Afbeelding Missale Romanum - 148                                        overzicht

Lees de Bijbel  De houtsnedes zijn gepubliceerd in 1593under onder de titel Adnotationes et Meditationes in Evangelia ("Notes and Meditations on the Gospels")
153 Afbeeldingen 1593 edition, in chronologische volgorde van Jezus' leven
klik op de afbeelding voor aanvullende informatie

DE HEMELVAART VAN JEZUS



BIJBELTEKST Marcus 16 Lukas 24 Johannes 21 Handelingen 1

Uit het evangelie volgens Lukas:

Verschijningen; Jezus opgenomen in de hemel

13 Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. 14 Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15 Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, 16 maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden. 17 Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. 18 Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ 19 Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. 20 Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. 21 Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22 Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23 vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. 24 Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ 25 Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? 26 Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27 Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.

28 Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. 29 Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. 30 Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31 Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik. 32 Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ 33 Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, 34 die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!’ 35 De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.
36 Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’ 37 Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. 38 Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? 39 Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.’ 40 Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten. 41 Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ 42 Ze gaven hem een stuk geroosterde vis. 43 Hij nam het aan en at het voor hun ogen op. 44 Hij zei tegen hen: ‘Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’ 45 Daarop maakte hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. 46 Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, 47-48 en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. [47–48] 48  49 Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.’

50 Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. 51 Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel. 52 Ze brachten hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem, 53 waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden.


Over de hemel

Bij een eerste oriëntatie met betrekking tot de hemel vallen ons twee dingen op. Ten eerste dat het Griekse woord voor hemel, `ouranos', in het Nieuwe Testament meer dan 250 keer voorkomt. De hemel krijgt dus hier een niet geringe aandacht. Ten tweede merken we bij het raadple­gen van een woordenboek[i] op dat het woord `ouranos', hemel, niet steeds dezelfde zaak aanduidt.

Zo wordt het gebruikt in de zin van wolkenhemel, wat bijvoorbeeld blijkt in zinsneden als `vogelen des hemels' (bv. Matt.6:26)  en `wolken des hemels'  (bv. Matt.24:30). Maar het woord kan ook gebruikt worden voor de sterrenhemel.  Zo lezen we over de `sterren des hemels' en de `machten der hemelen' (bv. Hebr.11:12; Matt.24:29). En vervolgens komt het voor in de zin die ons hier bezighoudt, namelijk als `de woonplaats van God'.

Voordat we op deze laatste betekenis doorgaan wil ik een paar opmerkingen maken over dit drievoudig gebruik van het begrip `ouranos'. Ten eerste blijkt uit dit woordgebruik heel duidelijk de Nieuwtestamentische vooronderstel­ling dat de hemel van God even plaatselijk en ruimtelijk is als de wolkenhemel en de sterrenhe­mel. Ten tweede geloof ik niet dat deze drievoudige hemel[ii] karakteris­tiek is voor het antieke wereldbeeld. We hebben hier een natuurlijk, met ons mens-zijn gegeven wereld­beeld, dat, hoewel van voorwetenschappelijke aard, toch door ieder wordt ervaren en begrepen[iii].

Hoewel de derde hemel, de hemel van God, dus lokaal gedacht wordt, mag men toch niet vragen waar deze zich bevindt. Zij is namelijk wel van een andere orde dan de eerste twee. Ze is verborgen en onzichtbaar. Daarom lezen we diverse keren dat de hemel geopend wordt (Matt.3:16; Hand.7:56; zie ook Joh.1:52; Hand.10:11,16; Openb.4:1; 19:11). Zo bijvoorbeeld bij Jezus' doop in Mattheüs 3:16 waar staat: `Terstond nadat Jezus gedoopt was steeg hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op hem komen'. En als Stefanus gestenigd wordt zegt hij: `Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods'.

De hemel van God is dus voor de mens een gesloten boek, tenzij deze voor hem geopend wordt. Voor onze kennis van deze hemel zijn wij dan ook geheel aangewezen op goddelijke openbaring.

Onzichtbare hemel

Laten we nu eens kijken wat het Nieuwe Testament ons over deze onzichtbare hemel openbaart. Er zijn twee brieven, namelijk de brief aan de Hebreeën en die aan de Efeziërs, die ons wat meer inzicht geven in de hoedanigheid van de onzichtbare hemel.

We lezen in Hebreeën 4:14 : `daar we nu een hoge­priester hebben die de hemelen is doorgegaan, Jezus de Zoon van God, laten we aan die belijdenis vasthouden'. Maar in bijvoor­beeld Hebreeën 8:1 staat dat wij `Een hogepriester hebben die gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen, de dienst verrichtende in het heiligdom...'.

In de Hebreeënbrief wordt dus zowel gezegd dat Jezus `hoog boven de hemelen verheven is' (Hebr.7:26)[iv] als ook dat Hij in de hemelen troont. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee hemelen die beide niet tot de vergankelijke schepping behoren, namelijk de hemelen die de Here Jezus is doorgegaan en de hemel waar God troont.[v]
We zien hier dat er in de hemel toch verschil is tussen hemel en hemel. Er is verscheiden­heid en gradatie.

Dit wordt helemaal duidelijk als we de brief aan de Efeziërs lezen. Deze brief spreekt steeds in het meervoud over hemelen en doelt hiermee op meerdere hemelen[vi]. We zien dit bijvoorbeeld in Efeziërs 4:10, waar we over Jezus Christus het volgende lezen: `Hij, die nederge­daald is, Hij is het ook die is opgevaren, ver boven alle hemelen...'. Tegelijkertijd lezen we in Efeziërs 1:20 dat God de Here Jezus heeft opgewekt uit de doden en Hem gezet heeft aan Zijn rechter­hand in de hemelen (en tois epouraniois).

Ook in deze brief wordt dus onderscheid gemaakt tussen de hemelen die de Here Jezus is doorgegaan en de hemelen, waar Hij zit aan de rechterhand Gods. Maar er wordt hier nog meer duidelijk, namelijk dat de onzichtbare hemelen zich uitstrekken tot aan de aarde. We zien dat aan twee zaken.

Ten eerste lezen we dat er zich in de hemelen ook boze machten bevinden die, `wereld­beheersers dezer duisternis' worden genoemd (Ef.6:12). Efeziërs 2:2 lokaliseert deze kwade machten in de lucht. We lezen daar namelijk over `de overste van de macht der lucht,.... de geest die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaam­heid'. Deze boze geesten bevinden zich dus in de lucht, in de hemel die direct aan de aarde raakt. We spraken eerder al over de wolkenhe­mel[vii].

Dat de onzichtbare hemelen zich uitstrekken tot de aarde zien we ook aan het gegeven dat gezegd wordt dat de Gemeente op aarde zich tevens `in de hemelen' bevindt. Efeziërs 2:5-6 zegt namelijk dat God ons heeft `levend gemaakt met Christus',  dat Hij ons met Hem heeft opgewekt en dat Hij `ons mede een plaats heeft gegeven in de hemelen'.
Samenvattend kunnen we zeggen dat het begrip hemelen in de brief aan de Efeziërs spreekt over de geestelijke wereld, die onzichtbaar is voor onze natuurlijke zintuigen (vgl. 2Cor. 4:18), maar die niettemin lokaal gedacht wordt. Zij strekt zich uit vanaf de aarde tot aan de troon van God.

Over de hemel en de levende gelovigen

We hebben gezien hoe het Nieuwe Testament in zijn algemeenheid over de hemel spreekt. We willen nu wat dieper ingaan op de relatie die er is tussen de hemel als woonplaats van God en de gelovigen. Hier blijkt dat het Nieuwe Testament onderscheidt in drieërlei relaties tussen de hemel en de gelovigen, namelijk die van de levende gelovigen, ten tweede die van de gestorven gelovigen en ten derde die van de verrezen gelovigen. Laten we deze drie onderscheiden relaties eens één voor één bekijken.

Wat betreft de levende gelovigen, dat wil zeggen de op aarde levende gelovigen voor de wederkomst van Jezus zegt Paulus in Filippenzen 4:20 `Wij zijn burgers[viii] van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwach­ten'. De gelovigen hebben dus hun vaderland in de hemel; zij vormen op aarde een kolonie van hemelburgers.

Nog inniger wordt de relatie met de hemel beschreven in het reeds genoemde Efeziërs 2:4-6 waar we lezen:`God echter die rijk is aan erbarming, heeft om zijn grote liefde, .... ons hoewel wij dood waren door de overtredingen, mede levend gemaakt met Christus .... en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelen'.

De hemel is dus niet alleen de plaats vanwaar de gelovigen hun zegeningen ontvangen, maar meer dan dat: de gelovigen die op aarde leven, leven tegelijkertijd ook nu al in een hemelse realiteit.

Over de hemel en de gestorven gelovigen

Vervolgens willen we een paar teksten lezen die handelen over de aanwezigheid van gestorven gelovigen in de hemel. Niet alleen echter hun aanwezigheid is van belang, maar ook hun hoedanigheid. Er zijn enkele vragen die ons bezig houden, zoals: Hebben zij reeds de volmaaktheid verkregen? Zijn zij daar bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?

Dat er nu al gelovige mensen in de hemel zijn wordt een aantal keren duidelijk gesteld. Zo bijvoorbeeld in Hebreeën 12:23, waar als bewoners van het hemelse Jeruzalem, naast tienduizendtallen van engelen, ook de `geesten der rechtvaardigen' worden genoemd, d.w.z. de geesten van gestorven gelovigen[ix]. In de hemel bevinden zich dus al voor de wederkomst gestorven gelovigen[x]. Maar wat ons meer interesseert is de hoedanigheid waarin zij zich daar bevinden.

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1:23-24 zegt hij het volgende: `van beide zijden wordt ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil'. Sterven is voor Paulus `met Christus zijn' (vgl. 2 Cor.5:8 `Wij begeren te meer ons verblijf in het  lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.'). Deze eenheid met Jezus Christus beleeft hij nu al (Vgl. 1 Cor.6:17 e.a.), maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood[xi]. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste.

Ook het zojuist al genoemde Hebreeën 12:23 geeft ons enig inzicht met betrekking tot onze medebroeders in de hemel. Er wordt gesproken over `de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben'.Er is sprake van geesten, omdat deze rechtvaardigen nog geen verheerlijkt lichaam hebben ontvangen. Daarom is hun voleinding hier ook niet de uiteindelijke verheerlijking, maar de volkomen heiliging[xii], zoals we lezen in 10:14 `want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden'. De geesten der rechtvaardigen in de hemel hebben dus nog niet de volmaakte verheerlijking bereikt[xiii].

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam[xiv]. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17 `zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.'

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel[xv]. Er wordt gewerkt. Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Openb.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige[xvi]. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6:9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel zielen van mensen ziet. Hij zegt: `Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienst­knechten...'[xvii].

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn[xviii]. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen[xix]. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde[xx].

Over de hemel en de verrezen gelovigen 

Dit brengt ons op het laatste punt, namelijk de hemel en de opstanding der doden. Hierover spreekt Paulus in 2 Korintiërs 5:1-2 als hij  zegt: `want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis'.

Paulus spreekt hier over het opstandingslichaam, het verheerlijk­te lichaam dat alle gelovigen zullen ontvangen bij de opstanding der doden[xxi]. Dit is wat genoemd wordt `een eeuwig gewicht van heerlijk­heid' (2 Cor. 4:17). Even verder zegt hij dat God ons juist daartoe bereid heeft (2 Cor. 5:5). Dit is de volmaaktheid naar geest, ziel en lichaam die wij bij de wederkomst van Jezus Christus zullen ontvangen (vgl. 1 Thess.5:23).

Deze totale en volmaakte vernieuwing van de gelovigen is weer onderdeel van een totale volmaakte vernieuwing van de schepping, die tot stand komt doordat de hemel de aarde volledig zal omhelzen. We lezen dit in Openbaring 21:1-2 `En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan... en ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, neerdalende uit de hemel van God...'

Niet alleen de aarde heeft een geschiedenis, maar ook de hemel[xxii]. We hebben er in deze studie iets over kunnen horen. Met de eerste komst van Christus zijn de hemel en de aarde in een nieuwe relatie tot elkaar gekomen[xxiii]. Maar er komt straks een tijd, na het laatste oordeel, dat de hemel naar de aarde zal afdalen en de scheiding tussen beiden volledig zal worden opgeheven.

Over deze tijd ontving Johannes de volgende openbaring die hij beschrijft in hoofdstuk 21:3-6 `En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij die op de troon gezeten is, zeide: Zie Ik maak alle dingen nieuw.... Ik ben de Alpha en de Omega, het begin en het einde'.

Nadere uitleg


[i].W. Bauer, `ouranos', Wörterbuch Zum Neuen Testament (5e dr., Berlin, 1971) s.v.

[ii].Aldus: K. Stendahl,`Hemel(en)', in: B.Reicke en L. Rost,    red., Bijbels historisch woordenboek, II, vert. (Utrecht,    1969) 307-308; W.M. Smith, `Heaven' in: M.C. Tenney, ed., The Zondervan Pictorial Encyclopedia of the Bible, III (Grand Rapids, 1975) 61-62.
Deze opvatting van een drievoudige hemel is ook de meest voor de hand liggende verklaring van 2 Cor.12:2, waar Paulus tegen heidenchristenen zonder uitleg spreekt over `de derde hemel'.

 [iii].H. Berkhof, Christus en de machten (Nijkerk, 1952) 31

[iv].Deze hemelen, die Jezus is doorgegaan, worden in Hebr.9:11 genoemd: `de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping ...' Zie ook volgende noot.

[v].J.C. Bette, G. van den Brink, e.a., red., Studiebijbel 9. Hebreeën-Judas (Soest, 1988) 168-171; O. Michel, Der Brief an die Hebräer (7e dr., Göttingen, 1975) 310-312; H. Traub, `ouranos', TDNT, V, 527-528. De brief aan de Hebreeën kent ten derde ook de hemelen, die tot deze schepping behoren en daarom vergankelijk zijn  (Hebr.1:10-12).

[vi].Ouranos (Ef.1:10; 3:15; 4:10; 6:9) wordt afgewisseld door epouranios (Ef.1:3, 20; 2:6; 3:10; 6:12). Beide woorden worden synoniem gebruikt. W. Bauer, `epouranios', Wörter­buch, s.v.; H. Traub, `epouranios', TDNT, V, 539.

[vii].Bauer zegt het zo: `Da es mehrere Himmel gibt, die je näher sie der Erde liegen, von um so minderwertigeren Geistern bewohnt werden, kann ta epourania auch Wohnort  böser Geistern sein.' W. Bauer, `epouranios', Wörterbuch, s.v.

[viii].Het Griekse politeuma betekent hier `gemenebest,  staatsverband'. W. Bauer, `politeuma', Wörterbuch, s.v.

[ix].O. Michel, Hebräer, 466-468. H. Strathmann,`Der Brief an die Hebräer' in: P. Althaus, G. Friedrich, red., Das Neue Testament Deutsch, 9 (8e dr., Göttingen, 1963) 151.  S.J. Kistemaker, Hebrews (2e dr., Grand Rapids, 1985) 394.

[x].Zie bijv. ook Openb.18:20, waar naar aanleiding van het oordeel over Babylon gezegd wordt: `Wees vrolijk over haar, gij hemel en gij heiligen en gij apostelen en profeten, want   God heeft uw rechtzaak tegen haar berecht'. Voor de wederkomst zijn er in de hemel al heiligen, apostelen  en profeten. Zo: R.H. Charles, A critical and exegetical commentary on the Revelation of St. John, II (ICC, Edinburgh, 1920) 111-112. E. Lohse, Die Offenbarung des Johannes (NTD, Göttingen, 1960) 91. G.R. Beasley-Murray, The Book of Revelation (NCB, herdr., London, 1983) 268; anders: G.E. Ladd, The revelation of John (3e dr., Grand Rapids, 1976) 241. Hij verstaat onder `hemel' een omschrij­ving van engelen in de hemel en lokaliseert daarnaast de heiligen, apostelen en profeten op aarde. De tekst zelf geeft echter dit onderscheid niet aan. Ook de oproep in Openb.12:12 `Daarom, verheugt u, gij hemelen en die daarin wonen', handelt vermoedelijk over mensen in de hemel. De context spreekt namelijk over `onze broeders' (vs.10). Zo: H, Traub, `ouranos', TDNT, V, 533. R.H. Charles, Revelation, I, 327.

[xi].R.P. Martin, Philippians (NCB, Grand Rapids, 1980) 78-79.   De woorden van Paulus staan haaks op een zieleslaap.

[xii].Zie voor de exegetische voor en tegens van deze opvatting:  O. Michel, Hebräer, 466-468.

[xiii]., G. van den Brink, J.C. Bette e.a., Studiebijbel 9, 289-291

 [xiv].Openb.7:9(-17). Het visioen laat een situatie in de hemel  zien voor de wederkomst van Christus. Zo: R.H. Charles, Revelation, I, 209; Th. Zahn, Die Offenbarung des Johannes (Leipzig, 1924; herdr., Wuppertal, 1986) 377-378. Een en ander is duidelijk uit met name twee feiten:

1. De grote verdrukking op aarde duurt nog voort terwijl de gelovigen de hemel binnenkomen. Dit blijkt naast de context ook uit vs.14 hoi erchomenoi, lett. `de komenden'.
2. In vs.15 is sprake van een `tempel'. Het is de tempel van God, die nu in de hemel is (11:19), want er zal straks, wanneer het hemels Jeruzalem is neergedaald naar de aarde, geen tempel meer zijn (21:22). Ladd probeert dit verschil weg te verklaren met een beroep op de vluchtig­heid en de beeldspraak van apocalyp­tisch taalgebruik.(G.E. Ladd, Revelation, 119). Maar als we moeten aannemen dat de ene  keer de tempel de aanwezigheid van God aanduidt en de  andere keer de afwezigheid van de tempel juist de aanwezigheid van God aangeeft, is er een einde gekomen aan alle zinvol taalgebruik.

[xv].Hoewel duidelijk onderscheiden van de activiteiten van de  gelovigen na de wederkomst van Jezus. Dan zal het regeren met  Christus centraal staan (Openb.5:10; 20:4-6), iets wat hier niet genoemd wordt.

[xvi].Zahn (Offenbarung, 377) zegt bij deze passage naar aanleiding  van het witte kleed, d.w.z. de hemelse verschijningsvorm van de gelovigen, dat men deze genade dus niet pas ontvangt bij de wederkomst, `sondern in verschiedener Gestalt und in Stufenweise fortschreitender Realisierung schon in der Stunde seines Sterbens'.

[xvii].Het is niet juist hier de martelaren als een aparte groep van de andere gelovigen te onderscheiden, zoals Charles  voor­stelt. R.H. Charles, Revelation, I, 176. In het NT ligt herhaaldelijk de nadruk op het martelaarschap van de hele kerk (Matt.10:38; 16:24, e.a.) Het gaat in onze passage dan ook om alle gestorven gelovigen.  E. Lohse, Offenbarung, 42; G.E. Ladd, Revelation, 104

[xviii].Het voorstel van Cullmann om anapauomai (rusten) in vs. 11 te vertalen met `slapen' om ook hier tot een `zieleslaap' te  komen, is ons inziens volledig ernaast. Zie: O. Cullmann, Onsterfe­lijkheid der ziel of wederopstanding der doden?, vert. (Nijkerk, z.j.) 45. In het boek Openbaring wordt van `rusten' gesproken i.t.t. het moeizame leven op aarde (vgl.14:13 `dat zij rusten van hun moeiten'); het hele idee van een `zielenslaap' is vreemd aan het NT.

[xix].Een wit, d.w.z. lichtend kleed, is het teken van een hemelse verschijning. Zie Openb.4:4; 7:9,13; Matt.28:3 par.; Marc.9:3 par.; Hand.1:10; vgl.Dan.7:9; Ps.104:2. E. Lohse,  Offenba­rung, 43. R.H. Charles, Revelation, I, 185-186.

[xx].G.E. Ladd, Revelation, 106; R.H. Charles, Revelation, I. 186.

[xxi].Er is onder de moderne exegeten een behoorlijke consensus,  dat Paulus hier spreekt over hetzelfde als in 1 Cor.15:35-49, namelijk het opstandingslichaam en niet over de situatie tussen dood en opstanding, zoals men vroeger wel dacht.  J. Osei-Bonsu, `Does 2 Cor. 5.1-10 teach the reception of the resurrection body at the moment of death?' JSNT 28 (1986)  81-101; F.F. Bruce, 1 and 2 Corinthians (NCB, London, 1971) 200, 204; H.D. Wendland, Die Briefe an die Korinther (NTD, Göttingen, 1963) 169; G.E. Ladd, The Last Things (Grand Rapids, 1978) 35-37.

 [xxii].K. Schilder besteedt hier in zijn zeer waardevolle boek `Wat is de hemel?' (Kampen, 1935) een heel hoofdstuk aan, getiteld `De geschiedenis van den hemel' (p.113-150).

[xxiii].Dit blijkt in de uitdrukking `in de hemelen en op de aarde' bv. in Matt.6:10; 28:18; Ef.1:10; Col.1:16,20.  H. Traub, `ouranos', TDNT, V, 517-519.



Naar begin van deze serie        

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG