaan hier en nu gepaard met een geestelijke geboorte: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien' (Joh.3:3).

Bij Jezus' komst in heerlijkheid zal er wel een natuurlijke en politieke manifestatie van het Rijk plaatsvinden: ‘Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden' (Op.15:4). En in Op.17:14 lezen we: Dezen (de tien koningen) zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen (want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen) en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.'

Besluit

Als we de gegevens in het Nieuwe Testament samenvatten kunnen we stellen dat het Koninkrijk van God zich manifesteert in twee gestalten die parallel lopen met Jezus' komst in nederigheid en zijn komst in heerlijkheid.
In het heden sinds Jezus' komst in nederigheid zien we primair een doorbraak van het Koninkrijk in de geestelijke wereld en op microniveau.
In de toekomst bij Jezus' komst in heerlijkheid verwachten we een totale doorbraak van Gods Rijk over alle levensgebieden, zowel geestelijk als natuurlijk, op micro- zowel als op macroniveau, over Israël alsook over alle volkeren in de wereld.

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO

 Meld aub een 'dode link'onder vermelding van de pagina waarop

Please report a ' dead link' onder mention of the page on which

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Kijk ook eens op: * Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!

* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente

Successfull checked XHTML 1.0 !

Successfull checked CSS version 3!

Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is