BARMHARTIGHEID:
VOOR ANDEREN BIDDEN
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
| De zeven lichamelijke werken van barmhartigheid: |
De zeven geestelijke werken van barmhartigheid: |
|---|---|
VOOR ANDEREN BIDDEN
In deze serie studies
komen de Werken van Barmhartigheid onder de aandacht. Onze wereld kan
niet zonder barmhartigheid.
Geen
enkel mens kan zonder barmhartigheid Het komt niet vanzelf,
integendeel, onze neiging is wraak en dominantie, heerszucht en
verovering, zelfbevestiging (we behoren tot de soort van kuddedieren,
de strijd voor het territorium, de strijd voor de dominante plaats en
het recht van de sterkste).
In deze studie: VOOR ANDEREN BIDDEN
1 Joh.
7-11 en Matth. 5,43-48
1.
Goeden en kwaden, goed en kwaad
Wij
classeren graag anderen
in dommen en slimmen, in medestanders en tegenstanders, in goeden en
kwaden, in misdadigers en rechtvaardigen. Daarbij behoren wij altijd
tot de goeden.
Wat is goed en
kwaad? Het
criterium is "leven". Goed is alles wat het leven beter maakt, en kwaad
is alles wat schade toebrengt aan het leven. Leven in al zijn
betekenissen van lichamelijk en geestelijk, van aards en eeuwig.
Wat zijn goeden
en wat zijn kwaden? Of zijn alle mensen een beetje (veel) van beide?
Een
mengsel van beide ieder in eigen verhoudingen.
Het kwade en het
goede zitten
diep in ons, het is niet alleen de daad, het gevolg van ons handelen
dat echt goed of kwaad is, maar dat wat in ons leeft, wat ons aanzet om
handelen. Iemand die te veel gedronken heeft en een dodelijk ongeluk
veroorzaakt met de auto. Waar lag de wortel van het kwaad? Het gebrek
aan zelfbeheersing om het drinken te laten. Maar is daarom alles in die
mens slecht?
Het goede
ontdekken in de
kwade is een kristelijke kunt, een hoge evangelische eis een een grote
sociale dienst, de enige weg om van een kwade een goede te maken, zoals
Jezus van een moordenaar een goede moordenaar maakte.
Goeden
en kwaden in 3 verhalen, drie boodschappen, 3 opgaven.
1. De
farizeer en de tollenaar Lc 18,9-14: verhaal…
Wat
betekent het?
Wie zichzelf
kwestbaar weet,
wie voorzichtig is, wie weet dat hij geneigd is tot het kwaad, die kan
zich wapenen, zich oefenen om er niet aan toe te geven. Wie hoogmoedig
met zijn hoofd in de lucht loopt, die valt in de kuil met zijn ogen
open. Van de andere kant moet de "goede", hij die nog niet gevallen is,
niet vanuit de hoogte neerkijken op de kwade. "Wie staat ziet toe dat
hij niet valt".
2. De overspelige
vrouw Joh 8,1-11: verhaal…."ook ik veroordeel u niet, maar
ga heen en zondig niet meer".
Betekenis:
Alle kansen krijgen en alle kansen geven. Alle kansenomwille van het
goede dat er nog inzit.
3. De "goede
moordenaar": verhaal….beroep doen op Gods barmhartigheid.
"Goede
moordenaar", een
schokkend begrip, combinatie van twee tegengestelde woorden, maar ze
staan op een hoogtepunt van het evangelie.
Wat betekent het?
De fond kan
goed zijn en toch kan men kwaad hebben gedaan. Er is dus vanuit een
christelijke visie zelfs hoop voor een moordenaar. De goede basis
losmaken in de mens, zelfs in de moordenaar, is een christelijke taak.
En het is een dienst aan de gemeenschap, het is de enige kans om iemand
in de maatschappij nog te laten functioneren.
En als God
barmhartig is en een ultieme kans geeft, waarom wij mensen dan niet?
4. Het ultieme
gebod: "Bid voor hen die u haten" Lc 6,27 en Mtth. 5,43
Bidden?
= goed toewensen, goed vragen = bekering vragen, helpen tot stand
brengen….
Doen: "Kwaad met
goed
vergelden" Hoe dikwijls? U weet het 70x7 enz…er zal nooit
vrede,
dwz afwezigheid van kwaad, zijn, als niemand begint met kwaad door goed
te vergelden.
We gaan
gemakkelijker omgaan
met het kwaad en de kwaden als we beseffen dat de scheidingslijn niet
tussen verschillende mensen loopt maar dwars door onszelf. Dan is
bidden voor goeden en kwaden ook bidden voor onszelf, voor onze eigen
bekering.
Het
"Onze Vader" in de oecumenische versie:
Onze Vader, die
in de hemel zijt
Uw naam worde
geheiligd,
Uw koninkrijk
kome,
Uw wil geschiede,
op aarde zoals in
de hemel.
Geef ons heden
ons dagelijks brood,
en vergeef ons
onze schulden,
zoals ook wij
onze schuldenaars vergeven.
En leid ons niet
in verzoeking,
maar verlos ons
van de boze.
[Want van U is
het koninkrijk
en de kracht en
de heerlijkheid
in eeuwigheid.
Amen.]
Een
paar kanttekeningen bij de tekst
De lofprijzing
waarmee binnen
de kerkelijke traditie het gebed wordt afgesloten is tussen haakjes
geplaatst, omdat die niet behoort bij de tekst van het gebed, zoals die
in het evangelie van Mattheus wordt overgeleverd.
De tekst vormt
een onderdeel
van de "bergrede"" (een door de evangelist gecomponeerde redevoering,
die te vinden is in Mattheus: 5 - 7). Het "Onze Vader" is, evenals die
hele redevoering, zorgvuldig opgebouwd. Toen men daarvoor nog geen oog
had gebeurde het wel dat men dacht dat dit gebed zeven beden omvatte
(Augustinus, Luther).
Maar wie
eenmaal de
structuur in het gebed heeft ontdekt telt er maar zes: drie beden rond
het woord "Uw", die door de tussenzin ως
εν
ουρανωι
και
επι γης -
(Grieks; wie de
woordvolgorde respecteert dient te vertalen met "gelijk in de hemel, zo
ook op aarde") - worden verbonden met de drie beden rond het woord
"ons". De compositie is dus symmetrisch: door deze opbouw wordt onze
aandacht eerst gericht op de hemelse gewesten, en daarna verschoven
naar het aardse bestel. Dat is dus geen toeval; net zomin als het
toevallig is dat dit gebed het midden vormt van de "bergrede". Het laat
ons iets zien van de wijze waarop Mattheus zijn tekst componeert.
Om te
kunnen begrijpen
welke gedachten Mattheus zich maakte bij het "Onze Vader" dienen we dan
ook verbindingen te leggen met andere passages uit het evangelie. De
zinsnede over vergeving bijvoorbeeld kan niet worden losgemaakt van wat
er in Mattheus 18:23-35 wordt verteld (de gelijkenis van de koning, die
afrekent met zijn slaven. Op grond van wat daar staat, lijkt me dat de
vertaling van de bede om vergeving moet luiden: "en vergeef ons onze
schulden, zoals ook wij onze schuldenaren hebben vergeven".
αφηκαμεν
(Griekse tekst) is een
perfectum, een verleden tijd: de handeling is verricht.
ONZE
VADER...
De wijze waarop
God hier wordt
aangesproken komt voort uit de oeroude familiegodsdienst . Deze heeft
in het oude Israël, zoals overigens in het gehele nabije
Oosten
altijd een rol gespeeld, met betrekking tot geboorte, dood, begraven,
herdenken, huwelijk, en andere centrale levensbehoeften. Het gaat
hierbij niet in de eerste plaats om persoonlijke vroomheid, maar om de
dingen die nodig zijn om als gemeenschap te kunnen voortbestaan. Het
"Onze Vader" is dan ook niet het gebed van Jezus, maar een gebed,
waarin het heil van de geloofsgemeenschap centraal staat: vandaar dat
onze Vader.
DIE IN
DE HEMEL ZIJT
Uit het gedeelte,
dat
onmiddellijk voorafgaat aan het "Onze Vader" (Mattheus 6:5-8) kunnen we
opmaken dat we worden opgeroepen tot een houding die voortkomt uit
waarachtigheid. Als je bidt, als je mensen helpt, als je vast, als je
probeert om vroom te leven: doe dat dan niet opzichtig. God woont in
het verborgene. Zou dat niet bedoeld zijn met die woorden in de hemel?
Het is dan niet een plaatsbepaling; maar een verwijzing naar de
verborgenheid van God: God is voorbij onze horizon. Dat betekent niet
dat God veraf is: God is nabij en wordt ervaarbaar waar mensen elkaar
vergeven, voeden, bewaren en respecteren.
UW
NAAM WORDE GEHEILIGD
Kennen wij Gods
naam? Het is
een oeroude behoefte om een naam te geven aan datgene wat ons raakt.
Maar niet alles, wat ons raakt, komt van God. Dat kunnen we niet
geloven. In het Oude Testament lezen we dat we ons van God geen beeld
mogen maken: elke naam, die wij aan God geven doet iets af aan God. Zo
is dat met taal: door de dingen te benoemen, geven we iets uit handen,
doen we de werkelijkheid geweld aan. Primair is, wat we ervaren:
achteraf kan de behoefte ontstaan om het ervarene onder woorden te
brengen. Dat moeten we met religieuze ervaringen niet doen. Want voor
je het weet praten we dan over God. De Naam heiligen is: er niet over
spreken. Wel bidden: open staan voor God, en bidden tot God.
UW
KONINKRIJK KOME
Het evangelie van
Mattheus zou
je het evangelie van het komende koninkrijk kunnen noemen. Dat doet
vermoeden, dat het hierbij gaat om iets dat in de toekomst wordt of
moet worden gerealiseerd. Zo is vaak gedacht: vandaar ook dat men de
hemel heeft gedacht voorbij aan onze dood en voorbij aan de
geschiedenis. Toch is dat niet wat Mattheus voor ogen heeft. In de hele
Joodse traditie komt de gedachte aan een leven na de dood nauwelijks
voor. God is een god van de geschiedenis: het komende koninkrijk
verwijst naar heil dat zich kan manifesteren in ons eigen leven:
wanneer we "er zijn" zoals dat van ons mag worden verwacht. Je zou
kunnen zeggen, dat de oer-opdracht voor elk mens is: wees er!
Gods rijk wordt
aanwezig, waar
mensen er voor elkaar zijn zoals God er is voor elk mens. Zo is God
voor ons een Vader (en een Moeder) de oorsprong en bron van leven, maar
ook de onderhouder van ons bestaan. Dat het koninkrijk vaak
onzichtbaar, onvindbaar is hangt samen met het gegeven, dat we
doorgaans Gods naam niet heiligen. De relatie is verstoord. We
verbeelden ons dat we autonoom zijn, en dat de werkelijkheid identiek
is aan onze waarneming, aan wat wij voor waar houden, aan wat binnen de
horizon ligt van wat we kunnen begrijpen en benoemen en beheersen. We
verbeelden ons dat we self-supporting zijn.
UW WIL
GESCHIEDE
Wat is de wil van
God? Kunnen
wij weten wat God wil? Elk mens komt van tijd tot tijd in situaties,
waarvan we niet kunnen begrijpen wat "dat" van ons vraagt. Menig mens
zucht van tijd tot tijd onder het bestaan en vraagt zich af: "waar heb
ik dat aan verdiend?". Of hij denkt achteraf: "het is toch een wonder,
dat een mens dit kan doorstaan, dat een mens hiertegen bestand is".
Gods wil is meer dan wat een mens soms voor mogelijk houdt. Jezus bidt
in Getsemane, wanneer hij door doodsangst dreigt te worden
overmeesterd, waardoor hij dreigt om het geloof in een liefdevolle,
nabije, dragende God - onze Vader - te verliezen: niet mijn maar Uw wil
geschiede. De bede dat Gods wil geschiede moeten we wel begrijpen als
de vraag om kracht en vertrouwen, wanneer alle hoop ons dreigt te
ontvallen. Kan een mens dat? Hoe dat zij: we mogen geloven, dat Gods
wil is dat we onze levensopdracht op ons nemen, ook al lijkt de weg die
we moeten gaan soms onbegaanbaar. Dat is gemakkelijk gezegd. Maar hier
liggen geweldige problemen: hoe kan een mens, wat hij niet kan?
Achteraf kun je soms verbaasd zijn over wat er mogelijk bleek. Vooraf
zullen we er steeds op bedacht moeten zijn, dat Gods wil wel eens niet
samenvalt met wat wij zelf willen. En dat we soms, met Gods hulp, tot
meer in staat zijn dan we kunnen vermoeden.
ZOALS
IN DE HEMEL....
We zagen al dat
hemel en aarde
geen gescheiden ruimten zijn: alles wat tot dus- verre is gezegd moet
op aarde gestalte krijgen. Bidden blijft zonder betekenis, wanneer dit
bidden niet uitmondt in doen. In ons doen en laten wordt onze
spiritualiteit zichtbaar: niet voor niets wordt in de
joods/christelijke traditie gesproken over de daden van God. Daarmee
wordt verwezen naar het heil, dat nu en dan concreet zichtbaar wordt en
gestalte krijgt in de gebeurtenissen. Wie bidt doet dat in het
verborgene: wat naar buiten komt is een mens die zich laat leiden door
heilige geest.
Bidden is wel
vergeleken met
ademhalen: het bidden verhoudt zich tot het leven als het inademen tot
het uitademen. Een mens kan niet alleen bidden. Een mens moet ook niet
alleen doen. Daarom was het advies in de Middeleeuwen: bid en werk. Zo
kan Gods schepping door mensenhanden worden voltooid.
DAGELIJKS
BROOD
De vertaling van
wat hier in
het Grieks staat - τον
αρτον
ημων τον
επιουσιον
- met
"dagelijks brood" is opmerkelijk. We weten namelijk niet precies wat
het vijfde woord betekent. De "textum Vaticanum" vertaalt met panem
nostrum supersubstantialem; niet gewoon maar brood, maar brood in
overdrachtelijke betekenis. Misschien is dit ingegeven door wat we
lezen in Mattheus 4:4, waar wordt verteld dat Jezus de duivel, die hem
op de proef stelt, antwoordt: een mens leeft niet van brood alleen maar
van elk woord dat komt uit Gods mond. Anderzijds: de oerverhalen uit
het Oude Testament vertellen, dat de Israëlieten niet meer
manna
mochten verzamelen dan ze strikt nodig hadden. Aannemelijker is dan ook
dat het hier gaat om brood voor een dag. We moeten ons immers geen
zorgen maken over de dag van morgen. Want iedere dag heeft genoeg aan
zijn eigen kwaad. Dit lijkt meer in overeenstemming met het evangelie
volgens Mattheus: de bede om kracht en wijsheid om te leren om te gaan
met de ongewisheid van het bestaan. De zoon des mensen heeft - zoals we
elders lezen - geen vaste woon- of verblijfplaats, in tegenstelling tot
de vossen: die hebben holen.
SCHULD
EN VERGEVING
Bij schuld denken
wij al snel
aan de wetmatigheid oorzaak en gevolg: wat heb ik veoorzaakt? Heb ik
daar schuld aan? Maar het beeld, dat Mattheus geeft is enigszins anders.
Al eerder werd,
als sleutel
voor de interpretatie van deze bede, gewezen op de gelijkenis van de
koning die afrekent met zijn slaven. Uitgaande van die gelijkenis zou
je een aantal dingen kunnen zeggen:
Het uitgangspunt
is dat aan
ons iets is toevertrouwd - in bruikleen is gegeven. Vroeg of laat
moeten we dat teruggeven. Maar het is ons niet zomaar toevertrouwd: we
moeten er ook iets mee doen, waardoor het aan waarde wint.
Wat daaruit
voortvloeit is dat
van een mens verwacht wordt is, dat hij met medemensen op dezelfde
wijze omgaat als God met ons: liefdevol en barmhartig.
We worden
afgerekend op grond
van dit parallellisme: vandaar dat er een onmiddellijke samenhang
bestaat tussen de mate waarin wij vergeven en de mate waarin we
vergeving ontvangen.
VERZOEKING
Brengt God ons in
verzoeking?
Dat niet: maar God lijkt nu en dan te zwijgen. De verborgenheid van God
kan maken, dat we verloren raken.
Volgens Mattheus
is het de
duivel, die ons in de verleiding brengt om van ons geloof af te vallen.
Daarbij doet de duivel een appèl op onze hebzucht, ons
verlangen
naar autonomie en macht, ons "gezond verstand" enz. De vraag daarbij
is, of we opgewassen zijn tegen deze krachten. De bede is gebaseerd op
de veronderstelling, dat het menselijk is om voor deze machten te
zwichten. Kunnen we ons daartegen wapenen? Is het mogelijk om al de
stemmen, die in het diepst van ons bewustzijn om het hardst roepen om
in opstand te komen tegen God - stemmen die pleiten voor autonomie - te
weerstaan? In wezen gaat het bij dit alles om godsverduistering. Leid
ons niet in verzoeking zou je ook kunnen verstaan als de bede een bede
aan God om door zijn geest ervaarbaar nabij te blijven. Verlos ons van
die machten!
Tot
slot hierover nog twee opmerkingen:
Onze
verlossing is een zaak
van Gods Geest, die vrijmaakt en geneest. We vinden bij Mattheus dan
ook geen spoor van de gedachte dat we zijn verlost door de kruisdood
van Jezus.
Belangwekkend
is ook de
latijnse vertaling: "ne iudicas...": beoordeel ons niet als we worden
verzocht! Dit impliceert, dat een mens niet is opgewassen tegen de
machten van het kwaad: erbarm U God, en reken het ons niet aan, wanneer
we bezwijken! Dit heeft overigens meer weg van een interpretatie dan
van een vertaling!


















