Evangelieverhaal: Lucas

   STUDIE-INDEX     DE HEILIGE SCHRIFT       CHRISTELIJKE SYMBOLEN

Lees de BijbelDe Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 028 - Evangelieverhaal: Lucas

Beschrijving van Lucas heel anders van opzet

Het evangelie naar de beschrijving van Lucas is heel anders van opzet dan het evangelie van Mattheus. Lucas heeft zijn evangelie vooral met het oog op de Grieken, de heidenen, geschreven. Dat blijkt vooral uit het begin, maar ook uit allerlei trekjes in het evangelie van Lucas. Daarvan hieronder een voorbeeld: Als Jezus vlak voor Zijn kruisiging het woord richt tot de hogepriester (Matth. 26: 64), geeft Mattheus die woorden weer door te schrijven: 'Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels'.We (9Luc.22:69) vergelijken dat met wat Lucas schrijft: 'Van nu aan zal de Zoon des mensen zijn gezeten aan de rechterhand der kracht Gods' .

De eigen opzet van het evangelie van Lucas

Uit de vergelijking tussen wat Mattheus en Lucas schrijven, is het verschil tussen de beide evangeliën duidelijk te zien. Mattheus richt zich met zijn evangelie tot de Joden. Uit angst te zondigen tegen het derde gebod van de wet van God, spreken de Joden de naam Jahwe (Nederlandse vertaling: HERE) niet uit. Ze gebruiken om God aan te duiden omschrijvingen, zoals bijvoorbeeld' de Macht'. Daarom gebruikt Mattheus deze uitdrukking voor de naam van God.

Lucas schrijft zijn evangelie voor niet-joden. Hij schrijft ter verduidelijking over de kracht van God. (Voor 'macht' en voor 'kracht' wordt in het Grieks hetzelfde woord gebruikt.) Lucas maakt van die toevoeging 'van God' gebruik, omdat anders Theofilus, aan wie hij zijn evangelie opdraagt, de woorden van Jezus misschien niet zou begrijpen. Jezus zelf zal zich toen hij deze woorden sprak, hebben aangepast aan het joodse taalgebruik.

Lucas richt zich in zijn evangelie tot de Grieken. In dat licht moeten de verschillen met bijvoorbeeld het evangelie van Mattheüs ook gezien worden.

Betrouwbare getuigen

Uit de eerste verzen van het evangelie van Lucas blijkt duidelijk welk doel Lucas met zijn evangeliebeschrijving had. Er zijn velen geweest, die getracht hebben een verhaal op te stellen over wat er tijdens de (Luc.1: 1,2) aanwezigheid van Jezus op aarde alle- . maal gebeurd is. Die schrijvers hebben de gebeurtenissen zo weergegeven als degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn' aan hen hebben doorverteld. De evangeliën zijn dus een feitelijke weergave van wat de discipelen van Jezus hebben doorgegeven. Jezus heeft tegen zijn volgelingen (Joh. 15: 27) gezegd: 'En gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij'. Getuigen.

Dat betekent: de echte feiten zuiver weergeven. Getuigen treden op voor de rechter. In die situatie gaat het om wat er precies gebeurd is. Eigen ervaringen, eigen geloof of vroomheid zijn daar niet van belang. Als Lucas het woord overlevering gebruikt, heeft hij het dan ook niet over iets wat door mensen op gebrekkige wijze verteld is, maar over feiten, die door ooggetuigen zijn weergegeven zoals ze werkelijk gebeurd zijn. In de Bijbel is de 'overlevering' gezaghebbend. In ons taalgebruik betekent dat woord iets heel anders, eigenlijk het tegengestelde van wat er in de Bijbel mee bedoeld wordt. Paulus schrijft bijvoorbeeld: (2 Thess.2: 15) Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn.' En in Hebreeën wordt gesproken over: (Hebr. 2 : 3) een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd.

Waar in ons taalgebruik een overlevering veel inbreng van eigen fantasie veronderstelt, wordt met dit woord in de Bijbel een zeer betrouwbaar getuigenis aangeduid. De Bijbel leert ons de tegenstelling tussen, het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is' en 'de overlevering der (Jud.3) , mensen.(Col. 2 : 8)

Menselijk onderzoek

Lucas is tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde te boek te stellen' .De Heilige Geest maakt gebruik van menselijk onderzoek bij het tot stand komen van de Bijbel.

Met zijn evangelie richt Lucas zich tot de 'hoogedele Theofilus'. Dat was waarschijnlijk een hooggeplaatste Romein, die hij in Rome ontmoet had, toen hij bij Paulus was tijdens diens gevangenschap. Theofilus heeft Lucas blijkbaar het verzoek gedaan het evangelie van Christus nu eens ordelijk op schrift te stellen.

Lucas stelt het evangelie van Jezus Christus voor de Grieks sprekende mensen op schrift, opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen der (Luc. 1: 1-4) zaken, waarvan gij onderricht zijt'. Lucas wil dus Theofilus doen inzien, dat alles wat hem door Paulus verteld was over Jezus, ook werkelijk zo gebeurd was. (Co/.4: 14).

Lucas was een arts van niet-joodse afkomst. Nadat hij christen geworden was, heeft hij Paulus jarenlang vergezeld. Tot aan het einde van (2 Ti 1: 11) Paulus' leven is Lucas bij hem gebleven. ' Alleen Lucas is nog bij mij' schrijft Paulus in zijn tweede brief (Hand..21: 26) aan Timothëus. In de tijd dat Paulus gevangen zat in Jeruzalem en in Caesarea heeft Lucas volop de gelegenheid gehad daar de gegevens voor zijn evangelie te verzamelen.

Toen heeft hij waarschijnlijk ook een 'interview' gehad met Maria. Maria heeft heel nauwkeurig onthouden, wat er allemaal gebeurd was en uit haar mond heeft Lucas mogen optekenen, wat zij 'bewaarde in haar (Luc.2 : 19, 51) hart' .

Het evangelie van genezing

Bij zijn beschrijving van het evangelie heeft Lucas niet zonder meer de feiten op een rijtje gezet. Zijn beschrijving 'in geregelde orde' , laat hem de vrijheid een eigen compositievan zijn beschrijving te maken. Die heel eigen opzet van zijn beschrijving blijkt bijvoorbeeld heel duidelijk als hij éérst het optreden en de verwerping van Jezus in Nazareth beschrijft en pas daarna de geschiedenis in Kapernaüm. Terwijl dat in de tijdsvolgorde andersom zou moeten zijn.

Jezus zegt tegen de inwoners van Nazareth: 'Ongetwijfeld zult u tot (Luc. 4: 23) mij zeggen: Doe alle dingen, waarvan wij gehoord hebben, dat zij te Kapernaüm geschied zijn' .Maar wat er in Kapernaüm gebeurd is wordt (Luc. 4: 31-41) door Lucas pas in het vervolg beschreven. Zou Lucas dan geen in-zicht gehad hebben in de historische volgorde van gebeurtenissen ? Of hij daarin inzicht heeft gehad! Uit zijn boek Handelingen blijkt wel heel duidelijk, dat hij zeer wel in staat is een logisch aaneensluitende geschiedenis te schrijven.

In zijn eerste boek wil hij het doel van het werk van Jezus duidelijk naar voren laten komen. Hij wil zijn lezers vooral laten zien, waarom Jezus op aarde gekomen is. Waar het Lucas om gaat, heeft hij heel duidelijk opgeschreven uit de mond van Jezus zelf. Als Jezus in de synagoge (Luc. 4: 18,19) in Nazareth uit de profetie van (Jes. 61) Jesaja heeft voorgelezen, eindigt Hij met de woorden: 'Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld' .

Die uitspraak van Jezus vormt de kern van de beschrijving van het evangelie van Lucas: met de komst van Jezus breekt de tijd aan die door Jesaja is aangekondigd. Het door de : zonde gebroken en verdorven men- iit.;' senleven, zal worden hersteld. De wonderen van genezing die Jezus laat zien, zijn daarvan de voorboden.

De nieuwe aarde zal gezuiverd zijn van de zonde: er zal niemand meer ziek (Jes. 25 : 8) zijn. Er zal geen dood meer zijn. (Openb. 21:3,4)

Lucas mag de goede boodschap opschrijven van de totale genezing van het hele leven. De boodschap, die hij aan 'armen' verkondigen mag. Die armen zijn niet alle armen en rechtelozen zoals je vandaag vaak kunt horen. Met 'armen' worden heel speciaal de volgelingen van Jezus aangeduid. Tegen zijn discipelen, heel in het bijzonder tegen hen, zegt Jezus: (Luc. 6: 20, 21) ' Jullie zijn gelukkig te prijzen, jullie armen, want voor jullie is het Koninkrijk' .

De redder van de wereld

In zijn evangelie legt Lucas ook sterk de nadruk op de noodzaak van het lijden van Jezus. Alles wat door de (Luc.18 : 31) profeten in het Oude Testament is (Luc.24:26, 27) voorzegd, móet met Hem gebeuren. 'Moest de Christus dit niet lijden om in Zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.'

Lucas wil de Grieken, de Romeinen en al de volken, die God niet kenden, laten weten waar het heil te vinden is. Niet bij een mens die vergoddelijkt wordt, zoals Augustus (de Verhevene) de romeinse keizer, die in die tijd vereerd werd als de 'redder van de wereld' .Maar bij de Zoon van God, die Zich vernederd heeft bij Zijn geboorte in een kribbe, in Zijn dood aan het kruis. De werkelijke Redder van de wereld.

De arts Lucas heeft zijn evangelie mogen schrijven over de grote Arts Jezus, die redding brengt aan een door de zonde zieke wereld.

Lucas begint zijn evangelie met de tempel, waar de dienst die daar eeuwenlang heeft plaatsgehad eindelijk (Luc. I: 5-23) zijn vervulling vindt. Het evangelie eindigt met de zegen van Christus, die opvaart naar de troon in de hemel, terwijl hij de apostelen zegent, zoals de priester in de tempel , het volk zegende. Daarom eindigt zijn evangelie met blijdschap: 'En zij (Luc. 24:50-53) keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap, en zij waren voortdurend in de tempel, lovende God.'

  naar top van deze pagina  

mail holyhome