Uit het evangelie van
Mattheüs
21 Daarop kwam Petrus bij hem
staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij
zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal
toe?’ 22 Jezus antwoordde:
‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal
zeven. 23 Daarom is het met het
koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen
van zijn dienaren. 24 Toen hij daarmee begonnen
was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was.
25 Omdat hij niets kon
terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en
kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld
kon worden ingelost. 26 Toen wierp de dienaar zich
aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met
mij, ik zal u alles terugbetalen.” 27 Zijn heer kreeg medelijden,
hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. 28 Toen deze dienaar naar
buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd
denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe:
“Betaal me alles wat je me schuldig bent!” 29 Toen wierp deze zich voor
hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je
betalen.” 30 Maar hij wilde daar niet
van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele
schuld zou hebben afbetaald. 31 Toen de andere dienaren
begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar
hun heer om hem alles te vertellen. 32 Daarop liet zijn heer hem
bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte
dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom
smeekte. 33 Dan had jij toch zeker ook
medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden
heb gehad met jou?” 34 En zijn heer was zo kwaad
dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld
zou hebben terugbetaald. 35 Zo zal mijn hemelse Vader
ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van
harte vergeeft.’
Over vergeven nagedacht 1
Er gaat bijna geen kerkdienst voorbij zonder
dat we het Onze Vader bidden. We zeggen dan onder andere: vergeef ons
onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren. We vragen God
om vergeving voor wat we verkeerd deden, zeiden of dachten en we vragen
vergeving voor wat we nalieten te doen. We geven het misschien niet
gemakkelijk toe, maar we hebben allemaal vergeving nodig, van God of
van andere mensen. En dus kunnen we bidden: vergeef ons onze schulden,
zelfs wanneer we niet bereid zijn om al onze schulden te erkennen. Maar
hoe zit het met de tweede helft van die zin: vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven onze schuldenaren?
Als ik eerlijk ben, dan kan ik wel situaties bedenken waarin ik het
knap lastig vond of vind om andere mensen te vergeven. Het valt
misschien nog te doen om iemand te vergeven als het om iets gaat
dat niet veel gewicht heeft of als je ervan overtuigd bent dat de ander
het niet met opzet deed. Het kan ook helpen als degene die jou iets
heeft aangedaan oprecht berouw betoont. Dat is meer dan dat iemand even
snel “sorry’, zegt, zonder te laten merken dat hij of zij
werkelijk beseft wat hij heeft gedaan en wat zijn daad voor jou
betekent.
We vinden het dus soms al moeilijk genoeg om iemand te vergeven, zelfs
wanneer die ander oprecht excuses aanbiedt. Maar hoe vergeef je iemand
die met opzet jou heeft bedrogen of tekort gedaan, die jou lichamelijk
pijn heeft gedaan, of die jou onheus heeft behandeld, die je misschien
innerlijk diep heeft gekwetst? Hoe vergeef je iemand die misschien niet
eens spijt betoont? Dan vinden we het misschien al veel gevraagd om zo
iemand zelfs maar een maal te vergeven. Laat staan dat het je lukt om
iemand zeventig maal zeven keer te vergeven. Toch is dat wat Jezus
tegen Petrus zegt wanneer Petrus er van uit gaat dat zeven maal
vergeven voldoende is.
J
ezus vertelt als voorbeeld het verhaal van een koning en zijn dienaar,
een hoge ambtenaar. Die ambtenaar heeft kennelijk misbruik gemaakt van
het vertrouwen van de koning en heeft een enorme schuld. Het gaat om
10.000 talenten. Als je nu weet dat de totale belastingopbrengst van
Galilea in de tijd van Jezus 200 talenten per jaar was, dan bedroeg de
schuld van die man dus 50 maal de totale belastingopbrengst van
Galilea. Die ambtenaar zal dat dus nooit kunnen terugbetalen en hij
smeekt de koning wanhopig om ontferming. En de koning is met hem
begaan. Hij wordt geraakt door de toestand van de man en vergeeft hem.
Maar als de ambtenaar naar buiten gaat en een collega tegenkomt die hem
100 denarie schuldig is, en die collega smeekt hem om ontferming, dan
grijpt hij hem bij de keel en weigert hem de schuld kwijt te schelden.
Terwijl het maar om een fractie ging van wat hij zelf aan de koning
schuldig was. Want 100 denarie dat is maar een gering bedrag, ongeveer
10 euro. Hoe groot het verschil was tussen de schuld van 10.000
talenten en 100 denarie kun je zo voorstellen: 100 denarie kun je in de
vorm van 100 munten in je broekzak of in een grote portemonnee dragen.
Maar als je 10.000 talenten in munten van denarie zou willen uitbetalen
dan heb je 8000 zakken van 25 kilo elk nodig. Als je die zakken laat
dragen door mensen die achter elkaar lopen met telkens een tussenruimte
van een meter, dan krijg je een optocht van 8 km.
Jezus maakt duidelijk, dat God is als die koning, die bereid is een
bijna onmetelijke schuld te vergeven. Dat God uit is op vergeving
kunnen we weten uit het Oude Testament. God begint opnieuw na de
zondvloed. Hij vergeeft het volk dat in de woestijn een gouden kalf
heeft gemaakt terwijl Mozes de berg op was gegaan om de stenen tafelen
met de tien geboden in ontvangst te nemen. God geeft Mozes de geboden
opnieuw. God is zelfs bereid om te lijden aan onze schuld. Jezus maakte
die bereidheid van God zichtbaar in hoe Hij omging met mensen; nieuwe
kansen gaf aan iemand als Zacheus, maar ook aan Petrus die Hem
verloochend had. Jezus bad zelfs aan het kruis om vergeving voor
degenen die Hem gekruisigd hadden.
Wat een schril contrast, die koning, God, die grenzeloos vergeving
geeft en die mens die geen pardon kent. Die vol wrok blijft zitten om
het onrecht dat hem werd aangedaan.
Hoe vaak gebeurt het niet dat mensen een ander iets kwalijk blijven
nemen? Hoeveel levens van mensen worden niet vergiftigd omdat mensen
genoegdoening blijven eisen, in plaats van dat ze afstand nemen? Lukt
het mij, lukt het jou om te vergeven?
Sommige mensen kunnen royaal vergeven. De geschiedenis heeft daar veel voorbeelden van laten zien.
Kijk, dat is het bijzondere van vergeving. Dat het degene die in staat
is te vergeven rust schenkt. Als je kunt vergeven maak je je vrij van
degene die jou iets heeft aangedaan. Je bevrijdt jezelf uit de rol van
slachtoffer.
Vaak wordt er gedacht: ik gun het degene die mij iets heeft aangedaan
niet dat hij vergeving ontvangt. We willen dat de ander eerst zegt dat
het hem spijt. Misschien willen we zelfs dat de ander ons schadeloos
stelt. Maar wat we dan vergeten is, dat we wanneer we iemand niet
vergeven dat we dan niet de ander tekort doen, maar dat we ons zelf
tekort doen.
Omdat we blijven lijden onder de situatie. Naast mijn werk als
geestelijk verzorger in een verpleeghuis ben ik vertrouwenspersoon voor
slachtoffers van seksueel misbruik in pastorale relaties. Daar komt de
vraag naar vergeving regelmatig aan de orde. “Hoe kan ik iemand
vergeven die mij dat heeft aangedaan?” Ten eerste merk ik dat
daarbij nogal eens vergeving wordt verward met goedpraten. Terwijl het
toch om iets totaal anders gaat. Het kwaad, het onrecht moet worden
benoemd. Liefst door slachtoffer en dader. Maar wat wanneer de dader
niet onder ogen wil zien dat zijn handelen verkeerd was?
Maar nog belangrijker is: je kunt wel blijven hopen dat de ander tot
inzicht komt, en berouw toont, maar misschien gebeurt dat nooit. En dan
blijf je vastzitten aan die ander en zo kun je je leven laten bepalen
door wrok. Tenzij het je lukt om je van de wrok te bevrijden door
eenzijdig te vergeven. Vergeven is de enige manier om het kwaad te
verhinderen zijn vernietigend werk te doen.
Vergeven biedt je de mogelijkheid om je te verbinden met Christus en je los te maken van degene die jou iets schuldig is.
Vergeven is moeilijk. Want als je vergeeft, zie je ergens van af. Maar uiteindelijk win je er bij.
Vergeven is moeilijk. Daarom moeten we het oefenen. Misschien wel 70 maal 7 maal.
Over vergeven nagedacht 2
Volgens het online Van Dale Woordenboek is
vergeving het niet toerekenen, iemand in genade aannemen, pardonneren.
In de gelijkenis uit Matt. 18 gaat het over een schuld die wordt
vergeven. God heeft ons ook onze schuld vergeven, oftewel onze zonden.
Hoe zit het dan met mensen die wij moeten vergeven? Wanneer is dat wel
en wanneer niet nodig, waar ligt de grens? Als ik kijk naar de
betekenis van vergeving, ga ik er van uit dat je iemand moet vergeven
die een schuld heeft bij jou. Dat is het geval wanneer iemand tegen jou
gezondigd heeft, hij/zij is niet met jou omgegaan volgens Gods wil. Als
je het zo bekijkt, komt de 490 x per dag een stuk dichterbij dan een
paar keer per jaar, toch?
Maar het geldt natuurlijk ook andersom: hoe vaak gaan wij met andere
mensen om zoals God het bedoeld heeft? Wanneer wij ons bewust zijn dat
wij daar dagelijks nog in moeten leren, mogen wij dat belijden. Hij is
getrouw en rechtvaardig en zal dan onze zonden vergeven en ons reinigen
van alle kwaad (1 Joh. 1:8). In Spreuken 28: 13 staat het zo: wie zijn
fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en
vermijdt, krijgt vergeving.
Vergeven en belijden horen bij elkaar. Beiden zijn nodig om je relatie
met God open te houden. In Spreuken 28:9 staat dat als je geen gehoor
geeft aan de wet (niet volgens Gods wil leeft) zelfs je gebed de Heer
een gruwel is. Nog een voorbeeld van David uit Psalm 32: 3
Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele
dag. Zwaar drukte Uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg
als in de zomerhitte. Toen beleed ik u mijn zonde, ik dekte mijn schuld
niet toe, ik zei: “Ik beken de Heer mijn ontrouw”- en u
vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. Laten uw getrouwen dus tot u bidden
als zij in zichzelf een zonde vinden. Stormt dan een vloed van water
aan, die zal hen niet bereiken.
Bovenstaande lijkt me duidelijk: dagelijks belijden en vergeven is
bittere noodzaak om schoon te blijven voor God en anderen en effectief
in o.a. je gebedsleven te kunnen zijn.