Evangelieverhaal: Mattheüs

   STUDIE-INDEX     DE HEILIGE SCHRIFT       CHRISTELIJKE SYMBOLEN

Lees de BijbelDe Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 027 - Evangelieverhaal:
Mattheüs

De apostelen hebben de boodschap

De twaalf leerlingen van Jezus zijn door Hem uit- gekozen om oor- en ooggetuigen te zijn van Zijn werk op aarde. Zijn discipelen zouden wat ze gezien en gehoord hadden, aan iedereen moeten gaan uitdragen. Na de hemelvaart van Jezus heeft de Heilige Geest de discipelen aan die opdracht Joh. 14: 26 herinnerd. ' maar de Trooster, ( de Heilige Geest), die de Vader zenden zal in Mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat ik u gezegd heb' .Jezus noemt Zijn discipelen daarom later apostelen; dat betekent boden, afgezanten.

De apostelen hebben de boodschap, die zij voor de wereld hadden, eerst mondeling overgedragen aan de mensen. Uit die mondelinge prediking zijn de evangeliën ontstaan. Het woord evangelie betekent blijde boodschap. En dat was het zeker. li Die blijde boodschap werd ook op 1 schrift gesteld. Twee van de evangelieschrijvers waren zelf ook apostelen: Mattheüs en Johannes.

De schrijver Lucas trok met de apostel Paulus mee; Marcus met Petrus. Van wat de schrijvers hoorden van de apostelen, hebben zij later een verhaal geschreven. De evangeliën zijn daarom later tot stand gekomen dan de brieven die door de apostelen tij- dens hun reizen geschreven zijn.

Eén evangelie of vier?

In de Bijbel staan vier evangelieverhalen: het evangelie naar de beschrijving van Mattheus, Marcus, Lucas en het evangelie zoals Johannes dat beschreef. De schrijvers van de eerste drie evangelieverhalen behandelen vaak hetzelfde. Toch zijn er ook opvallende verschillen. Zo is vaak de volgorde van wat er in de verhalen aan de orde komt bij de ene schrijver heel anders dan bij de andere. Ook kun je verschil ontdekken in de manier waarop over be- paalde gebeurtenissen verhaald wordt: de ene schrijver vertelt soms meer, soms minder dan de andere.

Het evangelie van Johannes verschilt in belangrij ke mate van de evangelieverhalen van Mattheus, Marcus en Lucas. Dit evangelie heeft een heel andere, eigen compositie en behan- delt heel andere onderwerpen dan de overige drie. Het evangelie van Johannes is geschreven in een heel eigen stijl.

Hoe verhouden de eerste drie evangeliën zich ten opzichte van elkaar? Zijn ze van elkaar afhankelijk? En spreken ze elkaar niet tegen? Wanneer je een evangelieverhaal leest is het heel belangrijk te bedenken, dat je moet weten welk doel de schrijver met zijn verhaal had. En ook hoe doelbewust hij zijn evangelie samenstelde.

Men neemt aan, dat het evangelie van Marcus het oudste is van de vier. Het is waarschijnlijk ontstaan in het jaar 65 na Christus. Het evangelie van Johannes is naar alle waarschijnlijkheid het jongste, daterend uit omstreeks 90 na Christus. Hoewel de vier evangelieverhalen verschillend van opbouw zijn, geven ze toch een en dezelfde boodschap door: de blijde boodschap. Daarom ook kan er sprake zijn van 'het evangelie' .Er zijn mensen, die beweren (Gal. I: 6vv) dat de evangeliën een subjectieve kij k geven van de toenmalige christenen op Jezus. Maar de Bijbel zelf zegt erover dat in evangelieverhalen het betrouwbare getuigenis van de apostelen te vinden is. (Luc. 1: 1,2 ).

Mattheus: de Jood voor de Joden

Mattheus was wat we vandaag een inspecteur van belasting zouden noemen: een belastinginner, toen tollenaar genoemd. En vandaar verder (Mat th. 9: 9) gaande zag Jezus iemand bij het tol- huis zitten, Mattheus genaamd. Het is dezelfde tollenaar, die ook beschreven wordt in het evangelie van Lucas, maar die daar Levi genoemd wordt.

En daarna vertrok Hij en zag een (Luc. 5 : 27) tollenaar, Levi genaamd, bij het tolhuis zitten. Jezus haalt Mattheus zo uit zijn werk. In zijn evangelie legt Mattheus er heel sterk de nadruk op, dat gebeurd is, wat de profeten uit het Oude Testament gezegd hadden.

De Oud-Testamentische profetieën zijn werkelijkheid geworden. Een veel voorkomende uitdrukking in zijn evangelie is :opdat vervuld zou worden'. In deze of iets andere vorm. Mattheus is een Jood. Hij wil zijn volksgenoten ervan overtuigen, dat Jezus Christus de in het Oude Testament beloofde Messias (Verlosser) is. Hij wilook zijn volk er van doordringen, dat het Oude Testament niet onbelangrijk geworden is, na de komst van Jezus. Maar dat juist door de komst van Jezus het Oude (Mat th. 5 : 17) Testament zin en doel krijgt.

'Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten (de aanduiding van wat wij nu het Oude Testament noemen) te ontbinden, maar om te vervullen' . Jezus zegt zelfs: 'Want voorwaar, Ik zeg u: eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of tittel (d.w.z. één klein lettertje) vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied'.

Mattheus heeft zijn evangelie geschreven met als middelpunten vijf grote redevoeringen van Jezus. Die toespraken worden telkens afgesloten met een soort vaste formule: 'en het geschiedde toen Jezus deze woorden geëindigd had.'

Je moet die redevoeringen van Jezus eens nalezen in je Bijbel: (Mat th. 5 : 6, 7) De Bergrede; (Matth. 10) De rede bij de uitzending van de discipelen; (Matth. 13) De gelijkenissen;(Matth. 18) Over het Koninkrijk der hemelen; (Matth. 23, 24) Rede tegen de schriftgeleerden en (25) Farizeeën.

De vervulling van de belofte

Heel het evangelie van Mattheus is erop gericht de lezer ervan te overtuigen dat Jezus Christus de zoon van David is, de zoon van Abraham, (de Matth. 1 : 1) Verlosser die beloofd werd in het Oude Testament. Daarom begint Mattheus zijn evangelie met het geslachtsregister van Jezus. Hij laat de lijn zien, die er loopt naar het koningshuis van David, de lijn, die vandaar nog verder terugloopt naar Abraham. Aan Abraham was beloofd, dat in hem alle volken gezegend zouden worden. En (Gen. 12: 3) aan David dat zijn koningshuis voor altijd zou bestaan. Door middel van (2 Sam. 7: 16) het geslachtsregister toont Mattheus aan, dat deze beloften werkelijkheid zijn geworden.

Mattheus brengt ook een andere profetie in herinnering, die van Jesaja 53 Hij citeert Letterlijk: 'Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze (Mat th. 8 : 17) ziekten heeft Hij gedragen' .De profetie, dat Jezus door Zijn lijden verlossing zou brengen. Dát vooral was voor de Joden erg moeilijk te verteren: een lijdende koning. Dat ging hun voorstellingsvermogen te boven. Een krachtige, sterke, strijdbare koning, ja! Maar een lijdenden?

Ook de discipelen van Jezus hebben die profetie (Mat th. 16: 21) van Jesaja pas begrepen nadat Jezus hen die na Zijn opstanding had (Luc.24:25-27) uitgelegd.

Erkenning door buitenstaanders rol

Mattheus beschrijft in zijn evangelie de komst van de wijzen uit het Oosten, na de geboorte van Jezus. Terwijl in zijn eigen land het jonge leven van Jezus wordt bedreigd (de Mat th. 2:13-18 kindermoord in Bethlehem) komen uit een ver land de wijzen om Jezus hulde te bewijzen. Bij het begin van het leven van Jezus is de situatie voor de Joden even beschamend als aan het eind van Zijn leven, als bij het kruis een Romeinse hoofdman diep onder de indruk is, maar zijn eigen volk (Mat th. 27: 54) Hem verwerpt.

Het evangelie van Mattheus gaat vooral over de houding van het volk Israël. Mattheus tekent in de loop van zijn verhaal de toenemende haat, die de Joden tegen Jezus koesteren. Daarom vermeldt hij in zijn evangelie ook de leugen die de Joodse Raad de wereld instuurde. Na de opstanding van Jezus kochten zij de wachters bij het graf om, om het gerucht te verspreiden, dat Jezus door Zijn discipelen uit het graf was weggehaald. 'En dit gerucht (Mat th. 28 : 15) is onder de Joden verbreid tot de dag van heden toe' .

God met ons

Het evangelie van Mattheus eindigt zoals het begint: Jezus als koning en als Immanuël. Geboren als de zoon van Koning David. Met de geboorte van Jezus is ook, zegt Mattheus, de profetie van Jesaja vervuld: Immanuël: God met ons. Nu komt uit, dat God (Jes. 7: 14) de mensen niet heeft losgelaten, maar dat Hij redding geeft. En in de laatste woorden van zijn evangelie laat Mattheus duidelijk zien, dat de koning Jezus zijn troon bestijgt. 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op (Mat th. 28 : 8) aarde' .'En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Mat th. 28 : 20). Jezus is met ons.

Ook vandaag. Ook morgen. Tot het einde der wereld. Jezus is met ons. Dat betekent ook: God is met ons. Want Jezus is de Zoon van God, die mens is geworden. Jezus is de zoon van David op de troon in de hemel. En de zoon van Abraham. In Hem zullen, zoals beloofd, alle volken op aarde gezegend worden. Hij is ook de Zoon van God.

Het begin van het evangelie van Mattheus vormt een eenheid met het einde: zie de Redder van de wereld; zie de trouw van God. Zijn woorden worden bewaarheid. Zijn beloften worden vervuld.

Vertel het de kinderen - de Wijzen uit het Oosten

Heel ver weg in een vreemd land in het Oosten, waar de zon opgaat, woonden wijze mannen. Ze worden ook wel magiërs genoemd of sterrenwichelaars. Deze mannen hadden veel geleerd over de sterren en zij wisten de betekenis van de sterren. Op een nacht keken ze weer naar de sterren en zagen opeens een nieuwe, hele mooie, schitterende ster aan de hemel. "Oh….kijk eens", zeiden ze tegen elkaar, "wat een prachtige ster is dat. Dit betekent dat er ergens een heel voornaam en belangrijk kindje is geboren, een jonge koning. Zo'n mooie ster hebben we nog nooit gezien, dus het moet een hele machtige, bijzondere koning zijn, zoals er nog nooit één is geweest. Laten we hem gaan zoeken en aanbidden.

En zo gingen de wijze mannen op weg. Het was een lange kleurige stoet van wijze mannen met hun knechten die kostbare kado's droegen voor de kleine jonge koning, goud, wierook en mirre. Het was een lange gevaarlijke reis, die de wijzen moesten maken. Door woestijnen, bergen en dalen. Er waren rovers en wilde dieren. Maar in de harten van de wijzen was blijdschap, want iedere avond zagen zij weer die mooie, flonkerende, schitterende ster. De ster ging voor hen uit en wees hun de weg.

Zo kwamen ze aan in het land van de Joden. Ze vroegen overal: "Waar is de koning van de Joden geboren? Wij hebben zijn ster in het Oosten gezien". Niemand van de Joden wist waar de kleine koning was geboren. Ze kwamen in Jeruzalem aan bij het paleis van koning Herodes. Zij vroegen het ook bij de paleispoort: "Is hier de koning der Joden geboren?" Maar niemand kon hen antwoord geven.

Koning Herodes hoorde van zijn dienaren, dat Wijzen uit het Oosten op zoek waren naar een jonge koning, die geboren moest zijn. Herodes was een slechte boze koning en hij schrok heel erg. Hij was bang dat die jonge koning hem of zijn zonen van de troon zou stoten. Dat mocht niet gebeuren." Hij riep de schriftgeleerden bij zich, dat waren hele knappe mannen, die alles wisten van de geschiedenis van de Joden. De schriftgeleerden vertelden Herodes dat er stond geschreven, dat de Messias geboren zou worden, die het volk Israël zou leiden. "Waar zou hij geboren worden?"vroeg Herodes angstig. "In Betlehem", antwoordden de schriftgeleerden.

Herodes riep de Wijzen bij zich en hij deed heel vriendelijk en aardig tegen hen. Hij deed net of hij ook heel graag de jonge koning wilde aanbidden. "Ga maar naar Betlehem, daar is de jonge koning geboren. En als je hem gevonden hebt, wil je dan mij komen vertellen waar ik de jonge koning kan vinden? Dan ga ik hem ook aanbidden", zei Herodes. Maar dat was Herodes helemaal niet van plan, hij wilde het kindje helemaal niet aanbidden, maar juist kwaad doen.

De Wijzen gingen weer op weg, nu naar Betlehem en de ster bleef staan boven een klein eenvoudig huisje in Betlehem. Ze gingen naar binnen en vonden daar het kindje Jezus bij zijn moeder op schoot. Ze waren zo blij dat ze koning Jezus hadden gevonden en knielden voor hem neer. De kostbare kado's gaven ze aan het kindje, zoals je doet bij een jonge koning, die is geboren. Ze hadden er alles voor over gehad om het kindje Jezus te vinden, wat waren ze nu gelukkig. Dat de jonge koning niet in een paleis woonde vonden ze helemaal niet raar. Ze wisten en geloofden dat Jezus de Messias, de Redder zou worden van alle mensen.

Diezelfde nacht droomden de wijzen allemaal dezelfde droom. Ze hoorden een stem, die hen zei om niet terug te gaan naar koning Herodes omdat hij een bedrieger was en het kindje kwaad wilde doen.

De Wijzen vertrokken weer . Maar ze gingen niet langs koning Herodes, maar via een andere weg terug naar huis.

Hun hele leven waren ze gelukkig en blij omdat zij geloofden dat het kindje Jezus ook voor hen op aarde was gekomen.

Lees ook eens het document: De Ooggetuigen

  naar top van deze pagina  

mail holyhome