.HOLYHOME.NL - BRON VAN VREDE
 
 
   
 
WAAROM NAAR DE KERK GAAN - NADENKEN OVER DE KERK



Hoe zit het eigenlijk ? Waarom gaan we naar de kerk ?  Aan de hand van een twaalftal antwoorden willen we daar eens over nadenken.                                                                                                                    
 
    • Uit gewoonte
    • Goed om traditie te volgen
    • Zicht krijgen op het waarheen, waarvoor van deze wereld
    • Om de wereld voor te dragen
    • Om mijn bestaan tot op de bodem te doorgronden
    • Om het heil te ontvangen
    • Om tot het licht te komen
    • Om in de gemeenschap te worden ingelijfd
    • Om in het openbaar het geloof te belijden
    • Om mijn bijdrage aan de gemeente te leveren
    • Om de zin van de zondag te verwerkelijken
    • Om het kerkelijk jaar mee te maken

    • Geen flauw idee ?   Klik dan maar eens HIER                                                                                                                               
  • Omdat het moet of uit gewoonte
  • Een mogelijk antwoord is; “uit gewoonte”.
  • Dat klinkt niet fraai. Dat lijkt op ’t eerste horen wel de slechts mogelijke motivatie. Hoevelen zijn er niet afgekSnapt op sleur en klakkeloos naar kerk gaan. Ze zeggen, en niet ten onrechte: wie gaat, moet uit behoefte gaan. Toch staat er in het evangelie naar Lukas dat Jezus “volgens zijn gewoonte” op de sabbatdag naar de synagoge ging.
  • Het loont de moeite dat stukje bijbel eens te lezen. Zie Lukas 4: 14 –19.
  • Dat geeft te denken!
  • Vraag je het volgende eens af
  • a. Is een gewoonte persé altijd in strijd met een behoefte of verlangen?
    b . Als we geen behoefte hebben om naar de kerk te gaan, is het dan beter uit gewoonte thuis te blijven of uit gewoonte toch maar te gaan? M.a.w.: moet alles afhangen van ons (sterke) verlangen, dat vaak heel zo sterk niet is?
    c . Ga eens na hoe heel ons leven is gestructureerd door gewoonten. Wat dacht u van wassen en tandenpoetsen?
    d. Kan gewoonte ook voortkomen uit plicht? Zie b.v. Psalm 100. Het is voor mensen die God erkennen volgens die psalm eigenlijk een plicht om Hem gezamelijk te dienen. Dat dient regelmatig te gebeuren.
    e. Goede gewoonten kunnen ons leven heel stijlvol maken. Waar of niet?
  • Goed om traditie te volgen
  • Een tweede antwoord zou kunnen zijn, dat het goed is een bepaalde traditie te volgen. Let wel, dat hoeft nog niet per se traditionalisme te zijn. In dat geval wil je ggewoon uit ouderwetsigheid traditioneel zijn. Maar naar de kerk gaan is een zaak van staan in een oeroude traditie, dat is: in een keten van ontvangen en op jouw beurt weer doorgeven.
    Lees in dit verband eens Psalm 78: 1-4. Het gaat om het doorgeven van verhalen, formuleringen, normen, waarden, waarheden die altijd van belang blijven. Ook de befaamde apostel Paulus “had het” van anderen: hij gaf zelf door, wat hij ontvangen had (zie I Korinthe 15: 3). De kerk is een soort overslagbedrijf van Gods waarden.
  • Zicht krijgen op het "waarheen, waarvoor" van deze wereld
  • Een mogelijke reden is: om zicht te krijgen op het “waarheen, waarvoor” van onze wereld.
    Het leven is vol raadsels. Maar we hoeven niet overal naar te raden. De wijsgerige systemen en de godsdiensten van de wereld proberen de wereld “van commentaar te voorzien”. Want de wereld wekt de indruk “dat er iets achter zit”. Dat is inderdaad ook het geval. De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen dat “Gods eeuwige kracht en goddelijkheid” uit de wereld met het verstand kan worden doorzien (Romeinen 1: 20).
    Maar nog veel méér opheldering is te vinden in de Bijbel.
    De Bijbel maakt n.l. duidelijk dat a.de wereld gemaakt is (geschapen) door God.
    b.de wereld aangetast is door menselijk kwaad (de zonde)
    c.de wereld verlost wordt .
    Deze grondwaarheden zijn direct al te vinden in de eerste drie hoofdstukken van de Bijbel (in het boek Genesis).
    In kerkdiensten gaat de Bijbel altijd open. Daar wordt ons geleerd, wat de wereld eigenlijk voorstelt.
    In een kerkdienst valt licht op vaak zeer concrete toestanden of gebeurtenissen uit het leven, ook ons persoonlijke leven.
  • Lezen: Genesis 1, 2, 3
  • Om de wereld voor te dragen
  • Veel is er wat er in de bijbel op wijst, dat voor anderen bidden onlosmakelijk aan het christelijk leven verbonden is. Eigenlijk spreekt alleen al het “Onze Vader” in dit opzicht boekdelen. Daarin komen een aantal gebeden voor met het woordje “ons”. Het zijn dus “inclusieve” gebeden, de ander is er al als vanzelf in betrokken. Het kunnen nooit egoïstische gebeden zijn. Maar te denken valt ook aan wat Johannes schrijft op het slot van zijn eerste brief ( I Joh. 5: 16 v.v.), of Jakobus, die uitdrukkelijk schrijft: Bidt voor elkaar. (Jak. 5: 16) En Paulus schrijft dat hij gebed van anderen voor hemzelf als “hulp” ervaren heeft ( II Kor. 1: 11).
  • Ook in de kerkdienst heeft de voorbede een plaats. Van de eerste christelijke gemeente (Hand. 1 en 2) is bekend, dat men eendrachtig volhardde in het gebed (Hand. 2: 42). Het is ondenkbaar, dat de voorbede daar niet bij gehoord zou hebben. Gebed-in-gezamelijkheid ligt ook al in de aard der zaak, omdat Christus, die alle gebeden gereinigd voor Gods troon brengt en onze grote pleitbezorger in de hemel is, Hoofd is van een lichaam: de kerk. Dat lichaam bidt mee met het hoofd.
  • Voorbede doen is allerlei zaken met God bespreken. God wil zo genadig zijn echt op menselijke vragen en argumenten ín te gaan. We kunnen denken aan Abraham die bad voor de stad Sodom (Genesis 18). Prof. Van Ruler vergeleek de kerk ooit met een parlement, dat inspraak heeft in Gods regering.
  • Lezen: de genoemde bijbelgedeelten.
  • Vraag je het volgende eens af
  • a. Is het “Onze Vader” meer een privé-gebed, voor binnenskamers, of meer een gebed voor in een samenkomst?
    b. Heeft het bidden voor anderen een plaats in mijn persoonlijk leven? Zo niet, krijgt de voorbede in de kerk daardoor nog meer waarde?
    c. Over welke onderwerpen gaan de voorbeden in resp. I Joh. 5: 16v.v., Jak. 5: 16 en II Kor. 1: 11 ?
    d. Is samen bidden beter dan alléén bidden?
    e. Wat vind je van de vergelijking van Prof. Van Ruler?
  • Om m’n bestaan tot op de bodem te doorgronden
  • In de kerk komt het begrip “zonde” geregeld ter sprake. Het gebeurt zelfs zo frequent, dat het voor sommigen (mede) reden is om de kerk te mijden. Want het is niet aangenaam om te horen te krijgen, dat je zondaar bent voor God. We horen veel liever, dat het met ons wel in orde is. Bij dat begrip “zonde” gaat het overigens niet zozeer om wat wij ménsen zonde vinden, maar om hoe Gód onze levenswijze taxeert.
    Ter sprake komen niet alleen afzonderlijke verkeerde daden van een mens. Maar ook zijn zondighéid, zijn verdorven aard. En vooral dat wij mensen zondaars zíjn, mensen die de zonde zelf wíllen.
    Op de bodem van alle wereld-vragen ligt de zaak van onze schuld. Wij kunnen om die vraag heenlopen, hem trachten te negeren, maar het helpt ons niet verder. De schuldvraag moet onder ogen worden gezien, en dan ook de mogelijkheid tot de remedie.
    Niemand ziet de zonde uit zichzelf. Het moet je geopenbaard worden. In de kerk wordt het ons aangezegd. En, hoe bevrijdend, als het licht ons hierover is opgegaan, mogen we in de kerk ook publiek onze schuld belijden en in die weg ervan verlost raken.
    Nergens komt m.i. het mysterie van de afschuwelijkheid, de algemeenheid, de totaliteit en de verlossing van de zonde aangrijpender aan de orde in de Bijbel dan in een bekende profetie van Jesaja: Jesaja 53.
    En dat de zonde niet alleen een probleem is voor het volk Israël, blijkt uit Handelingen 8: 26 –40. Een buitenlander krijgt daar les van de evangelist Filippus uit uit het al genoemde hoofdstuk Jesaja 53. Hem wordt ook geleerd, dat Jezus de Redder van zonden is. De man laat zich dopen.
  • Lezen: Jesaja 52: 13- 53 (geheel), Handelingen 8: 26 –4
  • Vraag je het volgende eens af
  • a. Vinden wij het voor onszelf irritant, als “zonde” ter sprake komt in de kerk?
    b. Kun je voor jezelf het onderscheid duidelijk maken tussen “zondige daden”, “zondige aard” en “zondaar zijn”?
    c. Waarom is met name Jesaje 53 zo onthullend ?
    d. Waarom kan het aan de orde stellen van de zonde in de kerk juist ook zo bevrijdend werken?
    e. Ben je het ermee eens, dat alle wereldvragen samenhangen met de zaak van de zonde?
  • Om het heil te ontvangen
  • Een kerkganger gaat ook naar de kerk om iets mee te krijgen. Het is menselijk om uit te zijn op eigen geluk en behoud. Uiteraard mag dit verlangen nooit ontaarden in zó’n egoïstische gerichtheid, dat het alléén maar daarom zou gaan in de kerk.
    “Heil” is een verzamelbegrip voor alles wat waarachtig geluk, redding en verlossing inhoudt.
    De kern en het begin van ale heil is de vergeving van zonden. Dat wordt zeer duidelijk gemaakt in het begin van de evangeliën in een aantal geschiedenissen rondom Jezus’ geboorte. Alles wat Jezus komt brengen en doen wordt in Matth. 1: 21 en Luk. 1: 77 geconcentreerd in het begrip “vergeving van zonden”.
    In de kerkdienst wordt ons dat heil van Godswege aangeboden.
    Je kunt er niet genoeg van krijgen, als je de strekking van dat aanbod ooit eenmaal hebt geproefd.
    Je wilt het dan iedere keer weer opnieuw te horen krijgen.
    Want a. het is zo heerlijk, heil aangeboden te krijgen
    b.het is haast niet te geloven
    c.we kunnen groeien in de kenis van het heil
    d.het heil is zo rijk (het blijft niet bepérkt tot vergeving van zonden!)
    Waar God ons het heil aanbiedt, zijn wij genodigd het te aanvaarden.
    Het heil wordt ons in de kerkdienst aangeboden in woord en sacrament, in lied, groet en zegen.
    Lezen: Mattheüs 1: 18 – 23 en Lukas 1: 67- 80
  • Vraag je het volgende eens af
  • a. Kom je, als je naar de kerk gaat, alleen voor jezelf ?
    b. Is persoonlijk verlangen naar gelukzalig leven egoïstisch?
    c. Vergeving van zonden is de kern van het heil. Maar het heil gaat er niet in óp. Er is veel méér dat God wil geven. Kun je er een opsomming van geven?
    d. Beleven we het ook echt zo, dat God ons heil aanbiedt in een kerkdienst?
    e. Is het herkenbaar, dat je er als kind van God nooit genoeg van kunt krijgen, om het heil aangeboden te krijgen?
  • Om tot het licht te komen
  • Lezen: Jesaja 2:5 , Psalm 119: 105, Psalm 27: 1, Johannes 8: 12
  • Geen mens kan zonder licht. In heel de natuur is licht nodig voor groei en bloei. Na een moeilijke nacht is daglicht extra heerlijk!
    Er kan ook in geestelijke zin gesproken worden over licht en donker. Er zijn zaken die het daglicht niet verdragen. Het kwaad in de wereld is een soort duister. En daar zijn wij als mensen allen mee behept; niet alleen criminelen.
    En ook moeilijke dingen die ons overkómen zijn “duister”.
  • In de kerk straalt licht uit. Het straalt uit van de woorden van God, die aan de kerk gegeven zijn. We kunnen het noemen “het licht van de openbaring”. Te denken is vooral aan de Schriftlezing, dus dat deel van de kerkdienst waarin de Bijbel wordt voorgelezen.
    De profeet Jesaja profeteerde lang geleden dat ooit allerlei mensen uit allerlei landen graag zouden komen luisteren naar de woorden van de God van Israël. Men zou zeggen: “Komt, laten wij wandelen in het licht van de HEER” (Jesaja 2: 5).
    Jezus is het middelpunt van die openbaring. Hij noemde zichzelf eens “Het licht der wereld”.
  • Naar de kerk gaan om daar de woorden van God te horen (met als hoogtepunt de woorden van en over Jezus) is dus een vorm van “tot het licht komen”.
    En de doop (teken en bezegeling van Gods woorden aan ons adres) werd in de vroege kerk al gezien als het ritueel van de verlichting.
  • Wat betekent deze verlichting voor ons nu praktisch?
    1.ons verstand wordt verlicht, zodat we de dingen anders gaan zien.
    2.ons gevoel wordt verlicht, zodat we troost ervaren in mismoedigheid.
    3.ons hart wordt verlicht: we krijgen een geloofsband met de God die vergeeft en vernieuwt.
  • Zoeken wij het licht ook echt? Mensen zoeken het niet vanzelf. Gelukkig zoekt Gods licht óns. Het kan ons gaan fascineren. Dat betekent dan een hele omkeer in een mensenleven. Het kan er dan zelfs van komen, dat we het naar de kerk gaan niet meer kunnen láten. De fascinatie wordt blijvend, onze eerste bekering leidt tot voortdurende bekering, zoals een bloem zich steeds weer opnieuw opent naar het zonlicht.
  • Vraag je het volgende eens af
    • Er zijn vele teksten in de Bijbel die God en alles wat bij Hem hoort beschrijven als “licht”. Bovenaan zijn er enkele genoemd. Wat vind je het mooist?
    • Probeer eens te omschrijven wat je in je eigen leven als duister ervaart.
    • Is het inderdaad mogelijk dat je de dingen van je leven op zeker moment heel anders dan voorheen gaat zien of beleven, alsof je “een licht is opgegaan”?
    • Kan het licht van God in deze wereld gedoofd worden? ( Zie I Johannes 2: 8)
    • Filosofisch gezien brak aan het eind van de 18de eeuw de tijd van “De Verlichting” aan. Daar wordt mee bedoeld, dat men zich sindsdien niet meer aan gezag van een openbaring meende te hoeven onderwerpen, maar dat ons eigen verstand alles kan ontdekken. Is dat waar?
  • Om in de gemeenschap te worden ingelijfd
  • Lezen: I Korinthe 10: 1- 22
  • Naar de kerk gaan heeft alles te maken met gemeenschap .
    Allereerst: gemeenschap met God zelf. De kerkdienst is n.l. een manier van omgang met God.
    Het is een afwisseling van woorden (van God uit naar ons toe) en gebeden (van ons uit naar God toe).
    Jezus heeft eens gezegd: als er maar twee of drie samenkomen in mijn naam, dan ben Ikzelf in hun midden (Mattheüs 18: 20).
  • In de kerkelijke rituelen van doop en avondmaal komt die gemeenschap nog weer op een heel specifieke manier tot uiting. Het zijn als het ware uitbeeldingen van de gemeenschap met God.
    De doop is het symbool van Gods eerste aanraking met de mens. Wie zich dat gelovig realiseert, is een zeer gelukkig mens! Ook al ligt die doop zelf heel ver achter je en was je je misschien niet eens bewust, dat je gedoopt werd. God legde zogezegd zijn hand op je. En die eens opgelegde hand blijft Hij toesteken! Gemeenschap!
    Maar ook het avondmaal is een uitbeelding van de inlijving in de gemeenschap met God, via Jezus Christus, Gods Zoon.
    Die gemeenschap komt trouwens niet op een magische manier tot stand, maar via het geloof, met de kracht van de Heilige Geest van God.
  • De apostel Paulus spreekt over die gemeenschap in het bovenstaande bijbelgedeelte. Het is niet zo gemakkelijk leesbaar. Maar het gaat er steeds over, dat mensen in hecht contact komen met God en zich dat helaas veel te weinig realiseren.
  • De kerkdienst biedt dus gelegenheden tot gemeenschapsvorming met God, die je buiten de kerk niet zó kan vinden.
    Er is in de kerk niet alleen gemeenschap met God en Jezus, maar ook met de andere gelovigen.
    Wie met God verbonden is, móet ook wel verbonden zijn met de andere kinderen van God. Bij een kerk horen is ingelijfd worden/zijn in het lichaam, dat alle gelovigen samen vormen.
  • Om in het openbaar het geloof te belijden
  • Lezen: I Korinthe 11: 23-26, 14: 23-25
  • De apostel Paulus schrijft in deze bijbelgedeelten steeds over de samenkomsten van de gemeente, dus de kerkdienst.
    Een kerkdienst is een publieke aangelegenheid, geen onderonsje voor ingewijden. Het is een soort “op appèl komen voor God”. Op appèl staan doe je nooit alleen.
    Ieder kan zich in de kerkdienst openlijk toewijden aan God, en dat voor vele getuigen. Iedereen kan horen en zien waar je voor stáát! Je bent er belijdend bezig, dat wil zeggen: je komt er uit voor het geloof, dat je hebt leren kennen. Dat belijden heeft dus iets gezamenlijks. Het is weliswaar jóuw geloof (hoogstpersoonlijk), maar het is tevens hét geloof: het geloof van de Kerk van alle eeuwen. Je weet je ín je geloofsuitingen verbonden met heel Gods volk.
    Het belijdend samenzijn van de gemeente heeft ook zeggingskracht voor gasten, toehoorders, onbekenden met het geloof. Het kan indruk maken, als velen hun trouw aan God betuigen in lied, gebed etc.
    Een bijzondere vorm van belijden is er, als iemand in het midden van de gemeente als volwassenen wordt gedoopt. De dopeling spreekt zich dan eerst voor al die getuigen openlijk uit voor het geloof.
    Ook Avondmaal vieren (daarover gaat het in I Kor. 11) is een bijzondere vorm van belijden. Door aan de tafel van de Heer deel te nemen, zeg je eigenlijk: ik heb Hem nodig, Hij is ook mijn Redder!
    Belijden is iets van elke zondag. We zijn in de gelegenheid om alles weer eens openlijk te zeggen:
    wat we geloven, waarvan we leven, waarop we sterven.
    Het is daarom wezenlijk, dat de gemeente zoveel mogelijk zelf “aan het woord komt”.
    Eigenlijk is de kerkgang als zodanig al (dus het erhéén gaan) een publiek getuigenis. Voor wie er oog voor heeft.                                                                                                               
    Vraag je het volgende eens af
    • Het woord “belijden” betekent oorspronkelijk: “hetzelfde zeggen”. Jij zegt ná, wat God je leerde.
      Moet je dan in je belijden niet streven naar originaliteit?
    • ”Waar het hart vol van is, loopt de mond van over”. Heeft dit gezegde raakvlakken met “belijden”?
    • Soms heeft de kerk min of meer omvangrijke belijdenissen op formule gebracht in zogenaamde
      “belijdenisgeschriften”. Wat voor functie zou zo’n belijdenis kunnen hebben.
    • Op welke manieren komt de gemeente belijdend aan het woord in de kerkdienst?
    • Is u wel eens gebleken, dat uw kerkgang niet onopgemerkt blijft in je omgeveing?
  • Om mijn bijdrage aan de gemeente te leveren
  • Lezen: I Petrus 2: 1- 5
  • We komen niet alleen naar de kerk om er wat te halen, maar ook om er wat te brengen. Petrus roept ons in zijn eerste brief op om tot Jezus te komen, de levende steen, en daarop ook onszelf als levende stenen te laten gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis.
    Hoe kan dat? Wel, allereerst al door naar de samenkomsten van de gemeente te komen. Dan wordt iets zichtbaar van een massa stenen, en dat je samen een geheel moet vormen. Alleen al je aanwezigheid daar is een wezenlijke bijdrage. Je stelt iets van je (ongetwijfeld kostbare) tijd ter beschikking. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Onze hemelse Koning wordt erdoor geëerd. Ps.22: 4 zegt: “God troont op de lofzangen van Israël”. Laten wij er dan toe bijdragen om die “troon” samen te vormen!
  • Er is natuurlijk verschil tussen een kerkdienst meemaken en een kerkdienst mee maken. We zijn geroepen ons ervoor in te spannen er samen iets goeds van te maken. Dat vergt voorbereiding, concentratie, inzet.
    Het is goed dat de gemeente er zich steeds op bezint, welk lid welke taken dienst uit te voeren in de dienst.
  • Een wel heel aparte vorm van bijdragen in een kerkdienst is de collecte. De collecte is een onmisbaar liturgisch element, een symbool van offerbereidheid. Het maakt iets zichtbaar van het “God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf”.                     
    Vraag je het volgende eens af
    • Waarom heet Jezus in I Petrus 2: 4 “de levende steen” en waar komt deze uitdrukking vandaan?
    • Weet je meer teksten in de Bijbel, waar de gemeenschap van gelovigen wordt vergeleken met een
      huis (of een tempel)?
    • Behalve het naar de kerk gaan zijn er talloze manieren om een bijdrage aan het leven van
      kerkelijke gemeente te kunnen leveren. Noem eens wat mogelijkheden. Ken je (een) bijbelgedeelte(n) waar dit onderwerp aan de orde komt?
    • Kunnen ook “buitenstaanders” een bijdrage leveren aan een kerkdienst? Zijn bijzondere
      kerkdiensten voor buitenstaanders eigenlijk wel goed mogelijk?
    • Kan het waar zijn, dat kerkgang voor de meeste deelnemers vooral “consumeren” is ?
  • Om de zin van de zondag te verwerkelijken
  • Lezen: Exodus 20: 8
  • In Utrecht is begin juni per referendum duidelijk gemaakt, dat het gros van de inwoners niet elke zondag winkels open wil. Een aparte status van de zondag wordt blijkbaar nog geaccepteerd.
    Het apart houden van elke zevende dag is uiteraard niet "natuurlijk". Daarom is er ook verzet tegen. Het apart zetten van één bepaalde dag is gegrond in Gods wil, die uitgedrukt is in de 10 geboden, die eem universele strekking hebben.
    De rustdag leert ons, dat alle tijd Góds tijd is. En dat het leven niet afhangt van wat wij mensen ervan máken. De essentie van leven is geen werken, maar genoegen beleven aan het er zijn voor Gods aangezicht. En waar kan dat beter dan in een kerkdienst?
    Jammer, dat heel wat mensen juist die zondag-met-kerkgang van jongsaf aan hebben ervaren als een akelig moeten. Terwijl onze Schepper zo graag zou zien, dat wij die dag leren beleven als een vier-dag, een dag van ontspanning en blijdschap.
    In de christelijke wereld is het accent gaandeweg verschoven van de zaterdag (de enige "echte" zevende dag) naar de zondag. Men ging, aanvankelijk náást de zaterdag, de zondag óók vieren. De dag van Pasen, de achtste dag, de dag die gold als begin van het einde.
    Daarbij kwam, dat gelovigen meer en meer gingen begrijpen, dat God ons in het apart zetten van die ene dag ook wilde zeggen: élke dag is van Mij, laat je dagelijks door Mij leiden. Het gaat om véél meer dan die ene dag.
    Omdat wij dat echter steeds weer dreigen te vergeten, is het goed dat er elke week geroepen wordt: op de plaats rust!
  • Vraag je het volgende eens af
  • 1. Hoe zou het komen, dat men soms negatieve herinneringen houdt aan de zondag?
    2. Zou het loslaten van de aparte status van de zondag ook sociale gevolgen hebben?
    3. Hoe kun je de zondag zo inrichten, dat je echt bewust voor God leeft?
  • Om het kerkelijk jaar mee te maken
  • Lezen: Handelingen 20: 13- 16
  • Het oude Israël kende een aantal grote feestdagen, waarvan Pasen, Pinksteren en het Loofhuttenfeest de belangrijkste waren.
    De kerk is in dat spoor verder gegaan, zonder alles precies van het joodse volk over te nemen.
    In vrijheid heeft men daarvoor gekozen. Het Loofhuttenfeest raakte op de achtergrond, maar later verschéén b.v. weer het Kerstfeest.
    Het zijn jaarlijks weerkerende feestdagen, die het jaar een bepaalde cadans geven. In die mate, dat ook onze hele westerse cultuur er in sterke mate door gestempeld is. Het Kerstfeest is mateloos populair ook bij niet-christenen, alhoewel er voor hen toch niet iets heel specifieks te vieren valt.
    Ook het gros van de niet-christenen in Nederland wil eigenlijk niet van die dagen áf, hoewel er enige tijd wat discussie is geweest over de vraag of men naast christelijke feestdagen (of in plaats van sommige daarvan) ook vierdagen van anders-gelovigen een gelijkwaardige plaats zou moeten geven. Tot op heden heeft zich die wens niet doorgezet. Hierbij zal het gevoel meespelen, dat gezamelijke dagen op een of andere wijze saambindend werken in de samenleving.
    Uiteraard komen zulke dagen het best tot hun recht in de Kerk. In de kerk krijgt elke feestdag inhoud en vulling. In de kerk wordt een soort ritme geleerd van regelmatig, herhaaldelijk, stilstaan bij de grote heilsgebeurtenissen die de gang van de aardse geschiedenis bepalen. Bewust meegaan in die cadans helpt om God, jezelf en de wereld beter te leren verstaan. Ja, ook deze reden mag niet ongenoemd blijven, als het gaat om de zin van kerkgang.                                                                          
  • Vraag je eens af
  • 1. Hoe zou het komen, dat kerken met Kerstfeest voller dan gewoon zijn, ook door de komst van doorgaans niet-kerkse mensen?
    2. Waarom zou het stipt onderhouden van de voorschriften voor de grote feesten (Zie Leviticus 23) sinds het verlossend werk van Jezus niet langer geboden zijn?
    3. Waarom hebben de gelovigen er dan toch altijd behoefte aan gehad, zulke feesten op een of andere wijze toch voort te zetten?
    4. Welk feest spreekt u het meest aan? Waarom?
Lees nog eens verder.....

De katholieke of algemene kerk (Art.27)

Lezen Efeziërs 2:17-22.

In Efeziërs kunnen we lezen dat de kerk bestaat uit heiligen en huisgenoten Gods.(De kerk is een heilige vergadering van ware gelovigen, die hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest.

De heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot een bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen, maar zij is verbreid en verstrooid over heel de wereld. Toch is zij met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof NGB Art;27)

Bij kerk hebben we het dus niet over het gebouw, maar over alle ware gelovigen verspreid over de hele wereld.

De katholieke of algemene kerk is van alle tijden. In Genesis 4:26 kunnen we lezen dat men begon de naam des Heren aan te roepen. In het oude testament heeft de kerk ook veel moeilijke momenten meegemaakt. In de tijd van Noach, Abraham en Achab leek het erop dat de kerk op zou houden te bestaan. In Matthëus 28:16-20 kunnen we gelukkig lezen dat God altijd voor zijn kerk zal blijven zorgen tot aan de voleinding der wereld. 

De roeping zich bij de kerk te voegen (Art.28)

Lezen Handelingen 2:41-47

In de tekst kunnen we lezen over de eerste gemeente. Mensen kwamen tot geloof en lieten zich dopen en voegden zich daarna bij de gemeente. Gelovigen moeten zich bij de kerk voegen, zich onderwerpen aan de onderwijzing en tucht tot opbouw en eenheid van de gemeente. Kolossenzen 3:15-17 laat ons duidelijk zien wat de waarde is van het kerk zijn. We zijn bij elkaar geroepen door Christus om vol te zijn van Hem zodat we elkaar kunnen onderwijzen, en met elkaar kunnen zingen om God lof te brengen.

Om kerk van Christus te kunnen blijven moeten we ons afscheiden van de ongelovigen, of hen die dwalingen veroorzaken. Romeinen 16:17Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleiding veroorzaken, en mijdt hen.’

De kenmerken van de ware kerk, van haar leden en van de valse kerk (Art.29) 

Lezen Galaten 1:6-10 en 1 Timotheus 3:14-16

In beide bovenstaande teksten word naar voren gehaald dat het evangelie zuiver moet blijven, het is de enige waarheid, en alleen het evangelie van Christus leidt tot redding. Als kerk moeten we er dus voor waken dat het evangelie altijd zuiver bediend wordt. Dit is 1 van de kenmerken van de ware kerk.

Het 2e  kenmerk is de zuivere bediening van de sacramenten. Lezen Handelingen.19:3-5 en 1Korintiers.11:20-29. We moeten waardig omgaan met de 2 sacramenten, de heilige doop en het heilig avondmaal.

Het 3e kenmerk van de ware kerk is uitoefening van de tucht. Lezen Matthëus. 18:15-18. Dit zijn de 3 kenmerken van de ware kerk. De ware kerk heeft altijd Christus centraal staan.

De regering van de kerk (Art.30)

Lezen Efeziërs 4:11-17

In de tekst kunnen we lezen dat God apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars aan de gemeente geeft. Zij zijn er om de gemeente te begeleiden en de eenheid te bevorderen, zodat we allemaal mogen groeien in het geloof tot de volle kennis van Christus. Ze zijn er dus niet om in de kerk te heersen, maar om te begeleiden in het geloof.

Handelingen 6:1-7 laat ook duidelijk zien dat er wel opzieners in de kerk nodig zijn. Binnen de gemeente van Christus waren problemen ontstaan. In deze gemeente werden mannen aangesteld die ervoor moesten zorgen dat er weer naar iedereen omgekeken werd, en de eenheid in Christus bewaard bleef. 

De ambten in de kerk (Art.31)

Lezen 1 Timothëus 3

In de bijbel komen in het bijzonder twee ambten naar voren, dat van ouderling (opziener) en diaken. In de tekst wordt duidelijk gesproken over welke mensen geschikt kunnen zijn voor een van deze ambten. Belangrijk is het dat niemand voor zijn tijd er voor vecht om ouderling of diaken te worden. Hebreeën 5:4 “En niemand matigt zichzelf die waardigheid aan, doch men wordt ertoe geroepen door God, zoals immers ook Aäron”.

De bijbel spreekt ook over eerbied en respect voor de oudsten, (1 Timothëus.5:17-19). En Hebreeën 13:17 “Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan (aan hen), want zij zijn het, die rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen” De ambten in de gemeente zijn dus een heel verantwoordelijke taak, en de ambtsdragers zullen ook afgerekend worden op hun taak. Daarnaast moet de gemeente in vrede leven met de ambtsdragers.

De orde en tucht in de kerk (Art.32)

Lezen Matthëus 18:15-21

De kerk van Christus moet te allen tijde zuiver gehouden worden. Dwaalleraars moeten bestreden worden en Gods gemeente moet een gemeente zijn waarin iedereen zich onderwerpt aan de genade van Christus, en ook zo leeft zo als Hij het van ons vraagt. In Matthëus wordt ons verteld wat we moeten doen als mensen volharden in bepaalde zonde. Het slot is dat mensen buiten de kerk wordt gezet, een hele verdrietige zaak, maar God wil Zijn kerk zuiver houden, zoals we ook al eerder hebben kunnen lezen in Romeinen 16:17-21Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleiding veroorzaken, en mijdt hen.’

Diverse soorten diensten (  zoals bijvoorbeeld in Hardegarijp ).

Ochtenddiensten
Per week worden er om en om diensten gehouden '

Tweede diensten
De kerkenraad verzorgt eenmaal per maand een reguliere avonddienst, de overige zondagen worden ingeruimd voor de vesperserie, jongerendiensten, stiltediensten, Taizé-vieringen, zangdiensten onder auspiciën van de evangelisatiecommissie, enz.

Kerkdiensten 
Mocht u onverhoopt niet in de gelegenheid zijn om de kerkdiensten in De Hofkerk of Nieuw Perspectief bij te wonen, dan kunt u op zondagmiddag ook terecht in Woonzorgcentrum Bennema State (Rijksstraatweg 165). Hier wordt elke zondagmiddag om 15.30 uur een gewone kerkdienst gehouden. Avondmaalsvieringen beginnen er ook om 15.30 uur. De aanvangstijden staan in Twalûd en dorpsblad Tusken Wâld en Wetter vermeld. Bewoners van Bennema State stellen het op prijs, wanneer ook niet-bewoners deze diensten bezoeken.

Vespervieringen
De vesper is een gemeenschapsdienst, hetgeen in de viering tot uitdrukking komt. Het lezen, het zingen en de gebeden staan minstens zo centraal als de overdenking. In plaats van die ene voorganger zijn er bij de vesper verschillende gemeenteleden, die elk een onderdeel van de liturgie voor hun rekening nemen. Een vesper is een getijdendienst (avondgebed). De vespervieringen worden georganiseerd door de werkgroep 'Vespervieringen', waarin ook de doopsgezinde gemeente en de katholieke kerk vertegenwoordigd zijn.

Avondmaalsdiensten
De viering van het Heilig Avondmaal vindt zesmaal per jaar plaats. Het zijn 'open vieringen' voor jong en oud. In de ochtenddienst vindt de viering lopend plaats, 's avonds is de vorm meer traditioneel en is de viering zittend. Viering en dankzegging vinden in dezelfde dienst plaats. Tijdens de avondmaalsdienst wordt zowel wijn als druivensap geschonken.

Bid- en Dankstonden
De bidstond voor gewas en arbeid vindt plaats op de tweede woensdagavond in maart. De dankstond op de eerste woensdagavond in november. Beide diensten beginnen om 19.30 uur in De Hofkerk.

Jeugd- en jongerendiensten
Een jeugddienst wordt door een dominee voorbereid in samenwerking met de jeugddienstcommissie en een bepaalde groep jeugd. Iedereen is welkom. Medewerking kan gevraagd worden aan een gospelgroep, kerkkoor, muziekgroep, enz. Een jongerendienst wordt door de jeugddienstcommissie voorbereid, eventueel in samenwerking met een bepaalde groep jongeren, met als doelgroep jongeren en andere belangstellenden. Medewerking kan gevraagd worden van een rockband, cabaretier, spreker, toneelgroep, enz. In principe zijn deze diensten 's avonds, maar er kan van worden afgeweken. De frequentie van het organiseren van jongerendiensten en jeugddiensten is nog niet vastgelegd, maar er is voorgesteld dat deze diensten gemiddeld een keer per twee maanden worden georganiseerd.

Friese diensten
Friese diensten zijn reguliere diensten met een Friese liturgie. Ze worden zo mogelijk viermaal per jaar gehouden.

Kerstnachtdienst en kinderkerstfeest
De kerstnachtdienst is een reguliere dienst met een laagdrempelige liturgie. De dienst wordt voorbereid door een speciale commissie. Het kinderkerstfeest wordt georganiseerd door de leiding van de kinderdienst en is meestal op kerstavond.

Agapè-vieringen
Eens per jaar vindt er een Agapè-viering plaats. Om 9.00 uur op zondagmorgen is er in Nieuw Perspectief een dienst met broodmaaltijd voor alle gemeenteleden. Er wordt een speciale liturgie gevolgd en er is voldoende plaats en tijd om elkaar te 'ontmoeten'. Opgave geschiedt door middel van het formulier dat met Twalûd wordt verspreid.

Doopdiensten
Eens per twee maanden wordt er een doopdienst gehouden. De registratie vindt plaats per kerkgenootschap. Ter herinnering wordt een 'doopsteentje' met de geboortedatum en doopdatum op de gedachtenistafel gelegd. Op de zondag van 'de doop van Jezus in de Jordaan' (de tweede zondag van januari) wordt de doopsteen aan de ouders meegegeven. Tijdens de doopdienst ontvangen de ouders tevens een doopkaart, een boekje (een deeltje uit de serie bijbelse prentenboeken) en een doopkaars, welke in de dienst wordt aangestoken aan de Paaskaars.

Trouwdiensten
De(het) gemeenteleden(lid) die(dat) in het huwelijk treden(treedt) kiezen(kiest) zelf de predikant en het kerkgebouw. Uiteraard wordt deze dienst als bijzondere kerkdienst gezien, waarbij vanuit pastorale betrokkenheid, minimaal twee ambtsdragers dienst doen. Tijdens de dienst wordt de huwelijksbijbel door de ouderling van dienst aan het paar overhandigd. Er worden ten aanzien van het zegenen van andere levensverbintenissen geen belemmeringen opgeworpen.

Rouwdiensten
Familie van de overledene kunnen zelf de predikant en het kerkgebouw kiezen. De rouwdienst wordt als bijzondere kerkdienst gezien, waarbij vanuit pastorale betrokkenheid, minimaal twee ambtsdragers dienst doen. Een donkere steen met daarop de geboortedatum en overlijdensdatum wordt tijdens de dienst waarin de afkondiging wordt gedaan, op de gedachtenistafel gelegd.
Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar worden de familieleden uitgenodigd. Ze ontvangen na afloop het gedachtenissteentje, een roos en de kaars die tijdens de viering is aangestoken aan de paaskaars.

Stilte-uur
Geen dienst, maar de mogelijkheid in stilte in de kerk te verblijven. De Hofkerk is elke woensdagavond van 19.00 - 20.00 uur opengesteld voor hen die hieraan behoefte hebben.

Stiltediensten
Een stiltedienst is een viering waarin behalve predikant ook gemeenteleden kunnen voorgaan. De dienst kenmerkt zich door meditatieve momenten afgewisseld met lezingen, gebedsintenties, zang en overdenking.

Taizé-vieringen
Deze vieringen worden georganiseerd door jonge gemeenteleden met liederen van Taizé. Taizé is een klein plaatsje in midden Frankrijk waar een oecumenisch klooster staat waar met name jongeren van harte welkom zijn. Jaarlijks maken duizenden jongeren hiervan gebruik. Ze doen mee met de dagelijkse gebedsdiensten en gespreksgroepen.


Google
WWW Zoeken op  Holyhome.nl
BIJBEL Gericht zoeken in de Bijbel (woorden-namen-plaatsen-vers)
 
Freelance Web Designer