Goede vrucht - Vruchten en Gaven
van de HEILIGE GEEST
De
vindplaats van materiaal voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese,
school, kring, persoonlijk geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws,
godsdienstonderwijs, zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je
Bijbelkennis te vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
VRUCHTEN VAN DE HEILIGE GEEST: HOOP
In
deze studie-serie willen we de rijkdom ontdekken die we ontvangen als
wij ons openstellen voor het werk van God's Heilige Geest. Dit gaat
alle aardse schatten te boven. De serie bestaat uit 20 studies die je
een heel eind op weg kunnen helpen.
Ontdek het door je eens te verdiepen in wat de Bijbel daarover te
zeggen heeft. Neem er de tijd voor. Het zal je verbazen hoezeer je
leven erdoor verrijkt zal worden. en niat alleen het leven van jezelf,
maar ook het leven van de mensen om je hee. Niet alleen jouw
eigenwaarde stijgt maar óók je kijk op de ander.
Het zal
je eigen levensstijl ten goede komen. En dat alles tot eer van Hem die
jou die Geest wil schenken.
Bedenk wél dat misschien niet alle gaven en vruchten bij
jezelf
te herkennen zijn. Dát heeft niets met gebrek aan geloof te
maken maar met de mate waarin God ze verdeeld over de mensen.
Dát maakt de verscheidenheid alleem maar mooier en zorgt er
ook
voor dat wij als mensen op elkaar zijn aangewezen. Zo vormen we als
mensen een aanvulling op elkaar!
HOOP
1. Wat is de bron van de christelijke hoop?
Mensen hebben vaak moeite om in deze tijd redenen te vinden om te
hopen. Daarom moeten zij die vertrouwen op de God van de bijbel meer
dan ooit bereid zijn ‘tot verantwoording aan ieder die rekenschap
vraagt van de hoop die in hen leeft’ (1 Petrus 3,15). Om eruit te
kunnen leven, moeten zij begrijpen wat de hoop van het geloof precies
inhoudt.
Hoop richt zich per definitie op de toekomst. Voor de bijbel schiet zij
echter wortel in het heden van God. Broeder Roger herinnert eraan in de
Brief 2003: “De bron van de hoop ligt in God, die niet anders kan
dan liefhebben en die onvermoeibaar naar ons blijft zoeken.”
Deze mysterieuze levensbron, die wij God noemen, laat zich kennen in de
Hebreeuwse Schriften, doordat Hij de mensen oproept om een relatie met
Hem aan te gaan. Hij sluit een verbond met hen. De bijbel beschrijft de
kenmerken van de God van het verbond met twee Hebreeuwse woorden: hesed
en emet (bijv. Exodus 34,6; Psalm 25,10; 40,11-12; 85,11). Gewoonlijk
worden ze vertaald met ‘liefde’ en ‘trouw’. Ze
zeggen ons allereerst dat God overstroomt van goedheid en
welwillendheid in zijn zorg voor de zijnen. En in de tweede plaats dat
God de mensen die Hij tot gemeenschap met Hem riep, nooit in de steek
zal laten.
Bijbelse hoop
Daarin ligt de bron van de bijbelse hoop. Ook al worden wij
geconfronteerd met een wereld die ver afstaat van rechtvaardigheid,
vrede, solidariteit en barmhartigheid, zo’n situatie kan voor
gelovige mensen niet definitief zijn. Want God is goed, Hij verandert
zijn welwillende houding nooit en laat ons niet in de steek. Gelovigen
putten uit hun geloof in God de hoop op een wereld volgens Gods wil of,
anders gezegd, volgens Gods liefde.
In de bijbel wordt deze hoop vaak uitgedrukt door het begrip van de
belofte. Als God een relatie aangaat met mensen, gaat dit gewoonlijk
samen met een uitbreiding van de belofte. Dit begint al met het verhaal
van Abraham: “Ik zal u zegenen,” zegt God tegen Abraham;
“om u zullen alle geslachten op aarde zich gezegend
noemen.” (Genesis 12,2-3)
Een belofte is iets dynamisch en opent nieuwe mogelijkheden in het
leven van mensen. Deze belofte kijkt naar de toekomst. Ze vindt haar
wortels echter in een relatie met God die hier en nu tot mij spreekt en
me oproept om concrete keuzes te maken in mijn leven. Het zaad van de
toekomst bevindt zich in de huidige relatie met God.
Dit geworteld zijn in het heden wordt nog sterker door de komst van
Jezus Christus. In Hem, zegt Paulus, zijn alle beloftes van God al
vervuld (2 Korintiërs 1,20). Natuurlijk verwijst dit niet alleen
naar een mens die 2000 jaar geleden in Palestina geleefd heeft. Voor
christenen is Jezus de Opgestane die hier en nu met ons is: “Ik
ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.”
(Matteüs 28,20)
Een andere tekst van Paulus is nog duidelijker: “De hoop wordt
niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de
heilige Geest die ons werd geschonken.” (Romeinen 5,5) De
christelijke hoop is verre van een vrome belofte voor de toekomst,
waarvan de vervulling niet gegarandeerd is. Ze is de aanwezigheid van
Gods liefde in persoon, de heilige Geest, een stroom van leven die ons
naar de oceaan van volledige gemeenschap voert.
Hoe kun je concreet uit de christelijke hoop leven?
De bijbelse en christelijke hoop betekent niet een leven in de wolken
of een droom van een betere wereld. Ze is niet slechts een projectie
van wat wij willen zijn of willen doen. Ze helpt ons om het zaad van
een nieuwe wereld al in het heden aanwezig te zien, vanwege de
identiteit van onze God, vanwege de dood en de opstanding van Jezus
Christus. Deze hoop is bovendien een bron van kracht om op een andere
manier te leven, om de waarden van een maatschappij die gebaseerd is op
verlangen naar bezit en competitie niet over te nemen.
De belofte van God in de bijbel vraagt ons niet om te gaan zitten en
passief af te wachten tot ze op magische wijze realiteit wordt. God
spreekt tot Abraham over een leven in volheid dat hem geschonken wordt.
Maar God zegt eerst tot hem: “Trek weg uit uw land en ouderlijk
huis naar het land dat Ik u zal aanwijzen.” (Genesis 12,1) Om
deel te krijgen aan Gods belofte, wordt Abraham geroepen om van zijn
leven een pelgrimstocht te maken en opnieuw te beginnen.
Zo is ook het goede nieuws van de opstanding geen reden om ons af te
keren van onze taken. Het is een oproep om op weg te gaan:
“Galileeërs, wat staan jullie daar toch naar de hemel te
kijken?… Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede
boodschap te verkondigen… Jullie zullen mijn getuigen zijn
… tot het uiteinde van de aarde.” (Handelingen 1,11;
Marcus 16,15; Handelingen 1,8).
Verbondenheid
Gedreven door Christus’ Geest voelen gelovigen zich diep
verbonden met de mensheid, die is afgesneden van haar wortels met God.
Paulus schrijft aan de Romeinen over het lijden van de schepping, die
reikhalzend verlangt. Hij vergelijkt het met de pijn van
barensweeën. Vervolgens schrijft hij: “Ook wij zelf, die de
eerstelingen van de Geest toch al hebben ontvangen, ook wij zuchten bij
onszelf.” (Romeinen 8,18-23) Ons geloof stelt ons niet in een
bevoorrechte positie buiten de wereld. Wij ‘zuchten’ met de
wereld, we delen in haar pijn. We zien dóór deze situatie
heen echter het perspectief van de hoop, wetend dat in Christus
“de duisternis voorbij gaat en het waarachtige licht reeds
schijnt” (1 Johannes 2,8).
Hopen betekent dus allereerst: in de diepten van het heden een Leven
ontdekken dat verder stroomt en dat door niets kan worden
tegengehouden. Het betekent ook: dit Leven aannemen door een
‘ja’ van heel ons wezen. Als we ons overgeven aan dit
Leven, worden we hier en nu, temidden van de onzekerheden van ons leven
in de maatschappij, ertoe gebracht tekens van een andere toekomst te
laten zien. Dit is het zaad van een vernieuwde wereld, dat vrucht zal
dragen als het moment gekomen is.
Het duidelijkste teken van deze nieuwe wereld was voor de eerste
christenen het bestaan van gemeenschappen met mensen van verschillende
herkomst en taal. Omwille van Christus ontstonden deze kleine
gemeenschappen overal in het Middellandse Zeegebied. Deze mannen en
vrouwen leefden als broeders en zusters, als Gods familie. Ze
overschreden de grenzen van allerlei verschillen die hen van elkaar
verwijderd hielden. Ze baden samen en deelden hun goederen naar ieders
behoeften (zie Handelingen 2,42-47). Ze probeerden “eensgezind te
zijn, één in liefdebetoon, één van ziel,
één in streven” (Filippenzen 2,2). Zo straalden zij
in de wereld als sterren van licht (zie Filippenzen 2,15). Van het
begin af aan heeft de christelijke hoop een vuur op aarde ontstoken.
Laten we er nu eens dieper op ingaan
Rom 8 vers 18 – 39
Met het oog op de heerlijkheid, die ons zal worden geopenbaard, acht
Paulus het lijden gering. Op zichzelf is het niet gering. In dit
gedeelte klinkt steeds het zuchten van de mens en schepping door. In
vers 18-22 spreekt Paulus over het zuchten van de schepping: in vers
23-25 over ons zuchten en in vers 26 en 27 zegt hij dat de Geest zucht.
De schepping zucht, mens en dier en planten lijden onder de gevolgen
van de zonde, meer of minder bewust. Ziekte en geliefde ontvallen,
pijn, oorlog en alle ellende zien wij voorbij trekken. Paulus heeft het
hier over het lijden en over heerlijkheid. En dan lezen we in vers 19,
dat de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen Gods. Die
hele schepping ziet dus ergens naar uit. En dan noch met reikhalzend
verlangen. De Staten Vertaling zegt hier: met opgestoken hoofd. Heel
die schepping is dus doortrokken van een wachten, van een verwachten.
Er moet iets komen, we wachten ergens op, we zijn onderweg. Maar
wachten we dan op? Op het openbaar worden van de zonen Gods. Je zou
kunnen zeggen: heel die aardbodem, die adama, die wacht op het openbaar
worden van de ware Adam, van de ware Mens. Wij hebben de heerlijkheid
ontvangen om Hem te dienen in de bevrijding van de zuchtende schepping,
het terugvoeren van de verloren mensheid tot de Vader.
Doel missen
Door de zondeval is: “ Het aardrijk zij om uwentwil vervloekt
{Gen.3 vers17} is het doelmissen gekomen. Het doel van de schepping was
en is verheerlijking. De vergankelijkheid heeft geen einddoel in
zichzelf. Vaak hebben we geen notie van de grootsheid van Gods
scheppingsplan. Wij hebben Hem altijd onderschat. Wij hebben nooit
begrepen, dat “er wordt gezaaid in vergankelijkheid en opgewekt
in onvergankelijkheid {1Cor. 15 vers 42}, dat er wordt gezaaid in oneer
en opgewekt in heerlijkheid {1Cor.15 vers 43, dat wij gezaaid zijn in
“Adam” en opgewekt zijn in Christus. Omdat Adam de zonde op
zich nam, werd het bewerken van het paradijs verruild met een bestaan
buiten het paradijs. Al zwoegend zou het gaan en gaat het nog steeds.
Later ging de tweede Adam, Christus dezelfde weg, Hij nam de zonde der
wereld op zich. Hij was “in de gestalte Gods, heeft Zichzelf
ontledigt, is gehoorzaam geworden tot de dood, ja de dood des kruises.
Vaak beseffen we niet de diepte die hierin ligt. Hij heeft, vanaf het
begin, alle menselijke moeiten en verdriet doorgemaakt. Hij kan in alle
dingen met iedereen meevoelen. Zo is “door één mens
de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood”{Rom5:
12}, maar met één doel. ”Want evenals in Adam allen
sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. In Rom
5 vers 18 staat het zo mooi, Derhalve, gelijk het door
één daad van overtreding voor alle mensen tot
veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad
van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven. Dat
is in een notendop het volledige scheppingsplan van God.
Wat een plan
Nogmaals God wil het vergankelijke niet om het vergankelijk te laten.
Hij wil het vergankelijke tot onvergankelijkheid brengen. Het schepsel
moet tot Hem komen om blijvend leven te ontvangen. Kol.1 vers 16 zegt:
dat Hij alles tot Zichzelf geschapen heeft. Aan de vergankelijkheid is
de aarde onderworpen. Maar die onderwerping is gebaseerd op Hoop. De
kern gedachte van Rom 8 is hoop. De toestand waarin wij de schepping
kennen is een tijdelijke, de schepping zal worden vrijgemaakt van de
slavernij tot heerlijke vrijheid van de kinderen van God. Zo is ook de
regenboog, met de boog omhoog gericht een teken, dat God strijdt voor
Zijn schepping. Want heel de schepping ziet uit naar de bevrijding. Dat
is een geloofspunt om nooit te vergeten, dat heel de schepping bevrijd
zal worden. Want als je dat los laat, wat hebben we dan nog te
verwachten.
Alles wat God doet in de aionen is gebaseerd op hoop. In heel die
schepping zit de hoop. En hoop is een fundamenteel punt als het gaat
over dit onderwerp. Hoop is een houding, hoop is ook heel sterk. Er
wordt wel eens gezegd: je moet niet hopen, maar je moet geloven; net
alsof dat een tegenstelling zou zijn. Geloof en hoop horen bij elkaar.
De bijbelse hoop is niet: we zullen er maar het beste van hopen. Het is
niet: het kan vriezen en het kan dooien. In die hoop zit een
onzekerheid in. De bijbelse hoop is iets wat ongelofelijk taai is.
Steeds maar blijven verwachten. Soms tegen beter weten in. In Rom 8
vers 22 staat: ….Want wij weten, dat tot nu toe de ganse
schepping zucht en in barensnood is. Het ganse schepsel zucht. Let op:
de schepping is niet in stervensnood, dat willen milieu activisten doen
geloven, die schrijven op viaducten dat de aarde sterft, maar de
schepping is in barensnood. De schepping wacht niet op het einde, de
afbraak, de atoombom, maar op de “onthulling van de zonen
Gods”. En dan is het opvallend, dat Paulus als het ware in
één adem doorgaat en zegt: Rom: 8 vers 23…. En
niet alleen zij, maar ook wij zelf…
Hunkeren naar verlossing
…Wij, die de geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij
onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons
lichaam. Wij wachten op het openbaar worden. Wanneer Christus
verschijnt, dan worden wij met Hem openbaar {Col. 3 vers 4}. Wij zijn
behouden in hoop, maar het lichaam des doods houdt ons nog steeds in
aanraking met de zonde. Dat doet ons lijden. Maar dat lijden is een
lijden op hoop. Wij weten, dat de heerlijkheid zal komen. Christus
heeft niet alleen de mens verlost, maar heel de schepping! Wat Hij
gedaan heeft op Golgotha, dat reikt veel verder. Want God laat Zijn
schepping niet los. Paulus heeft dat gevoeld en beseft en gezegd
“de ganse schepping zucht” en wij zuchten ook. Mensen die
soms een onbegrepen weg gaan. Mensen die het gevoel hebben op wrakhout
te zitten midden in een storm. Zo eindigt Handelingen 27, het verhaal
van de schipbreuk, indrukwekkend. Want dit hoofdstuk eindigt met de
hoop. Het schip gaat er inderdaad aan en daar drijven ze dan. Hand. 27
vers 44… en de overige deels op planken, deels op wrak hout maar
dan: .. En zo geschiede het, dat allen behouden aan land kwamen. Er zit
iets wonderlijk in deze geschiedenis, in vers 27 staat: toen nu de
veertiende nacht was aangebroken. Weet u, de veertiende nacht is de
Paasnacht! Ex 12 vers 6. Op de veertiende van de maand wordt het
Paaslam geslacht. Midden op zee, midden in de storm, terwijl het schip
vergaat, wordt het Paasnacht. En dan Paulus spoorde de mensen aan om
voedsel te nemen vers 34, en dan gaat hij eten te midden van de
wrakstukken, de storm, zo eten wij temidden van de storm, temidden van
het wrakhout, dan nemen we het Woord tot ons. We houden ons vast aan
het wrakhout, dat besprenkeld is met het reinigende bloed. En weet u
wat er dan gebeurd? En zo geschiede het, dat allen behouden aan land
kwamen. Hand. 27 vers 44. Zo sta je misschien wel eens in een donkere
periode. Lijden dat niet te rijmen valt. Dan weten wij, Hij is de God,
die mee lijdt, die onze twijfels aanhoort, die onze vragen doorziet.
Bij Hem mogen we komen, met al die vragen, met al de tranen. Hij is
onze Vader die trouw blijft tot in alle geslachten.
Trouw door de dood heen
Hij is de Vader die het donker niet weg verklaart, maar er dwars
doorheen gaat. Trouw door de dood heen zo is Christus. En hoe gaan wij
nu met dat lijden om. Paulus zegt: wij zuchten ook bij onszelf; wij
zijn verbonden met dat zuchten van de schepping. Soms ervaar je de
nabijheid van God heel speciaal in het lijden. Dan zie je aan de ene
kant de mens die door hele diepten gaat. En daardoor tenslotte bij God
komt. Aan de andere kant zie je de mens die heel weinig lijden meemaakt
en tenslotte ook bij God terechtkomen. En dan is de vraag: wat is
daarvan de zin, wat is daarvan het doel, waartoe en waarom. Soms wordt
er wat al te makkelijk gezegd: je moet niet vragen: waarom, maar je
moet vragen waartoe! En soms wordt er ook al te vlot gezegd: ja het
heeft een zin. Of, het is de achterkant van het borduurwerk. Ook in de
bijbel kom je die aspecten tegen. Aan de éne kant, het kwaad is
niet te plaatsen, het lijden dat zo onmenselijk is. Daar kun je op geen
enkele manier ook maar iets zinnigs over zeggen, dat kun je op geen
enkele manier plaatsen, het is niet te plaatsen. Je kunt niet zeggen,
het hoort erbij. Lijden kun je in geen enkel systeem plaatsen. Of dit
lijden heeft de mens nodig om gelouterd te worden. Weet u, door het
lijden komt de één dichter bij God en de ander zegt: het
hoeft voor mij niet meer. En die laatste moeten dan zeker niet
veroordeeld worden. En dan blijf je ook met dat raadsel zitten: waarom
de één wel en de ander niet.
Wat hebben sommigen het ogenschijnlijk gemakkelijk
Er zijn van die mensen waarvan je op het oog zegt: die hebben
toch wel een vrij gemakkelijk leven. Op het oog wel te verstaan, je
weet niet altijd wat er zich in stilte misschien nog afspeelt. En de
ander krijgt klap na klap te verwerken. En dan kun je je afvragen:
moest het dan zo? Heeft het lijden een doel. Het lijden op zich heeft
geen zin. Misschien zou je voorzichtig dit kunnen zeggen: God geeft zin
aan het zinloze, dan kan het zijn dat er een zin aan verleend wordt. En
achteraf kan dan misschien gezegd worden: en toch.. en toch.. Dan kun
je misschien achteraf zeggen, en ik aarzel om het uit te
spreken… het was goed. Want dat is dan een hele weg en dat gaat
zo diep. Want in dat lijden kan misschien iets ontstaan. Achteraf zeg
je misschien: Vader, U bent me nog veel kostbaarder dan vroeger. Dat is
het wonderlijke. Ergens is er altijd het gevoel: je moet de dingen
onder controle houden en je moet een verklaring geven van het lijden,
maar dat gaat niet. Weet u, dat lijden zie je ook in het verhaal van
Job. Job 9 vers 22-24. Aan de ene kant ziet en ervaart hij rampen en
slagen en geweld, en hij weet niet aan wie hij dit alles anders zou
moeten toeschrijven dan aan God. …doet Hij het niet, wie dan?
Hier stelt Job een uiterst fundamentele vraag. Maar vanuit het inzicht
dat hij bezit, heeft hij geen keus: doet Hij het niet, wie dan? Is er
dan een alternatief. Aan de andere kant leeft er diep in zijn hart het
besef: zo kan God niet zijn. God is anders. Job ziet op dit moment dat
God zich verborgen houdt, maar hij worstelt om de waarheid te
ontdekken. De God van zijn vrienden kan hij niet aanvaarden, maar de
verborgen God heeft hij in zijn hart lief. Br en Zr wij weten net zo
als Job, dat de heerlijkheid zal komen en daarom verwachten wij met
geduld. En in dat wachten staan wij niet alleen. Wij zijn zwak maar de
Geest die ons lijden kent, bidt met ons mee.
Bidden is praten met God.
De Here Jezus Christus bidt als Hij aan het kruis hangt. Mijn God, Mijn
God, waar bent U dan, waarom hebt Gij mij verlaten. Waarom dan? Je
vragen of twijfels mogen er zijn, omdat je als het ware een appel doet
op God. God U hebt toch iets anders voor ogen met de schepping? Het is
niet zo maar wat mekkeren en zeuren. Je vraagt niet zozeer over jezelf,
maar over die schepping, over alles wat zo moet zuchten. En dan zie de
Here Jezus aan het kruis hangen, en dan roept Hij, HET IS VOLBRACHT, en
dan neemt Hij al dat zuchten van de totale schepping op Zich en brengt
dat bij de Vader. Dan wordt Hij degene die alles volbracht heeft. Jes
53 vers 12 zegt zo mooi: omdat Hij zijn leven heeft uitgegoten in de
dood. Christus heeft steeds maar leven gegoten in de dood, net zo lang
totdat de dood tenietgedaan was. Want de kern konden ze niet aantasten.
Dan leven we vanuit de opstanding. Rom 8 vers 10 en 11 staat: indien
Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de
geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem,
die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont dan zal Hij, die
Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen
levend maken door zijn Geest, die in u woont. Hier gaan wij in tot Het
Leven dat ver boven het lijden uitsteekt. Wij concentreren ons op
Christus, die ons Leven is. Dan zullen wij steeds meer ervaren dat
Jezus Christus, ook onze opstanding is. HIER EN NU! Er staan
verschillende schriftplaatsen waar gewezen wordt op; dat wij met
Christus gestorven zijn, waar gewezen wordt op; een gemeenschap hebben
aan zijn lijden; waar gewezen wordt op; een leven uit de doden, op een
overwinnaar zijn over de zonde, om meer dan overwinnaar zijn door Hem.
Dat is de toezegging van God en Hij is geloofwaardig. Uit de brieven
van Paulus ontvangen wij de verzekering van de hoop der heerlijkheid.
Wij, die geen hoop hadden. Wij, die zonder God waren in de wereld. Wij,
die verre waren, maar nu nabij gekomen zijn door het bloed van
Christus. Wij mogen ons verblijden om de trouw van God, ondanks de
afval.
Paulus
Wonderlijk is de roeping van Paulus, Paulus was een lasteraar, een
vervolger. Op een aparte wijze is Paulus geroepen, niet voordat hij
eerst bekeerde, niet voordat hij bewust berouw had, maar terwijl hij
zijn verwoestend werk deed, pakte God hem in de kraag. Paulus zegt in
Gal.1 vers 15, dat het God behaagt heeft, Zijn Zoon in Hem te
openbaren. Dat is het Evangelie. Dat Christus bekend gemaakt wordt, dan
wordt de zonde wel nagelaten, en de goede werken komen als vruchten van
de Geest {Gal 5:22}. Voor de roeping van Paulus hing de redding af van
bekering, berouw, geloof en gedoopt zal zijn, maar nu is de redding een
feit. Paulus als voorbeeld leert ons anders. Gelooft in hem, die de
goddeloze rechtvaardigt {Rom. 4 vers5}. Want wij hebben allen gezondigd
en derven de heerlijkheid Gods; wij worden allen om niet
gerechtvaardigd door de verlossing die in Christus is. Hij is de
verzoening door het geloof in Zijn bloed. Wij mogen geloven, dat wij
behouden zijn door genade, omdat Christus gestorven is en opgewekt is.
En de vraag dringt zich op, zijn wij wedergeboren of een nieuwe
schepping? Als je wedergeboren bent en je zou geen goede vrucht
voortbrengen, dan word je uitgehouwen.{Matth.7 vers 19 en Matth.18 vers
8 en 9}. Maar een nieuwe schepping is zoiets bijzonders, zo uniek.
Paulus spreekt van de gelovige van onze tijd van een nieuwe schepping.
2 Kor. 5 vers 17. Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een
nieuwe schepping, het oude is voorbij gegaan, zie het is alles nieuw
geworden. 1 Kor. 3 vers 11: want een ander fundament, dan dat er ligt,
namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Hij is het fundament
geworden van de nieuwe schepping, de grondslag. Het is niet een kwestie
van goede werken, van volharden, van een blijven in of een niet blijven
in. Goede vruchten voort brengen of niet. Vandaar dat aan het einde van
Rom 8 staat: Niets kan ons scheiden van de liefde Gods, noch de
tegenwoordige dingen, noch de toekomstige dingen. Elke keer kom je weer
onder de indruk van het verlossingswerk van de Here Jezus Christus. Hoe
dat tot stand is gekomen. Het lijden, de smaad, de verzoeking in de
woestijn, het sterven, de opstanding. Dan zie het contrast: de eerste
Adam faalt in de hof en de tweede Adam volbrengt het in de woestijn. De
Here Jezus gaat niet in op de uitnodiging van de duivel. En de Here
Jezus zegt tot drie keer toe. Er staat geschreven. Weet u, in de
woestijn vindt er een confrontatie plaats. Een confrontatie tussen de
nieuwe Adam en de vorst der duisternis. Je zou kunnen zeggen: God
presenteert Zijn geliefde aan het koninkrijk van de duisternis.
Confrontatie met de duivel
De confrontatie van de Here Jezus in de woestijn met de duivel, heeft
veel parallellen met het boek Job. In het boek Job gaat de satan, de
aarde doorkruisen. Er staat een woord, dat lett. betekent: inspecteren.
En dan stuit de satan op een gegeven moment op die mens, die eruit
springt, JOB. Het doel van de satan is, dat alles gaat zoals hij wil.
En die mensen zoals Job mogen er niet zijn. Job 1 vers 18…hebt
gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? God geeft daar een getuigenis
van zijn knecht Job. Dat zie in Lucas 3 vers 22 ook, dat er een stem
kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn
welbehagen. En daar haakt de duivel dan ook meteen op in, Als je dan
Zoon bent; zeg dan tot deze steen, dat hij brood worde. Eigenlijk is de
stem uit de hemel in feite ook een voorstellen. Die verzoeking in de
woestijn is heel frappant een tegenhanger van Adam in de hof. Adam at:
de Here Jezus at niet. Hij zegt: je zult niet alleen van brood leven,
maar van alle woord dat van de mond van God uitgaat. In Gen. 3 krijg je
de greep naar de macht. En bij de verzoeking in de woestijn krijg je
juist, dat Jezus zijn macht begint af te leggen. Hij grijpt niet naar
de macht, Hij doet afstand van de macht. En aan het eind van het
Evangelie kan Christus zeggen. Mij is gegeven alle macht. Toen had Hij
het van de Vader gekregen. Matt. 28 vers 18. Mij is gegeven alle macht
in de hemel en op aarde. Lett. autoriteit. Dat is gezag. Dat is iets
anders dan macht. Iemand kan onder de indruk komen van een persoon,
omdat hij gezag heeft. Omdat hij iets te zeggen heeft, omdat je vindt;
hij zegt me iets. God regeert dus niet door macht, maar gezag, door
liefde. Steeds lijkt God het te verliezen. De Here Jezus aan het
kruis… Hij neemt ook het kleinste volkje temidden van de
volkeren. En bij het kruis zeggen ze ook: zie je wel, Hij kan het niet.
Maar dan op die momenten is het de overmacht van zijn liefde die het
wint Want alzo lief heeft God de wereld gehad.. Joh. 13 vers 1
Liefhebben tot het einde
Hij heeft de zijnen, die in wereld waren, liefgehad tot het einde. Er
staat: Hij gaat uit deze wereld over tot de Vader, naar de Vader. En
het wonderlijk is, juist de zijnen, die Hem dan niet aannemen, blijft
Hij liefhebben. Want Christus is het Lam Gods, dat de zonde der wereld
wegneemt. Er staat niet, de zonde van de gelovige, maar van de wereld.
Johannes wil laten zien: de uitverkorene treedt in de plaats van de
verworpene. De Uitverkorene wordt de verworpene. Vandaar dat middelste
kruis. Daar had Barabbas moeten hangen. Maar Hij die zonder zonde was,
werd voor ons tot zondoffer gemaakt. De Here Jezus was zondeloos. Hij
was tammim, gaaf, een mens uit één stuk. Fillp… en
in zijn uiterlijk als mens bevonden. Hoe ze Hem liet lijden, Hij heeft
de weg volbracht. Volkomen verzoening is er tot stand gekomen door het
reinigende bloed van Christus. En als de Here Jezus zegt: Mijn God,
Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten, dan schuift de demonie tussen
Jezus en de Vader. En dat geeft een intense verlatenheid. En als de
Zoon die weg gaat, is dat voor de Vader ook een intens lijden, want dat
vergeten wij vaak. Het lijden van de Vader, want het is Zijn Zoon, Zijn
schepping.
Door één mens is de boze de wereld binnengekomen. En door
de Mens gaat de duivel de wereld weer uit. Anders zou die aanklager tot
in alle eeuwigheid kunnen doortetteren. Zo is de duivel uitgepraat.
Openb. 1 vers 17. Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste en
de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in de
eeuwen der eeuwen. Wat voor een weg wij ook gaan, God is de eerste. Hij
staat aan het begin van onze weg en Hij gaat met ons mee. Hij is ook de
laatste. Als God de laatste is, hoeft nooit iemand het gevoel te
hebben, dat hij achteraan komt. Want Christus komt altijd nog achter
ons. Dat is liefde van de bovenste plank. In de tijd, dat de Heer op
aarde rondwandelde, weren zij, die in Hem geloofden, verbonden met de
levende Jezus, wij zijn gebonden met de opgestane Christus. In Ps 23
staat: de Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets; je kunt ook
vertalen: de Heer is mijn herder, ik zal niet ontbreken. Dat is de hoop
van de kinderen van God.
De zekerheid van het geloof
En dan eindigt Rom 8 met de zekerheid des geloofs. Wij zijn blij met de
zekerheid waarmee ons behouden zijn vast ligt. De Rots Christus, Zijn
plan is niet stuk te krijgen. Wie zal er in de hemel of op aarde aan
dat plan iets veranderen? Wie is er tegen ons? Ja, misschien zijn er
die menen tegen ons te zijn, maar ook zij behoren tot dat alles, dat
God doet medewerken te goede. Het dierbaarste wat Hij geven kon, gaf
hij, Zijn eigen Zoon spaarde Hij niet, zou Hij ons dan niet samen met
Hem alles schenken. En Paulus stelt drie vragen, in vers 33,34,35. Wie
zal uitverkorenen God beschuldigen? God die rechtvaardigt? Neen, Hij
beschuldigt toch niet. Wie veroordeelt? En: Wie zal ons scheiden van de
liefde Gods in Christus Jezus? Verdrukking of benauwdheid, niets van
dat alles. Niemand kan ons scheiden van de liefde Gods, welke is in
Christus Jezus, onze Here. Ze kunnen het niet. En dat is ons ten goede,
en dat is ten goede van Zijn schepping.
Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanningen, omdat wij
onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die en Behouder is van
alle mensen, inzonderheid voor de gelovige. Beveel en leer dit {1 Tim.4
vers 10 en 11}.
Deze
studie-serie bestaat uit de volgende onderdelen:
| De vrucht van de Heilige Geest | De Gaven van de Heilige Geest |
|---|---|
Inleiding Hoop Liefde Vreugde Vrede Geduld Goedertierenheid Goedheid Trouw Zachtmoedigheid |
Inleiding Tongentaal Vertolking van Tongen Profetie Woord van Kennis Woord van Wijsheid Onderscheiden van Geesten Geloof Genezing Wonderwerken |
TERUG NAAR DE START VAN DEZE SERIE


















