Afbeelding Missale Romanum - 094                                        overzicht

Lees de Bijbel  De houtsnedes zijn gepubliceerd in 1593under onder de titel Adnotationes et Meditationes in Evangelia ("Notes and Meditations on the Gospels")
153 Afbeeldingen 1593 edition, in chronologische volgorde van Jezus' leven
klik op de afbeelding voor aanvullende informatie

Geef de keizer wat des keizers is



BIJBELTEKST Mattheüs 22  Markus 12  Lukas 20

Uit het evangelie volgens Lukas:

15 Nu trokken de farizeeën zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken. 16 Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen. 17 Zeg ons daarom wat u vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ 18 Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: ‘Waarom stelt u me op de proef, huichelaars? 19 Laat me de belastingmunt zien.’ Ze reikten hem een denarie aan. 20 Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ 21 Ze antwoordden: ‘Van de keizer.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ 22 Ze waren zeer verbaasd toen ze dit hoorden. Ze lieten hem staan en gingen weg.

Geef de keizer wat des keizers is

Het zal u wel bekend zijn, dat onder de rook van het Drentse dorp Roden de stad Groningen ligt. Ook zal het u bekend zijn, dat in die stad zich de op één na hoogste kerktoren van ons land bevindt, de Martinitoren. In de buurt van die toren staat nog een markant historisch gebouw, dat momenteel dienst doet als restaurant. Maar eens was dit oud gebouw een belastingkantoor. Geboren en getogen Groningers en ook wel anderen kennen dat gebouw als het Goudhuis. Een toepasselijke naam voor zo’n gebouw, nietwaar?
Nu staat er boven de ingang van een imposant bordes deze spreuk: “Date Caesari quaesunt Caesari, 1635" en vertaald betekent deze Latijnse spreuk: “Geef de keizer wat des keizers is.” Het is - zoals u al begrepen heeft - een woord van Jezus, dat dus gebruikt werd om mensen te bewegen om daar hun belasting te voldoen.
Nu staat het tweede deel van dit Jezus’ woord niet op de gevel: “Geef God wat des Godes is.” Dat - zo vond men blijkbaar - dat kan men aan de overkant van het Grotemarktplein doen, in de Martinikerk.

Ja, het waren slimme Groningers in die jaren. Die Jezus’ woorden werden dus gebruikt - beter gezegd: werden misbruikt - om de mensen van Stad en Ommeland te dwingen belasting te betalen. Dit woord van Jezus werd een goddelijk gebod tot belastingplicht. Een elfde gebod. En mocht het echt zo zijn, een elfde gebod, dan zal het een van de geboden zijn geweest, die het meest overtreden zal zijn. Tot op de huidige dag, lijkt mij.

U zult met mij begrijpen dat deze woorden van Jezus echt niet bedoeld zijn om de belastingplicht te rechtvaardigen. Er wordt dus iets anders met zijn woorden bedoeld. Maar welke bedoeling dan? Die vraag heeft die eerste christelijke kerk uiteraard bezig gehouden en zij heeft zich afgevraagd hoe hun houding ten opzichte van de overheid zou moeten zijn. Is het God, die gediend zal worden of een aardse macht? Of soms beide?
Ja, wie heb je uiteindelijk te dienen, als geloofsgemeenschap en als gelovig individu?
Een lastige vraag voor die eerste christenen en wellicht ook nog voor ons. Daarom dit verhaal in het evangelie van Matteüs, een verhaal dat ook voorkomt in het evangelie van Marcus en van Lucas. Dus belangrijk genoeg voor de volgelingen van Jezus. Zeg maar gerust een hot item in de dagen van Jezus, maar evenzeer in onze dagen.

En daarom is het goed om maar te beginnen bij het begin.
En dat is al bijzonder. Heel bijzonder.
Immers, twee groepen mensen komen naar Jezus toe. Het is een groep Farizeeërs en een groep aanhangers van koning Herodus. Het zijn twee groepen van mensen die normaal gesproken elkaars tegenpolen zijn en dan wordt het nog netjes uitgedrukt.
De groep van Farizeeërs haten immers niet alleen hun bezetters, de Romeinen, maar ook hen die hun handlangers zijn en dat zijn de Herodianen. En op hun beurt vinden de Herodianen de Farizeeërs te rechtlijnig, te orthodox, teveel levend met de geschiedenis, enz. Kortom, ze mogen elkaar niet en ze vinden van elkaar dat ze niet deugen..
Maar op zekere dag komen ze overeen, dat ze Jezus maar eens aan de tand moeten voelen. Hij is hun gemeenschappelijke vijand geworden, vanwege in hun ogen zijn radicale woorden en daden. Een soort strijdplan wordt bedacht. Ze zullen Jezus zeer beleefd en beschaafd tegemoet treden.

Hoor hoe ze hun vraag inluiden: “Meester, rabbi, wij weten dat U oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat U zich aan niemand iets gelegen laat liggen, U kijkt immers niemand naar de ogen”. Het kan niet op, zoveel beleefdheid en beschaving, zoveel pluimen en veren: om er bijna tranen van in je ogen te krijgen.

Overigens, hier is toch iets merkwaardigs aan de hand. Vermoedelijk hebben die mensen het zelf niet in de gaten gehad, maar ze spreken de waarheid als ze dit van Jezus zeggen. In hun harten menen ze dat hun mooie woorden leugens zijn. En andersom: als ze denken dat ze de waarheid spreken, dan liegen ze.
En dat gebeurt wel vaker als mensen erop uit zijn een medemens te beschadigen, de mond te snoeren, te beletten dat hij of zij hun kwalijke praktijken aan het licht te brengen. Dan bezigen ze de prachtigste woorden, prijzen hem of haar de hemel in en spreken daarmee ook nog eens de waarheid. Maar intussen menen ze er geen snars van.

En dat is in dit verhaal ook het geval. Met hun gevlei proberen ze Jezus te grazen te nemen. En mocht dat lukken, dan hebben ze Hem voorgoed in hun macht en zullen ze een einde maken aan zijn invloed, zijn macht van bovenaf gegeven..

En dus en dan komt het, de vraag, waarmee ze hem kunnen vangen: “Zeg ons daarom wat U vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?”
Op het eerste gehoor een onschuldige vraag en onze reactie in onze omstandigheden van vandaag zou zijn: “Inderdaad, geef de keizer zijn belasting”. Punt uit.

En als wij voor Jezus die vraag zouden invullen, zouden beantwoorden, dan denken wij dat Hij zou zeggen: “Ik bemoei me niet met zulke aardse zaken. Aardse koninkrijken vallen niet onder mijn domein. Ik heb alleen te maken met het koninkrijk hierboven.” En vervolgens had Jezus kunnen overgaan tot de orde van zijn dag: mensen nabij zijn en hen vertellen dat er geen beter Koninkrijk is dan het Koninkrijk van God.
Geen beter Koninkrijk dan het Koninkrijk van God. En daar zit nu juist het probleem tussen wat Jezus voorstaat en waar Hij voor gaat en wat die twee groepen van mensen voorstaan en waar zij voor gaan. De aanhangers van koning Herodus gaan voor de keizer. De Farizeeërs gaan voor zichzelf, voor hun eigen bedachte en gemaakte godsdienst, dat vooral bestaat uit het vervullen van de wet, het nakomen van de geboden en verboden.

En Jezus kent al deze pappenheimers, Hij doorziet hun valse vraag en het eerste woord dat Hij tot hen spreekt is: “Huichelaars”.
Dat zullen ze wel niet van Hem verwacht hebben, dat Hij hen zo zou noemen. Het zal wel even schrikken zijn geweest, al hoewel: ze hadden zo’n betiteling wel kunnen verwachten, want vanaf het begin van Jezus’ optreden hebben zij Hem dwars gezeten met hun geniep, hun huichel- achtigheid.

“Huichelaars”, daar kunnen zij het mee doen. Aan duidelijkheid laat dit woord niets te wensen over. Nu weten ze wat ze aan elkaar hebben. En vervolgens gaat Jezus op hun vraag in, maar Hij geeft niet het antwoord, dat zij verwachten. Want als Jezus zou zeggen: “Ja, aan de keizer ben je belastingplichtig”, dan zullen de mensen - de Farizeeërs vooraan - zeggen: Hij is de Messias dus niet.
Als Hij zou zeggen: “Nee,” dan zullen anderen, de Herodianen voorop Hem aanklagen bij het Romeinse gezag; een revolbutionair zal Hij in hun ogen zijn en zo’n iemand dient te worden opgesloten.

Het parool voor Jezus luidt dus: wees op je hoede, ze proberen je op wat voor manier ook aan te klagen.
En Hij heeft hen door.
“Laat mij eens een munt zien.” Uit hun geldbuidel diepen ze een Romeinse zilveren munt op. “Wiens afbeelding is dit?” In hun handen ligt het beeld van keizer Tiberias. En er staan woorden op, die vanuit joodse ogen bezien niet kunnen: “Tiberias Keizer, zoon van de goddelijke Augustus”.
En dit muntstuk brengt hen in grote verlegenheid. Want vrome Joden behoren geen Romeins geld op zak te hebben. Ze vermeden dat geld als de pest. Een gruwel, een godslasterlijke gruwel, zo werd dat geld door hen beschouwd.
Maar nu worden zij ontmaskerd: zij hebben wel dat geld bij zich. In hun reine geldbuidel dragen ze onrein geld. Het evenwicht, het compromis tussen de keizer en God hebben ze al tijden geleden gevonden en gesloten.
In die gespannen situatie klinkt dan Jezus’ woord: “Geef aan de keizer wat van de keizer is en geef aan God wat God toebehoort.”

Een duidelijke reactie, nietwaar? De plicht om belasting aan de overheid te betalen is hiermee aangegeven. En alles wat met dat geld wordt gedaan, zoals het houden van grootse offerfeesten en drinkgelagen, als ook om de offensieve oorlogen te rechtvaardigen.
Kortom, in latere tijden, in de loop van de geschiedenis is dit woord gebruikt om mensen onderdanig te doen zijn aan welke overheid dan ook.
Als er hier nog mensen zijn die de Tweede Wereldoorlog bewust hebben meegemaakt, dan weten zij ervan: soms werden christenen vanaf de kansel aangeraden de Duitse Overheid te gehoorzamen, een overheid die de naam van God misbruikte. Tussen haken: “Er was een dominee in Duitsland, die zich hevig heeft verzet tegen deze overheid, Dietrich Bonhöfer is zijn naam. Zijn verzet kostte hem het leven.”

“Geef de keizer wat van de keizer is”. En “Geef God wat Hem toebehoort.” Er is geen speld tussen te krijgen. Ieder zijn deel en dat wekt bij ons toch geen verbazing, geen verwondering?
Maar dat woord “Verwondering” staat er nu juist wel aan het eind van dit vraaggesprek: “Zij - Herodianen en Farizeeërs en wellicht omstanders, zoals de discipelen - waren zeer verbaasd toen zij dit hoorden.”

En wij vragen ons dus af: waarover waren zij dan verbaasd, verwonderd?
Wel, dan moeten wij even terug in het evangelie van Matteüs. Jezus is kort geleden in de tempel geweest. Bij die gelegenheid heeft Hij de kooplui en de geldwisselaars de tempel uit gedreven. U kent het verhaal wel.
De tempel, huis van God, was een rovershol geworden. De vrome joden hadden een compromis gevonden: in de tempel kon Romeins geld gewisseld worden. Romeins geld, dat je als recht-geaarde jood niet bij je kon hebben. Maar intussen wel bezat: schijnheiligheid ten top.
In de tempel handel je niet, maar daar “Geef je God wat Hem toebehoort.” En dat betekende voor Jezus: God geef je daar de eer en daar zie je om naar de naaste: pastoraat en diaconaat.

“Geef God wat Hem toebehoort, wat van Hem is.” En daar hebben zij allen een loopje, ja zelfs een loop mee genomen. Compromis op compromis hebben zij gesloten met God en de keizer. Met de macht van de staat en de macht van God. Het is een en al schipperen geworden tussen God en keizer.

Maar Jezus schippert niet. De keizer niet voor Gods karretje en andersom ook niet: God voor des keizers karretje. En dat gebeurde toen en gebeurt nu nog en wel wellicht vaker dan wijn denken.

Maar wat dan? Waarover verwonderden zij zich en als het goed is: wij met hen?
Wel, Jezus zegt “Geef God wat Hem toebehoort?” of anders gezegd: “Geef God wat van God is.”
Er staat niet bij hoelang ze daarover hebben nagedacht, maar het zal niet lang geweest zijn. Ze hebben geweten, dat zij God toe behoorden, dat zij van God zijn. Dat zij beeld van God zijn. In het eerste hoofdstuk van de bijbel staat dat al beschreven. Wij hebben het aangehoord.

Wij mensen van vandaag zijn dat ook en nog steeds: beeld van God.
En wie is die God voor ons? Is dat de goddelijke keizer, de overheid die uitbuit en mensen tot slaven maakt of is Hij het, die Jezus zijn Vader noemde? U mag kiezen! U hebt gekozen?
Die Vader behoren wij toe. Een Vader die geen onmogelijke dingen van ons eist, die ons niet aanzet om macht uit te oefenen, die er niet op uit is om slaven van ons te maken.
God is een Vader. En op Hem mogen wij gelijken. Door op onze beurt niet te onderdrukken, uit te buiten, te discrimineren, enz. enz. Door op onze beurt te ontfermen, nabij te zijn hen die dat van node hebben.

Wij zijn plaatsbekleders van God. Wij mogen zijn weg gaan, wij mogen zijn woord doen. Wij geven God wat Hem toekomt als we hem uitbeelden in ons leven.

Terug naar de woorden van Jezus en zijn bedoeling met die woorden. Als het gaat om de machthebbers, zoals keizers, koningen en politici dat zijn, dan zal dit voor hen het bijbels criterium dienen te zijn: dienstbaarheid, het bevorderen van het welzijn van mensen. Het zoeken, vinden en doen van gerechtigheid.
“Geef de keizer wat des keizers is.” In onze omstandigheden zal dat betekenen, dat wij als beelddragers van God - want dat willen wij toch zijn? dat wij als beelddragers van God de wereldlijke machthebbers zullen steunen als zij eerlijke levenskansen scheppen voor mensen, het onrecht terugdringen en gerechtigheid bevorderen. Maar ook dat wij hen tegenspreken, protesteren, in opstand komen als zij onrecht bedrijven of dat bevorderen.

Jezus nam het niet op voor de keizer, zeker niet. “Geef de keizer wat de keizer toebehoort, met andere woorden: geef hem zijn geld terug” is echt bedoeld als afwijzing van zijn nietsontziende, uitbuitende heerschappij.
Is dat waarover zij zch verwonderend hebben, over deze stellingname? ‘t Zou zeker kunnen.

Of zou het dit geweest kunnen zijn - en dit is dan het goede nieuws voor vanmorgen: Jezus wilde de droom, het visioen van een koninklijke samenleving waar recht en vrede de normaalste zaken zijn tot waarheid maken, hoog houden. Hij deed er alles aan om die koninklijke samenleving te realiseren, een samenleving die heilzaam is voor allen, in het bijzonder voor zwakken en weerlozen.

Zo’n samenleving kan er alleen maar komen of zijn, als mensen Gods beeld en opschrift willen zijn van dat Koninkrijk. Als zij er voor gaan om het beeld van God - Jezus Christus - te willen volgen. Dat dit ook met politiek te maken heeft, met de keuzes die mensen hebben te maken in de samenleving, heeft Jezus duidelijk aangetoond met enerzijds het beeld van het muntstuk en anderzijds met het beeld, dat Hijzelf is.

En zijn vraag in dit verband is: willen wij beelddrager van God zijn, om de keizer te geven wat des keizers is en - bovenal - God te geven wat Hem toebehoort, want wij zijn van Hem.
En als er bij ons iets te verwonderen is, dan is dat het wel: wij zijn van Hem en Hij stelt ons in staat zijn beeld te dragen


Naar begin van deze serie        

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG