| |
JEZUS DE KINDERVRIEND
Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Laat de kinderen tot Mij komen
Marc.
10:13-16
13 De mensen probeerden
kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de
leerlingen berispten hen. 14 Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover
op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze
niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals
zij. 15 Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het
koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ 16 Hij nam
de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te
leggen.
LAAT DE
KINDEREN TOT MIJ KOMEN EN VERHINDERT ZE NIET; WANT VOOR ZODANIGEN IS
HET KONINKRIJK GODS
Iemand heeft ooit gezegd: "Geef mij een kind tot z'n zevende jaar en ik
heb het voor de rest van z'n leven". Gelukkig zijn er vele
uitzonderingen die de regel breken, maar in wezen had degene die deze
uitspraak deed het bij het rechte eind. En nu worden we hier
geconfronteerd met een gelijkaardige les. Jezus nodigt moeders uit om
hun kinderen bij Hem te brengen.
Blijkbaar waren er vaker kinderen in Zijn omgeving te vinden, want Hij
heeft meermaals een kind genomen als voorbeeld bij Zijn onderwijs.
We moeten wel oppassen dat we oorzaak en gevolg niet met elkaar
verwisselen. Kinderen moeten niet bij Jezus komen omdat ze nu eenmaal
naar de hemel gaan; het is door hen tot Jezus te brengen dat ze het
Koninkrijk Gods binnen kunnen gaan. Onze kinderen hebben van nature de
neiging tot zondigen, omdat ze afstammen van zondige mensen; dat noemen
we
voor de goede orde "erfzonde". Gaat u zelf maar na hoeveel u van uw
eigen karakter terugvindt in uw kinderen, al zijn ze nog zo klein.
Al heel snel weten ze mogelijkheden te zoeken om te doen wat niet mag,
om gevaren op te zoeken, andere kinderen onbarmhartig te treiteren, hun
schuld op een ander te schuiven, de waarheid te verzwijgen, te
verdraaien of zelfs te vertellen wat niet waar is, om wat een ander
kind in handen heeft voor zichzelf op te eisen enz. Niet dat
pasgeborenen al kwaad gedaan hebben, maar in die mooie kleine schatten
van mensjes zit reeds de natuurlijke zondaar die ze eens zullen zijn
als ze groter worden. En we hoeven écht niet te wachten tot
ze 7 zijn om de zonde in hen aan het werk te zien.
Jezus zegt: "Laat de kinderen komen, want voor zodanigen is het
Koninkrijk. Zowel Mattheüs als Marcus en Lucas geven deze
woorden weer; ze laten er nog iets op volgen: "Wie het Koninkrijk Gods
niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan". Om er
binnen te gaan moeten ook kinderen het Koninkrijk Gods ontvangen. De
Bijbel leert ons dat Jezus de
enige is in wie ze moeten geloven om behouden te worden, het Rijk Gods
binnen te gaan. Jezus is de weg naar het Vaderhuis, de plek waar Gods
kinderen thuishoren.
Het is dus van belang onze kinderen zo vroeg mogelijk bij Jezus te
brengen om ze het Koninkrijk van God te leren ontvangen. Een
definitieve keuze moeten ze zelf maken, maar daarbij zal het voorbeeld
van de ouders doorslaggevend zijn. Een kinderhart is nog ontvankelijk
voor de boodschap van genade en waarheid. We kunnen ze nog leren over
zonde en vergeving, liefde en gehoorzaamheid, recht en onrecht,
barmhartigheid en trouw, maar ook van oordeel en gerechtigheid.
Daarvoor is het echter noodzakelijk dat ouders zelf de Heer Jezus als
hun Verlosser kennen. Ze moeten ook overtuigd zijn dat het nodig is hun
kinderen al heel jong over Jezus te vertellen en over God, die een
liefdevolle Vader voor ons wil zijn, maar ook rechtvaardig is en geen
zonde kan uitstaan.
Voor wie Jezus al kennen, is het nog belangrijker al heel vroeg met God
te praten over hun kinderen, ja, zelfs vóór ze
geboren zijn. God hecht grote waarde aan kinderen; anders zou Hij ook
de volwassenen niet geleerd hebben dat ze Zijn woord moeten ontvangen
zoals een kind dat bij z'n moeder het eerste voedsel voor het leven
krijgt.
Om
aan kinderen te vertellen
Kijk, daar lopen moeders op de weg met hun kinderen. De kinderen lopen
vrolijk huppelend aan de hand van hun moeders. Ze zijn blij, weet je
waarom?
Ze zijn op weg naar Jezus.
De moeders hebben hen verteld wie Jezus is, dat Hij hun Vriend wil zijn
en heel veel van hen houdt. Zij willen hun kinderen graag het
allerbeste geven en dat is Jezus.
Ze willen hun kinderen dicht bij Hem brengen, zodat Hij hen aan kan
raken. Want ze weten wel dat dit heel belangrijk is voor hun kinderen.
Maar de discipelen zien de moeders en de kinderen komen en daar
begrijpen ze helemaal niets van. Kinderen… wat moeten die nu
doen bij de Here Jezus.
Daar heeft Hij het toch veel te druk voor.
En ze gaan naar de moeders toe en willen hen wegjagen.
"Jezus heeft het veel te druk voor jullie kinderen. Kinderen horen niet
bij de Here Jezus. Vooruit, ga maar weg", roepen de disipelen.
Jezus ziet wat er gebeurt, Hij ziet dat de discipelen de moeders en
kinderen weg willen jagen. Hij wordt heel erg boos op zijn discipelen
en Hij zegt: "Wat doen jullie nu toch? Dat mag helemaal niet. Laat de
kinderen bij Mij komen. Je mag de kinderen niet wegjagen. Kinderen
horen bij Mij en Ik houd heel veel van hen".
De kinderen horen die vriendelijke stem en ze zien en voelen dat Jezus
heel veel van hen houdt. Ze zijn ook helemaal niet bang, al hebben ze
Jezus nog nooit gezien. Ze rennen naar Hem toe en gaan dicht tegen Hem
aan staan. Jezus neemt de kleinste kinderen op Zijn schoot en Hij praat
en lacht met hen. Hij houdt zo veel van de kinderen, Hij wil ze graag
gelukkig maken.
Hij legt Zijn Handen op hun hoofd en zegent hen. Hij belooft hen dat ze
gelukkig zullen worden en later bij Hem in de Hemel mogen komen.
De moeders staan blij toe te komen, wat heerlijk, wat zijn ze blij voor
hun kinderen.
Tegen de discipelen zegt Jezus: "Zo moeten jullie worden, net als de
kinderen. Dan kunnen jullie later ook in de Hemel komen."
De kinderen vertrouwden Jezus helemaal en ze voelden zich zo blij en
gelukkig bij Hem.
Het was heel fijn om zo dicht bij Jezus te mogen zijn.
En het mooie is, dat nog steeds alle kinderen heel dicht bij Jezus
mogen komen.
Kinderen horen wèl bij Jezus. Hij zal nooit een kind
wegjagen en er is nog nooit een kind bang voor Hem geweest.
Je mag altijd naar Hem toegaan en Hem alles vertellen, want Jezus heeft
alle kinderen lief.
Laat de kinderen tot
mij komen
Laat de
kind'ren tot Mij komen,
alle,
alle kind'ren.
Laat de
kinderen tot Mij komen,
niemand
mag ze hind'ren.
Want de
poorten van Mijn rijk
staan
voor kind'ren open,
laat ze
allen groot en klein
bij Mij
binnen lopen.
Laat de
mensen tot Mij komen
over
alle wegen.
Laat de
mensen tot mij komen
houdt
ze toch niet tegen.
Want de
poorten van Mijn rijk
gaan
ook voor hen open,
als ze
aan een kind gelijk
bij Mij
binnen lopen.
|
|
|