Bijbel: bron van vrede
God heeft een bijzonder geschenk voor Zijn
kinderen: vrede. In Numeri 6:26 lezen wij, dat Gods zegen voor de Israëlieten
eindigde met het hoogtepunt van Gods zegen, namelijk, dat Hij hun Zijn vrede
schonk. In Joh. 14:27 lezen wij dat de Here Jezus, nadat Hij de komst van de
Heilige Geest beloofd had, zei: “Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet
gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u.” Nadat Hij aankondigde, dat Zijn
volgelingen een zwaar leven tegemoet gingen, zei Hij: “Dit heb Ik tot u
gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt.” (Joh. 16:33) De Heer maakte duidelijk,
dat Zijn volgelingen in Hem een bijzondere vrede zouden krijgen, een vrede, die
men in de wereld niet kent. Gelovigen zijn bijzondere mensen! Zij hebben iets
dat anderen niet hebben en niet kennen: wij hebben Jezus’ vrede in ons hart! Dat
is heel bijzonder!
Het Bijbelse geloof schenkt ons vrede en blijdschap,
diep in ons hart. Gods liefde roept geen pessimisme in ons hart op. De Here
Jezus is niet voor ons gestorven, opdat wij als neerslachtige mensen door het
leven zouden gaan. De Heilige Geest is niet een kracht van God in ons leven om
ons verdrietig en teleurgesteld te maken, maar juist om ons te helpen, zodat wij
leven in en vanuit de vrede en de vreugde van God.
Wat is de Bijbelse vrede?
Het woord “vrede” in onze Bijbel is de vertaling van het Hebreeuwse woord “sjaloom”. Sjaloom heeft de betekenis van "welzijn", “volmaaktheid”, “het gaat heel goed met je”, zoals mensen weleens zeggen: “Ik ben volmaakt gelukkig.” Het spreekt van een diepe rust in je hart, ongeacht wat de omstandigheden in je leven zijn. Het is voor de christen onlosmakelijk verbonden aan het evangelie van de Here Jezus, dat “het evangelie des vredes” genoemd wordt (Eph. 6:15). Het is leven in vrede en harmonie met God en daardoor ook in vrede en harmonie met jezelf en met anderen! Het is de boodschap van het heil, van de redding van de mens, waardoor de mens zowel vrede met God krijgt, alsook vrede in zijn hart; een ongekende rust en vrede in zijn ziel. Het is zowel een innerlijke beleving van je hart als ook een in alle omstandigheden goed leven.
Deze vrede is niet slechts een gevoel. Het is een feit, het is een leven en
een beleven. Je ervaart het.
Dit wordt bedoeld als Paulus schrijft: “De
vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten
behoeden in Christus Jezus.” (Phil. 4:7) “En de vrede van Christus... regere in
uw harten...” (Col. 3:15) Dit geldt alleen de gelovigen! Paulus geeft als één
van de kenmerken van de ongelovigen, dat zij de vrede van God niet kennen. “De
weg des vredes kennen zij niet.” (Rom. 3:17; Jes. 59:8) Zij kennen deze diepe
vrede, die alle verstand te boven gaat, niet. Zij verstaan niet het geestelijke
geschenk, dat wij van God ontvangen hebben en dat door de inwoning van de
Heilige Geest een bijzonder werk in ons doet.
Veel gelovigen leven niet uit Gods vrede
Veel gelovigen leven helaas niet vanuit de Bijbelse vrede. Die vrede beleven
zij niet. Zij zijn vaak op zoek naar allerlei gevoelens en belevin-gen, terwijl
zij klagen, dat zij in hun leven alleen maar vanuit verdriet en teleurstelling
of onzekerheid en zoeken moeten leven. Dat betekent, dat zij leven zonder Gods
vrede, dus leven als ongelovigen. Dat is een heel ernstige aanklacht, die zij
zich meestal niet realiseren.
Veel gelovigen leiden een miserabel leven. Zij gaan gebukt onder hun zorgen
en verdriet, onder de ballast van het verleden, onder alles wat zij ook als kind
meegemaakt hebben. Het leven is geen lust maar een last voor hen geworden. Er
valt weinig te lachen. Ze zijn somber en terneergedrukt. Ze zijn christen, maar
merken niet, dat ze hierin anders zijn dan de mensen van de wereld.
Vaak
worden er in christelijke kring allerlei hulpprogramma’s, hulpprojecten en
helpers te voorschijn gehaald, opdat wij deze mensen een helpende hand kunnen
bieden, zoals dit ook in de wereld gebeurt, zij het dan, dat onze helpers
christenen zijn. Hulp wordt gevraagd, gezocht bij allerlei mensen. Directe hulp
van God lijkt in onze tijd niet meer gekend te worden. Hulp van God Zelf door
middel van Zijn Woord, door middel van de prediking, door middel van de liederen
die wij zingen, hoeft blijkbaar niet meer. Zijn wij daarmee op de goede weg?
Dit betekent niet, dat mensen met echt grote psychische problemen geen
hulp zouden moeten zoeken en hebben. Maar dan hebben zij de hulp nodig van
professionele hulpverleners. Mensen die psychisch ziek zijn, hebben deskundige
hulp nodig. Wij hebben het nu dus niet over mensen, die er zo aan toe zijn, dat
zij deze hulp nodig hebben. Wij hebben het over mensen, die maar klagen en
verdrietig zijn en niet meer in staat lijken te zijn hun problemen te
overwinnen. Mensen, die zich bewust zijn, dat zij geestelijke geloofshulp nodig
hebben en deze hulp niet bij God Zelf zoeken, maar bij allerlei lieve en
goedbedoelende gelovigen om hen heen.
Er is een genezende werking van de
Here Jezus naar ons uitgegaan toen wij ons geloof in Hem stelden, waardoor wij
in ons geestelijk leven nu kerngezond zijn. Hij sprak “gezond makende woorden”
tot ons (1 Timotheus 6:3). Het gaat hierbij niet om lichamelijke genezing, maar
om de genezing van ons hart, zo laat Paulus zien. Die genezing krijg je van de
Here Jezus, die in de Bijbel onze grote Geneesheer, onze Heelmeester, onze
geestelijke Dokter genoemd wordt. Hij is onze geestelijke specialist, psycholoog
en psychiater. Onze hulp moeten wij niet bij elkaar zoeken, maar bij Hem. Wij
moeten onze psychische problemen bij de Heer bren-gen en bij Hem laten, anders
beroven wij het kruis van de Here Jezus van zijn geestelijke kracht, zoals
hierna duidelijk zal zijn.
Er is een tijd geweest, dat mensen zoveel
mogelijk trachtten in en met de kracht van de Heer zelf hun problemen te
overwinnen. Als christenen zetten wij onze schouders onder het christenleven en
probeerden wij zo goed mogelijk beelddragers van de Here Jezus te zijn. Wij
zongen: “Voorwaarts, christenstrijders, volgt uw ‘s Konings spoor.” en “Strijdt
de strijd des geloofs blijmoedig.” en “Staat op, staat op voor Jezus, gij helden
van het kruis.” Wij wilden soldaten van de Heer zijn. Wij wilden de helden van
de Heer zijn. Wij hadden ook onze frustraties en jeugdtrauma’s. Wij hadden ook
gekreukte jongeren in ons midden. Maar we gin-gen niet met elkaar zitten
weeklagen, wij namen elkaar mee naar de geestelijke bergtop. Dat zongen wij ook:
“Ik mag wonen op de bergtop.” En we gingen aan het werk. Wij waren actieve
getuigen van de Heer. Op allerlei plaatsen probeerden wij anderen voor de Heer
te winnen. En we waren zo gelukkig en blij. Gelukkig vinden wij in onze huidige
tijd deze houding ook weer bij veel jongeren.
De Bijbel leert ons niet,
dat wij altijd maar moeten blijven klagen en treuren om alles wat wij meegemaakt
hebben en nog meemaken en dat dit een stempel van neerslachtigheid op ons leven
mag drukken. In de Bijbel leren wij, dat wij de Heilige Geest ontvangen hebben
als de alles te boven gaande kracht van God in ons leven, waardoor wij onze
problemen kunnen overwinnen. “Ik vermag alle dingen in Christus die mij kracht
geeft” (Philippenzen 4:19) is de leus van de apostel Paulus. Dat moet ook ons
motto zijn. De vrede van de Here Jezus moet in ons hart regeren! In mijn jeugd
hebben wij geleerd om te zingen: “Ik heb de liefde, de vrede en de blijdschap
van de Here Jezus, diep in mijn hart.” En wij geloofden het. En het werkte. Wij
waren flinke christenen, die niet bij de pakken neerzaten, ook niet bij de
puinhopen van ons eigen leven, van onze jeugd, van alles wat wij meegemaakt
hadden. Wij hadden ons oog gericht op de Here Jezus. En Hij schonk ons de
overwinning.
Wij spraken niet over de vraag of emoties belangrijker zijn dan kennis, of
verstand en kennis belangrijker zijn dan je gevoelens. Wij maakten ons niet druk
om al die verschillende invalshoeken. Wij hadden gewoon de blik op de Here Jezus
gericht en wij volgden Hem na. Wij stonden in Zijn dienst, ook al waren wij jong
en wij probeerden Zijn volgelingen te zijn. Wij zongen, wij waren blij, wij
namen elkaar mee, niet als een stel treurende neerslachtige jonge christenen,
maar als een stel enthousiaste volgelingen van de Heer. Wij hadden geen kritiek
op onze sprekers. Wij baden voor hen en luisterden met een open hart. Wij
wisten, dat zij ons het Woord van God doorgaven. Dat Woord van God dronken wij
in als verfrissend water. Het verkwikte onze ziel en het was als een bron van
energie voor ons. Wij leefden met een heel grote God, die alles gegeven had om
ons te helpen en ons sterk te maken in de geestelijke strijd. Wij kenden ook
onze teleurstellingen in onze ouders. Maar wij gooiden die teleurstellingen niet
in de groep. Wij wisten, dat de Bijbel ons opriep om onze vader en moeder te
eren, en dat doe je niet, als je in een groep gaat vertellen, welk leed je van
je ouders hebt. Dat kan goed zijn om aan een professionele hulpverlener te
vertellen, maar je zondigt tegen de duidelijke opdracht van God om je vader en
moeder te eren, als je kwaad van hen spreekt, ook al hebben ze echt verkeerde
dingen gedaan. God wil niet, dat wij als kwaadsprekers door het leven gaan, maar
dat wij als geestelijke overwinnaars door het leven gaan.
In de wereld
wordt veel gebruik gemaakt van “openheid” en praatgroepen. In allerlei bladen
kun je allerlei ontboezemingen lezen. Als christenen hebben wij ze ook
ingevoerd. Ze hebben alleen een andere naam. Wij gebruiken de bidstond en het
groepsgebed. Het zijn gewoon vrome praatgroepen, waar wij heel ons hart en ziel
ontbloten voor anderen, of waar anderen spreken over de diepste plaatsen van
onze ziel. Natuurlijk wordt er daarna voor de patient gebeden. Maar alle
aanwezigen zijn op de hoogte van wat er leeft in het hart van die ander. Dat is
niet goed.
Wij moeten niet leven met geestelijke praatgroepen. Wij moeten weer leren
zelf tot God te bidden. Als het nodig is, moeten wij de hulp van de leiding van
onze kerk inschakelen, maar we moeten niet doen wat ze in de wereld doen. Deze
methode komt nergens in de Bijbel voor. De Bijbel kent wel gebedsgroepen voor
algemene doeleinden. Wij moeten leren onze problemen aan de Heer te vertellen.
Wij zijn anders dan de ongelovigen. Zo moeten wij ook niet voor elkaar blijven
bidden, maar de Heer danken, dat Hij ons geestelijk gezond verklaard heeft en
dat Hij onze grote geestelijke Heelmeester, die ons echt kan helpen en ons ook
echt helpt.
De oorsprong van de Bijbelse vrede is in en bij God
God heet “de God des vredes” (Rom. 15:33; 16:20; 1 Cor. 14:33; 2 Cor. 3:11;
Phil. 4:9; 1 Thess. 5:23; Hebr. 13:20). Toen Gideon bij zijn altaar stond,
noemde hij het altaar: “God is vrede” (Richteren 6:24). Hij zei hiermee, dat God
Zelf vrede is. Vrede is een kenmerk van God. Als wij erkennen, wat de Bijbel
zegt, dat wij de Goddelijke natuur ontvangen hebben, hebben wij ook Gods vrede
gekregen (vgl. 2 Petrus 1:4).
De vrede waarover de Bijbel spreekt is niet de
vrede, zoals de mensen die niet geloven hem kennen. Het betekent niet slechts,
dat er geen oorlog en geen ruzie zijn. Het betekent, dat je leven volkomen op
orde is, dat alles in je hart een plekje gekregen heeft, dat alles in je ziel op
de juist plaats staat. Het betekent, dat de vrede die je in je hart hebt, niet
een vrede is, die jezelf gecreëerd hebt, maar dat het de vrede is, die vanuit de
hemel door God aan je geschonken is en die nu je hart en leven volkomen vervult.
God is de God van vrede. Dat heeft Hij heel duidelijk getoond in een
episode uit het leven van Abraham en Sara. Genesis 18:12 vertelt: “Dus lachte
Sara in zichzelf, denkende: zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben,
terwijl mijn heer oud is?” Toen God dit voorval aan Abraham vertelde, toonde God
liefde voor Abraham en zorgde hij ervoor, dat de vrede in Abrahams tent bewaard
bleef. God vertelde namelijk het volgende aan Abraham: “Toen zei de HERE tot
Abraham: waarom lacht Sara daar en zegt: zal ik werkelijk baren, terwijl ik oud
geworden ben?” (Genesis 18:13)
God belooft ons, dat Zijn vrede onze harten en gedachten zal behoeden.
Het Griekse woord froureoo (behoeden) betekent “bezetten”,
“bewaren”, “in bewaring stellen”,
“beschermen”, “bewaken”. Het is een militaire
uitdrukking en doelt op bewaken, of beschermen met een militaire wacht,
om een vijandelijke invasie te voorkomen of om de inwoners van een
belegerde stad te verhinderen om te vluchten. Nu wil het zeggen, dat de
gelovige op zijn levensweg een escorte meekrijgt. Er is een schildwacht
die voor zijn levenshuis staat en hem bewaakt. Deze bewaker, deze
schildwacht heet: de vrede van God. Dit is een bewaker, die zo anders
is dan andere schildwachten, dat hij alle verstand te boven gaat. Deze
schildwacht eist, dat wij niet bezorgd zijn, niet op oszelf vertrouwen,
maar op hem. Wij mogen niet in onze zorgen en problemen blijven
ronddwalen. Wij mogen niet toestaan, dat ons verdriet, onze
teleurstellingen, angsten en depressies ons in hun macht houden. Wij
moeten niet gevangen gehouden worden door onze neerdrukkende gedachten;
wij moeten bewaakt en bewaard worden door de schildwacht, die God ons
gegeven heeft: Zijn vrede.
Vrede wordt ons aangeboden op grond van Jezus’ offerdood
“Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden
verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn
striemen is ons genezing geworden.” (Jesaja 53:5) De apostel Paulus past de
woorden van deze tekst toe en schrijft: “...door Hem, vrede gemaakt hebbende
door het bloed zijns kruises...” (Col. 1:20)
Duidelijk blijkt uit deze
woorden, dat onvrede hoort bij het leven, waarin de Here Jezus Zijn werk niet
heeft kunnen doen. Ook blijkt, dat de Here Jezus juist gestorven is om ons vrede
te schenken; vrede, diep in ons hart. Ook maakt deze tekst ons duidelijk, dat de
Here Jezus gekomen is om helend, genezend werk in ons te doen, opdat wij genezen
zouden worden van de onvrede en gezegend zouden worden met Gods vrede.
Die vrede kunnen wij elkaar niet aanpraten en niet schenken. Die vrede
komt direct van het kruis van Christus naar je toe. Het is het resultaat van het
offer dat de Here Jezus voor ons gebracht. De logische consequentie is, dat wie
als gelovige niet uit die vrede leeft, het kruis van Christus terzijde schuift.
Dan laat je de Here Jezus Zijn dood sterven en je draait je om en loopt weg,
zonder het Goddelijk medicijn, dat je vrede moet schenken, in te nemen.
De gelovige moet iets doen met deze vrede
“Wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, weerhoude zijn tong van
het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken; hij wijke af van het kwade en
doe het goede, hij zoeke de vrede en jage die na.” (1 Petrus 3:10,11)
“Overigens, broeders, weest blijde, laat u terechtbrengen, laat u vermanen,
weest eensgezind, houdt vrede, en de God der liefde en des vredes zal met u
zijn.” (2 Corinthe 13:11) “...jaag naar... vrede.” (2 Timotheus 2:22; zie ook
Hebreeën 12:14) De vrede is al van Godswege in je hart gegeven. Je moet hem
najagen in je eigen hart.
Als christenen hebben wij dus een opdracht
voor elkaar. Niet elkaars verdriet koesteren, maar elkaar juist vermanen. Wij
moeten onze geestelijke warmte en steun in de eerste plaats bij onze Heer
zoeken. Als wij een blij en gelukkig leven willen hebben, dan moeten wij geen
verkeerde dingen zeggen, dus ook niet kwaad spreken over onze ouders maar hen
juist eren. Dan moeten wij de vrede zoeken, ja, naar de vrede jagen. Zo jagen
wij ook naar de heiliging.
De Bijbel zegt ook, dat wij vredestichters
moeten zijn. Er was eens een vrouw, die elke sabbath naar de synagoge ging om te
luisteren naar rabbi Meir. Op een keer preekte de rabbi wat langer dan
gewoonlijk. Toen zij thuis kwam, deed haar man het raampje van de deur open en
vroeg haar, waar zij zo laat vandaan kwam. Ze vertelde, dat ze uit de synagoge
kwam en dat ze naar de rabbijn geluisterd had. Haar man was kwaad en zei haar,
dat ze het huis niet meer binnenkwam, totdat ze de rabbi midden in zijn gezicht
gespuwd had.
Drie weken lang mocht ze het huis niet in. Haar buren wisten wat
er gebeurd was en ook de rabbi hoorde ervan.
De volgende sabbath, nadat de rabbi het gehoord had, was de vrouw weer in de
synagoge. Hij riep haar en zei, dat hij zo’n last van zijn ogen had en dat men
hem verteld had, dat als iemand zeven keer in zijn ogen zou spugen, de kwaal zou
verdwijnen. Dus verzocht hij haar, hem zeven keer in de ogen te spugen. De vrouw
zei, dat ze er niets van begreep. De rabbijn zei: “Dat hoeft ook niet, spuug me
nou maar gewoon zeven keer in mijn ogen.” Ze deed het. Nu deed de rabbijn zijn
ogen op en zei: “Ga naar huis en vertel je man, dat je gedaan hebt wat hij
wilde. Vertel hem, dat je me niet één keer in mijn gezicht gespuugd hebt, zoals
hij wilde, maar dat je mij zeven keer in mijn gezicht gespuugd hebt.”
Dat was een vredestichter! Hier kunnen wij iets van leren. Hebt u vanmorgen tegen God gezegd, dat u zo blij bent, dat u mag leven, dat u benieuwd bent wat Hij u vandaag weer voor moois gaat geven en dat u zo blij en dankbaar bent, dat u Zijn kind mag zijn? Bent u van plan om vandaag in opdracht van uw Meester en in de kracht van de Heilige Geest er een mooie blijde dag van te maken, of gaat u weer bij de pakken zitten treuren, weemoedig zijn en somber tegen alles aankijken? Hou op met die wanhoop en dat verdriet na te jagen. Ga Gods vrede najagen. Klem u vast aan wat de Heer voor u gedaan heeft en leef uit Zijn vrede. Zo mag ook u een beelddrager van de Here zijn.


















