
Deze keer: Tenzij gij blijft
Johannes 15 : 4
Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, tenzij zij in de wijnstok blijft, zo ook gij niet, tenzij gij in Mij blijft
Wij kennen de betekenis van het woord tenzij. Het betekent een
onmisbare voorwaarde, een onvermijdelijke wet. 'De rank kan geen vrucht
dragen uit zichzelf, tenzij zij in de wijnstok blijft. Zo ook gij niet,
tenzij gij in Mij blijft'. Er is slechts één manier voor
de rank om vrucht te dragen, er bestaat geen andere mogelijkheid, zij
moet ononderbroken verenigd blijven met de wijnstok. Niet uit haarzelf
komt de vrucht, maar alleen uit de wijnstok. Christus had al gezegd:
'Blijft in Mij'; in de natuur leert de rank ons de les zo duidelijk;
het is zulk een wondervol voorrecht te worden geroepen en toegestaan om
in de hemelse Wijnstok te blijven; men zou kunnen denken dat het
overbodig is er nog deze woorden van waarschuwing aan toe te voegen.
Maar neen, Christus wist maar al te goed wat een verloochening van ons
eigen ik er opgesloten ligt in: 'Blijft in Mij', en hoe sterk en
algemeen de neiging zou zijn te trachten vrucht te dragen door onze
eigen inspanning; hoe moeilijk het zou zijn ons te leren geloven dat
een werkelijk voortdurend blijven in Hem een absolute noodzakelijkheid
is! Hij staat erop: Niet uit zichzelf kan de rank vrucht dragen; tenzij
zij blijft, kan ze geen vrucht dragen. 'Zo ook gij niet, tenzij gij in
Mij blijft'.
Maar moet dit letterlijk opgevat worden? Moet ik, even uitsluitend en
duidelijk en ononderbroken en volkomen als de rank in de wijnstok
blijft, overgegeven zijn om mijn gehele leven in Christus alleen te
vinden? Ja dat moet ik inderdaad. Het tenzij gij blijft is even
universeel als het tenzij zij blijft. Het zo ook gij niet laat geen
uitzondering of verandering toe. Als ik een ware rank moet zijn, als ik
vrucht moet voortbrengen, als: zijn moet zoals Christus de Wijnstok wil
dat ik ben, dan moet mijn gehele wezen net zo uitsluitend overgegeven
zijn aan het blijven in Hem, als de natuurlijke rank overgegeven aan
het blijven in de wijnstok.
Laat mij de les leren. Blijven moet een handeling of de wil en het
gehele hart zijn. Zoals er graden zijn in het zoeken en dienen van God,
'niet met een volkomen har of 'met zijn ganse hart', zo kunnen er
graden zijn in het blijven in Hem. Bij de wedergeboorte komt het
goddelijke leven bij ons binnen, maar het beheerst en vervult mij
tegelijkertijd ons gehele wezen. Dit komt bij wijze van gebod en
gehoorzaamheid. Er is een onuitsprekelijk gevaar dat we ons niet geheel
en al geven aan het blijven in Hem. Er is onuitsprekelijk gevaar dat we
onszelf geven om voor God te werken en vrucht te dragen met slech
weinig van het ware 'blijven in Hem, het ons van gans harte verliezen
in Christus en Zijn leven. Er is een onuitsprekelijk gevaar van veel
werk met slechts weinig vrucht, door gebrek aan dit ene nodige. We
moeten de woorden: 'tenzij zij blijft', en 'geen vrucht uit zichze:
toestaan hun werk te doen van doorvorsen en belichte: van snoeien en
reinigen, van alles wat er van onze eigen wil en ons zelfvertrouwen in
ons leven is; dat zal ons van dit grote kwaad bevrijden, en ons zo
toebereiden voor Zijn onderwijzing en ons het volle begrip geven van
het woord: 'Blijft in Mij, en Ik in u'.
Onze dierbare Heer verlangt ons weg te roepen van onszelf en onze eigen
kracht, tot Zichzelf en Zijn kracht. Laten we de waarschuwing aannemen,
en ons met grote vrees en zelfwantrouwen tot Hem wenden om Zijn werk te
doen. 'Ons leven is met Christus verborgen in God'. Dat leven is een
hemels mysterie, verborgen zelfs voor de wijzen onder de christenen, en
geopenbaard aan zuigelingen. De kinderlijke geest leert dat dat leven
elke dag en elk ogenblik van de hemel gegeven wordt aan de ziel, die
het onderwijs aanvaardt: 'niet uit zichzelf', 'tenzij zij blijft', en
het alleen in de Wijnstok zoekt. Blijven in de Wijnstok komt dan neer
op niets meer of minder dan een rustig overgeven van de ziel om
Christus alles te laten hebben en alles te laten werken, precies zoals
in de natuur de rank niets weet of zoekt buiten de wijnstok.
Blijft in Mij. Ik heb gehoord, Here, dat met ieder bevel U ook de macht
geeft om te gehoorzamen. Met Uw 'sta op en wandel' sprong de lamme op.
Ik neem Uw Woord 'blijft in Mij' aan als een machtig woord dat kracht
geeft, en op dit moment zeg ik: Ja Heer, ik wil, ik zal in U blijven.