Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Jezus
verandert water in wijn. (Johannes 2.1-11)
1 Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder
van Jezus was er, 2 en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de
bruiloft uitgenodigd. 3 Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van
Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4 ‘Wat
wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet
gekomen.’ 5 Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe
maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ 6 Nu stonden daar voor
het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud
van twee à drie metrete. 7 Jezus zei tegen de bedienden:
‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. 8 Toen
zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de
ceremoniemeester.’ Dat deden ze. 9 En toen de ceremoniemeester
het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die
vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten
het wel – riep hij de bruidegom 10 en zei tegen hem:
‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze
dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu
bewaard!’ 11 Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als
eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen
geloofden in hem.
12 Daarna ging hij naar Kafarnaüm, met zijn moeder, zijn broers en
zijn leerlingen, en daar bleven ze een paar dagen.
De bruiloft te Kana
In dat galileese dorp is Jezus met zijn
discipelen uitgenodigd op een bruiloft. Dat moet natuurlijk gevierd
worden, als twee mensen elkaar trouw beloven voor het leven. Maar de
wijn raakt op. Een ramp. Want hoe kun je nu feestvieren zonder
feestelijke wijn, die tintelt in de glazen ? Jezus redt het feest, want
als op zijn bevel de dienaars water scheppen uit de vaten, die bedoeld
zijn voor het reinigingsritueel, dan blijkt het wijn te zijn. En die
smaakt nog beter dan de wijn die op was.
"Een wonder !" zeggen wij. En juist daarom is dit verhaal voor sommige
mensen onverteerbaar. Moet ik dat nu geloven ? Dat kan toch niet ? Daar
kan ik met m'n verstand niet bij! Dat zeggen katechisanten, dat zeggen
volwassen mensen. Maar moeten christenen in wónderen geloven ?
Leest u maar mee in Johannes 2. In vers 11 lezen we als slotzin "En
zijn discipelen geloofden in Hem". De discipelen van Jezus geloven niet
in het wonder, maar geloven in Jezus ! Er zijn mensen, die met hun
verstand een wonder willen gaan verklaren. Ze ontrafelen het wonder dan
net zolang tot het rationeel verklaarbaar is. Maar wat hou je dan
eigenlijk nog over? Je hebt iets wonderlijks begrijpelijk gemaakt. Maar
daar gaat het nou juist niet om bij een wonder! Het gaat om het heil
van Godswege voor mensen.
En zo komen we meteen al iets heel belangrijks op het spoor. Christen
zijn betekent niet in de eerste plaats je verstand op nul zetten en in
wonderen geloven, maar je bent christen als je in Jezus Christus
gelooft. Als je op Hem vertrouwt in leven en in sterven en als christen
wilt leven.
De bedoeling van het wonder in Kana is dus niet dat we in dat wonder gaan geloven, maar dat we in Jezus gaan geloven !
Johannes verhaalt eerst wat er in Kana gebeurd is. Over Jezus deden
natuurlijk na zijn dood en opstanding allerlei verhalen de ronde.
Mensen vertelden aan elkaar wat Jezus gezegd en gedaan had. Na verloop
van tijd gaan de evangelisten dat opschrijven, om het goed vast te
kunnen houden. Want u weet wel hoe het met verhalen gaat: hoe vaker je
ze vertelt, hoe uitgebreider ze worden. Uit die schat aan verhalen
schrijft Johannes het verhaal van de bruiloft in Kana op.
Bij de andere evangelisten: Marcus, Mattheüs en Lucas vinden we dit verhaal niet
Waarom neemt Johannes het dan wel in zijn evangelie op ? Dat lezen we
in vers 11. Daar geeft Johannes a.h.w. een soort van theologisch
kommentaar. Hij schrijft :
"Dit heeft Jezus gedaan,
- als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea,
- en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard,
- en zijn discipelen geloofden in Hem".
A. Het wonder in Kana is dus een eerste teken. Waarvan is het een teken ?
Dat komen we op het spoor als we kijken naar
de andere tekenen, die Johannes van Jezus verhaalt. We vinden als we
goed lezen 7 tekenen :
1. De bruiloft te Kana [2 : 1 - 11].
2. De genezing van de zoon van de hoveling, ook in Kana [4 : 46 - 54].
3. De genezing van de verlamde man in Bethesda [5 : 1 - 18].
4. De spijziging van de 5000 mensen [6 : 1 - 15].
5. Jezus loopt over het water en stilt de storm [6 : 16 - 21].
6. De genezing van de blindgeborene [9 : 1 -41].
7. De opwekking van Lazarus uit het graf [11 : 1 -44].
In al die verhalen gebeurt iets goeds. Iets onverwachts. Er gebeurt
uitredding uit iets kwaads, iets bedreigends. Jezus laat in deze
wonderen zien, hoe God wil dat de wereld er uiteindelijk uit zal komen
te zien. Geen kwaad en dreiging en ellende meer, maar goedheid en
heelheid. Kort gezegd:
Al die wonderen zijn tekenen van Gods Koninkrijk. Jezus spreekt en
preekt niet alleen over Gods Koninkrijk, maar Hij laat ook zien hoe het
eruit zal gaan zien. En daarom heeft ioemand eens heel treffend gezegd
: De wonderen zijn plaatjes van het Koninkrijk. En dat weten we
tegenwoordig maar al te goed via de televisie : wat je ziet gebeuren
in het journaal is veel indringender en dringt dieper tot je door
dan wat je leest in de krant.
De wonderen van Jezus zijn dus geen doel in zichzelf, maar zijn een
illustratie, een middel om duidelijk te maken wie Jezus is en wat het
Koninkrijk van God is.
B. Door dit wonder in Kana "heeft Jezus zijn heerlijkheid geopenbaard", schrijft Johannes. Zijn glorie
Maar om dat goed te verstaan moeten we even in het Oude Testament
duiken. Want Jezus "heerlijkheid" is iets anders dan de glorie van een
popster of een voetballer. Bij hen is het vaak opgaan - blinken en
verzinken. In het Oude Testament wordt ook over de "heerlijkheid" van
God gesproken. Daar lezen we in het hebreeuws, de taal van de joden
toen, het woord Kabood. Letterlijk betekent dat "zwaarte" of "gewicht".
God heeft gewicht en telt daarom mee. Waarom ? Omdat God ons redt,
lezen we in het Oude Testament. Gods bevrijdende daden voor ons geven
Hem gewicht. Die verlenen Hem heerlijkheid. En daarom mogen we de
"heerlijkheid" van God prijzen.
In Kana verandert het water in wijn. Daardoor redt Jezus het feest. En
daardoor wordt zijn "heerlijkheid" openbaar, d.w.z. we leren Jezus
kennen als redder en bevrijder ! Niet alleen in de diepe geestelijke
lagen van het leven, maar ook in het gewonen leven van alledag. En
daarom plaatst Johannes het verhaal van de bruiloft te Kana aan het
begin van z'n evangelie. Opdat meteen de "heerlijkheid", het gewicht,
het belang van Jezus duidelijk wordt. Wie ogen heeft om te zien, kan
het zien. Want Jezus doet zijn wonderen niet in het verborgene, maar in
het publiek, in het openbaar.
C. En het gevolg is tenslotte, dat zijn discipelen in Jezus gaan geloven
Ze gaan door dit wonder in Kana zien, dat Jezus niet zomaar een mens,
niet zomaar een rabbi is, maar dat in Hem God aan het werk is. Ze gaan
in Jezus geloven en in het vervolg van het evangelie zien we Jezus
samen met z'n discipelen rondtrekken door het joodse land. Geloven in
Jezus houdt dus onmiddellijk navolging in: met Hem meegaan. En daarom
kun je beter het werkwoord "geloven" gebruiken dan het zelfstandig
naamwoord "geloof".
In de kerk gaat het niet om de vraag "heb je een geloof?", maar
veelmeer om de vraag, wil je geloven, d.w.z. wil je het wagen met Jezus
in je leven, al gaandeweg....?.
De bedoeling van het wonder in Kana en van de andere tekenen, die Jezus
gedaan heeft, is uiteindelijk, dat ze mensen toen én nu tot
geloof brengen.
En zo eindigt Johannes ook zijn evangelie. In Johannes 20 : 31 lezen we:
"Jezus heeft nog wel vele andere tekenen gedaan, die niet beschreven
zijn in dit boek, maar deze [die er wel in staan] zijn geschreven,
opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat
gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam". Ook wij, die de tekenen
van Jezus toen niet met eigen ogen hebben gezien, mogen ze horen
vertellen. Opdat ook wij vandaag net als de discipelen, zullen gaan
geloven.
Nagedacht over Johannes 2:1-11
Het evangelie van Johannes neemt in de bijbel een bijzondere plaats in,
ondermeer door het ontbreken van gelijkenissen. Toch ontbreekt dit
spreken over het heil in beelden niet ècht: het evangelie van
Johannes beschrijft namelijk een reeks wonderlijke gebeurtenissen met
Jezus als centrale figuur die, evenals de gelijkenissen elders, het
karakter dragen van een raadsel. Eén van deze raadselachtige
geschiedenissen is het verhaal over het wonder, dat geschiedt tijdens
de bruiloft in Kana. Wat wil dit verhaal ons voorleggen aan vragen? Wat
wordt erin verkondigd?
herinnerd aan verhalen uit het Oude Testament
Al lezend,
worden onze gedachten al snel herinnerd aan verhalen uit het Oude
Testament. Zo zijn de woorden, die Jezus tegen Maria gebruikt -
(Τι εμοι και
σοι, γυναι?/hoe heb ik
het nou met U, vrouw?/wat heb ik met U te maken, vrouw?) - dezelfde als
die de weduwe van Sarfath op verwijtende toon tot Elia spreekt, op het
moment dat haar kind gestorven blijkt te zijn: "Hoe heb ik het met U,
man Gods? Hebt gij bij mij intrek genomen om mijn ongerechtigheid in
herinnering te brengen en te maken dat mijn zoon sterft?" (1 Koningen
17:18). Een nog duidelijker verbinding valt te leggen met het verhaal,
waarin verteld wordt hoe Mozes eens, toen de Israëlieten welhaast
omkwamen van de dorst, bitter water (mara, brak water?) veranderde in
drinkwater: "Drie dagreizen trokken zij (de Israëlieten) door de
woestijn, zonder water te vinden. En zij kwamen te Mara, maar zij
konden het water daar niet drinken, omdat het bitter was. Daarom heette
die plaats Mara. Toen morde het volk tegen Mozes en zei: wat moeten wij
drinken?" (Exodus 15:22vv.). Ook de woorden van Maria tegen de
bedienden - "wat hij U ook zegt, doe dat" - lijken een echo te zijn van
woorden uit dit Mara-verhaal, waarin Mozes de Israëlieten, om hen
op de proef te stellen, aldus toespreekt: "Indien ge aandachtig
luistert naar de stem van de Heer uw God, en doet wat recht is in zijn
ogen en uw oor neigt tot zijn geboden...enz., dan zult u niet door
zulke (als in Egypte) plagen worden getroffen". Zulke overeenkomsten
zijn niet toevallig: het zijn verwijzingen die de toehoorder/de lezer
helpen om duidelijk te krijgen hoe het verhaal begrepen moet worden. We
mogen concluderen, dat minstens één van de redenen,
waarom het verhaal wordt verteld is dat de evangelist ons wil bepalen
bij de vraag wie deze Jezus was: is in hem misschien Elia teruggekomen?
Of Mozes? Mozes was voor de Joden een belangrijke figuur, een
bevrijder. In moeilijke tijden verwachtte men hem terug. Opvallend in
de Mozesverhalen is, dat deze leider tegelijkertijd moest lijden onder
de ongelovigheid van 'zijn' volk. Volgens het Johannes-evangelie is
Jezus méér dan Mozes (lees hierover ook Johannes 4: het
verhaal over de Samaritaanse vrouw). Met deze vraag op de achtergrond,
wie deze Jezus is, sluit dit verhaal over het wonder te Kana aan bij
het eerste hoofdstuk van het Johannes-evangelie.
Een belangrijke sleutel
Maar er is nog
een belangrijke sleutel in het verhaal verborgen: het water-wijn-wonder
vindt plaats onder heel andere omstandigheden dan de Oudtestamentische
verhalen waarnaar we verwezen. De weduwe van Sarfat had amper meel om
daar brood van te bakken, en de Israëlieten in de woestijn waren
uitgeput: maar hier, in Kana wordt er een bruiloft gevierd. Nu is de
bruiloft in de Joodse traditie een beeld, dat eigenlijk altijd verwijst
naar het verbond tussen God en zijn volk. De vrouw is in deze metafoor
het beeld van het volk Israël, uitverkoren, begenadigd en bestemd
om vruchtbaar te zijn. Wonderlijk genoeg is er in het verhaal over de
bruiloft in Kana geen sprake van een bruid, en al evenmin van een
bruidegom. Er wordt slechts gesproken over een soort ceremoniemeester.
Maar wie weet heeft van de Joodse traditie kan in Maria gemakkelijk de
representant herkennen van Gods uitverkoren volk, en in Jezus de
incarnatie van de God van Israël, God in de gestalte van een mens.
De vrouwen in het Johannesevangelie verwijzen vaker naar "het vrome
volk": in Kana is het Maria, bij de bron is het de Samaritaanse vrouw,
bij de opwekking van Lazarus is het Martha, en bij de opstanding Maria
Magdalena. De woorden van Maria - ze hebben geen wijn - staan dan ook
op één lijn met woorden van Mozes in de woestijn: ze
hebben geen brood; het volk dreigt te sterven.
Raadselachtige geschiedenis ?
Zo krijgt deze
raadselachtige geschiedenis geleidelijk steeds meer relief. Het zijn
oeroude motieven die hier door de auteur met elkaar verweven zijn:
water uit de doodsrivier, de reiniging, de doortocht en het beloofde
land van melk en honing, waar de tafel voor het feest al is gedekt.
Kanaän: zo heet het land van belofte; en - zo wordt ons hier
verteld - de stad van de bruiloft heet Kana. Wat een vondst!
Binnen het kader van het Johannesevangelie is het "teken", dat in Kana
geschiedt het eerste van een serie van zeven *). Het laatste in die rij
is de opwekking van Lazarus. Het zevental verwijst naar een nieuwe
schepping: "zes dagen en één", omvat volgens Genesis 1
het scheppingsverhaal. Hier, in Kana, is sprake van zes kruiken:
één voor elke scheppingsdag? Om de spirit
(spiritus=geest) erin te houden? Alles wijst vooruit naar dood en
opstanding: naar het wonder op de derde dag... (Mara en Golgotha).
Wat wordt hier nu verkondigd?
De
belangrijkste vraag is natuurlijk: wat wordt hier nu verkondigd? Hoe
moeten we dit verhaal ontdoen van alle beeldspraak? Waar mogen we op
hopen op momenten in ons leven dat het ons begint te ontbreken aan
spirit, aan levensmoed, aan geestkracht, aan geloof in de goede God?
Bijvoorbeeld, omdat ons leven op een mislukking dreigt uit te lopen? Of
omdat we voor de zoveelste keer onze onmacht ervaren? Omdat we diep in
ons hart worden gekweld door angst voor de toekomst? Enz. Waaruit
bestaat nu eigenlijk het wonder?
Er is wel gezegd: het wonder van Kana is, dat de bedienden ook
inderdaad doen wat Jezus zegt. Dat lijkt me niet juist. We worden
weliswaar, net als die bedienden, uitgenodigd om te doen wat Jezus
zegt, maar dat is dan toch alleen nog maar gehoor geven aan zijn roep
om op weg te gaan. Het wonder krijgt geen kans, wanneer die oproep
wordt genegeerd.
Geraakt worden en oog krijgen voor de hoogte- en dieptedimensies van het bestaan
Zou je mogen
zeggen, dat de verandering van water in wijn zinspeelt op de
mogelijkheid dat er met mensen soms ineens iets gebeurt, waardoor ze
geraakt worden en oog krijgen voor de hoogte- en dieptedimensies van
het bestaan? Iets, waardoor ze in staat blijken om alles, zelfs het
alledaagse, te gaan zien "sub specie aeterni" (Spinoza), in een
goddelijk licht? Zou het wonder niet zijn, dat er dan ook vaak ineens
dingen mogelijk blijken, waardoor een mens zichzelf kan overstijgen?
Wanneer we aandachtig gaan leven, wordt soms ons blikveld verruimd
zodat we zin en betekenis gaan ontdekken in de vaak kleine onooglijke
details. Het wonderlijke daarvan is, dat het ons overkomt. En als het
ons overkomt, wint het leven aan kwaliteit: dat is, naar het zich laat
aanzien, de boodschap van Kana. Maar het definitieve antwoord op al
deze vragen rond het wonder volgt nog in het verloop van het
Johannes-evangelie. De woorden "mijn ure is nog niet gekomen" nodigen
ons uit om verder te lezen en getuige te worden van het
Paas/Pinkstermysterie, waar het Johannesevangelie op uitloopt.
*) Zeven tekenen: het wijnwonder, genezing van de zoon van de hoveling,
genezing van de man die 38 jaar ziek is geweest, broodwonder, wandeling
op het water, genezing van de blindgeborene, opwekking van Lazarus (zie
bij A).