JOZEF WORDT DOOR ZIJN BROERS VERKOCHT

Herinneringen om te koesteren

Om de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. 

Deze manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd. Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij kijken nu in de klas naar dia's of een videofilm in plaats van schoolplaten.

  Terug naar het overzicht van alle platen? Klik HIER

JKom dan, laten wij hem aan de Ismaëlieten verkopen

(Genesis 37: 27)
5 Op een keer had Jozef een droom. Toen hij die aan zijn broers vertelde, kregen ze een nog grotere hekel aan hem. 6 ‘Moeten jullie nu eens horen wat ik heb gedroomd,’ zei hij. 7 ‘We waren op het land schoven aan het binden, en toen kwam mijn schoof overeind en bleef rechtop staan. En jullie schoven gingen om die van mij heen staan en bogen daarvoor.’ 8 Zijn broers zeiden: ‘Dacht je soms koning over ons te worden? Wil je over ons heersen?’ Vanwege dat gepraat over zijn dromen gingen ze hem hoe langer hoe meer haten. 9 Opnieuw kreeg hij een droom die hij aan zijn broers vertelde. ‘Ik heb alweer een droom gehad,’ zei hij. ‘Nu bogen de zon, de maan en elf sterren zich voor mij neer.’ 10 Toen hij dit aan zijn vader en zijn broers vertelde, wees zijn vader hem terecht: ‘Zeg, wat is dat voor een droom! Moeten ik, je moeder en je broers ons soms voor jou komen neerbuigen?’

11 De broers konden Jozef wel vermoorden, maar zijn vader bleef nadenken over wat er gebeurd was.
12 Toen Jozefs broers er eens op uit getrokken waren om de kudden van hun vader bij Sichem te laten grazen, 13 zei Israël tegen Jozef: ‘Zoals je weet zijn je broers het vee aan het weiden bij Sichem. Ga jij eens naar hen toe.’ ‘Goed,’ zei Jozef, 14 en Jakob vervolgde: ‘Ga kijken hoe je broers het maken en hoe het met het vee staat, en breng mij dan verslag uit.’ Zo stuurde Jakob hem vanuit de Hebronvallei naar Sichem. 15 Toen Jozef daar in het veld ronddwaalde, kwam hij iemand tegen die hem vroeg wie hij zocht. 16 ‘Ik ben op zoek naar mijn broers,’ antwoordde hij. ‘Kunt u me zeggen waar zij het vee aan het weiden zijn?’ 17 ‘Ze zijn hier niet meer,’ zei de ander, ‘ik hoorde hen zeggen dat ze naar Dotan wilden.’ Jozef ging zijn broers achterna en trof hen in Dotan aan.

18 Zijn broers zagen hem al van ver, en nog voordat hij hen had bereikt, hadden ze een plan beraamd om hem te doden. 19 ‘Kijk daar eens,’ zeiden ze tegen elkaar, ‘daar komt die meesterdromer aan. 20 Dit is onze kans! Laten we hem vermoorden en hem ergens in een put gooien. We zeggen gewoon dat hij door een roofdier is verslonden. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen uitkomt.’ 21 Toen Ruben dat hoorde, wilde hij proberen Jozef te redden. ‘Nee, laten we hem niet om het leven brengen,’ zei hij. 22 ‘Er mag geen bloed vloeien! Gooi hem in die put hier, in deze verlaten streek, maar breng hem niet om.’ Zo wilde hij Jozef uit hun handen redden en hem ongedeerd naar zijn vader terug laten gaan. 23 Zodra Jozef bij zijn broers was gekomen, trokken ze hem zijn bovenkleed uit, dat mooie veelkleurige gewaad, 24 en gooiden hem in de put; de put was leeg, er stond geen water in. 25 Daarna gingen ze zitten eten.

Opeens zagen ze een karavaan naderen. Het waren Ismaëlieten die uit de richting van Gilead kwamen en op weg waren naar Egypte. De kamelen waren beladen met gom, balsem en cistushars. 26 Toen zei Juda tegen zijn broers: ‘Wat hebben we eraan om onze broer te vermoorden? Dan moeten we ook de sporen weer zien uit te wissen. 27 Laten we hem aan die Ismaëlieten verkopen in plaats van hem om te brengen; hij is tenslotte onze broer, ons eigen vlees en bloed.’ De anderen stemden hiermee in. 28 Toen er Midjanitische kooplieden uit de karavaan voorbijkwamen, trokken de broers Jozef uit de put en verkochten hem voor twintig sjekel, en die Ismaëlieten namen Jozef mee naar Egypte.

29 Toen Ruben weer bij de put kwam en ontdekte dat Jozef er niet meer in zat, scheurde hij zijn kleren. 30 Hij ging naar zijn broers terug. ‘De jongen is weg!’ riep hij. ‘Wat nu, wat moet ik nu!’ 31 Toen slachtten ze een bokje, pakten Jozefs veelkleurige gewaad en dompelden dat in het bloed. 32 Daarna lieten ze het naar hun vader brengen met de boodschap: ‘Dit hebben we gevonden. Kijk eens goed, is dit niet het kleed van uw zoon?’ 33 Jakob herkende het en riep uit: ‘Het kleed van mijn zoon! Hij moet verslonden zijn door een roofdier! Hij is verscheurd, Jozef is verscheurd!’ 34 Jakob scheurde zijn kleren, deed een rouwkleed om en rouwde over zijn zoon, dagenlang. 35 Al zijn zonen en dochters deden hun best om hem te troosten, maar hij wilde niet getroost worden en zei: ‘Ik zal rouw dragen totdat ik naar mijn zoon in het dodenrijk afdaal.’ Zo treurde Jakob om zijn zoon.
36 De Midjanieten brachten Jozef naar Egypte en verkochten hem aan Potifar, een hoveling van de farao en commandant van zijn lijfwacht.

Jozef in vogelvlucht

JOZEF VERKOCHT EN NAAR EGYPTE GEBRACHT

Jakob vestigde zich in Kanaän, het land waar ook zijn vader gewoond had. Dit is de geschiedenis van Jakob en zijn nakomelingen. Jozef, die inmiddels zeventien jaar was, weidde gewoonlijk samen met zijn broers de schapen en geiten; hij hielp de zonen van zijn vaders vrouwen Bilha en Zilpa, en alle praatjes die over zijn broers de ronde deden vertelde hij aan hun vader door. Omdat Israël al oud was toen Jozef werd geboren, hield hij meer van Jozef dan van zijn andere zonen, en hij had een prachtig bovenkleed voor hem laten maken in allerlei kleuren. De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en kon er geen vriendelijk woord voor hem af.

JOZEF EN DE VROUW VAN POTIFAR

Jozef was dus door de Ismaëlieten meegenomen naar Egypte, en daar was hij gekocht door Potifar, een vooraanstaand man die tot de hovelingen van de farao behoorde en het bevel voerde over zijn lijfwacht. De HEER stond Jozef terzijde, zodat het hem goed ging. Hij mocht in het huis van zijn Egyptische meester werken. Omdat zijn meester zag dat de HEER Jozef terzijde stond en alles wat hij ter hand nam voorspoedig liet verlopen, was hij Jozef goedgezind: hij maakte hem tot zijn persoonlijke bediende, liet de gang van zaken in huis aan hem over en gaf hem het beheer over alles wat hij bezat.

DE DROMEN VAN SCHENKER EN BAKKER

Zo kwam Jozef in de gevangenis terecht. Maar de HEER stond hem ter zijde en bewees hem zijn goedheid door ervoor te zorgen dat Jozef bij de gevangenbewaarder in de gunst kwam. Jozef kreeg de leiding over alle gevangenen en hij hield toezicht op het werk dat ze deden.

DE DROOM VAN DE FARAO

Twee volle jaren later kreeg de farao een droom. Hij droomde dat hij aan de Nijl stond. Toen zag hij zeven koeien uit de Nijl komen; het waren mooie koeien, die goed in hun vlees zaten. Ze gingen grazen in het oevergras. En kijk, daar kwamen weer zeven koeien uit het water; die waren lelijk en mager. Ze voegden zich bij de andere koeien aan de oever van de rivier.

JOZEFS BROERS IN EGYPTE

Toen Jakob hoorde dat er in Egypte graan was, zei hij tegen zijn zonen: ‘Waarom ondernemen jullie niets? Ik heb gehoord dat er in Egypte graan te krijgen is. Ga ernaartoe en koop daar graan voor ons, zodat we niet van de honger omkomen.’ Hierop gingen tien van Jozefs broers op reis om bij de Egyptenaren graan te kopen.

JOZEFS BROERS OPNIEUW IN EGYPTE

De hongersnood bleef het land teisteren. Toen het graan dat Jozefs broers uit Egypte hadden meegebracht op was, zei hun vader tegen hen: ‘Ga daar nog eens heen om wat voedsel voor ons te kopen.’ Juda antwoordde: ‘Die man heeft ons ten strengste gewaarschuwd dat we hem niet onder ogen mogen komen als we onze broer niet meebrengen.

JAKOB MET AL ZIJN NAKOMELINGEN NAAR EGYPTE

Israël ging op weg; al zijn bezittingen nam hij mee. In Berseba gekomen, bracht hij offers aan de God van zijn vader Isaak. ’s Nachts richtte God zich in een visioen tot Israël. ‘Jakob! Jakob!’ riep hij, en Jakob antwoordde: ‘Ik luister.’ God zei: ‘Ik ben God, de God van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten.’

JAKOBS LEVENSEINDE

Jakob woonde zeventien jaar in Egypte; hij werd honderdzevenenveertig jaar. Toen hij voelde dat hij niet lang meer zou leven, liet hij zijn zoon Jozef bij zich komen. ‘Als je het goed met me voorhebt,’ zei Israël, ‘leg dan je hand in mijn lies en geef mij blijk van je liefde en trouw: zweer dat je me niet in Egypte begraaft. Als ik straks gestorven ben, breng mij dan weg uit Egypte en begraaf me in het graf van mijn voorouders.’ Jozef beloofde het. ‘Zweer het mij,’ zei Israël. Jozef zwoer het hem, en daarna knielde Israël neer op het hoofdeinde van zijn bed.

JOZEFS DOOD

Jozef bleef in Egypte wonen, met zijn hele familie. Hij werd honderdtien jaar. Hij zag Efraïms kleinkinderen nog, en ook de geboorte van de kinderen van Machir, de zoon van Manasse, maakte hij nog mee. Toen hij zijn einde voelde naderen, zei hij tegen zijn broers: ‘God zal zich jullie lot aantrekken: hij zal jullie uit dit land wegleiden en je naar het land brengen dat hij onder ede aan Abraham, Isaak en Jakob heeft beloofd. Zweer me dat jullie, wanneer God zich jullie lot aantrekt, mijn lichaam van hier zullen meenemen.’ Jozef stierf toen hij honderdtien jaar was. Hij werd gebalsemd en in een sarcofaag gelegd, in Egypte.

Vertel het aan de kinderen - Jozef wordt verkocht

De broers wachten Jozef op. Hij is zeventien jaar, zij zijn allemaal ouder. Hun vader heeft Jozefhet liefst dichtbij zich, net als de jongste van de twaalf, Benjamin. Vader Jakob is gek op dietwee. Ze herinneren hem aan hun moeder, aan Rachel, zijn overleden lievelingsvrouw.

Maar nu heeft hij Jozef op reis gestuurd, op zoek naar zijn broers. Ze verzorgen de veestapelvan het familiebedrijf en zijn al dagenlang van huis. Jozef zoekt hen eerst in Sichem, maareen man wijst hem verder, richting Dotan, waar twee waterputten zijn. Hij blijft zoeken, wanthij moet zijn vader bericht geven hoe het met hen gaat. Maar hij is helemaal niet welkom; debroers zien hem als een verrader en een opschepper. Ze hebben hun plannetje gesmeed enwillen op Jozef afstormen

‘Nee, wacht!’ roept Ruben, de oudste. ‘Dit kunnen we echt niet maken. We kunnen ons geenmoord op de hals halen. Ik weet wat beters. Laten we Jozef in de put gooien, maar nietbotweg doden.

’‘Ook goed,’ zeggen de broers. Ze rennen op Jozef af, rukken de jas van z’n schouders engooien hem in een droogstaande put. Daar laten ze hem achter

Lachend om hun eigen overmoed beklimmen ze de heuvel weer. Ze lachen allemaal, behalveRuben, die zich schaamt. Hij verzint in stilte een manier om zijn broertje later op de dag uit deput bevrijden. Maar de andere jongens zijn hem voor

.‘Weet je wat?’ zegt Juda als ze op de heuvel aan de maaltijd beginnen, ‘we kunnen diewijsneus wel verkopen.’ Hij ziet uit het noorden juist een karavaan opdoemen. Het zijnIsmaëlieten, die met hun handel op weg zijn naar Egypte.
 
‘Dan hoeven we hem niet te doden,’ gaat Juda verder, ‘maar zijn we ons lieve broertje tochkwijt.’ De broers vinden dat een goed plan. Ze trekken Jozef uit de put en verkopen hem voortwintig zilverstukken, de gangbare prijs voor een kindslaaf. Ze zien hem langzaam in destofwolken verdwijnen, vastgebonden achter een kameel.

Ruben is ten einde raad: wat moet hij tegen zijn vader zeggen? Maar zijn broers slachten eenlam en kliederen het bloed op de mooie gekleurde jas van Jozef, die ze daarna kapotscheuren.

Als ze weer thuis zijn, laten ze het vod aan hun vader zien. ‘Dit vonden we onderweg, pa. Ishet niet de jas van uw zoon?’ ‘De jas van Jozef, mijn allerliefste zoon!’ roept Jakob uit. ‘O nee,hij is in stukken gereten!’ Jakob scheurt zijn kleren en huilt en rouwt dagen achter elkaar.Niemand kan hem troosten. Nee toch, waarom Jozef!

Jakob had gedacht dat deze zoon misschien wel een geheim bezat met al zijn dromen, eenbelofte van God – maar nu is die meesterdromer dood. ‘Ik zal zelfs in mijn graf nog over hemrouwen,’ klaagt hij.

Mooie, zelfs spannende verhalen over Jozef

Sommige mensen kennen de verhalen over Jozef en zijn broers goed. Het zijn mooie, zelfs spannende verhalen en soms hoor je ze al op de basisschool. Als de verhalen niet kent, dan zou je ze eens moeten lezen in de bijbel, zo rondom het 40e hoofdstuk van het bijbelboek Genesis. Sommige kennen de hoofdrolspeler al.

Dreamcoat, je weet wel, die prachtige mantel van Jozef die hij van z'n vader had gekregen. Ze waren met twaalf jongens thuis, maar alleen de 17 jarige Jozef kreeg de prachtige mantel. Ik blader een beetje terug. Ja, daar staat het. Omdat Jakob al oud was toen Jozef werd geboren, hield hij meer van Jozef dan van zijn andere zonen, en hij had een prachtig bovenkleed voor hem laten maken in allerlei kleuren.

De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en kon er geen vriendelijk woord voor hem af. (Gn 37, 3-4) Dreamcoat heet de kleurige mantel in de musical, want Jozef is een dromer. Hij droomt, wat droomt hij? Hij droomt dat ze diep voor hem buigen, zijn broers, zelfs zijn vader en moeder. Jozef is een dromer. En z'n vader heeft een zwak voor hem. Van Jozef houdt hij meer dan van de andere zoons. En hij laat daar ook nog eens een keer
geen misverstand over bestaan ook: de prachtige mantel, iedereen kan het zien, is alleen voor Jozef. De ideale ingrediënten voor een echte tragedie in de familie. Z'n broers kunnen hem wel vermoorden.

Maar vermoorden doen ze hem niet. Hoewel? Ze gooien hem in een put en verkopen hem aan slavenhandelaars die onderweg langskomen. Je kunt je afvragen of ze bij de verkoop hun broer als slaaf aan deze handelaars niet een moord op termijn plegen. Handelaars die hun verse slaaf mee naar Egypte nemen en daar verkopen aan een familie die dient bij de Egyptische farao.

De geschiedenis van deze Jozef is de schakel tussen twee heel verschillende manieren van leven.

Het is de brug tussen de verhalen van aan de ene kant Abraham, Izaak en Jakob, de zogeheten aartsvaders in Kanaän en aan de andere kant het latere verhaal over het slavenvolk Isräel in Egypte. Ze horen toch in Kanaän, dat is toch het land van belofte? Hoe zijn ze dan terechtgekomen in Egypte? Zó zijn ze in Egypte gekomen, vertelt ons het verhaal van Jozef en zijn broers.

Hongersnood was het, die de familie, de broers in eerste instantie, naar dat land dreef op zoek naar voedsel. En Egypte of all places bleek juist het land te zijn waar deze Jozef, de 22 jaar geleden door zijn broers hoogstpersoonlijk zelf verkochte jongste rotbroertje van wie ze nooit meer iets hadden gehoord, dat land blijkt het land te zijn waar deze Jozef nog in leven is en het inmiddels tot onderkoning en minister van voedselzaken heeft geschopt. Zonder dat iemand van zijn familie daar ook maar van op de hoogte is. Voor hen, voor zijn familie, is Jozef gewoon verdwenen. Verkocht, vermist, en vooral in het besef van zijn vader: dood.

Zijn vader had de gescheurde en bebloede amazing dreamcoat in de handen van de broers van Jozef gezien. Zo waren ze weer thuis gekomen. Zonder Jozef. Dood dus. De oneindig bedroefde vader kan uit de met bloed besmeurde mantel alleen maar de conclusie trekken dat zijn oogappel Jozef is verscheurd door een roofdier. Aan het einde van het verhaal dat we hebben gelezen, weigert Jakob pertinent om nóg eenjongere broer ook mee te laten gaan voor een tweede keer naar Egypte. Wij begrijpen dat.

Jaokob weigert heel beslist. Moet je eens opletten wat deze vader tegen zijn eigen zoons zegt! “Jullie maken mij kinderloos! Jozef is er niet meer, Simeon hebben jullie achter moeten laten in Egypte en nu willen jullie ook nog Benjamin bij me weghalen.” Ja, want de broers mochten met voedsel weer terugkeren naar Kanaän, maar ze moesten wel een gijzelaar achterlaten. Telkens als de broers terugkeren komen ze met minder mensen terug dan ze op weggingen. Hun vader wordt gek van angst en verdriet.

Voor kinderen lijkt het verhaal wel wat weghebben van een soort sprookje

Want die merkwaardige, grootheidswaanzinnige droom ooit van Jozef dat ze allemaal diep voor hem zullen buigen, die droom blijkt de waarheid te vertolken. Het lijkt zo wel een sprookje, mooier kan het bijna niet. Maar het is geen sprookje, want na die gekke dromen van de jonge Jozef over dat buigen voor hem van al zijn familieleden gaat het eigenlijk alleen maar razendsnel bergafwaarts met hem.

Eerst wordt hij ergens in de woestijn in een drooggevallen put gegooid. Daarna belandt hij in de Egyptische gevangenis. Heeft u weleens in de put gezeten? Ja? Nou, dan weet je dus hoe dat voelt. Geen sprookje. Heeft u weleens gevangen gezeten? Dan weet je wat opgesloten betekent. Géén sprookje dus. Een soort nachtmerrie.

Er is een bijzonder moment in het verhaal

Het vindt plaats als de Egyptische onderkoning Jozef plotseling haastig wegloopt uit het gezelschap van zijn broers. Hij loopt weg, hij kan zijn tranen niet meer bedwingen. Wat is dat moment waarop Jozef vol dreigt te schieten? Zijn broers zijn drie dagen in hechtenis geweest. Jozef heeft ze vanaf het begin (onterecht) beschuldigd van spionage. Na drie dagen kunnen ze vrijkomen en teruggaan, maar dan alleen als ze één van hun broers zullen achterlaten. Het is precies op dat moment dat er iets met de broers gebeurt.

Ze tonen berouw. Alsof ze – nu ze geprest worden om één van de groep achter te laten – alsof ze in gedachten weer helemaal terug zijn... bij hun vader, 22 jaar geleden. Toen ze toen terugkwamen en tegen hem gezegd zouden hebben: “Hé pa, we zijn weer terug. Alleen eh, Jozef is eh er niet meer bij.” Zal dat pijnlijke moment zich nu gaan herhalen? Terug bij Jakob, nu uit Egypte, maar weer zonder een van hun broers? Op dat moment tonen ze berouw. “Dit is onze straf omdat we ons niets hebben aangetrokken van de smeekbeden van onze broer, terwijl we toch zagen dat hij doodsbenauwd was.” Nee, het is geen sprookje. Jozef hoort zijn broers spreken van berouw en kan zich dan niet meer bedwingen. Hij wendt zich af en huilt. Waarom wil hij zijn tranen niet laten zien? Moet hij zich afwenden omdat hij een eerste krachtige impuls tot verzoening in zich voelt opkomen? Een aanvankelijk sterke aandrang, waarnaar hij niet wil luisteren? Hij gaat even weg. Vervolgens, nadat hij weer teruggekeerd is, zet hij zijn strenge Egyptische masker weer op. Hij spreekt zijn broers toe. Daarna gaat hij over tot handelen. “Toen koos Jozef Simeon uit en liet die voor hun ogen in de boeien slaan.”

Mooi verhaal, ook voor kinderen

Het gaat over opgroeien, ouder worden, over jaloers zijn, over bedrog en over wat echt waar is en wat niet waar. En de verborgenheid van die twee laatste, van waar en niet-waar. Hoe weet je nu of die bebloede mantel het teken is van de dood van Jozef, of dat er bedrog in het spel is? Hoe weet je dat? Hoe weet je of dromen bedrog zijn, of niet? Hoe zou je ooit kunnen weten dat de onderkoning van Egypte jouw eigen aan de slavenhandelaars verkochte en sindsdien vergoed verdwenen broer is? Hoe kun je ooit weten wat waar is? Wie zal de betere Amerikaanse president zijn? Naar welk ziekenhuis ga je als je ziek bent? Hoe weet je wat waar is? Deze vraag is dragend voor het hele Jozefverhaal. Een mooi verhaal dus, niet alleen voor kinderen. Ook een mooi verhaal voor hedendaagse gelovigen. Het mooie voor ons zit 'm, wil ik suggereren, hierin.

Nergens in de verhalen van Jozef handelt God 

Dat wil zeggen dat er nergens in deze geschiedenis sprake van is dat God ouderwets machtig en opdringerig is. De God die als een bliksemflits ingrijpt, die ontbreekt hier geheel. Als Jozef gekke dromen droomt, zijn het zijn rare dromen. Nooit bijvoorbeeld lees je dat God Jozef in die dromen iets wil duidelijk wil maken. Het zijn de dromen van Jozef, niet van God. Wanneer Jozef in Egypte is, staat God hem ter zijde. En daardoor, zegt de schrijver, gaat het goed met Jozef. Het helpt Jozef om goed te functioneren in het bedrijf van Potifar, bij wie hij in dienst is. Toch gaat het mis. Later, in de gevangenis gaat het Jozef goed af, want de Heer staat hem terzijde. Maar het is Jozef die uit zichzelf de dromen van de schenker en de bakker uitlegt, evenals later de droom van de farao, plus het advies om toch vooral voorraadschuren te bouwen voor de slappe jaren die zullen komen.

Dat moeten wij herkennen

In moeilijke tijden kun je tot God bidden. Om hulp en om kracht, om wijsheid misschien. Nadat je “amen hebt gezegd”, moet je zelf weer aan de slag. Het heeft geen zin te wachten op een wonder. Jij moet nadenken, handelen, beslissingen nemen. Wij zijn verantwoordelijk.

Daarom ook is het een mooi verhaal. Jozef is een beetje gek met zijn dromen, die hij rondvertelt aan zijn broers. Hij raakt in de put en zelfs in de gevangenis. Dáár ervaart hij de bijstand van God. Vervolgens gaat hij zelf aan de slag. Zelf aan de slag. Daar kunnen wij iets mee, toch? Dat het zo in elkaar kan zitten, toen in dit oude verhaal en nu precies zo voor ons.

Wil je een overzicht van alle platen? Klik HIER
    Terug naar het overzicht van alle platen? Klik HIER
Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden




FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG