DE BERGREDE VAN JEZUS
is de vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
De Bergrede is te vinden in de hoofdstukken 5, 6 en 7 van
Mattheus en in Lukas 6.
De Historische
achtergrond.
Matthëus vertelt hoe Jezus rondtrok door heel Galilea en in de
synagogen leerde.
Hij
verkondigde het goede nieuws van het Koninkrijk der hemelen en genas
zieken onder het volk.
Al snel
stroomden van alle kanten de mensen toe om de wonderen te zien.
Lukas 6:12-19 vertelt overigens dat Jezus deze nacht tussen de aankomst
bij de berg en de grote rede, wakend heeft doorgebracht. Het is de
enige keer dat wij lezen over een hele nacht vol gebed. Jezus begon
niet te spreken voordat hij urenlang voor het volk geknield had liggen
smeken bij de Vader.
Om te begrijpen wat Jezus de menigte leerde, is het goed om te kijken
naar de omstandigheden waarin Jezus sprak.
Politieke, godsdienstige omstandigheden werden nogal eens gebruikt om
Zijn boodschap duidelijk te maken.
1.Godsdienstige
omstandigheden
In de tijd waarin Jezus opgroeide, werd het godsdienstige
klimaat gekleurd door vier belangrijke groeperingen:
Sadduceeën, Farizeeën, Essenen en Zeloten. We kunnen
aannemen dat Jezus tijdens Zijn jeugd deze stromingen kende. Van deze
groeperingen konden de Farizeeën, de Zeloten en de Essenen
niet leven met de bestaande toestand. Zij waren op zoek naar herstel
van het door God uitverkoren volk.
De Farizeeën vormden de stroming waar Jezus het meest mee te
maken gehad heeft. Zij zagen het als hun opdracht het Joodse volk te
bewaren bij de thora. Het zijn vaak moedige mannen geweest, die met
inzet van hun leven geprobeerd hebben het joodse erfgoed te behoeden
voor invloeden van buitenaf. Om er zeker van te zijn dat men niet per
ongeluk de voorschriften van de Thora zou overtreden, werd er door hen
een soort beschermde omheining aangebracht. Zo werd bijvoorbeeld
gesteld dat de sabbat een uur eerder moest beginnen om te voorkomen dat
men per ongeluk te laat zou beginnen. Men ging hierin echter steeds
eerder verder en werd gedetailleerder in de voorschriften. Als
drijfveer kunnen we veronderstellen dat het hen ging om het behoud van
de eigenheid van Israël en de godsdienst. Kortom: in het
algemeen waren de Farizeeën felle strijders voor het joodse
geloof, vervuld met een oprechte afkeer van de heidense Romeinse
bezetter. Toch bemerken we bij Jezus een zekere felheid ten opzichte
van de Farizeeën. Het betreft dan het feit ze anderen zware
lasten opleggen. Jezus heeft deze vier groeperingen ongetwijfeld van
nabij gekend en hun goede en minder goede kanten geweten. Hoewel
diverse theologen Hem proberen te plaatsen in een van deze stromingen
blijkt toch dat Hij een geheel eigen en unieke weg is gegaan met een
geheel eigen en unieke boodschap. Op dertien jarige leeftijd treedt
Jezus in de openbaarheid en begint met Zijn evangelieverkondiging.
Letterlijk genomen betekent evangelie ‘goed
bericht’. Een goed bericht in geval van overwinningen aan het
front of berichten van belangrijke gebeurtenissen rondom de keizer die
goddelijke eer genoot. Het evangelie van het koninkrijk betekent: de
goede en verblijdende tijding dat Gods koninkrijk gekomen is steeds
meer zichtbaar wordt. Het hemel rijk is daarbij niet hetzelfde als de
hemel. Met het Koninkrijk der hemelen wordt bedoeld dat de hemel en het
gezag van God de toon aangeven. Nu Jezus aantreedt, is deze toekomst
nabij. Een blijde boodschap. Deze heilsboodschap vormt de kern van de
leer en het werk van Messias Jezus. Later is de betekenis van het woord
evangelie verbreed, maar de oorspronkelijke betekenis ten tijde van
Jezus openbaring was de aankondiging van een nieuw tijdperk van
Godsheerschappij op aarde. Een belangrijk gegeven met het oog op de
bergrede, zoals we nog zullen zien.
2.Wat
staat er nu eigenlijk?
De bergrede, zoals beschreven in Matthëus 5 tot 7, kan op
diverse manieren worden ingedeeld. De bergrede kan gezien worden als
richtlijn voor het leven van een christen, die weet dat God hem elk
moment van de dag ziet. Velen in de wereld om hem heen levenanders en
houden geen rekening met God. In de Bergrede is dat terug te vinden in
allerlei situaties, die op twee manieren worden bekeken. Het gaat dan
om twee manieren van handelen, die tegengesteld zijn. Je kunt aalmoezen
geven en bidden als een geveinsde,een huichelaar. Maar dat kan anders.
Je kunt schatten verzamelen en zorgen dat je rijk wordt,maar dat kan
ook anders,je kunt bezorgd zijn over allerlei dagelijkse dingen, maar
dat kan anders. Je kunt peuteren aan de splinter in het oog van je
naaste, maar dat kan ook anders, je kunt ingaan door de brede poort,
maar dat kan ook zeker anders. in het dagelijks leven van hen die geen
rekening houden met God gebeuren dingen vaak op de ene manier,maar als
christen wordt er juist wat anders van je verwacht .opvallend is dus
het denken in tegenstellingen.
De Bergrede laar zien dat het besef van Gods aanwezigheid gevolgen
heeft voor de keuzes die je maakt. Gevolgen voor de verhouding die de
christen heeft tot zijn naaste, die vaak dingen anders aanpakt.
3.
De Bergrede, wat nu?
De
bergrede is de grondwet van het koninkrijk van God. Het koninkrijk van
God is nergens op aarde te vinden,in de zin van een gebied van
landsgrenzen. Christus richt dit op de harten van Zijn onderdanen. In
de bijbel klinkt tot iedere hoorder de nodiging burger van dit
Koninkrijk te worden:Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort
en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die
door dezelve ingaan; want de poort is eng en de weg is nauw, die tot
het leven leidt, en weinigen zijn er die denzelven vinden. De weg om
burger te worden is wedergeboorte en bekering. God heeft een volk voor
zichzelf gewild. Een volk dat hem toebehoort en dient. Daarvoor is de
Heere Jezus op aarde gekomen en heeft zichzelf gegeven. Opdat Hij ons
zou verlossen van alle ongerechtigheid,en Zichzeengerechtigheid,en
Zichzeleven is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en
weinigen zijlven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken
(Titus 2:14)
Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten
met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen.
1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging
hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.
2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:
3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het
koninkrijk van de hemel.
4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen
verzadigd worden.
7 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van
God genoemd worden.
10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij
uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. (Mattheus 5)
___________________
38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd:
“Een oog voor een oog en een tand voor een tand.”
39 En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet,
maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te
keren.
(Mattheus 5)
________
7 Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de
heidenen,
die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.
8 Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben,
nog vóór jullie het hem vragen.
9 Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam
geheiligd worden,
10 laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde
zoals in de hemel.
11 Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
12 Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons
iets schuldig was.
13 En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het
kwaad.
14 Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse
Vader ook jullie vergeven.
15 Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je
misstappen evenmin vergeven.
(Mattheus 6)
LEES OOK EENS HIER
De
toespraak van Jezus op de berg (de Bergrede) is een van de bekendste
passages uit het Nieuwe Testament.
Het is een krachtige samenvatting van de leer die Jezus preekte in de
jaren tussen zijn doop en zijn dood.
In deze toespraak wordt heel duidelijk dat Jezus elke vorm van geweld
afwees. Ook zelfverdediging is voorJezus geen excuus om geweld te
gebruiken. Tegelijkertijdbiedt hij een alternatief aan: geweldloos
verzet. Dat lijkt soft
en weinig effectief maar de machthebbers uit de tijd van Jezus wisten
wel beter. Deze geweldloze, populaire rabbi ondermijndehun positie veel
meer dan de gewelddadige opstandelingen.De moordenaar Barabbas werd
vrijgelaten maar Jezus moest dood.
In de Bergrede geeft Jezus een voorbeeld van krachtig, geweldloos
protest tegen onderdrukking en uitbuiting. Hij zegt: "Als iemand een
proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem
dan ook je bovenkleed af." (Mt. 5:40) Het gaat in deze zin om een
rijke, een schuldeiser, die een rechtszaak aanspant tegen een arme die
zijn lening niet kan afbetalen. Het gebeurde in die tijd dat de
allerarmste mensen een lening afsloten om niet van de honger omte
komen. Omdat ze geen huis, sieraden of andere kostbaarheden
bezaten,konden ze niets anders doen dan hun kleding als onderpand
geven.
Het Oude Testament geeft duidelijke wetten voor een dergelijke
situatie:"Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt,
gedraag jedan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem.
Als je iemands
mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem
teruggeven, want hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken.
Waarmee moet hij zijn lichaam anders beschermen als hij gaat slapen?"
(Ex. 22:24-26) Wanneer de profeet Amos tekeer gaat tegen de misdaden
van het volk Israëlnoemt hij als voorbeeld: "Ze strekken zich
naast de altaren uit op kleren die ze in onderpand hebben." (Amos 2:8)
Dat is de situatie waar Jezus op doeltin Matteüs 5.
Wanneer de rechter bepaalt dat de arme zijn onderkleed moet afstaanaan
zijn schuldeiser, moedigt Jezus hem aan ook zijn bovenkleed af te
staan. Zijn toehoorders hebben hier ongetwijfeld hard om gelachen en
instemmendgejuicht. Want wie zijn onder- en bovenkleed uittrok, was
naakt. Strippen voor de ogen van de rechters, de schuldeiser en het
publiek. Een duidelijke daad van protest. De machteloze beschaamt de
machthebbers. "Jij wil mijn onderkleed? Hier, neem de rest ook maar! Nu
heb je alles behalve mijn lichaam. Wil je dat ook hebben?" Naaktheid
was taboe in Israël, en het was niet de naakte die zijn
waardigheid verloor maar degene die naar de naaktheid keek of deze
veroorzaakte. Zo geeft Jezus meer voorbeelden van daden van verzet die
het hele systeem van onderdrukking en onrecht ontmaskeren.
Geweldloos verzet is niet soft. Het kan de wereld veranderen. Denk aan
hoe Mahatma Gandhi het Britse Rijk versloeg, hoe Martin Luther King
gelijke burgerrechten voor zwarte Amerikanen afdwong of hoe de
Servischestudenten het regime van Milosevic omver wierpen door
onophoudelijk te demonstreren. Jezus, Gandhi, King en vele andere
pacifisten hebben hungeweldloze verzet met de dood moeten bekopen. Maar
vallen er in een oorlog soms geen slachtoffers? Het grote verschil met
een oorlog is dat deze helden wel bereid waren om te sterven voor hun
idealen maar niet om te doden. Daardoor werd de cirkel van angst,
geweld en haat uiteindelijk doorbroken. Zoals Paulus zegt: "Als je
vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef
hem dan te drinken. Dan stapel je gloeiende kolen op zijn
hoofd’. Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin
het kwade door het goede." (Rom. 12:20-21) Kerk en Vrede gelooft in de
kracht van geweldloosheid en wil dat uitdragen in woord en daad, zoals
Jezus het ons geleerd heeft.
De Bergrede is de rede of onderwijzing van Jezus Christus gehouden op
een berg. De Bergrede wordt zowel beschreven in het Evangelie naar
Mattheus (Mt. 5-7) als in het Evangelie naar Lucas (Luc. 6,17-49). De
Bergrede bestaat uit de Zaligsprekingen, de Weespreuken en enkele
praktische leefregels.
Inhoud
Bergrede
De
Bergrede begint met de zaligsprekingen. Jezus neemt het op voor de
armen en zwakkere mensen en spreekt hen zalig (spreekt uit dat hun
positie een zegen is, gezien het gevolg van die positie). In Lucas
volgen er op de zaligsprekingen de zogenaamde weespreuken. De
weespreuken roepen de mensen die onrecht doen op om recht te doen.
Daarna volgen er praktische leefregels. Mensen worden opgeroepen om, in
navolging van God en Christus, barmhartigheid te doen, goede werken en
daden te verrichten zonder er iets terug voor te verwachten, ruzies en
meningsverschillen bij te leggen, geen echtbreuk te plegen, niet te
zweren of een eed af te leggen, geen kwaad met kwaad te vergelden, iets
uit te lenen zonder iets terug te verwachten, een pacifistische houding
te tonen, lief te hebben in plaats van te haten, te bidden en vasten,
aalmoezen te geven, iemand niet te veroordelen, zich niet te veel te
bekommeren om aardse zaken, zich niet schijnheilig te gedragen en om
standvastig in het geloof te staan enz.
De Thora en de
Bergrede
Volgens
sommigen vervangt de Bergrede de leefregels zoals opgesteld in de
Thora. Volgens anderen zag Jezus zelf zijn Bergrede waarschijnlijk als
een interpretatie van de Thora. Dit onderbouwen zij met de uitspraak
(van Jezus) dat er geen jota noch tittel uit de Wet (=Thora) geschrapt
zal worden totdat alles gebeurd is.
Interpretatie
De
Bergrede is vrij ingewikkeld te interpreteren. In ieder geval roept hij
op om goed te zijn voor je naasten, hen te respecteren en niet te
veroordelen en om goed te zijn voor jezelf. De Bergrede is door de
eeuwen heen een inspiratiebron geweest voor christenen, christelijke
schrijvers, niet-christenen.
BETEKENIS
VAN DE BERGREDE
Eerst wat algemene noties van de Bergrede, om de betekenis ervan te
verduidelijken.
Als we spreken over de Bergrede is het allereerst van belang na te gaan
voor wie deze rede is uitgesproken. Het antwoord daarop vinden we in
vers 1 en 2 van Mattheüs 5.
Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten
met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen.
De bergrede werd door Jezus uitgesproken jegens de leerlingen, zijn
discipelen. Daarom kunnen we stellen, wetend dat ook wij discipelen van
Jezus zijn, dat de rede bedoeld is voor alle christenen. In de bergrede
zegt Jezus tegen ons: leef op deze manier, omdat je christen bent. De
bergrede geeft een karakterbeschrijving van een christen.
BETEKENIS VAN DE
ZALIGSPREKINGEN Mattheüs 5:1-10
Als we
dan nog iets dieper gaan, komen we aan het begin van de bergrede bij de
zaligsprekingen. Dit woord komt uit de oudere bijbelvertalingen waar
voor het woord ‘gelukkig’ in de Nieuwe
Bijbelvertaling het woord ‘zalig’ werd genoemd. Wat
is nu de betekenis van die zaligsprekingen? Wat wil Jezus nu hiermee
zeggen?
1. Alle christenen moeten zo zijn
Dat is de eerste betekenis. Wat in die zaligsprekingen door de Heer
wordt uitgesproken geldt voor alle christenen: jullie behoren zo te
zijn.
2. Alle christenen moeten al deze karaktereigenschappen bezitten
Deze eigenschappen behoren toe aan de christenen. Zonder dit is er iets
mis in je leven. Als je een van deze eigenschappen mist is er in je
christelijk leven een zwakke schakel. Het is dus niet zo als met de
gaven van de Heilige Geest dat de een dit ontvangt en de ander het
andere. Nee, het laat zien welke eigenschappen een christen moet
hebben.
3. De eigenschappen verwijzen niet naar iets dat je van nature bezit
Dit is heel belangrijk en moet je in je oren knopen. Jezus heeft zijn
rede uitgesproken voor gelovigen en hen eigenschappen verteld die
behoren bij het nieuwe leven dat je krijgt als je wedergeboren wordt.
Natuurlijk zijn er mensen die van nature nederig zijn, of zachtmoedig,
of vredestichtend. Als mens kunnen we ook niet die eigenschappen
bezitten. En bovendien zou het heel erg onrechtvaardig zijn als Jezus
zegt dat alleen zij gelukkig zijn, die van nature…. zijn.
Als je dan van nature geen vredestichter bent, kun je dus ook niet
gelukkig worden. Dat geluk is niet afhankelijk van afkomst, karakter of
opleiding, maar van ons nieuwe leven van waaruit we anders gaan leven.
4. De beschrijvingen tonen het grote verschil tussen christenen en
niet-christenen
Deze karakterbeschrijvingen laten zien dat ons geloof van een hele
andere wereld en wezenlijk anders is dan van dat van de wereld rondom
ons. Een tijd geleden sprak ik over onze idols. Wie bewonderen wij?
Christenen bewonderen mensen die daadwerkelijk een nederig leven
leiden. De wereld rondom ons beschouwt hen als slappelingen, als niet
bepaald cool. Het gaat de wereld om mensen die selfmade zijn. Mensen
die aantonen dat ze ‘wat zijn’. Mensen die
‘blaken van zelfvertrouwen’, die hun wereld gemaakt
hebben en die aan the American dream hebben voldaan door van
krantenjongen een groot zakenimperium hebben opgebouwd.
Waar hongeren en dorsten de mensen om ons heen naar? Naar rijkdom,
aanzien, een status, macht. Toen mijn chef ooit zei dat hij niet uit
was op macht, zei ik direct tegen hem: “maar wel op
invloed”, en ik bleek gelijk te hebben. Christenen hongeren
en dorsten naar de gerechtigheid. Daarmee wordt bedoeld: dat we recht
tegenover God kunnen staan.
5. De zaligsprekingen kennen een natuurlijke opbouw
Als we de zaligsprekingen zullen gaan volgen, zullen we zien dat ze een
logische opbouw hebben. Er wordt een fundament gebouwd, gebaseerd op de
eerste zaligspreking en waarop de volgende zaligspreking van nature
volgt. Die is weer het fundament voor de daaropvolgende zaligspreking.
Als voorbeeld hier de 1e zaligspreking: gelukkig wie nederig van hart
zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel
Die is zeker in het verleden vaak misbruikt. In alle Nederlandstalige
bijbelvertalingen wordt deze zaligspreking vertaald met
‘zalig de armen van geest’, waardoor veel
verwarring ontstond.
Wat
nederigheid / arm van geest zijn niet is :
Minder
begaafden
Zo hebben mensen gedacht dat Jezus hier sprak over eenvoudige, niet
geleerde, mensen of zelfs over mentaal gehandicapten. Maar goed, als we
terugdenken aan wat ik eerder zei, namelijk dat de zaligsprekingen niet
gaan over de natuurlijke staat van de mens, kan dit niet juist zijn.
Dan zouden in Jezus’ ogen de geleerden niet zalig of gelukkig
kunnen zijn.
Armen
– niet rijk zijn
Anderen hebben het parallelle bijbelgedeelte in Lucas 6:20
opgezocht en daar gelezen: “zalig gij
armen….” En gedacht dat Jezus het hier heeft over
armoede. Dat het beter is om arm te zijn, zonder geld. En dat de
bergrede ging over de solidariteit met de armen. Dat we alles evenredig
onder elkaar moesten verdelen. Ook deze redenering klopt niet. Hij gaat
op dezelfde manier mank. Ook armoede gaat niet over het nieuwe leven
van de christen, maar kan zich bij zowel niet-gelovigen als gelovigen
manifesteren. Bovendien kunnen ook armen in hun situatie op rijkdom
vertrouwen: “als ik maar zoveel geld had, dan zou
ik….”.
angstig zijn,
timide, jezelf terugtrekkend of zwak
Er
bestaat een rare gedachte dat nederigheid gelijk is aan timide zijn,
jezelf op de achtergrond plaatsen, niet groot willen zijn.
Je komt dan ook christenen tegen met de houding van deze man, een
tekening van de persoonlijkheid Uriah Heep in het boek David
Copperfield van Charles Dickens. Een man die door zijn kruiperigheid
dacht een nederig leven te kunnen leiden.
Zo
beschrijft Martin Lloyd Jones in zijn boek een man in een kerk waar hij
ging preken. Al op het station nam hij zijn koffer over. “Ik
ben diaken in de kerk waar u spreekt”, zei hij. Om er daarna
aan toe te voegen: “Weet u, ik ben niets bijzonders, ik ben
eigenlijk heel onbelangrijk. Ik tel niet mee. Ik ben geen
vooraanstaande figuur in de kerk; ik ben slechts iemand die de koffer
van de dominee draagt”. Hij wilde graag laten weten hoe
nederig hij eigenlijk wel was. Zo zei een spreker een tijd geleden dat
we moeten oppassen om te zeggen: “Ik ben zo nederig, ik ben
er gewoon trots op”. Te koop lopen met je eigen armoede van
geest, terwijl je het eigenlijk niet zo voelt. Dat bedoelt Jezus hier
niet mee.
Onderdrukking
van het eigen karakter of de eigen persoonlijkheid
Sommige mensen denken dat Jezus hier zegt dat je jouw eigen karakter en
persoonlijkheid moet opgeven.
Voor God is ieder mens van belang. Hij heeft een ieder geschapen met
een eigen karakter en persoonlijkheid. Het zou natuurlijk heel raar
zijn als Hij eerst mensen schept met die eigenschappen en vervolgens
van hen vraagt om ze uit nederigheid weer af te leggen. Het is niet
Gods wil dat je jezelf helemaal wegcijfert als persoonlijkheid.
Wat
is het dan wel?
Nee het gaat hier om de staat waarin de gelovige zich bevindt. Maar
vooral ook de houding die een christen ten opzichte van zichzelf en
jegens God heeft. Het Grieks vertaalt dit gedeelte inderdaad met armen
van geest. Het woord arm wordt gebruikt voor iemand die een bedelaar
is. Zo iemand heeft niets en is van anderen afhankelijk voor zijn
dagelijks voedsel.
Zoals een bedelaar die niets heeft en van anderen afhankelijk is,
moeten wij zijn. Beseffen dat we uit onszelf niets zijn en dat we in
alles van God afhankelijk zijn. Zo’n houding stuit ons maar
ook onze wereld tegen de borst. We willen namelijk graag iets zijn. Er
bestaat zelfs een hele filosofie die zegt dat we moeten streven om in
ons leven iets belangrijks te doen. Als we ons hele leven niet onze nek
hebben uitgestoken, is ons leven zinloos geweest.
Jaren geleden was er een man die een lied van Charles Wesley
becommentarieerde waarin deze schreef:
Heilig, driemaal heilig zijt Gij
Zie ontfermend op mij neer
Niets dan zwakheid vindt Ge in mij
Schenk mij Uw genade O Heer
Deze recensent schreef: het is toch belachelijk voor woorden om zoiets
te schrijven. Welke man die een baan zoekt stapt naar zijn werkgever en
zegt: “Ellendig ben ik en vol van zonde”. Dat is
toch volkomen belachelijk!!!
Daarin zien we het verschil van visie tussen deze wereld en christenen.
De christen beschouwt zijn leven als een leven in relatie met God. En
als we oog in oog met God komen, beseffen we wie we zijn. We zijn uit
onszelf niets, we hebben uit onszelf niets en uit onszelf zouden we
nooit voor God kunnen verschijnen.
Daarom zegt Paulus in Romeinen 3 tot de Joden, die dachten nog uit
zichzelf vanwege hun afkomst God te kunnen behagen het volgende:
Wat betekent
dit alles? Zijn we als Joden nu bevoordeeld?
Niet in alle opzichten, want ik heb immers al heel duidelijk gemaakt
dat allen, zowel de Joden als de andere volken, in de macht van de
zonde zijn. 10 Zo staat er ook geschreven:
‘Er is geen mens rechtvaardig, zelfs niet
één,
11 er is geen mens verstandig,
er is geen mens die God zoekt.
12 Allen hebben ze zich afgewend,
heel de mensheid is verdorven.
Er is geen mens die nog het goede doet,
er is er zelfs niet één.
13 Hun keel is een open graf,
hun tong is bedrieglijk,
achter hun lippen schuilt het gif van een adder,
14 hun mond is vol vervloeking en venijn.
15 Ze haasten zich om bloed te vergieten,
16 brengen ellende en vernietiging.
17 De weg van de vrede kennen ze niet,
18 angst voor God kennen ze niet.’
Wij weten dat de wet in alles wat hij zegt alleen tot degenen spreekt
die aan de wet zijn onderworpen. Maar uiteindelijk wordt ieder mens het
zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God. 20 Daarom
is voor hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft, want
juist de wet leert ons de zonde kennen.
Het lijkt wel of deze visie op onze relatie tot God helemaal verdwenen
is. Welke christelijk leider is populair, wie volgen we na? We hebben
het dan over mensen met ‘personality’ met
‘charisma’ en denken dat het charisma dat hij
uitstraalt gelijk staat aan Geest vervuld zijn. De personality van
Paulus was daar zwaar aan tegengesteld. Je moet je maar eens afvragen
of Paulus in deze tijd zou worden aangenomen als voorganger als hij van
zichzelf zegt in 1 Corinthiërs 2 vanaf vers 1:
Ook
Paulus als apostel...
1 beschikte niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid.
2 Ik had besloten geen andere kennis te brengen dan die over Jezus
Christus – de gekruisigde.
3 Bovendien in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker.
4 De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar
bewees zich door de kracht van de Geest,
5 want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de
kracht van God.
Paulus zegt van
zichzelf in 2 Corinthiërs 4:
Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Jezus Christus de
Heer is en dat wij omwille van hem uw dienaren zijn
De houding van God jegens ons is als volgt (Jesaja 57: 15)
15 Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid
– heilig is zijn naam:
In hoogheid en heiligheid zal ik tronen, met hen die verslagen en
onaanzienlijk zijn,
opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot
leven komt.
De NBG-vertaling vertaalt het tweede deel van dit vers als volgt:
In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en
nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der
verbrijzelden te doen opleven.
Het woord voor verbrijzeld hier wordt vertaald als: “in het
stof terecht gekomen”; “iemand die volledig
neergeslagen is”. Bij mensen die geestelijk die ervaring
hebben. Die weten dat ze uit zichzelf in het stof bijten. Die volledig
neergeslagen zijn. Bij die mensen wil de Here wonen. En weer moeten we
oppassen hier in de valkuil terecht te komen dat het hier om psychisch
gestoorde en gewonde mensen gaat. Daar gaat het hier niet om. God
spreekt gewone mensen aan die toch diep van binnen beseffen dat als ze
in het licht van God komen, niets in te brengen hebben.
Het is die
houding die sprak door diverse persoonlijkheden in de bijbel:
Gideon, Richteren 6:15-16
‘Mag ik u vragen,’ antwoordde Gideon,
‘hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn familie
heeft in onze stam, Manasse, niets in te brengen, en ikzelf ben de
jongste van de familie.’ 16 De HEER antwoordde:
‘Dat kun je omdat ik je bijsta. Je zult de Midjanieten
verslaan alsof je met niet meer dan één man te
doen had.’
Mozes, Exodus 2:11-12
11 Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan
en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’ 12 God
antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het
teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt
weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’
Jesaja, Jesaja
6:5-7
5 Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik
ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat
onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER
van de hemelse machten, gezien.’ 6 Toen nam een van de serafs
met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij
af. 7 Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je
lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn
tenietgedaan.’
Jezus
Johannes 8:28
28
‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt,’ ging
Jezus verder, ‘dan zult u weten dat ik het ben, en dat ik
niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het
mij geleerd heeft. 29 Hij die mij gezonden heeft is bij mij; hij heeft
me niet alleen gelaten, omdat ik altijd doe wat hij wil.’
Johannes 12:48-49
48 Wie
mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles
wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen. 49 Ik heb
niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft,
heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken. 50 Ik
weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik
zoals de Vader het mij verteld heeft.’
Johannes 14:8-11
8 Daarop
zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen
we niet.’ 9 Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij
jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de
Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? 10 Geloof
je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek
niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij
blijft, doet zijn werk door mij. 11 Geloof me: ik ben in de Vader en de
Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij
doet.
Ook Jezus zelf erkende volledig van de Vader afhankelijk te zijn. Hij
was volledig op Hem aangewezen. Hij koos ervoor volledig van Hem
afhankelijk te zijn.
Arm van geest
zijn, nederigheid is:
- Volledig gemis aan hoogmoed: “ik kan dat heel erg goed, ik
ben goed van mezelf”
- Volledig gemis aan trots: “wat ben ik toch goed, wat heb ik
dat goed gedaan”
- Volledig gemis aan zelfvertrouwen: wat is in ons leven hetgeen waarop
je vertrouwt? Vertrouw je alleen op jezelf, je eigen kunnen, je eigen
mogelijkheden?
- Volledig gemis aan zelfverzekerdheid: “dat kan is
goed”, “daar ben ik sterk in”.
- weten dat we als we voor God staan niets zijn – niets naar
voren brengen – niets zelf kunnen doen
Het betekent dat je nergens op steunt of je nergens op beroemt. Niet op
je familie, je afkomst. Niet op je land of je nationaliteit (leuk als
je net “nee” hebt gestemd, omdat je bang bent voor
de soevereiniteit van ons land). Niet op onze opleiding of verworven
positie. Niet op ons geld of onze bezittingen.
Het is zoals
Paulus schreef:
Filippenzen 3
3 Wij
zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest
van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, 4
hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. Als
anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5 Ik werd
besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van
Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren
Hebreeër met de wetsopvatting van een Farizeeër 6 en
heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over
gerechtigheid staat, voldeed ik volledig. 7 Maar wat voor mij winst
was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker
nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn
Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles
prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus
winnen 9 en één met hem zijn – niet
door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die
van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus.
Al die dingen kunnen mij afhouden om mijzelf werkelijk te kennen, maar
vooral ook om Jezus te leren kennen en alles voor Hem te gaan doen. In
verhouding daarmee wordt alles wat we zijn, hebben gedaan, hebben
geleerd, hebben opgebouwd en hebben gekocht hetzelfde als afval. We
kunnen het aan de straat zetten, klaargezet om door de vuilnisman te
worden opgehaald. Het is niets meer waard.
Ons leven speelt zich nu af op een ander niveau en heeft een ander doel
gekregen dan wij ons ooit voorstelden.
Daarom zegt
Paulus in
Galaten 2:20:
Met
Christus ben ik gekruisigd: 20 ikzelf leef niet meer, maar Christus
leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon
van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.
TOEPASSING
Mooi geschreven. Mooi verteld. Maar nu nog de praktijk. Wij hebben
begrepen dat Jezus degene wil zegenen die arm van geest, die nederig is.
We hebben begrepen dat het gaat om mensen die zichzelf in het licht van
God zelf zien. Die zien dat ze niets zijn en niets hebben uit zichzelf.
Maar dan de praktijk. Hebben we echt alles losgelaten om God te dienen?
Is ons leven echt zodanig dat we beseffen dat we niet meer zelf leven,
maar dat Christus in ons leeft? En leven we hier op aarde ook
daadwerkelijk alleen maar voor Jezus en niet meer voor onszelf of voor
de mensen die ons lief zijn? Is ons leven zoals Paulus schreef in
Romeinen 6:
13 Stel
uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het
onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan uzelf als levenden
die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een
werktuig voor de gerechtigheid.
Zijn we ook daadwerkelijk waar we ook zijn en wat we ook doen in dienst
van God?
Ook als moeiten in uw leven komen? Als u echt terneergeslagen wordt?
Psychisch, sociaal of financieel? Kunt u dat dan rustig overgeven en
aan de Heer toevertrouwen en Hem alles geven?
Lees meer over
de diepere bedoelingen van de


















