God redt uit de macht van de zonde
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
105 - God redt uit de macht van de zonde
Mattheüs 8:16-17 16 Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, 17 opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.
Marcus 1: 32-39 32 Toen het nu
avond werd en de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die ernstig
ongesteld waren, en de bezetenen. 33 En de gehele stad was te hoop
gelopen bij de deur. 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren
door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet
de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
In het evangelie treffen we Jezus aan
omringd en omstuwd door een menigte van zieken en van mensen bezeten
door boze geesten. Ze worden bij hem gebracht en ze zoeken hem op.
Oók als hij zich terugtrekt op een eenzame plaats om daar te
bidden. 'Allen zoeken U', melden hem dan zijn discipelen. Jezus kan de
zieken en kwalijk gestelden niet ontlopen, krijgen we de indruk. Hij
raakt ze niet kwijt. Ze zitten hem op de hielen en op de huid.
Dat is de zware last die de Zoon des mensen is opgelegd en die hij
steeds ook weer op zich néemt. Hij draagt en deelt het lot van
zieken en melaatsen, van maatschappelijk uitgerangeerden, van armen en
zondaars. Dat is kenmerkend voor Jezus' weg en werk.
Job in het Oude testament: 'Heeft niet de mens een zware dienst op aarde en zijn
zijn dagen niet als die van een dagloner? Als een slaaf die hijgt naar
schaduw of als een dagloner, die wacht op zijn loon, zo werden mij
maanden van ellende toebedeeld en nachten van moeite beschoren'.
Ook Jezus, de Zoon des mensen, heeft iets van zo'n slaaf, zo'n
dagloner, die hijgt naar schaduw, die rust zoekt welke hem nauwelijks
gegund is. Want zijn leven is dienst, harde, zware dienst, dienst
letterlijk onder de mensen. Jezus is de last, de moeite en de pijn van
het mensenleven niet uit de weg gegaan, maar hij heeft die op zich
genomen. Hij heeft er onder gebukt en onder gezucht. En juist daarom
-mogen we zeggen- is dat moeitevolle, belaste en gekwelde leven van zo
velen niet zonder hoop, niet zonder enig uitzicht en zal het ook
niet restloos en hopeloos verloren gaan.
Jezus, de Zoon van God, is in ons moeitevolle leven afgedaald
Hij heeft zich eraan verbonden.
Ja, hij redt dat leven van de ondergang, uit de macht van zonde en
dood. Want de naam Jezus betekent immers: God redt! Hij laat ons niet
liggen in onze ellende, maar ziet naar ons om, richt ons op, geeft ons
nieuwe moed. Hij laat ons niet over aan ons eenzame lot en hij geeft de
wereld niet prijs aan haar fatale loop. Hij wendt en keert ons lot. Hij
verbreekt de noodlottigheid van de dingen die er nu eenmaal gebeuren.
Zo schept Jezus in zijn woord en daad nieuw vertrouwen, nieuwe
verwachting, hoop.
Daar mogen we dagelijks van getuigen. Het is niet zo
hopeloos als het wel eens kan lijken. En dat komt omdat God in Christus
Jezus ons lot en ons leed zich heeft aangetrokken. We zijn er niet
alleen in gelaten. We hoeven het niet allemaal alléén te
dragen en te dulden. God weet ervan, God erbarmt zich over onze
ellende. Hij kent ons, in ons verdriet, in onze eenzaamheid, in onze
stille wanhoop. Dat lezen we af van de gestalte van de bukkende en
dienende Jezus. In hem kennen we Gód en eigenlijk nergens anders
dan in hem. Zoals Jezus is, als de barmhartige en met ons lot en leed
bewogene, zó is God. Niet anders.
We mogen geloven in de macht van deze barmhartigheid die in
Jezus openbaar wordt en die naar ons en onze wereld is uitgegaan
Inderdaad: we geloven in de
kracht van deze liefde. Want deze liefde is geen machteloze of
vergeefse liefde. Ze is reddende, genezende liefde. De zieken komen
niet alleen tot Jezus (en hij tot hen), maar ze vinden ook genezing en
uitredding bij hem. Zijn toegewijde trouw en liefde zijn niet
vruchteloos. We horen: 'en hij genas velen die ernstig ongesteld waren
door allerlei ziektes en vele boze geesten dreef hij uit...' Misschien
zijn we zo vertrouwd en gewend aan de bijbelverhalen dat het ons niet
eens meer verrast en verbaast, maar toch is het verrassend en
verbazingwekkend dat -in en rond Jezus- trouw en liefde zo veel
vermogen, zo sterk zijn, zo vruchtbaar, zo effectief. Zijn liefde doet
...wonderen! Dingen die we niet voor mogelijk houden, die schijnbaar
niet kunnen, maar die toch gebeuren.
Het evangelie is het verhaal van Gods bewogenheid met verloren
mensenlevens, met een verloren wereld
Daar wil God niet aan dat we
restloos verloren gaan, dat we naamloos verdwijnen in het niets, dat
ons leven en de wereld de ondergang tegemoet gaan. Daar betaalt Hij in
Christus een hoge prijs voor en die prijs zijn we
indachtig door ook zelf in de liefde te leven. Want we kunnen sinds we
van Gods ontferming in Christus weten niet langer liefdeloos leven. Ook
wij krijgen hart voor de mensen in hun noden en hun menselijkheid. Hart
in de zin van gevoel, maar ook in de zin van móed, van lef (want
lef betekent hart). En moed, een beetje lef, heb je wel nodig om tussen
en onder de mensen te leven. Dat mag je wel zeggen.
Leven in het licht en de kracht van Gods liefde
Als we leven in het licht en de kracht van Gods liefde ons in Christus
Jezus opgegaan en overkomen, dan worden daarmee niet alle kwellende vragen en duistere raadsels beantwoord en opgelost,
maar misschien verliezen ze wel hun kwellend karakter, hun duistere
dreiging, hun martelende onzekerheid. Want in de liefde is licht en
leven, ook al gaan we (zegt Psalm 23) 'door een dal van diepe
duisternis' en ook al krijgen we zware lasten te dragen en moeilijke
dagen en tijden te verduren. Net als bij Jezus in de evangeliën
breken er op die weg tekenen van Gods Koninkrijk uit, lichtflitsen van
zijn heilrijke toekomst. Dat mogen we geloven én dat zullen we
ook ervaren. Daarin houden we het vol en verliezen we de moed niet.
Zelfs niet als ons levenseinde nabij is, als onze dagen geteld zijn.
Want het is Gód die onze dagen telt en zo mogen ook wij ze
tellen om een wijs en vreedzaam hart te bekomen.
Houd je in het hier-nu-maals aan de Tien Geboden
uit dankbaarheid

De Wet van de Heere uw God
Eerste gebod:
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Tweede gebod:
Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den
hemel, of onder op de aarde is, of in het water onder de aarde is. Gij zult u voor die niet
buigen, noch hen dienen.
Derde gebod:
Gij zult den Naam des Heeren, uws Gods, niet ijdellijk gebruiken.
Vierde gebod:
Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.
Vijfde gebod:
Eert uw vader en uw moeder.
Zesde gebod:
Gij zult niet doodslaan.
Zevende gebod:
Gij zult geen overspel doen.
Achtste gebod:
Gij zult niet stelen.
Negende gebod:
Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
Tiende gebod:
Gij zult niet begeren uws naasten vrouw en gij zult u niet laten gelusten uws naasten
huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel,
noch iets dat uws naasten is.
(Statenvertaling; Deuteronomium 5 : 7 - 21)



















