Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Toen zond de Here God hem weg uit de hof van
Eden.
(Genesis 3: 1-23)
1
De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE
God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd:
Gij zult niet eten van enige boom in de hof? 2 Toen zeide de vrouw tot
de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3
maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat,
heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders
zult gij sterven. 4 De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult
geenszins sterven, 5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet,
uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed
en kwaad. 6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en
dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om
daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij
gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. 7 Toen werden hun beider
ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten
vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.
8 Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde
in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE
God tussen het geboomte in de hof.
9 En de HERE God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?
10 En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd,
want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. 11 En Hij zeide: Wie heeft u
te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten,
waarvan Ik u verboden had te eten? 12 Toen zeide de mens: De vrouw, die
Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en
toen heb ik gegeten. 13 Daarop zeide de HERE God tot de vrouw: Wat hebt
gij daar gedaan? En de vrouw zeide: De slang heeft mij verleid en toen
heb ik gegeten. 14 Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit
gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het
gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten,
zolang gij leeft. 15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw,
en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij
zult het de hiel vermorzelen. 16 Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer
vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen
baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u
heersen. 17 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt
geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult
daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende
zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18 en doornen en distelen zal
hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; 19 in het
zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem
wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot
stof zult gij wederkeren.
20 En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle
levenden is geworden. 21 En de HERE God maakte voor de mens en voor
zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede.
22 En de HERE God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de
kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken
en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid
zou leven. 23 Toen zond de HERE God hem weg uit de hof van Eden om de
aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. 24 En Hij verdreef de
mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een
flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom
des levens te bewaken.
Nagedacht over zonde
Zonde is slecht
Niets definieert God’s karakter en Zij relatie met de mens zo
duidelijke als Zijn absolute afschuw van zonde. God is God. God is
heilig. God is koning. Elke overtreding van Zijn wet resulteert in Zijn
absolute afkeer als reactie op het afwijzen van Zijn wil. Deze
afwijzing van Zijn wil wordt zonde genoemd (“de zonde is de
ongerechtigheid” – 1 Johannes 3:4).
Zonde scheidt ons van God
Zonde heeft zware consequenties voor God’s schepping. De eerste
en meest belangrijke consequentie is dat het onmiddellijk de spirituele
relatie tussen God en de mens verbreekt. “Maar uw
ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God,
en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij niet
hoort” (Jesaja 59:2; Habakuk 1:13, nadruk toegevoegd). Wanneer
iemand zondigt, dan moet God, omdat Hij heilig is, als het ware Zijn
gezicht wegdraaien. Gescheiden zijn van God gaat zo tegen de essentie
van het spiritueel leven in dat er naar verwezen wordt met de meeste
negatieve naam: spirituele dood (Efeziërs 2:5: “Ook toen wij
dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; uit
genade zijt gij zalig geworden”; zie ook Kolossenzen 2:13,
Romeinen 6:23; 1 Timothëus 5:6). Omdat God heilig is, moet elke
zonde, onafhankelijk van zijn oorzaak, omvang of consequenties, leiden
tot scheiding van een heilige God. Het verbreken van onze spirituele
relatie met God is alsof de ziel in onze fysieke “houder”
is gestorven.
Geestelijke dood is niet het enige gevolg van zonde
We ervaren allemaal de consequenties van de eerste zonde van de
mensheid. Voor de zonde bestond de mens in een perfect staat van
spiritueel samenzijn met God. Als een gevolg van de eerste zonde in het
Hof van Eden van Adam en Eva (ook wel de zondeval genoemd) moeten we
allemaal lichamelijk sterven (Genesis 3:19). Onze “houders”
kunnen niet oneindig leven. We zijn alle voorbestemd om te sterven en
dit is een herinnering aan hoe serieus zonde is. Er zijn nog meer
consequenties ten gevolge van de zondeval over de mensheid
uitgesproken. Mannen moeten werken en vrouwen zullen pijn moeten lijden
tijdens de geboorte van hun kinderen. De wereld is niet meer een
perfecte plaats en er zijn nu natuurrampen die gevolgen voor de gehele
schepping kunnen hebben (zie Genesis 3:14-24). Dit gebeurt allemaal als
gevolg van de eerste zonde.
Hoewel geestelijke en fysieke dood ieder persoon overkomt is er nog
niets gedaan om de zonde te verwijderen en de geestelijke relatie
tussen God en de mens te herstellen. Dit is allemaal veranderd toen man
en vrouw voor de eerste maal God’s wet overtraden in het Hof van
Eden (Genesis 2-3).
De gerechtigheid van God vereist een leven als betaling voor zonde
Er moet een prijs betaald worden als we de wet overtreden. Als we
bijvoorbeeld “gepakt” worden voor te hard rijden, dan zijn
we verplicht een boete te betalen als schadeloosstelling. Indien we
iemand vermoorden kunnen we gedwongen worden een celstraf te ondergaan
of zelfs geëxecuteerd te worden. Dit zijn de straffen die door ons
gerechtelijk systeem opgelegd worden vanwege het overtreden van de wet
van ons land. Insgelijks is er een prijs die God vereist als een
gerechtelijke straf of boete voor het overtreden van Zijn wetten
(zonde). De door God vereiste boete voor zonde is net zo serieus als de
consequenties van zonde.
Opdracht van God
De eerste instructie van God in de Hof van Eden toont al duidelijke de
gerechtelijke staf voor zonde: “Maar van den boom der kennis des
goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij
daarvan eet, zult gij den dood sterven” (Genesis 2:17, nadruk
toegevoegd). Om het simpel te zeggen: God heeft verklaard dat betaling
met de dood de prijs voor zonde is. Dat is de gerechtelijke prijs voor
het overtreden van God’s wet. Leven is de prijs. God verklaarde
de dood als de prijs voor zonde en aan Zijn gerechtigheid moet worden
voldaan. Adam en Eva ervaarden zeker de gevolgen van zonde – zij
stierven spiritueel op het moment dan zij zondigden en zij waren
veroordeeld om uiteindelijk fysiek te sterven (verbannen uit het Hof
van Eden en “de boom des levens”). Maar dit was niet
voldoende om hun zonde te verwijderen of de prijs voor hun zonde te
betalen – namelijk de dood. Zoals het Nieuwe Testament zo
duidelijke zegt: “…zonder bloedstorting geschiedt geen
vergeving” (Hebreeën 9:22, nadruk toegevoegd).
Eén mogelijke keuze
Adam en Eva
hadden initieel slechts één mogelijke keuze dat het voor
hun mogelijk maakte te zondigen. Maar ze hadden volledige controle over
het maken van deze keuze. Toe ze door de duivel verleidt werden gaven
ze toe. Genesis 3:6 beschrijft het op deze manier: “En de vrouw
zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de
ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij
nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij
at.” Dit is dezelfde verleiding waar we op een bepaald moment
allemaal aan toegeven; zo treffend beschreven door Jacobus (Jacobus
1:14-15): “Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn
eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt. Daarna de
begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd
zijnde baart den dood.”
Boete voor zonde – de dood
Door het gehele
Oude Testament demonstreert God keer op keer de boete voor zonde
– de dood van de zondaar (Ezechiël 18:20: “De ziel,
die zondigt, die zal sterven.). God’s genade wordt reeds getoond,
in zekere mate, doordat we op het moment van zondigen niet onmiddellijk
dood neervallen (wat we verdienen). Er is voor God geen vreugde in de
dood van de zondaars. Hij heeft geen lust voor bloed en Zijn
gerechtheid wordt niet willekeurig ten uitvoer gebracht (Ezechiël
33:11: “…zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar
daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en
leve.”).
Van de voorbeelden uit het Oude Testament leren we dat zonde extreem
slecht is. Zonde is een belediging voor een heilige God. Het is zo
slecht dat God de boete van dood op het hoofd van de zondaar heeft
uitgesproken. Deze prijs van de dood is voor elke zondaar van
toepassing.
We zijn allemaal schuldig verklaard omdat we allemaal hebben gezondigd.
Terugkijkend over de menselijke geschiedenis reflecteren de schrijvers
van het Nieuwe Testament over deze huiveringwekkende en verontrustende
eigenschap van de mens door te observeren dat “zij hebben allen
gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods” (Romeinen 3:23, nadruk
toegevoegd).
De mens is in een bijzonder wanhopige situatie
Hij heeft de wetten van God overtreden, dit heeft hem
verwijderd van een heilige God en de prijs van bloed (dood) wordt door
een gerechtigde God vereist. Als iemand in deze situatie een fysieke
dood sterft is hij voor eeuwig van God gescheiden. Hij is echter zelf
niet in staat om de prijs voor zijn eigen zonde te betalen.
Door de erfzonde werden verkeerde eigenschappen overgedragen op de volgende generaties
Hoogmoed
Egoïsme
IJdelheid
De beste, rijkste, slimste etc. te willen zijn
Destructiviteit
Machtswellust
Geen leiding kunnen aanvaarden, de eerste willen zijn
Zelfverheerlijking
Jaloezie en nijd
Aan God gelijk willen zijn
Onrust
Het begrip Erfzonde
De leer van de erfzonde
Volgens de christelijke leer is de erfzonde het gevolg van de
zondeval.[3] In het bijbelverhaal van de zondeval waren Adam en Eva de
eerste paradijsbewoners, aan wie het door God verboden was te eten van
de Boom van de kennis van goed en kwaad. Op aanraden van Satan in de
gedaante van een slang aten zij toch van die boom. Hierdoor verwierven
ze kennis van goed en kwaad en werden zij onderworpen aan zonde en
dood. Door deze eerste zonde werd de gehele mensheid sterfelijk en
behept met een zondige natuur.[4] Deze zondige en sterfelijke aard
wordt, volgens het christendom, door ieder mens in de lijn van de
geslachten 'geërfd' van de eerste voorouders.
De leer van de erfzonde is een centrale leerstelling in de christelijke dogmatiek
Het is een hoeksteen van de verzoeningsleer. De erfzonde veroorzaakt
een verwijdering tussen mens en God en maakt een verzoening
noodzakelijk. De erfzonde veroorzaakt tevens sterfelijkheid en lijden
van de mens waardoor de zondige mens verlossing nodig heeft. Deze
verlossing van de mens, tevens verzoening tussen mens en God, is
gekomen, volgens het christendom, met de kruisdood en opstanding van de
in Jezus Christus vleesgeworden God.
In de Rooms-Katholieke leer wast het doopsel de erfzonde af, maar er
blijven sporen in de mens achter waardoor de geneigdheid tot zonde
blijft bestaan, de zgn. 'begeerlijkheid'.[5]Protestanten beschouwen de
doop als een symbolische afwassing van de verdorven aard van de mens.
Met erfzonde wordt in het christendom niet bedoeld dat men de
specifieke zonden of de schuld voor de specifieke zonden van de ouders
erft.
Geschiedenis van het erfzondebegrip
Het begrip erfzonde komt niet in de bijbel voor. Het leerstuk is wel
gegrond op bijbelteksten, bijvoorbeeld Psalm 51:7 [7] en Romeinen
5:12-19.
Het denkbeeld van de erfzonde is gebaseerd op het werk van de
kerkvaders, waaronder Augustinus. Het is op verschillende concilies
vastgesteld, bevestigd en toegelicht. De concilies van Carthago (418)
en Orange (529) keerden zich beide tegen de leer van Pelagius, het zgn.
pelagianisme dat de erfzonde ontkent. Op grond daarvan heeft de
christelijke kerk het pelagianisme als dwaalleer veroordeeeld. De leer
is opnieuw bevestigd en toegelicht op de concilies van Florence (1439)
en Trente (1545-1563).
De erfzonde geldt, volgens het christendom, voor het gehele menselijke
geslacht. Er is volgens de Rooms-katholieke Kerk een uitzondering:
Maria, de moeder van Jezus. Zij is zondeloos geboren. Dit is vastgelegd
in het leerstuk van de onbevlekte ontvangenis. Op grond daarvan kon ook
Jezus zonder zonde worden geboren. Protestantse christenen kennen de
leer van de onbevlekte ontvangenis niet. Wel is ook volgens hen Jezus
zonder erfzonde geboren.
De ideologieën van de 19e en 20e eeuw, liberalisme, socialisme,
nationaal-socialisme en communisme, zijn stelsels die expliciet uitgaan
van de aardse vervolmaakbaarheid van de mens en zijn daarmee openlijk
strijdig met het leerstuk van de erfzonde. Mensen met een conservatieve
levensopvatting, ook niet-christenen, hebben vaak waardering voor de
leer van de erfzonde. Voorbeelden hiervan zijn: J.L. Heldring en
Theodore Dalrymple. In een open brief aan Vaclav Havel heeft Joseph
Brodsky het belang van dit leerstuk benadrukt.[9]
Maatschappelijke gevolgen
Op grond van het dogma van de erfzonde werden tot in de zestiger jaren
van de 20e eeuw doodgeboren en dus ongedoopte katholieke kinderen
begraven in ongewijde aarde. Begin 21e eeuw werden deze graven op
sommige kerkhoven alsnog gewijd. Ook was er sprake van 'nooddopingen'
bij baby's die dreigden te sterven.
Jezus is de verzoening voor onze zonden
De apostel Johannes schrijft deze
geruststellende woorden: "Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij
niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een
voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is
een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook
voor die der gehele wereld" (1 Johannes 2:1, 2).
Wat betekent dit, dat Jezus de verzoening is voor onze zonden? Johannes
gebruikt hetzelfde woord in hoofdstuk vier: "Hierin is de liefde Gods
jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in
de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet
dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn
Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden" (1 Johannes
4:9, 10).
Wat betekent het woord 'verzoening'? Dit zijn de enige twee teksten in
het Nieuwe Testament waar dit specifiek Grieks woord voorkomt, maar
twaalf andere woorden met een gelijkaardige betekenis worden gebruikt
(uit vier woordfamilies).
Eén Nederlands woord moet soms gebruikt worden om meerdere
Griekse woorden te vertalen. Een bespreking van de Griekse woorden kan
ons daarom helpen dit onderwerp te verstaan.
Het Nederlands woord 'verzoening' verwijst naar iets dat vrede sticht
door aan een eis tegemoet te komen. In verband met godsdienst verwijst
het naar een genoegdoening voor zonde om Gods gunst te herwinnen. Deze
teksten leren dus dat God Zijn Zoon als genoegdoening voor onze zonden
gegeven heeft omdat Hij ons liefheeft.
Het Grieks woord hier, ‛ιλασμός, is
een zelfstandig naamwoord gedefinieerd als genoegdoening, voldoening,
verzoening, een middel om iets bij te leggen.
Twee andere woorden in dezelfde familie worden ook gebruikt om te beschrijven wat Jezus voor ons heeft gedaan.
"Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden,
opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om
de zonden van het volk te verzoenen" (Hebreeën 2:17).
Hier hebben wij de werkwoordsvorm van hetzelfde woord,
‛ιλάσκομαι, gedefinieerd
als 'genoegdoening voor (zonde) of verzoening'. Let op dat deze
'genoegdoening voor zonde' verband houd met de activiteit van een
priester en dat de Messias mens moest zijn om deze taak te vervullen.
Nog een woord in dezelfde familie is
‛ιλαστήρον dat verwijst naar
het 'verzoendeksel', een plaats van genoegdoening in de tempel van het
Oude Testament (Hebreeën 9:5) of naar een verzoenend slachtoffer,
een zoenmiddel.
Dit woord vinden wij in Romeinen 3:25. Hoe Christus als zoenoffer voor
onze zonden dient, wordt door Paulus in Romeinen 3:21 t/m 26 uitgelegd.
"Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden,
waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door
het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is
geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid
Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de
verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel
door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar
Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd
waren, had laten geworden -- om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de
tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem
rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is" (Romeinen 3:21 t/m 26).
Wij allen zondigen en derven de heerlijkheid Gods, waardoor wij van God
gescheiden worden. Doordat God rechtvaardig is, kan Hij de zonde niet
door de vingers zien. Dus moet er genoegdoening voor onze zonde zijn
alvorens wij met God verzoend kunnen worden. God bereikt dit door Zijn
eigen Zoon te sturen als zoenmiddel voor onze zonden.
"De loon die de zonde geeft is de dood" (Romeinen 6:23). Hoewel wij
wegens onze zonden de dood verdienen, heeft God Zijn Zoon gezonden om
in onze plaats te sterven opdat wij gered kunnen worden.
In vers 24 vinden wij een woord uit een andere woordfamilie met een
verwante betekenis: verlossing. Wij "worden om niet gerechtvaardigd uit
zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God
voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed" (Romeinen
3:24, 25).
Vijf woorden uit deze familie worden in het Nieuwe Testament gebruikt
om verzoening door Christus te beschrijven. De wortelbetekenis van deze
woorden is 'losprijs'. Een losprijs is wat betaald wordt opdat iemand
bevrijd kan worden.
Hier hebben wij het woord
απολύτρωσις.
Het voorzetsel απο geeft dit woord de bijkomende
kracht dat de losprijs volledig betaald werd. Het is gedefinieerd als
'verlossing, redding, een bevrijding bekomen door het betalen van een
losprijs'. Dit woord komt in volgende teksten voor als beschrijving van
wat Jezus voor ons heeft gedaan.
"Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God
is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing" (1
Korintiërs 1:30).
"In Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de
overtredingen, naar de rijkdom zijner genade" (Efeziërs 1:7).
"Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in
het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing
hebben, de vergeving der zonden" (Kolossenzen 1:13, 14).
"Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen
zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen
gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van
bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd
binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing
verwierf. Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de
besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt,
zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het
bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een
smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van
dode werken, om de levende God te dienen? En daarom is Hij de middelaar
van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te
bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen
de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden" (Hebreeën 9:11
t/m 15).
Dit woord, zoals in vers vijftien gebruikt, laat zien dat het bloed van
Christus ook de dienaars van God onder het oude verbond reinigde. De
duizende dierlijke offers waren niet op zich doeltreffend, maar zonden
werden vergeven omdat deze offers een afbeelding waren van het ware
offer dat later door het Lam Gods gebracht zou worden.
In vers twaalf wordt een ander woord voor verlossing gebruikt,
λύτρωσις, gedefinieerd als
'verlossing, een loskopen, bevrijding van de straf voor de zonde': "met
zijn eigen bloed" is Hij "eens voor altijd binnengegaan in het
heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf" (Hebreeën
9:12).
Wij zien dat dit woord verband heeft met het werk van een priester die een offer voor de zonden van het volk brengt.
Denk er aan dat deze woordfamilie op het wortelwoord voor losprijs is
gebaseerd. Het basis werkwoord is λυτρόω
wat betekent 'vrij te kopen, te verlossen, te bevrijden door een
losprijs te betalen'.
Paulus gebruikt dit woord om onze reiniging door het offer van Christus
te beschrijven: "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor
alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en
wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in
deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der
heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich
voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid,
en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken"
(Titus 2:11 t/m 14).
Dit woord is ook door Petrus gebezigd: "En indien gij Hem als Vader
aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt,
wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, wetende, dat gij
niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw
ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, maar met het
kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos
lam" (1 Petrus 1:17 t/m 19).
Het basiswoord voor losprijs is λύτρον dat in
Marcus 10:45 wordt gebruikt. "Want ook de Zoon des mensen is niet
gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te
geven als losprijs voor velen" (Marcus 10:45 // Matteüs 20:28).
Aan wie wordt de losprijs beteaald? Men heeft een verhit debaat over
deze vraag gehad. Sommigen beweren zelfs dat de losprijs aan de duivel
werd betaald! Maar niemand is de duivel iets verschuldigd. Zijn macht
is zuiver negatief. Wij zijn in de macht van de duivel alleen omdat wij
gekozen hebben om te zondigen en in opstand tegen God te komen. Wanneer
God ons onze zonden vergeeft en ons in het koninkrijk van Zijn Zoon
overzet (Kolossenzen 1:13) heeft de duivel geen vat op ons meer.
De losprijs is betaald om aan de gerechtigheid Gods te voldoen. Gods
gerechtigheid vereist dat de zonde gestraft moet worden. Wegens Zijn
liefde voor ons heeft Hij Zijn Zoon gezonden om mens te worden, om
zonder zonde te leven, en om de straf voor onze zonden op Zich te
nemen, Hij "die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht
heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid
zouden leven; en door zijn striemen zijt gij genezen" (1 Petrus 2:24).
Het woord αντίλυτρον,
dat ook betekent: 'losprijs, wat gegeven wordt in ruil als de prijs
voor de verlossing van iemand', vinden wij in de eerste brief van
Paulus aan Timoteüs. "Want er is één God en ook
één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus
Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan
wordt getuigd te juister tijd" (1 Timoteüs 2:5, 6).
Twee andere woorden die gebruikt worden om de genoegdoening van
Christus te beschrijven, hebben de fundamentele betekenis 'te kopen'.
Het woord εξαγοράζω
betekent 'opkopen, terugkopen, aflossen, vrijkopen, een losprijs
betalen'. "Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door
voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is
een ieder, die aan het hout hangt" (Galaten 3:13). "Maar toen de
volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren
uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren,
vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen"
(Galaten 4:4, 5).
Het woord αγοράζω is gewoon het
alledaags woord voor 'kopen'. God heeft ons met het bloed van Zijn Zoon
gekocht!
"Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest,
die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van
uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met
uw lichaam" (1 Korintiërs 6:19, 20).
"Gij zijt gekocht en betaald. Weest geen slaven van mensen" (1 Korintiërs 7:22, 23).
Er zijn valse leraars die "zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft" verloochenen (2 Petrus 2:1).
Het 'nieuwe lied' wordt in de hemel gezonden door degenen die door het
bloed van Christus zijn gekocht. "En zij zongen een nieuw gezang,
zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te
openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met
uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie" (Openbaring 5:9); "en
zij zongen een nieuw gezang vóór de troon en
vóór de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het
gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de
aarde. Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want
zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook
heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en
het Lam" (Openbaring 14:3, 4).
Nog een woordfamilie heeft de fundamentele betekenis: 'een relatie herstellen, verzoenen'.
Eén vorm is
αποκαταλλάσσω
dat betekent 'te verzoenen, in de gunst te herstellen'. Paulus
verklaart hoe God ons met Zichzelf verzoend heeft door Christus.
"Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en
door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle
dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde,
hetzij wat in de hemelen is. Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig
gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend,
in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en
onberispelijk vóór Zich te stellen" (Kolossenzen 1:19 t/m
22).
"Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en
de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,
doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande,
buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee
tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot
één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door
het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft" (Efeziërs 2:14
t/m 16).
Deze woordfamilie heeft het werkwoord
καταλλάσσω en het
zelfstandige naamwoord
καταλλαγή: 'te
verzoenen' en 'verzoening'. De basisbetekenis is 'herenigen na
scheiding'.
"Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de
dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden
worden, doordat Hij leeft; en dát niet alleen, maar wij roemen
zelfs in God door onze Here Jezus [Christus], door wie wij nu de
verzoening ontvangen hebben" (Romeinen 5:10, 11).
"En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft
en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin
bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was,
door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het
woord der verzoening heeft toevertrouwd. Wij zijn dus gezanten van
Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus
vragen wij u: laat u met God verzoenen. Hem, die geen zonde gekend
heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden
gerechtigheid Gods in Hem" (2 Korintiërs 5:18 t/m 21).
Jezus Christus is de verzoening voor onze zonden! Wij allen hebben
gezondigd en de dood verdiend. Maar God heeft ons zo lief dat Hij Zijn
Zoon gezonden heeft om de straf voor onze zonden te ondergaan. Hij
heeft ons door Zijn bloed verlost. Hij droeg onze zonden in Zijn
lichaam aan het kruis. Hij betaalde de prijs voor onze zonden opdat God
ons kon vergeven zonder inbreuk te maken op Zijn eigen gerechtigheid.
Indien u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, indien u
bereid bent zich van zonde af te wenden en uw leven aan God te wijden,
indien u bereid bent Christus te belijden, en indien u zich laat dopen
in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest tot vergeving van uw
zonden (Matteüs 28:19; Handelingen 2:38), wordt u door het bloed
van Christus verlost. Uw zonden worden afgewassen (Handelingen 22:16)
en u wordt met God verzoend (Romeinen 5:10).