Het
wonder van Gods Volk
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
112 - Het wonder van Gods Volk
God had zich met een eed aan hen verbonden
(Gen. 37-50) Als Jacob op zijn
sterfbed zijn zonen zegent, kondigt hij de komst van de Verlosser aan.
Wanneer hij in Egypte sterft, vertrouwt hij vast op de belofte dat God
zijn nakomelingen land zal (Gen.49:30-32) geven: daar wil hij begraven
worden. En ook Jozef heeft die wens uitdrukkelijk te kennen gegeven. Zo
eindigt het boek Genesis: vast geloof in de aan Abraham gegeven
beloften. Want God is de God van Abraham, Isafik en Jacob. God heeft
Zijn beloften met een eed bekrachtigd. Zij zijn in geloof gestorven,
omdat God zich met een eed aan hen had verbonden. Zijn beloften staan
absoluut vast. Wat Hij belooft zal gebeuren. Door het geloof . Jezus
zal op aarde komen. Terwille van de komst van die Messias kiest God
Zich een volk.
God leidt de gebeurtenissen
Het volk, dat God heeft uitgekozen, moet op een bijzondere manier Zijn
plan met de wereld dienen. God wil dat volk gebruiken om Christus ge-
boren te doen worden. De Zoon van God moet mens worden om Verlosser van
mensen te kunnen zijn.
De stamvader van dat volk zal Jacob zijn. Jacob, het kind waar zijn
(Gen. 25: 21) ouders twintig jaar op gewacht hebben; Jacob, die ze als
gebedsverhoring van God gekregen hebben; Ja- cob de bedrieger, die zijn
broer het eérstgeboorterecht ontfutselt en zijn (Gen. 25:29-34)
vader bedriegt. Die.Jacob wordt (Gen.27) door God in die hst genomen.
Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.
Van zijn vier vrouwen krijgt Jacob twaalf zonen en één
dochter. Dat gezin woont temidden van de Kanaanieten. God had hun
gezegd, dat zij zich apart moesten houden van dat volk. Maar ze doen
dat niet. De dochter van Jacob, Dina, wordt verleid door een
Kanaanitische jongen. En als straf daarvoor vermoorden (Gen.34) haar
broers de hele mannelijke familie van die jongen.
Jacobs zoon Juda, die in rechte lijn de stamvader van Jezus zou worden,
geeft zich af (Gen. 38) met een hoer. Het gaat niet goed met het gezin
van Jacob; ze moeten weg uit dat goddeloze land. God haalt hen uit die
omgeving weg. God bepaalt ook de loop van de gebeurtenissen die ertoe
leiden, dat Jozef in Egypte komt. Jozef, de lievelingszoon van Jacob,
werd door zijn broers als slaaf verkocht. Ze vertelden hun vader, dat
hij door een wild dier verscheurd was. Zij haatten hem, omdat God aan
één van de jongsten van de twaalf zonen van Ja- cob
bekend gemaakt had, dat hij de belangrijkste zou worden van de hele
familie; Jozef had dat begrepen uit twee dromen. Een droom was
één (Gen. 37: 5-11) van de manieren, waarop God zich
openbaarde in de tijd van het Oude Testament.
De broers van Jozef wilden niet aanvaarden, dat hij belangrijker zou
zijn dan zij. Ze stootten zich aan het Woord van God en aan de manier
van werken van God. Ze wilden zich niet onderwerpen aan de wil van God,
dat Jozef boven hen zou staan. Ze wilden hem daarom (Gen. 37) doden.
Maar zover kwam het niet. Ze verkopen hem als slaaf aan (Gen.37)
voorbijkomende handelaren. Op die ma-nier komt Jozef in Egypte terecht.
Hij wordt daar slaaf van de voorname Egyptenaar Potifar, bij wie hij
een vertrouwenspositie krijgt. Na een mislukte poging van de vrouw van
Potifar hem te verleiden komt Jozef op een valse beschuldiging in de
gevangenis terecht. Hij wint daar het vertrouwen van de
gevangenisdirecteur.
Zo komt hij in aanraking met twee gevangen hovelingen van de Farao. God
geeft hem de wijsheid en het inzicht om hun dromen uit te leggen. En
als dan later een van de beide hovelingen, als hij weer in dienst van
de Farao is, zich die dromen-uitlegger herinnert, wordt Jozef bij de
Farao geroepen om de dromen , te verklaren die de Farao gehad heeft.
God blijft Jozef gebruiken om Zijn wil bekend te maken. Een wonderlijke
geschiedenis. Maar God heeft er de leiding van. Een slaaf wordt
onderkoning van het machtige Egypte en redt de wereld, die anders door
zeven jaren hongersnood ten onder zou zijn gegaan.
Daar, in Egypte, ontmoet Jozef zijn Gen. 50:20,21) vader Jacob weer.
Een ontroerend weerzien. Maar dat is niet waar het eigenlijk om gaat.
De sleutel van deze geschiedems staat de Bijbel 'Gij hebt wel kwaad
tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te
doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden.
God zorgt voor Zijn volk
De familie van Jacob blijft in Egypte wonen, waar ze uitgroeit tot een
groot volk. Onder omstandigheden, die het tegendeel zouden doen
verwachten, neemt het volk zó in aantal toe, dat het de nieuwe
Farao ernstig verontrust. De slaven ('gastarbeiders') dreigen het
Egyptische volk boven het hoofd te groeien.
Maar de Egyptische vroedvrouwen, die worden ingeschakeld om de
jongetjes te doden, hebben eerbied voor God en doen niet wat de Farao
(Ex. 1: 17) hun heeft opgedragen. Vervolgens geeft de nieuwe Farao
bevel, dat alle jongetjes die er geboren worden verdronken moeten
worden in de Nijl. Zo wordt het volk verdrukt en gedwongen tot harde
slavenarbeid.
Maar ook dat helpt niet om het volk klein te krijgen. God blijft voor
zijn volk zorgen: het groeit tegen de verdrukking in. Terwijl de
verdrukking van het volk steeds groter wordt, wordt er een jongetje
geboren, dat later zijn volk Jozef ontmoet zijn vader Jacob weer. uit
Egypte zalleiden: Mozes.
Als je de geschiedenis van het volk Israël in de boeken Exodus,
Leviticus, Numeri en Deuteronomium leest, zie je steeds de éne
kracht tegen de andere. De satan probeert op allerlei manieren door
middel van mensen het volk van God tegen te werken. Maar ondertussen
gaat God met Zijn plan door. God verliest Zijn doel nimmer uit het oog.
GOD redt Zijn volk
God kiest Mozes uit, om de redder van zijn volk te zijn. Maar ook Mozes
blijkt een mens, die steeds weer gecorrigeerd moet worden. Soms is hij
te voortvarend, dan weer (Ex.2 : 11-15) is hij te bang. God zorgt
ervoor, dat (Ex.2:23-4:17) Zijn Zoon op aarde kan komen. Dat moet Hij
zelf doen; als het aan mensen gelegen zou hebben was Christus nooit
gekomen. In zijn ontstaan en voortbestaan is Zijn volk elk moment van
Hem afuankelijk. God is trouw; God is barmhartig. Hij doet wonderen.
Hij doet dat door Abraham te roepen naar een ver en vreemd land. Hij
doet dat door Isaak geboren te doen worden op een moment, dat het
menselijk gesproken niet meer zou kunnen. Hij doet dat door de
kinderloze Isaak toch een zoon te geven: Jacob. Hij doet dat ook nu
weer in Egypte.
Het volk Israël dreigt ten onder te gaan. Maar God redt. God redt.
Dat is de lijn, die loopt door de eerste vijf boeken van de Bijbel. De
lijn naar Christus. Want Zijn Zoon zal op de aarde komen.
Lees eens verder: De farao tegen Israels groei



















