Afbeelding Missale Romanum - 111                                        overzicht

Lees de Bijbel  De houtsnedes zijn gepubliceerd in 1593under onder de titel Adnotationes et Meditationes in Evangelia ("Notes and Meditations on the Gospels")
153 Afbeeldingen 1593 edition, in chronologische volgorde van Jezus' leven
klik op de afbeelding voor aanvullende informatie

JEZUS VOOR ANNAS GELEID



BIJBELTEKST Mattheüs 26  Markus 14  Lukas 22  Johannes 18

Uit het evangelie volgens Lukas:

47 Terwijl hij nog sprak, kwam er opeens een horde mensen aan. Voorop liep de man die Judas heette, een van de twaalf; hij ging naar Jezus toe om hem te kussen. 48 Maar Jezus zei tegen hem: ‘Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?’ 49 Toen degenen die bij hem stonden zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: ‘Heer, zullen we er met het zwaard op los slaan?’ 50 En een van hen sloeg in op de dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. 51 Maar Jezus zei: ‘Houd daarmee op. Zo is het genoeg!’ Hij raakte het oor aan en genas de man. 52 Tegen de hogepriesters en tempelwachters en de oudsten van het volk die op hem afgekomen waren, zei hij: ‘Als tegen een misdadiger bent u uitgetrokken met zwaarden en knuppels? 53 Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.’

54 Ze grepen hem vast en voerden hem weg, en brachten hem naar het huis van de hogepriester. Petrus volgde hen op een afstand. 55 Ze staken een vuur aan midden op de binnenplaats en gingen eromheen zitten; Petrus voegde zich bij hen. 56 Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: ‘Die man hoorde er ook bij!’ 57 Maar hij ontkende het: ‘Ik ken hem niet eens!’ 58 Even later merkte een ander hem op en zei: ‘Jij bent ook een van hen!’ Maar Petrus zei: ‘Welnee man, helemaal niet.’ 59 En ongeveer een uur later zei nog iemand met grote stelligheid: ‘Ja zeker, die man was ook in zijn gezelschap, hij komt immers ook uit Galilea.’ 60 Maar Petrus zei: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’ En op datzelfde moment, terwijl hij nog sprak, kraaide er een haan. 61 De Heer draaide zich om en keek Petrus aan, en toen herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: ‘Nog voor er vannacht een haan heeft gekraaid zul je mij driemaal verloochenen.’ 62 Hij ging naar buiten en huilde bitter.

63 De mannen die Jezus gevangenhielden, dreven de spot met hem en geselden hem. 64 Ze blinddoekten hem en zeiden: ‘Profeteer nu maar, wie is het die je geslagen heeft?’ 65 En ze zeiden nog tal van andere lasterlijke dingen tegen hem.

Jezus voor het Sanhedrin

Iedere rechtszaak moet een bepaalde grondslag hebben. In het gericht van de Here Jezus beriep men zich ten eerste op de Wet van Mozes, en ten tweede op de Talmud.

De Wet van Mozes omvat de vijf eerste Boeken van het Oude Testament. De Talmud die een zeer uitgebreide verklaring van het Oude Testament is, bestaat uit de Mishna en de Gemara. In de Mishna vinden we een uitleg van de Joodse wetten en tradities. De Gemara omvat boeken over poëzie, spreuken en theologie.

De vijf boeken van Mozes zijn de bron geweest van alle Joodse tradities. Toen het volk Israël zich uitbreidde, en de onderlinge verhoudingen ingewikkelder werden, ontstond de noodzaak uitbreiding te geven aan de wetten, de tradities, en de rechtspraak, en alles duidelijk vast te stellen.

De Joodse rechtspraak en de aanstelling van de rechters berustte geheel op de oude Wet waarin Mozes de kinderen Israëls gebood: "Rechters en opzieners zult gij aanstellen in al de steden die de Heer, uw God, u geven zal, naar uw stammen. Zij zullen het volk berechten met een rechtvaardige rechtspraak" (Deut. 16 :18, Exod. 18 :25, 26). Ook de grondslag van het grote Sanhedrin vinden we in de Wet van Mozes, waar God gebood: "Vergader Mij uit de oudsten van Israël zeventig mannen van wie gij weet dat zij oudsten en opzieners van het volk zijn, en breng hen naar de Tent der samenkomst, opdat zij zich daar bij u opstellen (Numeri 11 : 16~ 17).

In de Here Jezus' tijd bestonden er drie verschillende rechtbanken. Ten eerste de Rechtbank van de Richters, die uit drie leden bestond. Deze rechtbank ging alleen over burgerlijke zaken en kon geen misdaden behandelen. Dan was er het Kleine Sanhedrin, bestaande uit drieëntwintig leden. Deze kon allerlei gevallen berechten. De derde rechtbank was het Grote Sanhedrin te Jeruzalem, dat bestond uit zeventig leden en de Hogepriester. Hieronder waren drie groepen: drieëntwintig priesters, hetzelfde aantal Schriftgeleerden, en evenveel oudsten. De Schriftgeleerden waren thuis in de Wet, die zijzelf met de hand moesten schrijven. De oudsten waren zakenlieden en degenen die de besluiten uitvoerden.

De leden van het Sanhedrin waren grondig onderlegd en bezaten veel ervaring. Ook moesten zij grote kennis hebben van de talen der omwonende volken, omdat een tolk de zittingen niet mocht bijwonen. Om tot het Sanhedrin te kunnen behoren moest men boven de veertig zijn. Immers, die leeftijd had men wel nodig om de Wet van Mozes en de Talmud uit het hoofd te kennen. Men moest getrouwd zijn en een gezin hebben. Dit omdat er van een vader meer lankmoedigheid verwacht kan worden dan van iemand die geen kinderen heeft.

De voorzitter van het Sanhedrin was de Hogepriester, die door het volk gekozen werd. In de Here Jezus' tijd was het hogepriesterschap meer een politieke aangelegenheid. Wie het meeste geld bood kreeg de waardigheid van de Romeinse stadhouder. De gunst werd verleend aan hem die deze kon bijstaan aan het Keizerlijke Gerechtshof.

Het huis van Annas behoorde tot een goddeloze, slechte aristocratie die zich schuldig maakte aan allerlei onrecht en gruweldaden. Annas en zijn schoonzoon Kajafas, die naar het schijnt in hetzelfde paleis woonden, hebben in het Sanhedrin de rechtszaak van de Here Jezus behandeld. De meeste overige leden waren zonen en bloedverwanten van Annas.

Naar de wet was er maar één plaats waar het Sanhedrin kon vergaderen, en die was een zaal in de Tempel, bekend onder de naam: Zaal der gehouwen Stenen. Besluiten genomen op een andere plaats waren onwettig, van nul en gener waarde. De rechtsbevoegdheid van het Sanhedrin strekte zich uit over alle gevallen.

Doodstraf werd op drie manieren toegepast. Voor moord werd de dader onthoofd, bij andere misdaden kon de dood door verbranding of door steniging volgen.

Dat het Sanhedrin bij de rechtspraak over de Here Jezus vooraf tegen Hem had samengespannen, was volkomen tegen de wet. De leiders van de Joodse aristocratie hadden zich hevig geërgerd aan Zijn openlijke, radicale uitspraken, die het gewone volk graag hoorde (Marc. 12:37). Het waren hun persoonlijke gevoelens en hun naijver die deze mannen de Here Jezus deden haten. Toen zij bijvoorbeeld zagen dat Hij ongeneeslijken kon helen, beschuldigden zij Hem van toverij (Matth. 9 : 34, 12 : 24, Mare. 3 : 22, Luc. 11 : 15). Toen Hij hun zei dat geen profeet geëerd is in zijn éigen land, werden zij vervuld met toorn én wilden Hem doden (Luc. 4:24-29). Dit gebeurde in Nazareth, te Galilea, waar men volstrekt het recht niet had om te beslissen over iemands leven of dood. Die plaats bezat immers geen drieëntwintig rabbijnen om een Klein Sanhedrin te vormen!

Toen de Here Jezus de man met de verschrompelde hand genas, maakten zij van deze gelegenheid gebruik Hem te beschuldigen van Sabbats-ontheiliging (Matth. 12: 9-14, Marc. 3 :1-6, Luc. 6 A-11). En niettegenstaande Zijn verklaring "dat het geoorloofd is op de Sabbat goed te doen", spanden zij met de Herodianen samen om te overleggen hoe zij Hem doden zouden.

Toen een Farizeeër Hem te eten nodigde, waren al hun vragen erop gericht Hem te vangen in iets dat Hij zich zou laten ontvallen (Luc. 11 :37-54). Later herinnerde de Here Jezus hen eraan dat de Tempel Gods bedehuis was voor alle volkeren (Jes. 56 : 7), maar dat zij er een rovershol van maakten. Daarom zochten zij hoe zij Hem zouden ombrengen (Matth. 21 :12, 13, Marc. 11 : 15-18, Luc. 19 :45-47).

Men trachtte Hem op politiek terrein in de val te laten lopen, in de hoop Hem van verraad te kunnen beschuldigen, maar dit liep uit op een jammerlijke mislukking. "Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet?" was de vraag die zij Hem stelden. Hij antwoordde: "Geeft de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is" (Matth. 22 :15-21, Mare. 12 :13-17, Luc. 20 :20-26).

Hun felste haat werd echter opgewekt toen de Here Jezus Lazarus uit de dood deed opstaan (Joh. 11 :41-44). Nu hadden zij met eigen ogen Zijn grootheid gezien en hun jaloersheid kende geen grenzen. Zij hadden Hem wel op klaarlichte dag willen vernietigen, maar dorsten niet omdat velen in Hem geloofden (Matth. 21 : 46, Joh. 2: 23, 4: 39, 50, 53, 8: 30, 11 : 45, 12 : 11). Het was zelfs zó dat zij Lazarus wilden doden, omdat deze een tastbaar bewijs en een levend getuigen was van de Here Jezus' macht en de aanspraak die Deze maakte op het Messias-schap (Joh. 12 : 10). Maar zij vonden het te gevaarlijk, omdat dan ieder de drijfveer van hun daad zou doorzien.

Tenslotte kwamen zij tot het besluit zich in ieder geval van Hem te ontdoen, maar dan op zo'n manier dat niemand hun verraderlijke streken zou opmerken. Want dit zou zeker oproer verwekt hebben onder de schare die Hem liefhad en in Hem geloofde (Matth.'26 :3-5, Joh. 11 :47-53). Daarom spanden zij samen met een slappeling onder de Here Jezus' discipelen, Judas Iskariot, die evenals zij de mammon diende, en die geld stelde boven de Heer die hem zich verworven had (Deut. 32 :6-18). Zij gaven hem dertig zilverlingen (Matth. 27 A-10), zoals door de profeet was voorzegd (Zach. 11 : 12-13). Hiervoor zou hij hun de plaats aanwijzen waar de Here Jezus zich met Zijn discipelen zou terugtrekken in het midden van de nacht, wanneer het, volk in en om Jeruzalem in vaste slaap zou zijn.

De Here Jezus vierde met Zijn discipelen het Pascha in de bovenzaal (Luc. 22: 12-14). Midden onder de plechtigheid, terwijl de discipelen met hun Meester om de tafel verenigd waren, verliet Judas hen, ging naar het Sanhedrin en ontving zijn dertig zilverlingen. Toen begon de Here Jezus Zijn apostelen openlijk te spreken over alles wat Hij van de overpriesters te lijden zou krijgen, dat Hij gekruisigd zou worden, en ten derden dage zou opstaan uit de doden. Hierna begaf Hij zich met hen naar de Olijfberg, en vroeg drie van Zijn discipelen bij Hem te waken terwijl Hij bad in Gethsémane. Het uur naderde en kort na middernacht kwam daar een grote schare van tempelwachters, die Judas ter beschikking gekregen had, met dienaars van de overpriesters, voorzien van lantaarns, fakkels en wapenen (Joh. 18: 3).

De Here Jezus sprak tot hen: "Als tegen een rover zijt gij uitgetrokken met zwaarden en stokken om Mij gevangen te nemen? Dagelijks zat Ik in de Tempel te leren, maar gij hebt Mij niet gegrepen" (Matth. 26: 55).

Het was tegen de wet iemand na zonsondergang te arresteren, tenzij hij op heterdaad betrapt werd. Anders was de misdadiger volkomen veilig tot de volgende dag. Zelfs dán mocht hij slechts door de getuigen worden gevangengenomen. Daarbij werd de Here Jezus feitelijk gearresteerd door Judas en op diens aansporing. Dit was voor de Wet ongeldig, zoals we lezen in Leviticus 19 :16: "Gij zult onder uw volksgenoten niet als een lasteraar rondgaan. Gij zult uw naaste niet naar het leven staan: Ik ben de Heer".

Een getuige moest iemand zijn van onbesproken karakter en mocht niet omgekocht zijn. Een medeplichtige of een betrokkene bij de zaak kon onder geen enkele omstandigheid getuige zijn. Zo kon Judas noch getuigen, noch arresteren, omdat hij bij de Here Jezus' volgelingen behoord had en dus een verrader en lasteraar was.

Volgens de Mozaïsche en Talmudische Wet, bestond er geen voorafgaand verhoor. Een vóórverhoor was een gruwel voor de Wet. Dat men de Here Jezus in de nacht ter ondervraging voor Annas bracht, was absoluut tegen de Wet, ten eerste omdat het nacht was, en ten tweede omdat niemand het recht had de beschuldigde of een getuige zo te ondervragen. De Raad van Onderzoek in het Sanhedrin moest bestaan uit drie tot zeven mannen en niemand kon dit op eigen houtje doen.

Bij de Wet was ook bepaald dat niemand zichzelf schuldig kon verklaren, met andere woorden dat hij niet gestraft kon worden of een straf kon aanvaarden op zijn eigen bekentenis. Er waren hiervoor minstens twee of drie getuigen nodig volgens de Wet van Mozes (Deut. 17: 62 19 : 15~ Numeri 35 : 30). De Here Jezus kende de Wet en wees Annas hierop toen Hij zei: Ik heb vrijuit tot de wereld gesproken, Ik heb voortdurend in de Synagoge geleerd en in de Tempel. ... Waarom vraagt gij Mij? Vraag hun, die gehoord hebben wat Ik tot hen gesproken heb" (Joh. 18 : 20, 21). De Here Jezus wist dat de Hogepriester geen recht had Hem alleen te verhoren en ook niet zonder de toestemming van het Sanhedrin. Hij wist verder dat er minstens twee getuigen moesten zijn voordat men een vonnis kon uitspreken.

Behalve dat de arrestatie onwettig was geschied, en dat dit verhoor door Annas en Kajafas tegen de Wet was, mocht ook het Sanhedrin niet in de nacht bijeenkomen. Voor het morgénoffer bij zonsopgang in de Tempel mocht dit niet gebeuren (Matth. 26 : 57).

Op de dag voor de Sabbat mocht er geen rechtspraak zijn. Naar de Joodse Wet wordt een dag gerekend van zonsondergang tot zonsondergang op de volgende dag. Daarom is de arrestatie van de Here Jezus en zijn verhoor door Annas en Kajafas niet alleen onwettig geweest, omdat het nacht was, maar ook omdat het op de dag vóór de Sabbat was.

Er was nóg een reden. Geen rechtspraak mocht gehouden worden op een feestdag, en in, de Paastijd was iedere dag een feestdag.

Ieder geding voor het Sanhedrin bestond uit twee bijeenkomsten met één dag tussenruimte. Na het eerste verhoor moesten de leden van het Sanhedrin vasten en in hun eigen huizen bijeenkomen om de zaak nog eens van alle kanten te beschouwen om indien mogelijk verlichtende omstandigheden te vinden om de beschuldigde vrij te spreken.

Als zij dan de volgende dag na het morgenoffer weer samenkwamen in de "Zaal van gehouwen Stenen", zetten zij zich voor het tweede geding. Er waren drie griffiers. Een noteerde alles in het voordeel van de beschuldigde, de ander wat tegen hem getuigde, terwijl de derde het hele verhoor opnam. De aangeklaagde stond tussen de twee eerste griffiers, tegenover de derde.

De getuigen werden ieder apart voor het Sanhedrin geleid. In onze dagen kan de een over één bepaald feit getuigen en de ander over iets 'anders, maar in Israël moest iedere aanklager de hele historie vertellen en het hele geval van het begin tot het eind met eigen ogen hebben zien gebeuren.

Aan iedere getuige werd eerst de datum, de dag en het uur gevraagd waarop het misdrijf plaatsvond, en iedere bijzonderheid moest nauwkeurig met de tijd erbij weergegeven worden. Als er drie getuigen waren, en wat zij ieder afzonderlijk verklaarden niet in ieder opzicht klopte, werd de beschuldigde als "onschuldig" vrijgesproken.

Wat wij lazen in Deut. 17 : 6~ 19 : 15 en Num. 35 : 30 heeft de Here Jezus ons ook geleerd: "Op de verklaring van twee getuigen of van drie staat elke zaak vast" (Matth. 18 : 16).

Van schriftelijke getuigenissen was geen sprake, want brieven kon men in een gericht niet gebruiken. Er werd geen eed afgenomen, omdat Joden Gods naam niet mogen gebruiken en hier dus afwijzend tegenover staan.

Nadat alle aanklagers gehoord waren, begon de verdediger zijn pleidooi en als zo allen gesproken hadden, volgde discussie. Maar het Sanhedrin moest blijven zwijgen totdat één van hen opstond om iets te zeggen ten gunste van de beschuldigde. Indien dit niet gebeurde was discussie verder uitgesloten. Maar was dit wèl het geval, dan kon een ander er tegenin gaan. Ieder die dan sprak moest eerst een rechtsgeldige reden opgeven voor zijn houding tegenover beklaagde.

Hierna werd er gestemd. Volgens de Wet mocht de Hogepriester nooit zijn opinie ten beste geven, of de getuigen en de beklaagde ondervragen. Het lag niet aan hem, iemand schuldig te verklaren of onschuldig. Hij had absoluut te zwijgen. Het stemmen van de Hogepriester werd bewaard voor het allerlaatst. Met het oog op zijn hoge post en zijn invloed vond men dat hij zijn oordeel moest opschorten totdat de laatste gesproken had. Niemand kon zijn stem anders uitbrengen dan in overeenstemming met hetgeen hij tevoren gesproken had, óf het moest zijn ten gunste van de beklaagde voor vrijspraak.

Beginnende bij het jongste lid van het Sanhedrin, nam men eerst de stemmen op van hen die aan de kant van de beklaagde stonden, daarna van hen die tegen hem waren. Bleek het dat allen de man schuldig verklaarden, dan bepaalde de Wet dat het rechtsgeding ongeldig was, en dat de beklaagde vrijgelaten moest worden. Want volgens de Talmud moest de man minstens twee stemmen in zijn voordeel hebben, en was dit niet het geval, dan moest hij vrijgesproken worden. Voor een schuldigverklaring was een meerderheid nodig van minstens twee stemmen.

Indien het Sanhedrin half om half stemde, was de beschuldigde vrij.

Na de stemming werd de zitting opgeheven. De volgende dag na vasten, bidden en ruggespraak, kwam men na het morgenoffer opnieuw bijeen om het geding van de vorige dag nog eens na te gaan om zo mogelijk nog iets te vinden om de aangeklaagde vrij te spreken, indien de opinie niet veranderd was, moest de terechtstelling onmiddellijk, voor zonsondergang, plaatsvinden. De gerechtsdienaars van het Sanhedrin voerden de doodstraf niet uit, maar het waren de getuigen die als eersten de hand tegen hem moesten keren om hem ter dood te brengen, daarna de hand van het gehele volk (Deut. 17 : 7). Maar nóóit de handen van de rechters!

Het was niet nodig dat alle zeventig leden van het Sanhedrin aanwezig waren voor een rechtspraak. Drieëntwintig waren voldoende om een wettig besluit te nemen. Nadat Annas de Here Jezus verhoord had, zond hij Hem naar Kajafas. Wij weten niet of het hele Sanhedrin aanwezig was of slechts een deel van hen. Het was na middernacht. Kajafas ondervroeg de Here Jezus, maar Deze zweeg. Boos en teleurgesteld verloor de Hogepriester zijn bevoegdheid, die hij heel goed kende, uit het oog. Hij had immers het recht niet getuigen te verhoren en zijn eigen opinie te uiten! In strijd met de Wet ondervroeg hij de Here Jezus voordat de getuigen waren verhoord en bezwoer Hem onder ede iets te verklaren: Jk bezweer U bij de levende God dat Gij ons zegt of Gij zijt de Christus, de Zoon van God" (Matth. 26 : 63). En omdat de Here Jezus zichzelve niet kon verloochenen, antwoordde hij: "Gij hebt,het gezegd.. ." Terwijl het de Hogepriester wettelijk verboden was zijn opinie te uiten, scheurde Kajafas zijn klederen en zei: "Hij heeft God gelasterd. Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u?" Zij antwoordden: "Hij is des doods schuldig" (Matth. 26: 64-66, Mare. 14: 63, 64, Luc. 22 :70,~ 71). Zoals wij eerder opmerkten, mocht in het Sanhedrin niemand iets ten nadele van de beklaagde zeggen, voordat er een ten zijnen gunste gesproken had. Daar er niemand van het Sanhedrin aan de kant van de Here Jezus stond, had Hij volgens de Wet vrijgelaten moeten worden.

De Wet zou hier geëist hebben dat men de Here Jezus gevraagd had te bewijzen dat Hij de Messias was, naar Wie heel het volk immers uitzag. Waren bij Zijn geboorte de wijzen uit het Oosten niet aan Herodes komen vragen waar de Koning der Joden geboren was? Deze had de overpriesters en schriftgeleerden bijeengeroepen en hun gevraagd waar de Messias geboren moest worden (Matth. 2 : 1-6). Zij wisten toen dat de tijd hiervoor rijp was. Daarom had het Sanhedrin de Here Jezus ernstig moeten ondervragen over deze feiten, zoals geschreven staat: " ... dan zult gij terdege onderzoek doen en grondig navragen" (Deut. 13 : 14). Volgens de Wet en de regels van het geding hadden zij de woorden van de Here Jezus voor waar moeten houden, totdat zij deze hadden kunnen weerleggen. Het was de taak van het Sanhedrin in dit rechtsgeding uit te maken dat de Here Jezus zich iets aanmatigde, of anders hadden zij Zijn verklaring moeten aannemen dat Hij de Messias was. Er bestaat geen twijfel of de Here Jezus zou bewezen hebben dat Hij de Christus is. ,

Het Sanhedrin deed de Wet ook nog op een ander punt geweld aan, toen men de Here Jezus in het gelaat spuwde en Hem sloeg. Zij deden Hem lichamelijk geweld aan (Marc. 14: 65). Geen rechter mocht zijn hand leggen noch op een getuige, noch op een beklaagde, en hem in geen enkel opzicht mishandelen.

Kajafas overtrad nog op een andere manier de Wet toen hij zijn klederen scheurde. Wij lezen in Leviticus 21 : 10: "De priester die de hoogste is onder zijn broederen, op wiens hoofd de zalfolie is gegoten en die men gewijd heeft door hem de heilige klederen aan te trekken, zal zijn hoofdhaar niet los laten hangen en zijn klederen niet scheuren." Immers zijn priesterkleding was het zinnebeeld van de heiligheid van zijn ambt.

Na een gehaaste samenspreking, wetende dat men de Here Jezus niet zelf ter dood kon brengen (Joh. 18 :31), geleidde men

Hem zo vroeg mogelijk naar de rechtzaal van Pilatus (Matth. 27: 1~ 2, Marc. 15: 1, Luc. 23 : l).

In de zaal van het Hoogste Gerecht, tegenover de Ro~ meinse stadhouder, werden er tegen de Here Jezus beschuldigingen van heel andere aard naar voren gebracht! Nu sprak men niet langer over theologische kwesties, maar de Here Jezus was een verrader tegenover het volk en de Staat: "Wij hebben bevonden dat Deze ons volk verleidt doordat Hij verbiedt de keizer belasting te betalen en van Zichzelf zegt dat Hij de Christus, de Koning is (Luc. 23 :2). Zij wisten maar al te goed dat de eerste bewering in volkomen tegenspraak was met de Here Jezus' leer: "Geef de keizer wat des keizers, en Gode wat Gods is". Maar waar zij Hem ook van zouden beschuldigd hebben, alles zou leugen geweest zijn! Immers Hij was het "Lam, onberispelijk en vlekkeloos" (I Petrus 1 :19). Doch zij begrepen dat niets de stadhouder meer zou treffen dan juist deze aantijging, en dat was precies wat zij nodig hadden.

Nadat Pilatus de zaak had uitgezocht, sprak hij zijn oordeel uit: "Onschuldig" en dit verscheidene malen (Matth. 27 : 23, Mare. 15 : 14, Luc. 23 : 4, 14, 22, Joh. 18 : 38, 19 : 4, 6). Maar hij had te rekenen met de "menigte" die het leven van de Here Jezus eiste. Deze menigte bestond niet uit de inwoners van Judea, Samaria en Galilea, want die kenden de Here Jezus en hadden Hem lief. Maar het waren de Joden uit omliggende landen: Europa, Klein-Azië, Perzië, Griekenland en Afrika, die jaarlijks voor het Paasfeest naar Jeruzalem kwamen, in veel groter getal dan op het Pinksterfeest, waarover we lezen in Handelingen 2. Deze, die de Hogepriester beschouwden als de hoogste autoriteit in Jeruzalem, hadden nauwelijks iets gehoord over het leven en de werken van de Here Jezus.

Josephus, de Joodse geschiedschrijver, meldt dat op een van die Paasfeesten de Hogepriester het overzicht kreeg van het aantal geslachte Paaslammeren en dat dit er niet minder waren dan 256.500. Daar volgens de Wet minstens tien personen van één lam moesten eten, kan men aannemen dat er toen zeker 2.565.000 feestgangers in Jeruzalem moeten geweest zijn, en waarschijnlijk meer. Een groot aantal buitenlandse Joden waren niet op de hoogte van Jeruzalem's interne aangelegenheden, en deze zullen voornamelijk de "schare" gevormd hebben, die zich liet overhalen de priesters bij te vallen tegenover Pilatus. Deze slappe, weifelende figuur, bevreesd dat men hem in discrediet zou brengen aan het keizerlijk hof, gaf de Here Jezus over om gekruisigd te worden (Matth.. 27 :20-26, Marc. 15 :15, Luc. 23 :16-25, Joh. 19 :12-16).

Met het bovenstaande hebben wij voldoende bewezen dat het rechtsgeding over de Here Jezus onwettig is geweest van het begin tot het eind. En dit is de reden dat er, buiten de Evangeliën, nooit iets van is opgetekend. Het Sanhedrin, zich volkomen bewust tegen de Wet gehandeld te hebben, paste er wel voor op hiervan een verslag te doen opnemen. Met schending van de Joodse Wet werd de Here Jezus vermoord door een beginselloze, gewetenloze en jaloerse priesterkliek, die hun Romeinse stadhouder onder bedreiging dwong hun zin te doen: Indien gij Deze loslaat, zijt gij geen vriend van de Keizer!" (Joh. 19 : 12). Zo hielp hij hen hun bloeddorstige daad ten uitvoer te brengen, de grootste misdaad in de geschiedenis der mensheid.


Naar begin van deze serie        

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG