GEBED VOOR ISRAEL

Lees de Bijbel

De vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te vergroten. Blijf niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in geestelijke rijkdom.


Bid voor de geestelijke, politieke en militaire leiders, dat ze wijze beslissingen nemen.

Bid voor het volk in benauwdheid.

Bid voor de militairen die hun werk moeten doen.
Bid voor de slachtoffers en hun families, in het bijzonder voor die families die doden be­treuren.

Bid ook voor de mensen in Libanon, van wie velen ongewild bij de gevolgen van de strijd be­trokken zijn.

Bid om de vrede van Jeruzalem, om de komst van de Messias en zijn rijk

Israël - Het volk van God

“Want niet allen die tot het volk van Israël behoren, zijn ook werkelijk Israëlieten, en niet alle nakomelingen van Abraham zijn ook echt kinderen……Dat betekend dus, dat iemand geen kind van God is omdat hij een kind is volgens de weg van de natuur, maar omgekeerd: de kinderen die geboren zijn volgens Gods belofte, gelden als nakomelingen.” Rom. 9:6b-8

De belofte steunt dus op het geloof. Daaruit blijkt, dat de belofte een vrije gave van God is en door hem zeker gesteld is voor alle nakomelingen van Abraham. Dat zijn niet alleen zij die de wet hebben, maar ook zij die net als Abraham geloven. Abraham is de vader van ons allemaal. Zo staat het ook geschreven: Ik heb u vader gemaakt van vele volken. Rom. 4:16,17

Wij geloven dat wij kinderen zijn van God. Door ons geloof worden wij rechtvaardig gerekend voor God, en zijn wij dus kinderen van Abraham. Dit maakt dat wij eigenlijk Israëlieten zijn. Wij zijn geboren in de belofte, en tellen dus mee bij het volk van Israël. Dit maakt ons als christenen verbonden met de joden en daarom willen we vanavond te weten komen wat wij met joden hebben en welke plek de joden hebben voor ons.

Nadenken over Israël? Waarom wel/ waarom niet?

Hieronder kort de geschiedenis van Israël beschreven.

De eerste keer dat God een belofte doet aan Israël, is aan hun stamvader Abraham. Dit verbond staat beschreven in Genesis 16, en in Romeinen 4 wordt daar naar verwezen:

Dit is wat ik voor je zal doen, ik sluit een verbond met je: je zult de stamvader worden van vele volken. Daarom zul je niet langer Abram heten, maar Abraham. Ik zal je zeer veel nakomelingen geven. Je zult de stamvader van vele volken zijn en onder je nakomelingen zullen zelfs koningen zijn. Het verbond tussen mij en jou zal ik altijd in stand houden. Niet alleen voor jou maar ook voor je nakomelingen zal ik God zijn, in elke komende generatie. Het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik je geven. Je nakomelingen zullen heel Kanaän blijvend bezitten en ik zal hun God zijn.

God geeft dezelfde belofte aan Jakob en zijn nakomelingen. Uit Egypte leidt God zijn volk naar Israël. Israël is in de tijd van het oude testament duidelijk Gods volk. Een belangrijk aandachtspunt is dat Abraham deze belofte kreeg voor al zijn nakomelingen, in het nieuwe testament staat duidelijk dat ook toen al gold: door geloof ben je kind van Abraham en deel je in de beloftes van God. Maar Abraham kreeg Isaäk en Ismael, en Isaäk kreeg Jakob en Esau. Alleen Jakob kreeg de belofte van het beloofde land.

De conclusie kunnen trekken dat ook de andere volken de mogelijkheid hadden om te geloven in God? En om door geloof dus als rechtvaardig worden gerekend?

Later kreeg David de belofte dat uit zijn geslacht de Messias geboren zou worden. God kiest de weg met Zijn volk Israël duidelijk met het doel dat dit het volk zou zijn waaruit de Messias geboren zou worden. Het verbond heeft twee kanten, God zegt: het zal jullie voorspoedig gaan wanneer jullie naar Mij luisteren. Later gaat het volk in ballingschap omdat ze God niet trouw waren aan deze belofte. Een deel keert weer terug, vormt weer een nieuw Jeruzalem en bouwt een nieuwe tempel.

Dan wordt de Messias, Jezus, geboren. Er komt een scheiding tussen het volk van de joden die Jezus volgen, en de joden die Jezus afwijzen. De discipelen krijgen de opdracht om het evangelie over de hele wereld te verkondigen, en de Heilige Geest zorgt ervoor dat alle christenen over de hele aarde met Jezus lichaam zijn verbonden!

Betekend de komst van het nieuwe verbond dat de joden niet meer specifiek Gods volk zijn?

Wij zijn van onze redding afhankelijk van het bloed van Jezus. Door geloof in Hem alleen kunnen wij allemaal gered worden, en dit brengt meteen een duidelijk scheiding aan tussen christenen en joden. Maar dat geeft ons geen reden om hoogmoedig te zijn. Daar waarschuwt Paulus ons voor in Romeinen 11.

Lees eens Romeinen 11: 13-36

Dit is een lang gedeelte maar belangrijk is dat er in staat dat ‘wij wilde olijftakken’ geënt zijn op de ‘edele olijfboom Israël’. Wij hebben onze redding aan hun koppigheid te danken. Verder staat er in dat de afwijzing van Jezus Christus maar tijdelijk is! God krijgt geen spijt wanneer hij een volk roept. Maar over het ‘hoe en wat’ van de redding van Zijn volk staat niets geschreven. Wel staat er: Wie kent de gedachten van de Heer? Wie kan hem raad geven? Of wie kan vergoeding vragen voor wat hij God heeft gegeven?

Welke opdracht voor ons als christenen kun je lezen uit deze tekst?

Over de profetieën in het oude en nieuwe testament van het volk Israël gaan we nu niet dieper op in. Voor het lezen van deze profetieën zijn een aantal vragen belangrijk: in welke context staan de woorden, over welke situatie spreekt de profeet en als het al voorspelling is, is er dan ook vervulling aan te wijzen in díé tijd waarin die woorden gezegd zijn of kort daarna? Verder is het opvallend dat het oude testament het land Israël heel erg belangrijk, maar van alle 70 verwijzingen naar Israël in het nieuwe testament, zijn er maar drie die naar het land wijzen. De overige verwijzingen gaan over de joden. 1

Hoe moeten we dan als christenen aankijken tegen de bijzondere gebeurtenissen rondom de staat Israël?

Als laatste hebben we een belangrijke boodschap. God heeft zijn oude volk Israël niet in de steek gelaten. Wij hebben onze redding aan hen te danken en moeten nu niet met de armen over elkaar gaan zitten, maar wel de joden vertellen van het geweldige werk dat Jezus heeft gedaan, en dat er ook voor hun redding is.

Israël en de bijbel

Het stempel van de geschiedenis

De Joden stammen af van Abraham. Deze leefde ongeveer 4000 jaar geleden. Ze zijn dus de erfgenamen van een lange geschiedenis. Het is ook een bijzondere geschiedenis, want Abraham was een geroepene van God. De geschiedenis van Gods omgang met Abraham en zijn nakomelingen is in de bijbel beschreven. Deze erfenis heeft het joodse volk gestempeld.

Dat is ook een actueel gegeven. We lezen in het Oude Testament dat God de nakomelingen van Abraham, Isaak en Jakob toezegt zijn beloften na te komen. Jezus en de apostelen bevestigen dat in woord en daad (Hand. 3: 26). De bijbelse geschiedenis laat tot op vandaag zijn sporen na.

1. De Here heeft het land Kanaän aan Abrahams kinderen beloofd. Die belofte bleef ook staan toen de nakomelingen van Abrahams kleinzoon Jakob in Egyptische slavernij verzeild raakten. Nadat Hij hen met behulp van Mozes uit Egypte had bevrijd en door de woestijn geleid, heeft God zijn belofte ingelost. Volk en land zijn sinds de dagen van Jozua aan elkaar verbonden.

2. De geschiedenis ging verder. De Here heeft het volk en het land ook weer uit elkaar gehaald. Met de ballingschap en de verstrooiing bevestigde God, dat Israël zichzelf gelijk maakt aan de volken wanneer het afgoden dient. Israëls bevoorrechte positie staat of valt met Israëls trouw aan Jahwe.

Eerst ging Efraïm, het Noordrijk, in ballingschap naar Assyrië (2 Kon. 15: 29, 17: 
6), later Juda naar Babel (2 Kon. 24: 10-16, 25: 1-21). Een klein deel vluchtte naar Egypte (2 Kon. 25: 26, Jer. 43: 5-7).

 Dit oordeel was beperkt tot 70 jaar. De Perzische vorst Cyrus (of Kores) gaf de Joden toestemming terug te gaan naar hun land, Jeruzalem te herstellen en de tempel te herbouwen (2 Kron. 36: 22-23). Er kwam weer een eigen volksleven van de grond, met een nieuwe tempel.

Maar het volk kreeg geen politieke zelfstandigheid meer onder een vorst van het huis van David. Het bleef onderworpen aan de opvolgers van Assyrië en Babylonië. Daarnaast bleef ook de verstrooiing: een groot deel van de Joden kwam niet naar Jeruzalem en omgeving maar bleef verspreid wonen onder de volken.

Dit alles maakte de band tussen het joodse volk en het land losser.

3. Dan komt de Messias Gods: Jezus van Nazaret, uit het huis van David. De verhouding tussen Israël en de volken komt in een nieuw licht te staan. Naarmate Jezus’ lijdensweg vordert, zien we een deel van Israël samenwerking zoeken met de Romeinen (vertegenwoordigd door Pontius Pilatus die op zijn beurt Herodes, de Edomitische vorst over een deel van het joodse volk, erbij betrekt) tegen Jezus. Deze keuze zet zich na Pasen en Pinksteren door, zoals de apostelen ondervinden (Hand. 4: 27). Dat is de verdrukking en de dood en de haat omwille van de naam van Jezus die Christus op de Olijfberg aankondigde (Matt. 24: 9).

Er komt zo een scheiding binnen het joodse volk tussen hen die Jezus en de twaalf volgen en hen die Hem afwijzen. De volken delen erin. Jezus stuurt zijn leerlingen via de joodse verstrooiing de wereld in om de zijnen te verzamelen uit Israël en de volken.

Gods volk, de mensheid wordt herschapen rond Christus: Hijzelf in het midden, om Hem heen het vernieuwde Israël rond de apostelen, daaromheen de geredden uit de volken. Deze nieuwe structuur zet zich door tot de voleinding. De oude structuur rond Abraham (resp. de vaderen) verdwijnt naar de achtergrond, evenals die van de mensheid met Adam aan het hoofd, de kinderen van de vrouw.

Bij deze stand van zaken valt het volle licht op de verbinding tussen de nieuwe David en het vernieuwde en aangevulde volk. De betekenis van tempel en land verbleekt.

4. In 70 na Christus verwoesten de Romeinen Jeruzalem en de tempel. Jezus had dit aangekondigd als het begin van de grote benauwdheid die voorafgaat aan zijn verschijning in heerlijkheid (Marc. 13). De vernietiging van Jeruzalem en de tempel bezegelt het einde van de oude bedeling..

Israëls verstrooiing krijgt nu iets definitiefs: God sluit de tempel, het joodse volk slaat van zijn aardse anker. De Joden die Jezus afwijzen, bouwen met de talmoed (een enorme verzameling rabbijnse discussies over allerlei onderwerpen, opgehangen aan bijbelwoorden) een nieuwe godsdienst op de boeken van Mozes. In de boezem van het joodse volk worden sindsdien twee godsdiensten aangehangen: de dienst van Vader, Zoon en Geest, en de dienst van de aan de tempelloosheid aangepaste wetten van Mozes; oftewel het christendom en het jodendom of judaïsme. Deze tweespalt zet zich ook door in de verstrooiing.

We zien in de tijd van het nieuwe verbond het volgende gebeuren. Aan de ene kant wordt de verstrooiing opgeheven rond Christus. Hij verzamelt de zijnen uit Israël en de volken. Aan de andere kant wordt het oordeel van ballingschap en verstrooiing bevestigd aan hen die hun hoop vestigen op het aardse Jeruzalem en weigeren zich te laten verzamelen onder de vleugels van Jezus.

De joodse godsdienst is een geslaagde poging tot overleven temidden van de volken, en tegelijk een vorm van verzet tegen de roep van de Goede Herder.

Na de afsluiting van het Nieuwe Testament ontwikkelde het judaïsme een sterke identiteit onder leiding van de talmoedisten. De verhouding met het christendom was bepaald niet vriendschappelijk. Een Jood die christen werd verloochende zijn volk, en was Jood-af. Ze verschaften het Jood-zijn een religieuze lading. In de heroriëntatie die volgde na de verwoesting van Jeruzalem bleek deze religieuze identiteit sterk samenbindend te werken.

Deze identiteit was sterk genoeg om de sterk uitwaaierende joodse verstrooiing te kunnen begeleiden. Ondertussen nam het volk vele elementen van de culturen temidden waarvan het woonde over en integreerde die in de eigen identiteit.

In de negentiende eeuw nam de invloed van de joodse godsdienst onder de Joden af. Er ontstond naast een ‘werelds’ jodendom ook een meer humanistisch getint ‘liberaal jodendom’, dat talmoedische voorschriften wilde aanpassen aan de eigen tijd.

De vijandige houding tegenover het christelijke geloof en tegenover de christenen is in de loop der eeuwen gevoed door de anti-joodse opstelling en handelwijze van christelijke vorsten en volken.

Het christelijk deel van het joodse volk groeide ook in de verstrooiing, maar op de duur vormden de christenen uit de volken de meerderheid. De kerk verloor langzamerhand haar joodse kleur en ontwikkelde op den duur een anti-joodse instelling met een culturele (Romeinse) tint. Hier ligt een van de wortels van het Westeuropese antisemitisme. Dit vinden we terug in de Roomskatholieke houding tegenover het joodse volk, resp. de staat Israël.

In de tijd van de Reformatie veranderden er drie dingen in de houding tegenover het joodse volk. (1) Omdat men terug wilde naar de Schrift, leerde men de Hebreeuwse schriften kennen. Daarvoor deed men een beroep op Joodse hebraïsten en kreeg men respect voor de taal- en uitlegkundige traditie van de Joden. (2) Doordat men afstand nam van vele dwalingen, groeide de verwachting dat het joodse volk door het gezuiverde evangelie van Jezus Christus zou worden aangesproken en zich zou bekeren tot zijn Verlosser. (3) Het verzet tegen de roomse hegemonie en het ontstaan van de Gereformeerde Kerken leidde tot een vorm van voorheen onbekende tolerantie.
 
Het joodse volk vandaag

De vraag was: hoe moet je de verbinding leggen tussen het joodse volk (met zijn staat Israël) en de geschiedenis van het bijbelse Israël? We kunnen nu via het Nieuwe Testament komend uit het Oude Testament twee belangrijke wissels zien liggen.

De komst en de prediking van Jezus Christus is de eerste wissel. Hij brengt voor Israël het koninkrijk nabij. Hij laat zien, dat met zijn komst God een nieuw begin maakt: het nieuwe verbond in zijn bloed. In Hem blijkt Gods trouw in zegen en vloek. Alle zegen die Israël beloofd is, vloeit Israël toe via deze Messias, omdat ook de volle straf voor Israëls zonden en die van de hele wereld op Hem is neergekomen. Een andere schuilplaats tegen Gods oordeel is er voor Jood en Griek onder de ganse hemel niet (Hand. 4: 12).

Er komt een Israël dat zich bekeert en Christus volgt, en een Israël dat zich verhardt en een eigen manier vindt om als volk te overleven.

De tweede wissel is de uitstorting van de Heilige Geest. God komt in zijn nieuwe tempel wonen. Tegelijk opent de Geest de grenzen van het volk Gods. Het trouwe deel van dit volk wordt nu uitgebreid met gelovigen uit de volken.
Vanuit het Oude Testament komend is Israël twee keer veranderd: eerst is het beperkt tot het in Christus gelovende Israël, vervolgens is het uitgebreid met de in Christus gelovende volken.

We moeten dus onderscheid maken binnen het joodse volk. Er zijn er die de Messias Jezus volgen. Er zijn er die een van de vormen va de joodse godsdienst aanhangen. Er zijn er die zich joods weten enkel vanwege hun afkomst. Sommigen verbinden dit joodse bewustzijn met het zionisme, anderen met een bepaalde culturele eigenheid. Niet onder godsdienstige Joden, maar juist in de kringen van het zionisme is het ideaal van een eigen staat ontstaan als een politieke overlevingsstrategie.

Het bestaan van het joodse volk herinnert de kerk aan de route van Gods heil. De kerk ziet voor ogen hoe zelfs de val van de Joden dienstbaar werd aan haar redding in Christus. Het joodse volk is er nog omdat God zich niet neerlegt bij de verharding van een deel van zijn volk. Hij blijft de ‘achterblijvers’ vanwege de vaderen, dus: omdat ze Joden zijn, opzoeken met het evangelie van de Messias. Zij kunnen zich daarvoor zelfs in een eigen staat niet verstoppen. Er zijn tot op vandaag joodse christenen binnen en buiten Israël, omdat God zijn woord aan Israël houdt.

Wat vinden we van de indrukwekkende gebeurtenissen die plaatsvinden sinds de stichting van de staat Israël?

1. Er is geen reden aan te nemen dat God zich teruggetrokken heeft uit de geschiedenis van het joodse volk, ook niet van het deel dat Jezus als Messias niet wilde aanvaarden. Er is wel reden aan te nemen dat God het joodse volk zal blijven achtervolgen met het evangelie van zijn Zoon.

2. De stichting van de staat, de herleving van het joodse volk, de bevolkingsconcentratie in Israël zijn daarom niet zonder betekenis. Maar welke betekenis deze dingen hebben of krijgen, kunnen we niet van te voren – onder verwijzing naar allerlei profetieën – vaststellen.

3. Daarom moeten we niet zomaar over ‘een nieuwe uittocht’ spreken als honderdduizenden Joden uit de voormalige Sovjet-Unie naar Israël trekken. Want het heilsfeit dat de eerste uittocht uit Egypte overtrof, was de komst van Jezus Christus en niet de stichting van de staat Israël of de uittocht van de Sovjet-Joden. Of koning Christus deze ontwikkelingen in dienst neemt van zijn voornemen een deel van het joodse volk te behouden, is aan Hem. Wij mogen dat niet uitsluiten. We mogen er om bidden. Maar vast staat: de uittocht van welke Jood ook is pas voltooid als hij in het gevolg van Jezus Christus het koninkrijk van God binnentrekt.

4. Dat betekent niet dat gelovigen uit de Joden en uit de volken met de armen over elkaar moeten blijven zitten. Integendeel. In gehoorzaamheid aan Christus moet het ‘evangelie van het koninkrijk’ aan de Joden verkondigd worden binnen en buiten de grenzen van de staat Israël.

Een christelijke houding        

Tegen de zojuist geschetste achtergrond schets ik nu zes elementen van een christelijke houding tegenover het joodse volk.

1. Liefde voor de joodse gelovigen. Joodse gelovigen vormen het levende bewijs van Gods trouw door de eeuwen heen. Door Gods barmhartigheid mochten we bij hen intrekken (Ef. 2) en broeders van hetzelfde huis worden.

We hebben reden voor gezamenlijke lofprijzing en eerbied, én voor gezamenlijk verzet tegen hoogmoed (Rom. 11: 17-21), voor gezamenlijk optrekken als discipelen van Jezus Christus. Hulp van onze kant in noodgevallen vloeit daar vanzelf uit voort, evenals onze steun aan de roeping onder hun volksgenoten de naam van de Messias bekend te maken.

2. Het gebed voor het joodse volk. De onwetendheid of het verzet tegen het evangelie van de overige Joden maakt ons wakker in het gebed.

De discipelen van de talmoed en de Zionisten zijn geen medegelovigen. Zij zijn andersgelovigen, ten opzichte van de Christus der Schriften zelfs: ongelovigen. Ook al kennen ze de Schriften die van de Messias getuigen, zij zijn met Paulus’ woorden ‘verhard…tot de dag van heden’ (Rom. 11: 7, 8; zie Deut. 29: 4 en Jes. 29: 10). Juist omdat de kerk weet van Gods trouw, legt ze zich daarbij niet neer. Ze blijft – in navolging van Paulus (Rom. 10: 1) – bij de Here aandringen op ontferming. Paulus was ervan overtuigd, dat er in zijn tijd een overblijfsel gelaten was naar de verkiezing der genade (Rom. 11: 5). Dit mag de kerk van het nieuwe verbond geloven, zolang de prediking van het evangelie op haar agenda staat.

Vaak wordt het evangelie resoluut afgeweerd door Joden. Daarom doet de kerk er goed aan eerst te bidden voor de redding van de Joden en zo Gods genade absolute voorrang te verlenen.

3. Evangelieverkondiging aan het joodse volk. De verharding van het joodse volk is gedeeltelijk (Rom. 11: 25). De kerk die bidt voor het behoud van het joodse volk, zal attent zijn op mogelijkheden het evangelie onder de aandacht van dit volk te brengen. Daartoe nodigt ook uit, dat God het joodse volk niet heeft laten opgaan in de volken.

Is de massamoord in de tweede wereldoorlog een reden om af te zien van evangelieverkondiging aan de Joden? Nee, in de eerste plaats kun je afstand nemen van een slecht verleden. Dat betekent niet alleen schuldbelijdenis doen voor God en mensen, maar ook je gedrag veranderen. De Gereformeerde Kerken hebben in de zestiende eeuw op duidelijke wijze afstand genomen van het pausdom en wat daaraan vastzat. Een officiële afwijzing (zoals de gereformeerde synode van Amsterdam 1936 uitsprak) van het antisemitisme en van het nationaal-socialisme toen het zich in deze eeuw voordeed is welsprekender dan een vage en algemene schuldbelijdenis achteraf.

Een uitgestoken hand naar het joodse volk en de bereidheid om hen de enige naam onder de ganse hemel waardoor wij behouden kunnen worden, voor te houden is vandaag een even concreet blijk van liefde voor het joodse volk als van berouw over antisemitisme.

In de tweede plaats mogen we onderscheiden tussen Christus zelf en degenen die optreden in zijn naam. Het zijn mensen geweest die ervoor hebben gezorgd, dat Joden de naam Jezus in verband brengen met dood en verderf. Wie zal het joodse volk beletten te klagen? Toch blijft er veel goeds te zeggen over de naam boven alle naam. Voor de Christus hoeft geen christen zich te schamen, ook niet voor joodse oren.

Niet alle christenen hebben kunnen wachten tot het moment dat God in zijn vrijheid de bedekking over een joods hart wegneemt (2 Cor. 3: 12-18). Het is jammer genoeg gebeurd dat de kerk met geweld tegen joodse hardnekkigheid is opgetreden – soms met verwijzing naar de moord op Jezus. Dat is vele Joden fataal geworden, toen de kerk wereldlijke macht had en de mensenmassa’s kon manipuleren. Een man als Hitler kon zich voor zijn gruweldaden met pijnlijke scherpte beroepen op de zwakke momenten van de kerk. En zwak was de kerk toen ze zich sterk maakte met het wereldlijk zwaard.

4. Fijngevoeligheid inzake de geschiedenis van het joodse volk. Israëlische christenen zeggen: de geschiedenis kan geen reden zijn voor de kerk haar plicht het evangelie aan Israël te verkondigen te verzaken, noch kan Israël getroost worden buiten haar Messias om. Goede daden kunnen het verleden niet verzoenen, evenmin kunnen we het volbrachte verzoeningswerk van Christus vervangen door onze uitingen van liefde.

Het barre verleden is geen excuus om het evangelie te verzwijgen, of te verhullen. Het stimuleert de kerk integendeel tot een duidelijke keus. Het prikkelt de brenger van de goede boodschap tot grote zorgvuldigheid en maakt hem gevoelig voor de pijn van de hoorder.

5. Respect voor hun kennis van het Oude Testament. Laat de kerk niet vergeten, dat ze van het joodse volk weer Hebreeuws heeft geleerd. Calvijn heeft zich niet geschaamd in de leer te gaan bij de joodse exegeten. De joodse betrokkenheid bij het Oude Testament is een gegeven dat dit volk uniek maakt. Dat is van betekenis voor de verkondiging van het evangelie aan hun adres.

In de eerste plaats is er een aanknopingspunt. Er is gemeenschappelijke kennis van Gods Woord en werk. Gereformeerde kerken zijn vaak goed thuis juist in het Oude Testament. Dat kan leiden tot wederzijds respect, een niet te onderschatten voordeel wanneer de Christus der Schriften ter sprake moet komen.

Dat het Oude Testament bij de godsdienstige Joden in een heel andere canon functioneert (met de talmoed) kan – ten tweede – een extra hindernis betekenen. Wie het Oude Testament op een joodse wijze heeft leren lezen, leest Mozes met een ‘bedekking’ (2 Cor. 3). Dat betekent veel extra werk voor de evangelist, in het gebed om de Heilige Geest, maar ook in de studie van de joodse godsdienst.

De niet-godsdienstige Jood of Israëli is ook gehandicapt in zijn begrip van het Oude Testament. Hij leest het als nationaal epos of vaderlandse geschiedenis, als bewijs voor het unieke karakter van zijn volk. De werkelijke schriftkennis valt dikwijls tegen. Daarnaast verstopt een gemakkelijk besef van uitverkoren-zijn (‘God staat altijd aan de kant van de Joden’) de oren.

De kerken wekken niet bepaald de jaloezie van de Joden op (zie Rom. 11: 14), zo wordt wel gezegd. Maar niet het voorbeeldige gedrag van de gelovigen uit de volken moet ongelovige Israëlieten prikkelen tot jaloezie. Juist dat Gód het verkiest met zulke mensen (Deut. 32: 21 ‘een dwaas volk’) om te gaan in het verbond moet Joden onrustig maken in hun verzet tegen het evangelie. Paulus prees zijn werk als apostel der volken, omdat God juist door het heil te geven aan ‘dwaze volken’ de ongelovige Israëlieten wilde prikkelen tot jaloezie op ‘wat geen volk is’.

Hoe kan de kerk dus ongelovige Joden helpen brengen tot het besef dat ze van de weg van Gods verbond zijn afgeraakt, tot het verlangen naar de omgang met God in het nieuwe verbond?

In de eerste plaats door uitsluitend God te dienen en Hem overeenkomstig zijn Woord te vereren, want de val van Israël was de ongehoorzaamheid aan het eerste en tweede gebod. in de tweede plaats door het evangelie trouw te verkondigen aan alle volken, opdat Gods ontferming over ‘wat geen volk is’ aan het licht komt.

Een kerk die niet meer God alleen dient of Hem eigenwillig vereert, of die nalaat het evangelie aan alle volken te verkondigen, maakt zichzelf als evangelist onder de Joden ongeloofwaardig. Zo’n kerk verduistert het zicht op Gods genade – die vergadert niet, die verstrooit.

6. Kritische steun aan het joodse volk in Israël. Wie komt met het evangelie, heeft niet per se zilver en goud bij zich. Maar de kerk of de christen die wel heeft, hoeft zich niet te schamen voor een christelijke handreiking aan het joodse volk. Het is een andere vraag of wij ‘solidair’ met Israël moeten zijn, in de zin dat we vierkant achter Israël moeten staan. Rond de staat Israël spelen verschillende motieven, maar als politiek verschijnsel moet Israël aan politieke maatstaven worden gemeten.

Voor christenen zijn daarbij vragen van belang als: wordt het land een afgod? Dient de staat en haar macht een vorm van nationale hoogmoed? Zijn de joodse bewoners bereid te delen met de Palestijnen die ook mogen spreken van hun recht daar te wonen? Wordt die staat gebruikt tegen het evangelie?

Veel ‘christelijke solidariteit’ stijft Israël in een gevaarlijk nationalisme, bijv. de relligieus getinte opvatting over de bezette gebieden. Deze christenen identificeren zich verregaand met rechtse standpunten in de Israëlische politiek. Laten hulpvaardige kerken en christenen aan de Israëlische overheid dezelfde maatstaven aanleggen als aan andere volken en overheden. Een echte vriend durft met kritiek te komen.

In het politieke gesprek met Israël is het nuttig aan te dringen op een uitgewerkte grondwet, waarin de scheiding tussen de staat en het orthodoxe jodendom zo ver mogelijk is doorgevoerd en waarin de vrijheid van onderwijs, meningsuiting en godsdienst is gegarandeerd. Het zou ook mooi zijn als de christelijke wereld er bij de joodse regering op aandrong, dat ze het recht Jood en Israëli te zijn erkent ook voor Israëlieten die Jezus als Messias aanvaarden.

DE WEG - DE WAARHEID - HET LEVEN

 READ THE BOOK - THE BIBLE CHANGE YOUR LIFE

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids 

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst

Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
Prachtige Bijbelse Schoolplaten

De Heilige Schrift
Het levende Woord van God
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard

De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus

Goede Vruchten
Geestesgaven

Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid

Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
Hoop en Verwachting
Bijzondere gebeurtenissen

De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties en Powerpoints
Bijbelse Onderwerpen

Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels

Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
 
Bible Study: The Bible alone!
L'étude biblique: Rien que la Bible!
Bibelstudium: Allein die Bibel!  

Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen Bijbellessen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels

Naslagwerken
Belijdenissen
Een rijke bron

Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels

Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Herinnering aan Kerken

Christian Country Music
Muzikale ontspanning
Software voor Bijbelstudie
Hartverwarmende Klanken
Read and Hear the Holy Bible
 Luisterbijbel

Bijbel voor Slechtzienden Begrippenlijst   -1-   -2-

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl
         
  (
What's good, use it)



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



FAQ - HELP

Kerk
Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koningsdag / Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning
 
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen


Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.
Lees eens:  God's Liefde

Schat onder handbereik


Bemoediging en troost

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps

Read more for Study  
Apocrypha, Historic Works
 GELOOF EN LEVEN een
          KLEINE HULP VOOR  ONDERWEG