Goede vrucht - Vruchten en Gaven
van de HEILIGE GEEST
De
vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese,
school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws,
godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je
Bijbelkennis te vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
VRUCHTEN VAN DE HEILIGE GEEST: GOEDHEID
In
deze studie-serie willen we de rijkdom ontdekken die we ontvangen als
wij ons openstellen voor het werk van God's Heilige Geest. Dit gaat
alle aardse schatten te boven. De serie bestaat uit 20 studies die je
een heel eind op weg kunnen helpen.
Ontdek het door je eens te verdiepen in wat de Bijbel daarover te
zeggen heeft. Neem er de tijd voor. Het zal je verbazen hoezeer je
leven erdoor verrijkt zal worden. en niat alleen het leven van jezelf,
maar ook het leven van de mensen om je hee. Niet alleen jouw
eigenwaarde stijgt maar óók je kijk op de ander.
Het zal
je eigen levensstijl ten goede komen. En dat alles tot eer van Hem die
jou die Geest wil schenken.
Bedenk wél dat misschien niet alle gaven en vruchten bij
jezelf
te herkennen zijn. Dát heeft niets met gebrek aan geloof te
maken maar met de mate waarin God ze verdeeld over de mensen.
Dát maakt de verscheidenheid alleem maar mooier en zorgt er
ook
voor dat wij als mensen op elkaar zijn aangewezen. Zo vormen we als
mensen een aanvulling op elkaar!
GOEDHEID
Hebt u ooit gelet op het algemene en soms
onzorgvuldige gebruik dat we van het woord "goed" maken? We gebruiken
het zo vaak dat we het bijna gedachteloos doen. Toch is het zo dat iets
dat u, of een ervaring die u goed vindt, door iemand anders redelijk,
niet zo best of zelfs slecht gevonden zal worden! "Goed" heeft in zich
de betekenis van een zekere mate van uitstekendheid. Wat varieert is de
preciese mate van uitstekendheid die niet tot uiting komt, als we
"goed" in de meest algemene zin gebruiken.
Het woord goed heeft zoveel toepassingen dat één
woordenboek, The Reader's Digest Complete Oxford Word Finder, een
gehele pagina van zo'n 17 bij 27 cm in kleine druk nodig heeft om ze op
te sommen! We gebruiken het om bekwaamheid uit te drukken (goed in
wiskunde); betrouwbaarheid (goede remmen); sterkte (goed
gezichtsvermogen); vriendelijkheid (goed van je om langs te komen);
morele goedheid (een goede daad of goede werken); gedrag (een goed
kind); plezier (een goed feestje); grondigheid (iets goed wassen);
gezondheid (melk is goed voor je); juistheid (een goede reden);
nuttigheid (goed om het eens te proberen); versheid (is het vlees nog
goed); waardigheid (die goede oude Jaap); belofte (goed nieuws); een
wenselijk doel (het heden opofferen voor het toekomstige goed); gunst
(een goede recensie).
Er zijn er veel meer, maar dit is voldoende om ons een overzicht te
geven van een aantal betekenissen van dit veelzijdige woord in het
alledaagse taalgebruik. Het wordt gebruikt als zelfstandig naamwoord,
bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, en het is de basis van het woord
"goedheid". Het algemene idee in bijna al zijn toepassingsvormen is dat
het een begerenswaardige kwaliteit is, iets dat is aan te bevelen,
betrouwbaar, aangenaam, verheugenswaardig, gezond, vriendelijk, edel,
bewonderenswaardig, gunstig, voorbeeldig en heel erg welkom. In het
woord "goedheid" komen de innerlijke kwaliteiten naar voren van deugd,
voorbeeldig karakter, moreel besef en houding die we in iemands gedrag
zien.
Agathosune
Het Hebreeuwse en Griekse gebruik komt overeen, maar het Hebreeuwse
gebruik heeft evenals het Nederlandse een bredere toepassing. Het
Griekse woord agathosune lijkt op het eerste gezicht veel op chrestotes
("goedertierenheid"). Nader onderzoek van het gebruik in de Schrift
toont echter aan dat het woord duidt op een ijverig bezig zijn met goed
te doen. Goedertierenheid of edelmoedigheid (chrestotes) is passiever.
Het commentaar van William Barclay op Galaten in zijn Daily Study Bible zegt het volgende van deze twee woorden:
Het [agathosune] is het meest algemene woord voor goedheid; het wordt
gedefinieerd als "deugd op ieder punt toegepast". Wat is het verschil?
Agathosune kan ook berisping en discipline inhouden; chrestotes kan
alleen maar helpen. [De bijbelgeleerde] Trench zegt dat Jezus
agathosune toonde, toen Hij de tempel reinigde en hen die er een
koophuis van maakten, uitdreef; maar Hij toonde chrestotes toen Hij
goedertieren was jegens de zondige vrouw die Zijn voeten zalfde. De
christen heeft die goedheid nodig die tegelijkertijd goedertieren en
sterk kan zijn (p. 51).
Agathosune is dus actieve, soms zelfs agressieve, goedheid. Het
Nederlandse woord "goedheid" bevat vele aangename kwaliteiten, terwijl
het Griekse woord op één bijzondere kwaliteit duidt. Het
is meer dan een voorbeeldig karakter; het is een krachtig karakter dat
zichzelf tot uiting brengt in actief goeddoen. Agathosune is goedheid,
maar het onthoudt zich niet van scherpte en terechtwijzing om het goede
in anderen voort te brengen. Zo kan God soms op zeer scherpe wijze
corrigeren, het is dan goedheid in actie. Zo kunnen ouders hun kind
corrigeren en dat is goed omdat het helpt een verantwoordelijke
volwassene voort te brengen.
Romeinen 15:14 brengt dit duidelijk tot uiting:
Romeinen 15:14 Ik heb echter, mijn broeders, zelf al de overtuiging van
u, dat gij zelf reeds vol van goedheid zijt, vervuld met al de kennis,
in staat ook elkander terecht te wijzen.
Paulus verbindt goedheid met volledige kennis en elkaar terechtwijzen.
Dit geeft ons inzicht in wat hij wist over en verwachtte van de
christenen in Rome; hij stelde ons een doel voor ogen waar we ons voor
wat betreft onze relaties binnen de broederlijke omgang binnen de kerk
op kunnen richten.
Maar Paulus noemt goedheid als eerste, alsof het òf het
fundament is voor de twee andere deugden, òf tenminste
noodzakelijk eraan voorafgaat. In 1 Corinthiёrs 8:1 zegt hij: "De
kennis maakt opgeblazen." Kennis gecombineerd met ijdelheid kan een
stortvloed van zelfrechtvaardigende beledigingen uitspuwen, maar
goedheid zal dit in toom houden en zal kennis leiden om op te bouwen in
plaats van te vernietigen.
Bijbelse goedheid werkt altijd ten goede, onder alle omstandigheden.
Alhoewel hij op het moment dat hij zijn brief schreef nog niet in Rome
was geweest, begreep Paulus blijkbaar dat hij schreef aan een
uitzonderlijk sterke gemeente. Hij was er zo van overtuigd dat ze een
sterk en oprecht verlangen hadden om het juiste te doen, dat hij in
Romeinen 15:14 schreef dat zij "vol van goedheid waren en vervuld met
al de kennis".
Dit is een heel compliment, dat dient om te versterken wat hij in
Romeinen 1:8 schrijft: "in de gehele wereld wordt van uw geloof
gesproken"! Zij waren totaal anders dan degenen aan wie de
Hebreeënbrief was gericht, aan wie hij schrijft:
Hebreeën 5:12a Want hoewel gij, naar de tijd gerekend, leraars
behoordet te zijn, hebt gij weer nodig, dat men u de eerste beginselen
van de uitspraken Gods leert, ...
De volledige kennis der Romeinen was een intelligent en alomvattend
begrijpen van het geloof en de christelijke verantwoordelijkheid. Sterk
geloof wordt niet gebouwd op een beperkt begrip. Zij waren eerlijk en
oprecht bezig hun geloof toe te passen in de soms verwarrende
omstandigheden van het leven in deze wereld. Zij leefden hun geloof.
Deze twee kwaliteiten — gecombineerde goedheid en kennis —
bieden een gezonde basis om anderen te onderwijzen aangaande de beste
manier om "de weg te wandelen" ondanks de aantrekkingskracht van de
wereld. Goedheid voorziet in de juiste gesteldheid en motivatie; kennis
voorziet in het juiste onderwijs. Iemand die de nodige kennis niet
heeft kan niet onderwijzen; iedereen die het aan goedheid ontbreekt zal
het niet eens proberen omdat hij de drang mist anderen in de juiste
geest te helpen. Zelfs al probeert hij het, alleen een geest kenbaar
aan actieve liefde zal de juiste response oproepen zonder welke geen
echte opvoeding in Gods weg mogelijk is.
Het woord dat in Romeinen 15:14 is vertaald met "terechtwijzen" wordt
in andere vertalingen weergegeven met "vermanen". In 1 Thessalonicenzen
5:14 wordt in de NBG hetzelfde woord ook vertaald met "vermanen" en in
de Petrus Canisius Vertaling met "aansporen"; dit duidt erop dat dit
woord meer inhoudt dan alleen maar onderwijs. Het Nederlandse woord dat
er het dichtst bij komt is "inprenten". Inprenten betekent "indruk
maken op de geest door veelvuldige herhaling of aanhoudende aansporing"
(Webster's New World Dictionary). Onder de synoniemen van dit woord
zijn sterke woorden als "indoctrinatie", "brainwash", "herhaaldelijk
aansporen" en zelfs "erin hameren"! Het is dus geen wonder dat William
Barclay zegt dat agathosune goedheid is die "kan en zal bestraffen en
disciplineren".
Deze goedheid doet alles wat liefhebbende wijsheid in een bepaalde
situatie nodig mag achten. Dit betekent echter geenszins dat men de
aansporing, het advies of de terechtwijzing op een onaangename manier
moet doen. Met andere woorden iemand met goedheid zal iemand niet op
een gemene manier berispen. Talrijke schriftgedeelten raden ons aan
edelmoedig en zacht te zijn jegens elkaar. Paulus is zelf een voorbeeld
van tact en diplomatie in de omgang met moeilijke omstandigheden binnen
de gemeente en tussen hemzelf en een persoon of gemeente.
Tob, Tub en Hesed
Tob, tub en hesed zijn drie Hebreeuwse woorden die in het Nederlands
met "goed" of "goedheid" worden vertaald en daarnaast nog met vele
andere woorden.
Hesed wordt, zoals aangetoond in het artikel over goedertierenheid (zie
de Forerunner van juli 1998), gewoonlijk vertaald met "barmhartigheid",
"liefde", "goedertierenheid", "genade", "trouw" of "toewijding". Elk
van deze woorden drukt iets uit van Gods goedheid. In de King James
Version (KJV) kozen de vertalers er twaalf maal voor om "goedheid" te
gebruiken als het woord dat in de context de betekenis van hesed het
dichtst benaderde. Exodus 34 geeft een uitstekend voorbeeld:
Exodus 34:6 De HERE ging aan hem voorbij en riep: HERE, HERE, God,
barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw.
[Noot van de vertaler: De NBG koos ervoor hesed hier met
goedertierenheid te vertalen en niet met goedheid zoals de KJV!]
Een tweede voorbeeld vinden we in Psalm 52 waar David schrijft:
Psalm 52:3 Wat beroemt gij u op het kwade, gij geweldige? Gods
goedertierenheid duurt toch de ganse dag. [Noot van de vertaler: De NBG
koos er ook hier voor hesed met goedertierenheid te vertalen en niet
met goedheid zoals de KJV!]
Tob en tub hebben beide hetzelfde woord als oorsprong, een woord met de
betekenis van "iets goed of beter maken". Tob wordt gebruikt als
bijvoeglijk naamwoord en als zelfstandig naamwoord, en wordt heel
algemeen vertaald met goed, een goed iets, mooi, best, beter,
overvloedig, opgewekt, fatsoenlijk, genoegelijk, oprecht, gunst, blij,
vreugdevol, vriendelijk, voorspoed, kostbaar, aangenaam en vrolijk. Al
deze dingen zijn normaal gesproken goed. Het hangt van de context af
welk woord de vertaler zal kiezen.
Tub is een zelfstandig naamwoord en wordt vaak vertaald met "goedheid", maar het Theological Wordbook of the Old Testament zegt:
Behalve voor het technisch, filosofisch gebruik worden dezelfde
categorie betekenissen gevonden als voor het bijvoeglijk naamwoord tob
(Deel 1, p. 346).
Tub wordt gebruikt om materiële zaken aan te geven, zoals om een
bruid voor Isaak te verwerven (Genesis 24:10). Het duidt in
Deuteronomium 28:47 op vreugde en in Hosea 10:11 op esthetische
schoonheid. In Psalm 119:66-68 schijnt het te verwijzen naar juistheid
en in Psalm 145:7 naar Gods morele goedheid. Deze voorbeelden laten ons
zien dat het niet moeilijk is om te laten zien dat elk van deze woorden
in een bepaalde situatie het juiste schijnt te zijn. We moeten dus niet
te veel nadruk leggen op het specifieke gebruik.
Kan de mens goed zijn?
In termen van ethiek en moreel besef is er misschien geen opvallender
bewijs dat de meeste mensen slecht zijn dan de opvattingen die de
mensen hebben over wat goed is. In het algemene spraakgebruik is "goed"
verworden tot slechts weinig meer dan beminnelijkheid en wordt het met
weinig onderscheid toegepast op karakter. Wat men een "goede kerel"
noemt is in feite misschien een erg zondig mens.
"Goed" wordt klakkeloos toegepast op aangenaam ogende en fysiek
aantrekkelijke personen in de vermaakswereld, de politiek en atletiek,
en dat alleen maar omwille van hun professionele vaardigheid of hun
vermogen een gevoel van bemoediging of bewondering op te wekken,
alhoewel hun karakter in sterke mate immoreel kan zijn. God zegt in
Spreuken 31:
Spreuken 31:30 Bedrieglijk is de bevalligheid en ijdel de schoonheid, maar een vrouw die de HERE vreest, die is te prijzen.
Als we bijbels juister willen zijn, moeten we meer weten over wat de bijbel bedoelt met "goedheid".
In het algemeen duidt "goed" slechts op meer of minder
bewonderenswaardige motieven en daden, en het gebruik ervan is vaak
niet meer dan gedachteloze beleefdheid. Hoogstwaarschijnlijk herkende
Christus dit in de woorden van de rijke jongeling in Mattheüs 19:
Mattheüs 19:16b ... Meester [Statenvertaling: Goede Meester], wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?
Jezus' antwoord zette hem aan het denken waarom hij gewone mensen en Handelingen "goed" noemde; wij moeten ons dat ook afvragen.
Het concept van "goed" in de bijbel gaat oneindig dieper en het gebruik
van "goed" is daar veel beperkter. Deze vrucht van Gods Geest is meer
inwendig — en heeft invloed op iedere gedachte, ieder woord en
iedere handeling van een godvruchtig iemand. Dit vereist dat motieven
juist dienen te zijn alvorens we een handeling goed noemen. Dit
betekent dat het alles beïnvloedende motief God liefhebben is en
in alle zaken op Zijn wil acht geven. Het betekent dat een "goed mens"
iemand is in wie rechtvaardigheid (het juiste doen) voortkomt uit
innerlijke toewijding en liefde jegens God.
Uit deze twee elementen, liefde jegens God en goedheid, wordt goddelijk
karakter gevormd. Ware goedheid is niet van godsvrucht te scheiden.
Godsvrucht is de bron en het fundament van goedheid; het is de enige
conditie waaronder goedheid mogelijk is. Hieruit volgt dan echter dat
een mens werkelijk "goed" kan worden genoemd zonder perfect te zijn.
Een goed iemand kan fouten maken. Het is de richting van zo iemands
verlangens en zijn motieven die geleidelijk aan zijn karakter gaan
bepalen, en niet noodzakelijkerwijs de mate van perfectie die hij heeft
bereikt.
Was David niet "een man naar Gods hart" ondanks dat hij tijdens zijn
leven een aantal ernstige fouten maakte? Die zonden stonden zeker haaks
op de algemene richting van zijn leven, want hij had in nederigheid en
met tranen berouw over die fouten (Psalm 51) en ging daarna verder met
het jagen naar het doel, de prijs der roeping Gods (Filippenzen 3:14).
Petrus toonde dezelfde vastbeslotenheid voor wat betreft de richting
van zijn leven door door te gaan in het zichzelf geven in
onzelfzuchtige, zelfopofferende toewijding aan God en de gemeente; dit
ten eerste na zijn vernederende drievoudige verloochening van Christus
en vervolgens ook na Paulus' terechtwijzing.
Zij en vele anderen waren echt goede mensen in de christelijke
betekenis, omdat zij deden wat Jezus de rijke jongeling onderwees in
Zijn antwoord op de vraag: "Wat voor goed moet ik doen om het eeuwige
leven te verwerven?" Deze mensen hielden Gods geboden door de kracht
van Zijn Geest en dus vanuit de juiste motivatie. In absolute zin is
echter alleen God goed.
Mattheüs 19:17 Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het
goede? Eén is de Goede. Maar indien gij het leven wilt
binnengaan, onderhoud de geboden.
Gods goedheid
God beschrijft Zichzelf als "overvloeiende van goedheid" (Exodus 34:6).
God is de bron van alles dat werkelijk goed kan worden genoemd. Hij
bezit het niet alleen maar, of doet het niet alleen maar, Hij vloeit er
van over en wil het volgaarne aan de mens geven. We kunnen beter
begrijpen hoe overvloedig door de tweede Openbaring van Gods naam aan
Mozes te vergelijken met de eerste die plaatsvond bij het brandende
braambos.
Deze tweede Openbaring vindt plaats in samenhang met de grove zonde van
Israël met het gouden kalf en Gods daaropvolgende gerechtvaardigde
toorn (Exodus 32). Er sterven 3000 mensen als God Zijn wraak door
middel van de Levieten voltrekt (vers 25-28). Mozes komt voor
Israël tussenbeide bij God (vers 31-34), maar Zijn toorn is niet
volledig tot bedaren gebracht, omdat een niet nader genoemde plaag
verder gaat (vers 35). Alhoewel God daarna zegt dat Hij Israël in
het land zal brengen (Exodus 33:1-5), verlangt Mozes meer zekerheid dat
God dat inderdaad zal doen (vers 12-23). Hij vraagt Gods heerlijkheid
te mogen zien (vers 18). God antwoordt dat Hij Zijn luister (tob,
Strongs nummer 2898, beter vertaald met goedheid) voorbij zal doen gaan
(vers 19). Als Hij dit doet, geeft Hij Mozes om zomaar te zeggen een
preek over Zijn namen, extra nadruk leggend op Zijn overvloedige
goedheid die tot uiting komt in genade, goedhartigheid, geduld,
vergeving en gerechtigheid. Dit zijn — gelet op het voorval met
het gouden kalf — belangwekkende eigenschappen.
Exodus 3 verhaalt over de eerste openbaring:
Exodus 3:2, 4, 13-14 Daar verscheen hem de Engel des HEREN als een
vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de
braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd. ... 4 Toen de HERE
zag, dat hij het ging bezien, riep God hem uit de braamstruik toe:
Mozes, Mozes! En hij antwoordde: Hier ben ik. ... 13 Daarop zeide Mozes
tot God: Maar wanneer ik tot de Israëlieten kom en hun zeg: De God
uwer vaderen heeft mij tot u gezonden, en zij mij vragen: hoe is zijn
naam — wat moet ik hun dan antwoorden? 14 Toen zeide God tot
Mozes: IK BEN, DIE IK BEN. En Hij zeide: Aldus zult gij tot de
Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij tot u gezonden.
De naam "IK BEN" betekent in wezen "Degene die door Zichzelf bestaat",
of zoals de Moffat vertaling luidt: "de Eeuwige". Hij, de hoge en
doorluchtige God, bewoont de eeuwigheid, heeft geen begin of einde. Hij
die het universum met Zijn Woord in stand houdt, is een onuitputtelijke
bron van kracht. Het is dat concept van de onuitputtelijkheid van Gods
natuur dat zo wonderlijk en schitterend tot uiting komt in Zijn
verschijning in het brandende braambos.
God is in Zijn bestaan absoluut, Hij is niet afhankelijk van wie of wat
dan ook. Hij is oneindig en eeuwig. Hij lijdt niet aan "burn out" door
de ervaringen van het leven en heeft ook geen neiging tot de dood. Hij
wordt niet moe door te werken. Hij kan eeuwig doorgaan en nog steeds
even fris en monter zijn als voorheen. Wij kunnen erg bemoedigd worden
doordat Hij zo is, niet alleen in Zijn werken en lengte van dagen, maar
zoals Exodus 34:1-7 toont ook in eigenschappen als genade,
goedhartigheid, geduld, vergeving en gerechtigheid. Hij is overvloedig
in een goedheid die blijvend, rijk en steeds in dezelfde mate doorgaand
is!
Gods onuitputtelijke goedheid zou vanzelfsprekend begrepen moeten
worden uit de schepping en een oppervlakkige kennis van de menselijke
geschiedenis. Gods voorzienigheid heeft reeds voorzien in
onuitputtelijke bronnen voor leven in 6000 jaar roerige menselijke
geschiedenis. Deze bronnen zijn lucht, water, voedsel, onderdak en
voortplanting en het gehele gebruik waartoe de creatieve menselijke
geest en zijn energieke vaardigheden deze aanwenden. Zelfs onze geest
en vaardigheden zijn producten van Gods goedheid! Ondanks onze
stijfkoppigheid en opstandigheid is Hij nog steeds geduldig met ons,
vergeeft ons, voorziet in ons leven en kennis en brengt ons verder op
weg naar Zijn doel.
De bron van alle goedheid
In de bijbel wordt de meest diepgaande en absolute betekenis van "goed"
alleen maar aan God toegeschreven. Dus al wordt "goed" in heel wat
situaties gebruikt; al zijn er goede en slechte mensen (Mattheüs
5:45); al is het voor christenen mogelijk goede werken te doen
(Efeziёrs 2:10); al is alles dat door God geschapen is, goed (1
Timotheüs 4:4) en al beoordeelde Hij de schepping als "goed" en
dit ook uitsprak (Genesis 1:31), verklaart Jezus toch dat alleen God
goed is (Marcus 10:18).
Alleen Gods goedheid is absoluut. Alle anderen hebben slechts een
bepaalde mate van goedheid vergeleken met deze absolute standaard.
Daarom is God de Bron van alle goedheid. Als de mens geen goed kan
doen, zijn alle aansporingen van de profeten opdat de mensen goed
zouden doen, zonder enige betekenis (Amos 5:14; Jesaja 1:17). Als de
mens geen goed kan doen, zijn ook alle morele geboden in de bijbel
zonder enige betekenis en kunnen we niets anders concluderen dan dat de
bijbel ons bedriegt met zijn beloften van zegeningen die met goede
daden gepaard gaan.
Mozes schrijft in Deuteronomium 6:
Deuteronomium 6:18, 24 Gij zult doen wat recht en goed is in de ogen
des HEREN, opdat het u wèl ga en gij het goede land, dat de HERE
aan uw vaderen onder ede beloofd heeft, binnengaat en in bezit neemt.
... 24 De HERE gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de
HERE, onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wèl zou gaan en
Hij ons in het leven zou behouden, zoals dit heden het geval is.
Hij voegt daar in Deuteronomium 12 aan toe:
Deuteronomium 12:28 Luister aandachtig naar al deze geboden, die ik u
geef; opdat het u en uw kinderen na u voor altoos wèl ga,
wanneer gij doet wat goed en recht is in de ogen van de HERE, uw God.
Gods handelen met Zijn volk is goed, omdat dit de Openbaring en de
uitdrukking van Zijn goedheid is. Van deze Handelingen leren we goed te
zijn en te doen. Jakob brengt ons Gods eigen woorden in herinnering in
een gebed dat in Genesis 32 staat opgetekend:
Genesis 32:12 Gij toch hebt gezegd: Ik zal u zeker weldoen [goeddoen]
en uw nageslacht maken als het zand der zee, dat wegens de menigte niet
geteld kan worden.
Gods bevrijding van Zijn volk uit Egypte en Zijn voortdurende
bescherming van hen was er de oorzaak van dat Jetro, Mozes'
schoonvader, zich verheugde:
Exodus 18:9 En Jetro verheugde zich over al het goede dat de HERE aan
Israёl gedaan had, dat Hij het uit de macht der Egyptenaren had gered.
Er zijn diverse schriftgedeelten die Gods wet goed noemen:
Nehemia 9:13 Op de berg Sinai zijt Gij nedergedaald en hebt met hen
gesproken uit de hemel, en hun rechtvaardige verordeningen, betrouwbare
wetten, goede inzettingen en geboden gegeven.
Psalm 119:39 Wend mijn smaadheid af, die ik vrees, want uw verordeningen zijn goed.
Romeinen 7:7, 12 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt
niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet;
immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de
wet niet zeide: gij zult niet begeren. ... 12 Zo is dan de wet heilig,
en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.
De goede wet van God, de wet die zijn oorsprong bij God heeft,
onderwijst ons heel duidelijk over het fundament van moreel en ethisch
gedrag.
God is ontegenzeggelijk de Bron van het goede. Hoe kan een mens dan een
begin maken om net zo goed als God te worden? Jezus kaart deze vraag
kort aan in de bergrede:
Mattheüs 7:7-12 Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult
vinden; klopt en u zal opengedaan worden. 8 Want een ieder, die bidt,
ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.
9 Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een
steen geven? 10 Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang
geven? 11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te
geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het
goede geven aan hen, die Hem daarom bidden. 12 Alles nu wat gij wilt,
dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de
profeten.
Vraag, zoek, klop, en God zal goede gaven geven! Kunnen we Hem iets beters vragen dan Zijn Geest? In Nehemia 9 staat:
Nehemia 9:20 En Gij hebt hun uw goede Geest gegeven, om hen te
onderrichten, en uw manna hebt Gij aan hun mond niet onthouden, en Gij
hebt hun water gegeven voor hun dorst.
God heeft reeds een precedent gezet voor wat betreft het geven van Zijn Geest. Psalm 143 voegt hieraan toe:
Psalm 143:10 Leer mij uw wil te doen, want Gij zijt mijn God, uw goede Geest geleide mij in een effen land.
Jezus zegt dat God ernaar verlangt ons goede dingen te geven en dit vers laat zien dat Gods Geest goed is.
Paulus voert in Efeziёrs 5 deze gedachten nog een stapje verder.
Efeziërs 5:8-10 Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt
gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, 9 — want
de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en
waarheid —, 10 en toetst wat de Here welbehagelijk is.
Galaten 5:22 plaatst het sluitstuk op dit proces, in die zin dat het
een aantal aparte vruchten of producten noemt die in ons vanuit de
werking van de goede Geest van God voortkomen. God is zeer zeker de
Bron van deze dingen, omdat zij niet voortkomen in de vleselijke mens
behalve dan als zeer zwakke afspiegelingen van de werkelijkheid.
Gods goedheid in de christen
Efeziёrs 5:8 zegt dat bekeerde mensen "een licht in de Here zijn" en
als "kinderen van het licht" behoren te wandelen. Dit licht wordt
geopenbaard in alle goedheid, gerechtigheid en waarheid. Dit is wat
anderen in ons zouden moeten zien en waaraan anderen dan een voorbeeld
kunnen nemen. Elk van deze drie woorden slaat op een ander aspect van
het getuigenis dat we geven.
Gerechtigheid draagt in zich 'wettigheid'. Psalm 119:172 definieert
gerechtigheid als het houden van Gods geboden. Dus gerechtigheid draagt
in zich het voegen naar wet. Het is een woord met een beperktere
betekenis dan waarheid of goedheid. Het duidt op oprechtheid en een tot
uiting laten komen van rechtvaardigheid. Letterlijk kan het betekenen
'het bij het juiste eind hebben'. God gebruikt de illustratie van een
paslood in Amos om uit te beelden wat Hij bedoelt met gerechtigheid. De
persoon die rechtvaardig is, is gemeten tegen de standaard van Gods
wet, waarbij bleek dat hij daarmee in overeenstemming leefde. Daarom
moet gerechtigheid een eigenschap van een christen zijn. Hij is eerlijk
en rechtvaardig in zijn handelen met anderen; hij leeft volgens de
regels en respecteert de rechten en bezittingen van een ander.
Iets eerder, in Efeziёrs 5:6 spreekt Paulus over bedrog, dingen in het
verborgene gedaan en de verborgen dingen der duisternis. "Al wat waar
is" is het tegengestelde daarvan. De aard van het leven van de christen
is zonder bedrog. Niets is verborgen, ondershands of oneerlijk, niets
ruikt naar schijnheiligheid of valse voorwendselen. Het leven van hen
die in het licht wandelen is open, zichtbaar en doorzichtig; het heeft
niets te verbergen en wendt ook nooit voor iets te zijn dat het niet is.
Zoals eerder genoemd is het nieuwtestamentische goedheid, agathosune,
een veelzijdig en sterk woord dat gebruikt kan worden met betrekking
tot de handeling of de intenties achter de handeling. Dit woord kan
duiden op zachtheid, maar ook op scherpte, maar de intentie van de
goede persoon is altijd het welzijn van de ontvanger van de goedheid.
Een Nederlands woord dat enkele aspecten van dit Griekse woord bevat is
"weldadigheid". Deze "neiging tot goed doen" schijnt de bedoeling te
zijn van Paulus in Efeziёrs 5:9.
Martyn Lloyd-Jones, in zijn Darkness and Light [Duisternis en licht],
een commentaar op Efeziёrs 4:17—5:17, schrijft dat deze goedheid
"duidt op een perfecte balans tussen de verschillende delen van de
persoonlijkheid. Een goed mens is een gebalanceerd mens, een mens in
wie alles wat edel en uitstekend is, op harmonieuze wijze samenwerkt"
(p. 402). Zo kan hij zacht of scherp zijn, maar wat hij doet heeft
altijd de juiste balans en is altijd goed.
Zo'n persoon probeert het geluk van allen die rondom hem zijn, te
bevorderen. Hij is niet egoïstisch of zelfgericht, maar omdat hij
zelf over deze balans beschikt, wenst hij dat anderen die ook hebben.
Zo is God ook. God kijkt op ons neer in onze ellende, het resultaat van
zonden, en in Zijn goedheid leidt Hij ons tot berouw. Soms is de weg
naar berouw voor ons scherp en pijnlijk, maar deze is altijd goed.
Aan de meer edelmoedige (zachte) kant van God staat, dat Hij "zijn zon
laat opgaan over bozen en goeden en het laat regenen over
rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Mattheüs 5:45). Alhoewel de
mens slecht is, doet Hij dit vanuit Zijn goedheid.
In de bekeerde mens zien we een zwakke afspiegeling van deze goedheid.
De goede mens is iemand die denkt over liefde, schoonheid en waarheid;
niet alleen in de omgeving van indrukwekkende bergen, deinende
zeeën, schitterende bloemen en zonsondergangen, maar meer
specifiek in zijn medemens. Hij verlangt ernaar lijden te verzachten en
de invloed van het verkeerde te verlichten. Hij kijkt bewust naar
mogelijkheden om anderen tot voordeel te zijn. Omdat hij er niet op uit
is zichzelf te behagen, zijn zijn werken het tegengestelde van de
zelfgerichte werken der duisternis. Een goed mens is de weldoener van
de zwakken, de hulpelozen en hen die in moeilijkheden verkeren —
en soms zelfs van boosdoeners.
In aanwezigheid van Cornelius en zijn gezin zegt Petrus over Jezus:
Handelingen 10:38 ..., van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de
Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende
[goeddoende] en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren;
want God was met Hem.
De Schrift spreekt er vaak over dat Jezus allen genas die tot Hem
kwamen, zonder aanzien des persoons. Hij wees hun die de mogelijkheid
hadden goed te doen maar het niet deden, scherp terecht. Alhoewel Hij
af en toe at met de "aanzienlijken" van de steden en dorpen, stond Hij
erom bekend om te gaan met de tollenaars en zondaars. Hij zei kortweg
dat Hij niet was gekomen voor hen die gezond waren, maar voor hen die
een dokter nodig hadden (Mattheüs 9:12-13). Als mens zette Jezus
het patroon voort dat Hij als God daarboven instelde, en zo gaf Hij ons
een perfect voorbeeld te volgen binnen onze contacten en ons vermogen.
Het voorbeeld van Jozef
Soms vinden we het moeilijk ons gedrag te toetsen aan het gedragsniveau
dat Jezus Christus in Zijn leven tentoonstelde. We rechtvaardigen ons
gedrag door te stellen dat Hij God in het vlees was, maar als we het
zoeklicht richten op andere plaatsen in Gods Woord, zien we dat ook
gewone mensen hoge standaards van goed gedrag hebben onder moeilijke
omstandigheden. Eén zo'n persoon was Jozef.
Jozef was bijzonder getalenteerd en erg rechtvaardig, maar hij werd
door zijn jaloerse broers als slaaf naar Egypte verkocht. Hij wist zich
hier doorheen te slaan door ijverig en effectief dienstbetoon aan zijn
meester, toch werd hij op verzonnen beschuldigingen op arrogante manier
in de gevangenis gegooid. Hij verloor het vertrouwen van zijn meester
en zijn carrière scheen te zijn geruïneerd door de
combinatie van zijn goedheid en de haat van een doortrapte vrouw.
"Wat een dwaas!" zegt de wereld en twijfelaars zouden kunnen opmerken
dat dit een bewijs is dat het God een zorg zal zijn, omdat deugd
behoort te worden beloond. Maar Jozef vond dat het beter was een rein
geweten te hebben en zuiver te staan ten opzichte van God en in de
gevangenis te zitten dan zonde te doen en aan te zitten aan de tafel
van een rijk man. Soms oordelen we te snel, voordat een zaak ten einde
is gekomen.
Jozef had bitter kunnen worden, maar in Genesis 39 staat:
Genesis 39:21 En de HERE was met Jozef; Hij bewees hem genade en deed hem de genegenheid van de overste der gevangenis winnen.
God liet Jozef niet in de steek omdat hij in de gevangenis zat, en
Jozef liet God niet schieten en ging door met goeddoen in zijn
vernederende omstandigheden. Hij diende ijverig de gevangenbewaarder en
zijn mede-gevangenen. Jozef merkte de triestheid op van de bakker en de
schenker en informeerde daarnaar (Genesis 40:6-7). Zijn denken was niet
zelfgericht maar gericht op het goede voor anderen. Hij liet een
prachtig voorbeeld zien van wat goddelijke goedheid kan voortbrengen.
De Heer is ook met ons, ongeacht onze omstandigheden, en dezelfde Geest
die in Jozef, Jezus en de Almachtige God in de hemel was, is ook in
ons. Hoe vaak hebben we de impuls gehad iets goeds te doen en hebben we
deze onderdrukt door een of andere "goede" reden te bedenken om het
niet te doen? Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 5:19 "Dooft de
Geest niet uit," maar "wakker de gave Gods aan" tot zelfs een grotere
intensiteit (2 Timotheüs 1:6).
Goedheid is iets waar we onszelf aan moeten toewijden. We moeten dat
koesteren. Komende uit de huidige boze wereld zijn we niet getraind in
het goeddoen; dat maakt geen deel uit van ons karakter. We zijn
getraind in zelfgerichtheid en zelfgerichte mensen kunnen niet op een
goddelijke manier goeddoen.
De aarde is vervuld met de goedheid van de Heer, omdat onze Vader goed
is (Psalm 33:5). Hij is bezig ons te scheppen naar Zijn beeld, en om
Zijn eigen goedheid uit ons te laten voortkomen om te getuigen dat Hij
onze God is, en om ons gereed te maken voor Zijn Koninkrijk. Hij heeft
gaven gegeven aan al Zijn kinderen om Hem en Zijn kerk te dienen. We
moeten iedere gelegenheid benutten om ons voor dit doel te voegen naar
Zijn Geest en eraan te werken de goedheid te ontwikkelen die
één van zijn vruchten is.
Bent u al op de goede weg aangekomen? Want dáár ontspruit goedheid!
Misschien bent u op de goede weg, misschien op de verkeerde weg.
Wat bepaalt of u op de goede weg bent? Hoe veel andere mensen op
dezelfde weg zijn? Hoe mooi het landschap is? Neen, u bent op de goede
weg indien die naar de juiste bestemming leidt. U bent op de verkeerde
weg indien die u naar de verkeerde bestemming voert. U reist nu langs
één of andere weg. Waar gaat u naar toe?
Velen zijn op de verkeerde weg.
"Hun voeten snellen naar het kwade en haasten zich om onschuldig bloed
te vergieten; hun gedachten zijn onheilsgedachten, verwoesting en
verderf zijn op hun wegen. De weg des vredes kennen zij niet, en er is
geen recht in hun sporen; zij gaan langs kronkelpaden; niemand die ze
betreedt, kent vrede" (Jesaja 59:7,8).
Meent u op de goede weg te zijn?
Toch moet u voorzichtig zijn want volgens de Schrift: "Soms schijnt een
weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood" (Spreuken
14:12). "Elke weg van een mens is recht in zijn ogen, maar de HERE
beproeft de harten" (Spreuken 21:2). Jeremia heeft gebeden: "Ik weet, o
HERE, dat het niet aan de mens staat zijn weg te kiezen, noch aan een
man om te gaan en zijn schreden te richten" (Jeremia 10:23). De mens
heeft Gods leiding nodig.
God wijst mensen naar de goede weg: "Zo zegt de HERE: Gaat staan aan de
wegen, en ziet en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is,
opdat gij die gaat en rust vindt voor uw ziel" (Jeremia 6:16).
Hoe kan u weten dat u op de goede weg bent?
De Psalmist heeft gebeden: "Uw woord is een lamp voor mijn voet en een
licht op mijn pad" (Psalm 119:105). Alleen door het woord van God kan u
weten dat u op de goede weg bent.
Gods weg is de goede weg.
Iedere andere weg is een verkeerde weg want die leidt naar het verderf.
"De weg des HEREN is een beschutting voor de oprechten, maar onheil
voor de bedrijvers van ongerechtigheid" (Spreuken 10:29).
Abraham, de vader van de gelovigen, moest zijn zonen en zijn huis gebieden, de weg van de HEER te bewaren (Genesis 18:19).
De goede weg, Gods weg, leidt naar het leven; de verkeerde weg leidt
naar de dood. "Ik onderricht u in de weg der wijsheid, ik doe u treden
op rechte paden. Bij uw wandelen zal uw schrede niet belemmerd worden,
wanneer gij loopt, zult gij niet struikelen. Houd vast aan de tucht,
laat haar niet los, bewaar haar, want zij is uw leven. Kom niet op het
pad der goddelozen, betreed de weg der bozen niet. Mijd die, ga er niet
over; wijk ervan af en ga voorbij. Want zij kunnen niet slapen, wanneer
zij geen kwaad kunnen doen; hun slaap wordt hun ontnomen, wanneer zij
niet iemand kunnen doen struikelen; want zij eten brood der
goddeloosheid en drinken wijn van gewelddadigheid. Maar het pad der
rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder
straalt tot de volle dag. De weg der goddelozen is als duisternis; zij
weten niet, waarover zij kunnen struikelen" (Spreuken 4:11 t/m 19).
Men moet voorzichtig zijn, met wie men meegaat. "De rechtvaardige
onderkent wie hem kwaad wil doen, maar de weg der goddelozen doet hen
dwalen" (Spreuken 12:26).
"Op het pad der gerechtigheid is leven, maar de weg der zonde voert ten
dode" (Spreuken 12:28). "Het pad des levens gaat voor de verstandige
opwaarts, opdat hij ontwijke het dodenrijk beneden" (Spreuken 15:24).
De goede weg is de heilige weg.
In een voorspelling van het koninkrijk van de Messias, Gods gezalfde,
Jesaja zei: "Daar zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd
wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen
zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen" (Jesaja 35:8).
Christus is de weg.
Jezus zei: "Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij" (Johannes 14:6).
Er zijn slechts twee wegen.
Jezus zei: "Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed
de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor
ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en
weinigen zijn er, die hem vinden" (Matthew 7:13,14). "En iemand zeide
tot Hem: Here, zijn het weinigen, die behouden worden? Hij zeide tot
hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u,
zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen" (Luke 13:23,24).
Bent u door de kleine poort gegaan?
Velen menen dat ze op de goede weg zijn, wanneer zij nooit door de kleine poort zijn gegaan.
De weg "die ten leven leidt" is de weg van trouwe dienstbetoon in
Christus. Jezus vermaant Zijn volgelingen: "Wees getrouw tot de dood en
Ik zal u geven de kroon des levens" (Openbaring 2:10).
"De enge poort" stelt Gods voorwaarden tot heil voor. Men moet door
deze kleine poort gaan om behouden te worden en op de goede weg te
komen.
De verkeerde weg is breed en heeft een brede poort.
Sommigen beweren dat iedereen behouden zal worden. Jezus zei dat weinigen de weg ten leven zullen vinden.
Sommigen beweren dat goede mensen in alle godsdiensten worden gered.
Petrus zei dat het heil uitsluitend "door de naam van Jezus Christus"
is (Handelingen 4:10). "En de behoudenis is in niemand anders, want er
is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor
wij moeten behouden worden" (Handelingen 4:12).
Sommigen beweren dat de redding door goede werken verdient kan worden.
Paulus zegt dat wij, "wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt
uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook
zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te
worden uit het geloof in Christus en niet uit werken der wet. Want uit
werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden" (Galaten 2:16).
Sommigen beweren dat zij door geloof alleen behouden kunnen worden.
Jakobus zegt: "Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken
en niet slechts uit geloof. ... Want gelijk het lichaam zonder geest
dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood" (Jakobus 2:24,26).
Jakobus zegt van Abraham: "Daaruit kunt gij zien, dat zijn geloof
samenwerkte met zijn werken, en dat dit geloof pas volkomen werd uit de
werken" (Jakobus 2:22).
Sommigen beweren dat zij behouden kunnen worden door godsdienstige
rituelen, terwijl hun leven vol met zonde is en hun hart vol met
hoogmoed, afgunst en haat. Maar wij worden gewaarschuwd: "Jaagt naar
vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal
zien. Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods"
(Hebreeën 12:14,15).
Sommigen beweren dat zij op de goede weg zijn omdat hun ouders hen
lieten kerstenen toen zij zuigelingen waren. Maar Philipus zei aan de
Kamerling dat hij eerst met gans zijn hart moest geloven alvorens
gedoopt te worden (Handelingen 8:37).
Omdat de weg naar het verderf zo breed is, zouden wij heel lang door
kunnen gaan met het noemen van verkeerde wegen waardoor mensen menen
behouden te kunnen worden.
Hoe gaan wij door de kleine poort om op de goede weg te wandelen?
Jezus zei: "Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar
wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" (Marcus 16:16). Paulus
schreef: "Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het
woord van Christus" (Romeinen 10:17).
Het evangelie van Chrisuts "is Gods kracht tot behoud voor een ieder
die gelooft" (Romeinen 1:16). De goede boodschap luidt: "Christus is
gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en
ten derden dage opgewekt, naar de Schriften" (1 Korintiërs 15:3,4).
Wij moeten ons geloof belijden om door de kleine poort te gaan. "Want
indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart
gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden
worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond
belijdt men tot behoudenis" (Romeinen 10:9,10).
De "goede beleidenis" (1 Timoteüs 6:12,13) is: "Ik geloof dat
Jezus Christus de Zoon van God is" (Handelingen 8:37; Matteüs
16:16).
Om door de kleine poort te gaan, moeten wij ons bekeren, berouw voor
onze zonden hebben, beslissen ons van de zonde af te keren en God te
dienen.
Toen bepaalde mensen tot Johannes kwamen om gedoopt te worden, hoewel
zij zich niet hadden bekeerd, antwoordde hij: "Adderengebroed, wie
heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? Brengt dan
vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt" (Matteüs 3:7,8).
Wanneer wij ons op basis van ons geloof, bekering en belijdenis laten
dopen, worden wij deel van het lichaam van Christus en ontvangen wij
vergeving van zonden. Wij gaan door de kleine poort en beginnen een
wandel in nieuwheid des levens.
Petrus heeft de gelovigen op de Pinksterdag verteld: "Bekeert u en een
ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot
vergeving van uw zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest
ontvangen" (Handelingen 2:38).
Paulus legde aan de Romeinen uit: "Of weet gij niet, dat wij allen, die
in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan
met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de
doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid
des levens zouden wandelen" (Romeinen 6:3,4).
Bent u op de goede weg?
"Het pad des levens gaat voor de verstandige opwaarts, opdat hij
ontwijke het dodenrijk beneden" (Spreuken 15:24). Bent u op de heilige
weg, de moeilijke weg die ten leven leidt?
Bent u door de kleine poort gegaan? Gelooft u dat Jezus de Christus is,
de Zoon van de levende God, dat Hij voor uw zonden aan het kruis is
gestorven en de derde dag uit de dood is opgestaan? Hebt u zich van uw
zonden bekeerd en uw leven aan God volledig toegewijd? Hebt u uw geloof
in Christus beleden? Hebt u zich in Zijn dood laten dopen om in
nieuwheid des levens op te staan?
Zowel, laten wij samen wandelen op de weg des levens die opwaarts naar de hemelse stad gaat, waar er geen dood zal zijn.
Deze
studie-serie bestaat uit de volgende onderdelen:
| De vrucht van de Heilige Geest | De Gaven van de Heilige Geest |
|---|---|
Inleiding Hoop Liefde Vreugde Vrede Geduld Goedertierenheid Goedheid Trouw Zachtmoedigheid |
Inleiding Tongentaal Vertolking van Tongen Profetie Woord van Kennis Woord van Wijsheid Onderscheiden van Geesten Geloof Genezing Wonderwerken |
TERUG NAAR DE START VAN DEZE SERIE


















