Zending in Nederland

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Zending in ons land - wie had dat ooit gedacht

In het bijbelboek Lukas, hoofdstuk 2, lezen we over de Romeinse keizer Augustus. In de tijd dat hij regeerde werd Jezus Christus geboren in Bethlehem.
Keizer Augustus was een machtige keizer die veel landen veroverde. Zijn legers trokken ook naar het noorden van Europa. Zo kwamen ze in het gebied dat we nu Nederland noemen. De rivier de Rijn werd de noordelijke grens van het Romeinse rijk van Augustus. Ten noorden van de Rijn woonden de Friezen. Hun gebied werd niet bezet door de Romeinse legers, maar de Friezen moesten wel voortdurend rekening houden met wat de Romeinen wilden.

De Bijbel vertelt ons over het leven van Jezus en wat Hij voor de mensen heeft gedaan. 
Hij stierf aan een kruis en stond op uit de dood. Door in Hem te geloven en daarnaar te leven, zijn we gered en kunnen we voor altijd bij God zijn. Na Zijn opstanding gaf Jezus aan Zijn discipelen (vgelingen) opdracht om overal dit goede nieuws (Evangelie) door te geven en aan de mensen uit te leggen hoe ook zij discipel van Jezus kunnen worden. Jezus zei: "Ga dan heen, onderwijs al de vken, doop hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest; en leer hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb." (Mattheüs hoofdstuk 28, vers 19).

Na het Pinksterfeest - toen de discipelen de Heilige Geest hadden ontvangen - gingen zij erop uit om deze opdracht van Jezus uit te voeren. Zo verspreidde het christendom zich vanuit Jeruzalem over vele landen. De Romeinen waren hier niet blij mee en stopten de christenen in de gevangenis of, erger, vermoordden hen. Dit veranderde onder keizer Constantijn de Grote. In 313 zei hij in een soort wet - het Edict van Milaan - dat alle christenen in vrijheid mochten geloven in de God van de Bijbel. Zij werden niet meer gevangengezet of gedood. In enkele grote steden gingen nu christenen wonen die de kerk gingen leiden. Deze mensen noemen we bisschoppen. De bisschoppen werkten alleen in de steden en niet in de dorpjes. Op het platteland wisten nog weinig mensen van het Evangelie. Daar geloofden de meeste mensen in allerlei zaken die niet in de Bijbel stonden en vereerden ze afgoden.

Cumbanus 
De Romeinen werden steeds zwakker. Hun legers werden verslagen of ze vertrokken richting Italië. Zo verdwenen de Romeinen uit Nederland. De Franken, een ander vk dat eerst met de Romeinen had samengewerkt, kregen toen de macht in handen. De Frankische koning Clovis (Chlodovech) trouwde met een christin. Hij liet zich in 506 in Reims dopen. In de noordelijke gebieden van het Frankische rijk werd echter weinig aan evangelisatie (het vertellen over Jezus) gedaan. De grote kerken waren vooral in het zuiden.

Vanuit Ierland kwam de zendeling Cumbanus (zie plaatje) in 591 in het zuidelijke Frankische gebied aan om daar te preken en kloosters te stichten. Hier gingen monniken wonen om door hun gebed en werk God te dienen. Het was niet eenvoudig om de mensen die niets van het christelijk geloof wisten, te vertellen over de Bijbel. Veel mensen hielden vast aan hun oude niet-christelijke ideeën en gewoonten. Daar kwam bij dat er in die tijd veel oorlogen waren, waardoor het voor de zendelingen moeilijk was om te reizen.

Willibrord en Bonifatius

In 690 zette zendeling Willibrord voet op het Europese vasteland. Ook hij kwam met een schip uit Ierland. In die tijd was er een machtig man, de Frankische hofmeier Pippijn II, die oorlog ging voeren tegen de Friezen. Hij veroverde het gebied waar de Friezen woonden. Hierdoor kon Willibrord met elf zendelingen aan het werk in het noorden (het zuiden van  Friesland tot aan de Rijn). Hij vestigde zich in Trecht (Utrecht), een kleine Frankische grensplaats. Van daaruit ging hij naar de Friezen toe om het Evangelie te vertellen. Deze Germaanse stammen verzetten zich tegen de pogingen om hen te bekeren tot het christendom, omdat zij de zendelingen als vrienden van de Frankische veroveraars zagen.

Willibrord en zijn medewerkers vernielden de afgodsbeelden van de Friezen en ook hun 'heilige' bomen. Pippijn probeerde Willibrord op zijn eigen manier te helpen. Hij beloofde de landheren (die veel macht en grond hadden) heel veel goederen en allerlei voordelen, maar dan moesten ze wel christen worden. Eigenlijk was dit omkoperij. Liet een landheer zich dopen, dan vgden meestal ook alle boeren en anderen in de omgeving. Zij waren immers afhankelijk van de landheer. Als de mensen zich niet lieten dopen, zouden ze ruzie krijgen met de landheer! Pippijn had er groot belang bij dat zoveel mogelijk Friezen christen werden. Hij dacht namelijk dat christelijke Friezen niet zouden gaan vechten tegen het christelijke Frankische Rijk.

In 714 stierf Pippijn. De Friezen onder leiding van hun koning Radboud (ook wel Radbod of Redbad genoemd) grepen hun kans en veroverden onder meer Utrecht op de Franken. Willibrord moest vluchten. Pippijn had een zoon die Karel Martel heette. Karel versloeg de Friese koning Radboud. Zo kon Willibrord, die wel de apostel der Friezen wordt genoemd, vanaf 719 zijn zendingswerk in het Friese gebied voortzetten. Inmiddels was daar ook vanuit Engeland de zendeling Wynfrith, beter bekend als Bonifatius, begonnen. Veel mensen wilden niet naar hem luisteren omdat ook hij als een vriend van de Franken werd gezien. In 754 werd hij door de Friezen bij Dokkum vermoord (zie plaatje).

Willibrord voerde op het vasteland de christelijke kalender in die door de monnik Beda was gemaakt. Beda rekende vanaf Christus' geboorte (zoals die in 525 in Rome was berekend). Hij ging daarbij uit van een paasdatum die steeds veranderde en bepaalde op basis daarvan wanneer de andere christelijke feesten gevierd moesten worden. Door de christelijke kalender kunnen we zeggen, dat we nu meer dan "2000 jaar na de geboorte van Christus" leven. Voordat de christelijke kalender werd gebruikt, rekende men met de tijd dat een paus of vorst aan de macht was. Dat zie je bijvoorbeeld in de Bijbel nog terug. Kijk maar eens in Lucas, hoofdstuk 2, vers 2. Daar wordt gesproken over de tijd, toen "Cyrénius (of Quirinius) over Syrië stadhouder was".   
In 739 stierf Willibrord. Behalve de christelijke kalender liet hij ook veel nieuwe woorden na. Sinds Willibrord kennen wij woorden als 'kerk', 'kerstmis' en 'heilig'.

Liudger 

Na Willibrord en Bonifatius kwamen er veel zendelingen uit Engeland en Ierland die in het toenmalige Nederland het Evangelie verkondigden. Een uitzondering hierop vormde Liudger (742-809; zie plaatje). Hij was de eerste zendeling uit Nederland zelf. Liudger stamde uit een Fries geslacht dat zich in de Vechtstreek vlakbij Utrecht had gevestigd. Na zijn studie (die hij in Engeland vgde) ging hij preken in de buurt van Dokkum en later in het noorden van Groningen. Uiteindelijk zou hij de geschiedenis ingaan als de eerste bisschop van Munster.

Zendelingen in Liudgers tijd kregen 'hulp' van keizer Karel de Grote bij de verspreiding van het christendom. Hij liet iedereen doden die zich niet wilde laten dopen. Uit angst voor de doodstraf lieten daarom heel veel mensen zich dopen.   
De kerk groeide uit tot een organisatie. Daarbij luisterde zij vledig naar de aanwijzingen van de vorst die op dat moment regeerde. Wilde men wat betekenen in het dagelijkse leven, dan kon men niet om de kerk heen. De kerk en de regering van het land werden als een eenheid beschouwd.

Alle niet-christelijke geloofsvormen en ideeën werden verboden en verdwenen, maar het christelijke denken zoals de Bijbel het leerde, vond echter nog onvdoende ingang bij de mensen. Velen dachten vooral: wie Christus dient, wordt beloond met voorspoed, misschien op aarde, maar zeker in de hemel.
Het overgaan tot het christendom was in deze tijd geen eigen keus, maar men werd christen omdat ook anderen in de omgeving (dorpsgenoten, familie of degene die je betaalde voor je werk) christen werden.

Reformatie

Maarten Luther

Veel mensen konden niet lezen. De Bijbel was bovendien alleen in het Latijn vertaald. Zelf in de Bijbel lezen, was voor de meeste gelovigen dus te moeilijk. Zij waren afhankelijk van wat de geestelijke leiders in de kerk zeiden. Die legden de Bijbel niet altijd op een goede manier uit. Er ontstonden verschillende 
regels, ideeën en gewoonten, die in tegenspraak waren met wat er in de Bijbel stond.
Een voorbeeld daarvan waren aflaten. Een aflaat was een bewijs dat men niet of minder gestraft zou worden voor de zonde die men had begaan. De kerk verkocht deze stukken papier en verdiende er geld aan.

In 1517 schreef professor Maarten Luther 95 stellingen (opmerkingen) tegen de aflaat en luidde daarmee een nieuwe tijd in die de 'Reformatie' wordt genoemd. Het werd het begin van een - in die tijd - geheel andere kijk op de Bijbel en de leer van de kerk. De Bijbel en alle christelijke boeken waren toen nog alleen in het Latijn beschikbaar. Luther ontdekte in zijn Latijnse Bijbel dat het ging om 'sa fide', 'sa scriptura' en 'sa gratia'. Deze termen betekenen: alleen het geloof, alleen de Schrift en alleen de genade. Hiermee bedoelde Luther, dat mensen nooit een plaats in de hemel kunnen verdienen door heel goed te leven. Ook kon men de straf op de zonde niet ontlopen door een aflaat te kopen. Luther ontdekte, dat in de Bijbel staat dat we moeten geloven in Christus en wat Hij heeft gedaan (dus 'alleen het geloof'). Daarbij moeten we niet allerlei ideeën van mensen geloven, maar alleen de Bijbel (dus 'alleen de Schrift'). Wij worden niet gered van onze schuld en zonde omdat wij zo goed zijn, maar alleen omdat God zo goed is en zoveel liefde heeft. Hij schenkt vergeving en maakt ons gelukkig terwijl we het niet verdiend hebben. Dat noemen we genade (dus 'alleen de genade'). 
Naast Luther waren er nog anderen die met een nieuwe kijk op het geloof kwamen: Calvijn in Genève en Zwingli in Zürich. Op bepaalde punten weken hun ideeën van elkaar af. Daardoor ontstonden er verschillende groepen, zoals de lutheranen (aanhangers van de ideeën van Luther) en de calvinisten (aanhangers van de ideeën van Calvijn). Ook waren er zogenoemde 'spiritualisten'. De bekendste spiritualisten waren de anabaptisten of dopersen.

De denkbeelden van mensen zoals Calvijn en Luther werden razendsnel verspreid. Dit kwam ook door de uitvinding van de boekdrukkunst, waardoor boeken niet meer overgeschreven hoefden te worden. Door al die nieuwe ideeën werd er veel gesproken, geschreven, gelezen en gepreekt over wat nu de juiste manier was om te geloven. Daardoor was er weinig aandacht voor zendingswerk. De christenen vonden het ook niet zo nodig. In de zestiende eeuw had de kerk veel invloed op alle mensen. De kerk - rooms-kathiek, luthers of calvinistisch - was overal aanwezig. Men vond het daarom belangrijker om zich te richten op wat en hoe men geloofde. Wel had de kerk de taak om, samen met de vorsten, ervoor te zorgen dat het leven van het vk gericht was op de eer van God.

De rooms-kathieken reageerden fel op de Reformatie. Zij vervgden de 'protestanten', zoals alle aanhangers van mensen als Luther en Calvijn werden genoemd. Ook stelden de rooms-kathieken de beruchte inquisitie in. Dit was een rechtbank om de protestanten te berechten. De protestanten hadden echter ook onderling hun ruzies, die niet altijd alleen met woorden werden uitgevochten. Soms vervgde de ene groep protestanten een andere groep protestanten.

Gereformeerde Kerk 

Na de beeldenstorm van 1566 trok de hertog van Alva de Nederlanden binnen om namens Filips II orde op zaken te stellen. Hij trad streng op en liet veel mensen oppakken en doden. Omdat de rooms-kathieke Filips II niet aardig was voor de mensen, werden juist meer mensen protestant. Uiteindelijk zou - onder andere door de Nederlandse Opstand met Willem van Oranje (ook bekend als de 'Tachtigjarige Oorlog') - de macht van de rooms-kathieke kerk boven de rivieren gebroken worden. Het zuiden bleef overwegend kathiek.

In 1571 vond er een synode (kerkvergadering) van gereformeerden plaats in Emden. Daar maakten zij regels voor het kerkelijke leven. Deze synode kan gezien worden als het begin van de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk. Verschillende synodes vgden nog, waaronder de bekende nationale synode van Dordrecht in 1618-1619, waarin het besluit viel om de complete Bijbel vanuit het Hebreeuws, Aramees en Grieks (waarin de Bijbel oorspronkelijk is geschreven) in het Nederlands te vertalen. In 1637 kwam deze bijbelvertaling (de 'Statenvertaling') uit. 

Voor het eerst konden de mensen nu een goede vertaling van de Bijbel in hun eigen taal lezen. Voordat de Statenvertaling er was, waren er wel wat pogingen ondernomen om de Bijbel in het Nederlands te vertalen, maar dat waren niet zulke nauwkeurige vertalingen.

De Gereformeerde Kerk werd voor lange tijd de enige officieel erkende kerk van Nederland. Haar predikanten werden betaald door de overheid. Hoewel de Gereformeerde Kerk nooit een staatskerk was met een automatisch lidmaatschap van iedere burger, had zij wel veel invloed op het leven. Alle huwelijken bijvoorbeeld werden door de gereformeerde predikanten gesloten. Praktisch elke baby werd door hen gedoopt, of de ouders nu rooms-kathiek of gereformeerd waren of helemaal niet geloofden. Heel het vk was dus op de een of andere manier bij de kerk betrokken. Deze vkskerk was niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven, maar het aantal mensen dat belijdenis van het geloof deed, bleef klein.

Het denken over de Bijbel en hoe men moest geloven, ontwikkelde zich verder. In de 17e eeuw waren er heel veel mensen in de Gereformeerde Kerk die beïnvloed werden door de ideeën en gedachten van Engelse christenen (de zogenoemde 'puriteinen' en 'piëtisten'). Zo kwam er een nieuwe periode, die we 'Nadere Reformatie' noemen. De aanhangers van de Nadere Reformatie (die 'bevindelijken' worden genoemd) wilden dat er door het vk meer naar de Bijbel werd geluisterd. Daarbij merkten ze op, dat het geloof iets heel persoonlijks is. Een familielid, vorst of de kerk kan niet voor jou geloven. Je moet het zelf doen. Zij vonden dat de gelovige persoonlijk moest ervaren dat de redding die God schenkt, ook voor hem geldt. 

Na de Franse Revolutie 
Onder invloed van de 'Franse Revutie' (1789) - een tijd in Frankrijk waarin het vk in opstand kwam tegen de machthebbers in het land - gingen steeds meer mensen vinden dat er een scheiding moest komen tussen de kerk en de staat (het land). Dit betekende onder meer dat de kerk niet meer kon bepalen hoe het dagelijks leven in het land geregeld moest worden. De kerk mocht zich alleen met haar eigen zaken bemoeien. Velen gingen zich in deze tijd 'hervormd' noemen. Een gedeelte (met name de bevindelijken) liet zich liever 'gereformeerd' noemen.

Door de lossere band met de staat groeide het besef om als kerk zelf verantwoordelijk te zijn voor het doorgeven van het Evangelie buiten de kerkmuren. Natuurlijk werd het Evangelie al verspreid in het buitenland. Handelaars en veroveraars trokken naar allerlei verre landen en zendelingen vgden hen. Maar zending in Nederland was nog een uitzondering. In 1797 richtte de arts J. Th. van der Kemp het Nederlandsch Zendeling Genootschap op, 'ter voortplanting en bevordering van den Christelijken Godsdienst, bijzonder onder Heidenen'. Met de heidenen bedoelde hij alle mensen die nog geen christen waren. Het verslag van het genootschap dat in 1798 verscheen, meldde dat men dacht aan een opleiding van 'Katechizeermeesters'. Dit zijn mensen die catechisatie (onderwijs in het geloof) konden geven. Uit deze katechizeermeesters zouden dan zendelingen worden gekozen die in Nederland aan de slag zouden gaan.

Koning Willem I

Nederlandse Hervormde Kerk
          
De Franse keizer Napeon veroverde heel veel gebieden, waaronder ook Nederland. In 1813, nadat Napeon niet meer zo sterk was en zijn legers uit veel landen waren verjaagd, werd Nederland een koninkrijk onder koning Willem I. Hij kreeg veel invloed op de Gereformeerde Kerk, die haar naam veranderde in de Nederlandse Hervormde Kerk. De invloed van de koning op het kerkelijk leven werd geregeld in het 'Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden'. 

In het begin benoemde Willem I zelfs de leden van de synode. De kerk werd zo georganiseerd, dat niet de gemeenten konden bepalen hoe het er in de kerk moest toegaan, maar dat 'van bovenaf' regels werden opgelegd. De synode had de meeste macht. Pas in 1951 zou de Hervormde Kerk met een nieuwe kerkorde (dat zijn regels hoe de kerk bestuurd moet worden) komen. Daarin zouden de gemeenten een veel belangrijker r krijgen. Toch is het denken 'van bovenaf' altijd een kenmerk van de organisatie van de Nederlandse Hervormde Kerk gebleven.
In 1814 werd het Nederlandsch Bijbel Genootschap opgericht om de Bijbel goedkoop (en zo mogelijk gratis) te verspreiden.

Kerk in beweging
 

Het kerkelijk leven was in de negentiende eeuw sterk in beweging. De Verlichting, een periode in de geschiedenis waarin nadruk werd gelegd op het menselijk verstand, beïnvloedde ook het denken over de Bijbel en het geloof. Heel veel mensen vonden hun eigen gedachten belangrijker dan wat de kerk of de Bijbel leerde. Daarop kwam een reactie: het 'Réveil'. Mensen van deze beweging riepen op om terug te keren naar de christelijke belijdenis (door vast te houden aan wat de Bijbel leerde) en door christelijk te leven. De mensen van het Réveil deden heel veel: arme mensen werden gehpen en het Evangelie werd verteld. Er ontstonden organisaties voor landelijk jeugdwerk en zondagsschowerk. Christelijke boeken en tijdschriften werden verspreid en verwaarloosde jeugd werd opgevangen in tehuizen. Dominee Jan de Liefde (zie het plaatje) evangeliseerde (gaf het Evangelie door) in Amsterdam. Daaruit ontstond de vereniging 'Tot heil des volks' (1855). Predikanten die niet meegingen met allerlei nieuwe ideeën over hoe men moest geloven, richtten de Confessionele Vereniging op. Zij wilden vasthouden aan de belijdenis (de 'confessie') van de kerk.

De scheiding van kerk en staat nam steeds vastere vormen aan. Allerlei groepen binnen de kerk roerden zich. Er kwam ruzie tussen de christenen, waardoor ze niet meer in één kerk bij elkaar bleven. Kerkscheuringen vonden plaats in 1834 (de zogenoemde 'Afscheiding') en in 1886 (de zogenoemde 'Deantie'). Zo ontstonden er naast de hervormde kerk allerlei andere kerken, die zich al dan niet 'gereformeerd' noemden. 

In 1889 werd gekeken wie er allemaal in Nederland woonden. Daaruit bleek dat Nederland 48,88% hervormden, 35,58% rooms-kathieken en 8,21% gereformeerden telde. Van de Nederlandse bevking was 1,47% niet bij een kerk aangesloten.
Sommige predikanten verlieten de kerk omdat zij niet meer in God en de Bijbel geloofden. 

Anderen bleven wel, maar onder invloed van geleerden die kritiek op de Bijbel hadden, twijfelden zij of Jezus wel uit de dood was opgestaan. Veel mensen gingen op een andere manier met de Bijbel om en geloofden niet meer zoals de gereformeerde christenen dat deden. In 1906 richtte een aantal mensen die grote zorgen hadden over wat er in de hervormde kerk werd verkondigd de Gereformeerde Bond op. De Bond formuleerde zijn doelstelling in 1909 als vgt: 'komen tot oprichting van de Hervormde Kerk uit haar diepen val, en tot wederverkrijging van hare plaats in het midden van ons vk vanouds door den Heere aangewezen, met vasthouding aan de Dordtsche Kerkorde van 1619.'
Mensen uit de kring van de Gereformeerde Bond hebben in 1935 de IZB opgericht.

Onkerkelijkheid
De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) maakte duidelijk dat de mens tot iets verschrikkelijks in staat was. Ook in Nederland - dat buiten de oorlog bleef - maakte deze afschuwelijke oorlog indruk. Mensen voelden zich onzeker. Christenen hoopten dat niet-gelovigen aandacht voor het Evangelie zouden krijgen. Daarom gingen meer mensen zich met evangelisatiewerk bezighouden. Zo begon de 'centraal bond voor inwendige zending en christelijk philanthropische inrichtingen' in 1925 met zijn werk. Johan de Heer evangeliseerde met een witte tent en werd later bekend door zijn liederenbundel.
De 'verzuiling' kwam op. Dit hield in dat elke groep haar eigen verenigingen, schen, bladen en een eigen radio-omroep kreeg. Zo was er de NCRV als omroep voor de protestanten, de KRO voor de rooms-kathieken en de VARA voor de socialisten (mensen die streefden naar een samenleving waarin iedereen gelijk was. Zij kwamen op voor de arbeiders die niet zoveel verdienden). 

In 1930 telde Nederland bijna acht miljoen inwoners. De bevking groeide snel en de steden werden steeds groter. Dat had allerlei gevgen: mensen in de kerk kenden elkaar niet zo goed meer. Ook lette men minder op elkaar.
De hervormde kerk was door de jaren heen vooral een kerk geworden van mensen die niet heel rijk, maar ook niet heel arm waren. De meeste hervormden verdienden hun geld als bijvoorbeeld winkelier, ambtenaar of onderwijzer. De arme landarbeiders voelden zich daarom niet zo thuis in de hervormde kerk. Verplicht lid zijn van een kerk (om daarvan geld te kunnen ontvangen als men arm was) hoefde niet meer, want de overheid ging meer doen in de armenzorg. Hierdoor viel voor velen de noodzaak weg om lid van een kerk te zijn. De onkerkelijkheid groeide. In 1930 was 14,42% van de Nederlanders niet bij een kerk aangesloten.

De wereld in

In en na de Tweede Wereldoorlog (die in 1945 eindigde) leefde bij velen de gedachte dat er iets moest veranderen, ook in de kerk. Men vond dat de kerk zich niet moest terugtrekken in haar eigen wereldje, maar van zich moest laten horen in het dagelijkse leven. Ook mocht het evangelisatiewerk niet overgelaten worden aan enkele enthousiaste gemeenteleden, zoals tot dan toe was gebeurd. Nee, het zendingswerk was een taak voor heel de kerk. In 1945 werd het hervormde instituut 'Kerk en Wereld' in het leven geroepen. Hier werden werkers in kerkelijke arbeid ('wika's') opgeleid om mensen die weinig of niets van het Evangelie wisten, te bereiken.

De hervormde kerk kreeg een nieuwe kerkorde in 1951. Ook daarin stond, dat de kerk zich meer moest bemoeien met alles wat er in de wereld speelde.
Er veranderde heel veel na de oorlog. De bevking groeide verder, er kwamen meer steden, meer fabrieken. De uitvinding van de televisie zorgde ervoor dat wat er aan de andere kant van de wereld gebeurde, bekend werd in de huiskamers van de mensen. Mensen hoorden daardoor meer over allerlei godsdiensten en ideeën. Wat geleerde mensen zeiden en dachten (de wetenschap), werd door veel mensen belangrijker gevonden dan wat in de Bijbel stond. Hierdoor kwam er minder aandacht voor het christelijk geloof en de kerk. Veel mensen gingen zelf bepalen wat goed en fout is en luisterden niet naar wat in de kerken gezegd werd. Heel veel mensen verlieten de kerk (ontkerkelijking). In 1960 ging bijna de helft van de Amsterdammers niet meer naar de kerk. 

Een evangelist (iemand die aan andere mensen het Evangelie doorgeeft) van de IZB schreef vijf jaar daarvoor: "Ik vrees dat het nog wel eens waar kon worden, wat één van mijn onderwijzers op de lagere scho veertig jaar geleden reeds opmerkte: 'Jongens, wij zenden zendelingen naar de heidenlanden [de landen waar niemand van de Bijbel weet], nu misschien moeten ze nog eens uit de heidenlanden van nu, later komen om hier het Evangelie te brengen." Met andere woorden, in Nederland groeiden zoveel mensen op die niets van de Bijbel weten, dat er vanuit andere landen mensen zouden komen om hier te evangeliseren (over Jezus vertellen). En dat gebeurde inderdaad. Vanuit Amerika kwamen diverse predikers naar Nederland. Mensen die ziek waren, konden tijdens de bijeenkomsten van deze evangelisten voor hun genezing laten bidden. 

Beroemd zijn de bijeenkomsten van T.L. Osborn, die in 1958 op het Haagse Malieveld (zie plaatje) velen wist aan te spreken. Osborn kan gerekend worden tot de pinksterchristenen. Dit zijn christenen die sterke nadruk leggen op de persoon en het werk van de Heilige Geest in de gelovigen. Vooral na de oorlog kwamen er nog andere groepen christenen in Nederland bij, zoals de evangelische gemeenten. Daar zongen ze tijdens de diensten niet uit een psalmboek en gebruikten ze gitaar en drumstel in plaats van het kerkorgel. 

Het leven in een eigen 'zuil' (met eigen organisaties, krant, vereniging enzovoort) werd door veel mensen in de jaren zestig als steeds minder belangrijk ervaren. De Nederlanders werden steeds rijker en konden daardoor meer doen. Ook kregen ze meer vrije tijd, omdat de meesten niet meer op zaterdag hoefden te werken. Velen trokken er in het weekend op uit, waardoor het bezoeken van de kerkdiensten ook terugliep. In 1971 was 22,5% van de Nederlanders niet bij een kerk aangesloten. En dat aantal zou alleen maar groeien.

Verschillende zendingsmanieren
Zowel vanuit de kerken als vanuit de evangelische christenen werden pogingen gedaan om het Evangelie in Nederland te verspreiden. In veel kerken werden evangelisatiecommissies opgericht. Zij probeerden zoveel mogelijk gemeenteleden te betrekken bij het zendingswerk in Nederland en gingen zelf ook aan de slag om mensen over God te vertellen.

Lees ook eens: Handleiding Evangelisatie

De Evangelische Omroep werd opgericht om via radio en tv het Evangelie door te geven. 
Verschillende organisaties ontwikkelden in de loop der jaren allerlei evangelisatiematerialen. Bekende evangelisatiebladen zijn ECHO (uitgave van de IZB en de Christelijke Gereformeerde Kerken) en de Elisabethbode (uitgave van Stichting Elisabethbode, nu EB Media). Ook verscheen het blad 'Open Deur' dat nu door mensen uit verschillende kerken wordt gemaakt. 

Youth for Christ begon in de jaren zestig de 'koffiebar': een plek waar christenen en niet-christenen in een ongedwongen sfeer konden praten over het Evangelie. De internationale evangelisatieorganisatie Campus Crusade for Christ vestigde zich in 1969 in Nederland onder de naam 'Instituut voor Evangelisatie' (later 'Agapè' geheten). Het Instituut voor Evangelisatie organiseerde in de jaren tachtig de 
Er is hoop'-evangelisatieacties. Ook kwam het Instituut voor Evangelisatie met de film 'Jesus', een verfilming van het Lucasevangelie, die nog steeds veel gebruikt wordt.

In 1970 werd door de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk het 'Hervormd Evangelisch Beraad' (HEB) in het leven geroepen. Ook het HEB hield zich met evangelisatiewerk bezig.
De ontkerkelijking in Nederland ging door en de invloed van de kerk op het dagelijks leven werd steeds kleiner. De kerken gingen nadenken over nieuwe manieren om het Evangelie door te geven. Er werden allerlei cursussen voor gemeenteleden ontwikkeld, zodat zij konden leren hoe zij hun onkerkelijke buren konden bereiken met de boodschap van de Bijbel. Ook werden er onderzoeken gedaan en rapporten geschreven over de manier waarop in Nederland het Evangelie moest worden verspreid.

In 1996 begon de IZB, samen met de Evangelische Alliantie en Youth for Christ, met de Alpha-cursus. Dat is een cursus van tien avonden en een weekend en is bedoeld als beginnerscursus over het christelijke geloof. Deze evangelisatiemethode sprak duizenden mensen aan. Zij vgden de Alpha-cursus en velen kwamen tot geloof. Inmiddels is de Alpha-cursus ondergebracht in een aparte stichting. Als vervg op de Alpha-cursus - maar ook los daarvan - konden kerken en gemeenten gebruik gaan maken van het Emmaüs-materiaal. Dit materiaal kwam, evenals de Alpha-cursus, uit Engeland en werd door de IZB, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerd Kerken Vrijgemaakt vertaald en bewerkt.

Veel Nederlanders zijn niet met de Bijbel opgegroeid. De taal van de Bijbel vinden zij erg moeilijk. Voor deze mensen is de Bijbel in de afgelopen tientallen jaren opnieuw vertaald in het Nederlands. Bekend zijn de 'Groot Nieuws Bijbel', 'Het Boek' (waarin de bijbelteksten in gewoon Nederlands worden naverteld) en de in 2004 uitgekomen Nieuwe Bijbel Vertaling. Door de komst van Turken en Marokkanen en later asielzoekers kwam er ook aandacht voor het evangelisatiewerk onder moslims. Onder meer Stichting Evangelie en Moslims en Stichting Gave gingen zich hiervoor inzetten.

Meedoen
De kerkverlating bleef maar doorgaan. In 1960 ging 56 procent van de Nederlanders geregeld naar de kerk. In 2005 was dat aantal gedaald tot 12 procent. Bijna twee op de drie Nederlanders noemt zich op dit moment buitenkerkelijk.

In 2004 gingen de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden samen in de Protestantse Kerk in Nederland. De synode (het bestuur) van de Protestantse Kerk in Nederland vindt het evangelisatiewerk - en dus ook wat de IZB doet - heel belangrijk. Aan materialen, ideeën en manieren om het Evangelie door te geven is geen gebrek. Nog wel aan mensen die willen meedoen. Zodat heel veel mensen het Evangelie horen en gaan geloven. De Bijbel spreekt daarom over een 'oogst' van nieuwe christenen, die binnengehaald moeten worden. Laten we daarom aan zoveel mogelijk mensen het Evangelie doorgeven.  

Toen zei Jezus tot Zijn discipelen: "De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders (werkers). Bidt daarom de Heer van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen."
Mattheüs, hoofdstuk 9, vers 37 en 38.

Lees hier eens verder : bediening van verzoening aan traditionele en seculiere mensen

download : Zending in het voetspoor van Christus - boek van Lesslie Newbigin

Samenvattingvan het boek:

 Evangelisatie is geen project van ons maar een aankondiging van Gods nieuws 13 Het nieuws is dat God regeert: Jezus is gekomen. 14 Dat nieuws moet je geloven, je moet daarover een beslissing nemen, bekeert u want het koninkrijk van God is nabij. Geloof het evangelie. 14 Je zult het niet zien, geloof het 15. Dit geloof is gave en roeping van God 16 De tegenwoordigheid van Gods heerschappij is niet zo duidelijk 17. Het evangelie is dat het koninkrijk nabij is. 18. Waarom komt dit bij Paulus en de tegenwoordige evangelisatie zo weinig aan de orde? Omdat Jezus het koninkrijk is. Het koninkrijk van God heeft een menselijk gezicht, een menselijke naam. Jezus van Nazareth. 19 Het evangelie, het goede nieuws wordt ons aangezegd. Het nieuws is dat de heerschappij van God, tegenwoordig in Jezus, ons allemaal onder het oordeel en in dezelfde daad gebracht heeft, ons allemaal onder zijn zegen gebracht heeft. Bij het kruis zijn geen zijn geen onschuldige partijen. Daar weten we dat we allemaal schuldig zijn en toch allemaal vergeven, geliefd, bevrijd zijn. Het goede nieuws is, dat we vrijgemaakt zijn. Het is vanuit deze reëel geschonken vrijheid, dat we in gerechtigheid en barmhartigheid kunnen handelen.21Vroeger werd Jezus gepreekt losgekoppeld van het koninkrijk. Dan beperk je geloven tot persoonlijke verlossing en laat je het openbare leven voor satan. En als je het koninkrijk predikt zonder Jezus breng je een lege ideogie 21. De loskoppeling van Jezus en het koninkrijk maakte ook wel dat men over het koninkrijk van God sprak als over vooruitgang van de maatschappij 20. In Jezus is het koninkrijk tegenwoordig en hij verkondigt het 22 Hoe is het koninkrijk tegenwoordig in Jezus? 22 Jezus stuurt discipelen uit om te genezen (Mat.10:1) en zegt dan het koninkrijk der hemelen is nabij. De prediking is de interpretatie van het gebeurde. 23 Daden zonder woorden zijn stom, woorden zonder daden zijn stom 23 Onze inspanningen, daden van gerechtigheid en barmhartigheid zijn op zijn best tekenen van het koninkrijk om mannen en vrouwen te helpen zich te bekeren en te gaan geloven in de realiteit van het koninkrijk 24. De kerk is alleen trouw aan haar roepring als ze een teken, een instrument en een voorsmaak is van het koninkrijk. 25  Een vraag over het koninkrijk: een belofte van de Geest Hand. 1:6-8

6 Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? 7 Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, 8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

 Bent u optimistisch over de kerk? Die vraag is niet terzake. Ik geloof in de opstanding. Het evangelie is nieuws over het koninkrijk dat je gelooft of niet gelooft. 30 Herstelt u in deze tijd het koningschap? 29 Antwoord: het is niet jullie project. En antwoord is: De heilige Geest zal komen en jullie zullen getuigen. De Geest is het beloofde voorschot van het koninkrijk. Vgl voor ‘Geest als voorschot’ Rom.5:23, 2 Kor. 1:22, Ef. 1:14. Een voorschot is concreet, werkelijk deel van wat straks vkomen, veel groters, komt. Zo is het een belofte. Dit concrete voorschot (de uitgestorte Geest) maakt de kerk getuige van het koninkrijk. Dat voorschot nu al maakt dat het getuigenis geen taak van de kerk is maar een gave. En dat maakt dat evangelisatie overstromen is.31 Vgl Jes. 43:8:11 De Heer getuigt zelf. En Israël getuigt ook aan de natiën. De Geest getuigt (Joh.15:26,27) en de discipelen getuigen ook. Getuigen van de machtige daden van God. in het OT en NT (Vgl. 1 Petr. 2:9. KvL) Niet alleen in OT, ook in NT is het God die de grote initiatiefnemer bij de zending 33. Bij zending en evangelisatie is verder steeds belangrijk de aanwezigheid van een gelovige, dienende, vierende gemeente van mensen, die intens betrokken zijn bij het gewonen leven van hun omgeving. Tegelijk was wezenlijk het werk van de Geest in het leven van de gemeente door de gelovige woorden en daden van haar leden dat doorwerkte in de gemeenschap. 34 Het is dus niet zo dat de kerk een opdracht heeft en de Geest die helpt vtooien. 35 Paulus geeft ook nergens zo’n opdracht. Zelf kan hij niet zwijgen over Jezus, maar hij bezwaart daarmee niet het geweten van zijn lezers. Evangelisatie vloeit voort uit een belofte, ze is er de vervulling van: Gij zult mijn getuigen zijn als de heilige Geest over u komt. 35.  Delen in het lijden: getuigen van de opstanding Joh. 20:19-23

19 Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u! 20 En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Here zagen. 21 [Jezus] dan zeide nogmaals tot hen: Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. 22 En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zeide tot hen: Ontvangt de heilige Geest. 23 Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgeschden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.
 De discipelen hadden de deuren achter zich dicht gedaan, maar Jezus zendt hen de wereld in. 37 Ze zijn niet alleen, Hij is in hun midden. Zoals de vader mij zond zend ik jullie. Ga door met wat ik kwam doen. In deze zending bestaat het leven van de kerk. 37 Zoals de vader mij zond zend ik jullie. En Hij toonde hun zijn handen en zijn zijde. De littekens van Jezus maakten de discipelen duidelijk dat het Jezus de verlosser en overwinnaar was. De kerk is ook het gekruisigde lichaam van Christus. Een schat in aarden vaten, 2 Kor. 4:7: in druk, in het nauw, om raad verlegen, vervgd, het sterven van Jezus omdragende. We zijn het echte lichaam van Jezus. Deze kerk is de bode van de zending. De kerk is de tegenwoordigheid (voorschot) van het koninkrijk. 38, 39, 40. Jezus gaat de confrontatie aan met alle machten en overwint ze betalend aan het kruis, zich onderwerpend aan zijn Vader, uitroepend: het is vbracht. Hier begint in vledige kwetsbaarheid met de dood nieuw leven. 40, 41Zijn aanspraak in kwetsbaarheid op het koningschap deed Hij ook toen Hij op een ezel naar Jeruzalem reed. 42 Geen afzondering van de wereld. En geen verbintenis met de wereld. Maar compromisloze confrontatie in de kracht van het koningschap van God. Gods heerschappij breekt in op overheden en machten zegt Paulus. Onze prediking zal zo de wreedheid, hebzucht en verspilling van de maatschappij aan de kaak stellen in de strijd voor gerechtigheid en barmhartigheid. 42 Zo worden tekenen van het koninkrijk van God opgericht. Die stellen mensen in staat nu al een voorsmaak te genieten van de vreugde en de vrijheid van het koninkrijk en aan de gang te blijven in het vaste vertrouwen op zijn vle verwerkelijking. 43, 44 ‘Ontvangt de heilige Geest.’ De Geest speelt een duidelijke r in de zending. De Geest is niet werkzaam enkel in de prediking van het woord, maar ook in elk woord en elke daad van geloof die voortkomen uit dit nieuwe leven in Christus en heenwijzen naar de tegenwoordigheid van Gods heerschappij. 44 Er bestaat een gebod: ‘Zend Ik ook u’. Augustinus zei echter al: ‘God schenkt eerst dat wat God gebiedt’. Alleen de gave van de Geest vormt de kerk tot zending, tot een getuigenis, en een voorsmaak van het koninkrijk. 44 Het zonden kwijtschelden en toerekenen wordt beheerst door het ‘Vrede zij u’.en het tonen van zijn littekens. De wonden van Christus dringen ons tot berouw en hoogmoed. Tot nederigheid. Tot verzoening vragen. Maar Gode zij dank, Hij is niet verslagen. Ondanks alle zonde die het leven van de kerk belaagt is er genade genezing, vergeving, bevrijding van schuld. Het ware leven van de kerk wordt gevonden waar zending plaatsvindt in het voetspoor van Christus, waar de kerk inderdaad herkenbaar is als zijn lichaam. Omdat zij de littekens van zijn lijden draagt. 46 Een gave, een opdracht en een belofte. Mat 28:18-20

18 En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op [de] aarde. 19 Gaat dan henen, maakt al de vken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u beven heb. 20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de veinding der wereld.
Tot William Carey (1761-1834) werd deze tekst nooit als de basis tekst voor de zending gebruikt. In het nieuwe testament wordt deze tekst zo niet gebruikt. Pas in de laatste 2 eeuwen wordt deze tekst gebruikt en dan in het westers protestantisme, de tijd van pitieke en economische expansie waar de zending vaak mee verbonden was. Deze tekst los nemen maakt haar tot een gebod, meer dan een uitdrukking van het evangelie, een last, meer dan het werk van de Geest waarin we meegenomen worden. 47 Het tekstdeel begint niet met een gebod maar met een overwinningskreet, vgl Ps. 93. Dat roept op: ‘wee mij als ik het evangelie niet verkondig’. 48 Israël, de drager van de belofte gaat de wereld in, die de begunstigde is. vken tot discipelen maken. Woorden van profeten en psalmen worden werkelijkheid. 48 Bij dit ‘discipelen maken’ zijn we persoonlijk betrokken ook in die zin dat wij ook zelf veranderen. Of zijn we er alleen op uit om de ander te veranderen? 50 Tot discipel maken is niet de westerse cultuur opleggen. Het houdt in leren wat Christus geboden heeft. Dwz zien wat de bediening van Jezus is. Niet een nieuwe code van wetten, maar een nieuw soort van leven dat uiteindelijk sommige cultuuraspecten vrijwel zeker onder kritiek zal stellen. 51, 52 Vken zijn geen staten, en geen individuele mensen. Denk aan stammen, kastes, clans, enz. Let op dat het dopen wel op personen slaat. 52 Het gezin van God kenmerkt zich door eenheid niet door uniformiteit. Door verscheidenheid niet door verdeeldheid. Waar liefde en vrijheid de absute waarden zijn. Christenen uit de heidenen zijn geen doorslagen van joden maar zitten wel in één gezin. Etnische en culturele verscheidenheid wordt opgenomen in de nieuwe werkelijkheid die ons in God door de Geest geschonken is. Deze werkelijkheid is een belofte, geen bevel. Zie ik ben met u tot het eind van de wereld. Het is de tegenwoordigheid van een nieuwe werkelijkheid in het leven van de wereld, de tegenwoordigheid van de opgestane Heer zelf, die de drijfkracht van de zending is. Hij alleen is het die alle mensen tot zich kan trekken. Joh. 12:32. 53 (deze samenvatting is geschreven door Koos van Loo)

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids 

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG