De
Bergrede van Jezus met de Zaligsprekingen
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
ZALIG
DE TREURENDEN
Zalig de armen van geest, want
hunner is het Koninkrijk der Hemelen,
Zalig zij die treuren,
want zij zullen vertroost worden,
Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde beërven,
Zalig zij die hongeren en
dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig de barmhartigen,
want hun zal barmhartigheid geschieden,
Zalig de reinen van hart,
want zij zullen god zien.
Zalig de vredesstichters,
want zij zullen kinderen Gods genoemd worden,
Zalig de vervolgden om
der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen
Zalig zijt gij, wanneer
men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, om
mijnentwil.
Mattheüs 5 vers
1-12
Een
prachtige richtlijn voor het leven
Hebt u ooit iemand gekend
die er echt naar verlangt te treuren? We hebben ongetwijfeld allemaal
wel mensen gekend die diep in de put zaten over de manier waarop de
dingen in hun leven verliepen. Misschien zijn we zelf allemaal wel eens
op zo'n punt beland. Als we ontmoedigd en zwaarmoedig zijn, spannen we
ons in, soms zelfs met grote energie, om die zwaarmoedige geest die een
druk op ons gevoel van welzijn legt, kwijt te raken. Het menselijk
verlangen om "geluk" te zoeken is zo groot, dat het schijnt alsof de
gehele wereld er iedere inspanning op heeft gericht om zoveel
verstrooiing en vermaak te vinden als maar mogelijk is om het denken af
te leiden van de spanningen in het leven in deze jachtige maatschappij.
In de bijbel is treuren een schrijnend beeld dat gebruikt wordt om de
diepe smart aan te duiden die we ervaren als God oordeelt, of boos of
afstandelijk schijnt te zijn, of schijnt te zwijgen. Het is een
kwaliteit die door onze geest wordt gehaat en vervelend wordt gevonden;
we zijn van nature niet geneigd dit te zoeken. Aangezien het volkomen
normaal is voor de menselijke natuur om het opgeruimde en vrolijke te
zoeken, deinzen we terug voor lijden en droefheid.
Het lijkt dus paradoxaal dat Jezus hen die treuren "zalig" [gezegend]
noemt! Eén commentator suggereert ironisch, dat het erop
lijkt dat Jezus zegt: "Gelukkig zijn de ongelukkigen!" Dit laat op
treffende wijze zien hoe Gods perceptie van menselijk welzijn afwijkt
van die van de mens zelf. We zouden kunnen vragen: "Als de christen
gezegend wordt, waarom treurt hij dan?" Of: "Als hij treurt, hoe is het
dan mogelijk dat hij als gezegend kan worden beschouwd?"
Jezus noemt de treurenden in de zaligsprekingen: Zalig (of volgens de
Engelse vertaling ‘Gezegend’) zijn zij die treuren
want zij zullen vertroost worden. Jezus doelt daarmee op de ereplaats
die de treurenden in het hemels Koninkrijk krijgen toebedeeld. Dat is
een troostrijke belofte. Maar Jezus spreekt de zaligsprekingen tot Zijn
discipelen en geeft hen daarmee de opdracht: zorg goed voor hen, want
zij zijn gezegenden Gods!
Deze zaligspreking staat
bijna haaks op de logica van de wereld. Inderdaad lijkt hij op het
eerste gezicht tegengesteld te zijn aan één van
Jezus' andere uitspraken in Johannes 10:10:
Johannes 10:10 De dief komt niet dan om te stelen en te
slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en
overvloed.
Overal en door alle tijden heen heeft de mens hen die het
welgaat en die gelukkig zijn, als gezegend beschouwd, maar Christus
spreekt uit dat de armen van geest en de treurenden gezegend zijn.
Ongetwijfeld is er een bijbelse sleutel, misschien wel meer dan
één, die deze inconsequentie duidelijk maakt.
Verleent God een voordeel aan het karakter van hen die treuren? Is er
iets in het denken van de treurenden dat hen helpt om zichzelf en het
leven vanuit een stabieler en realistischer standpunt te bezien? Is het
mogelijk dat Jezus sprak over een soort treuren dat afwijkt van het
treuren dat samengaat met dood, ramp, frustratie over hoop waaraan de
bodem is ingeslagen en andere tragische gebeurtenissen?
Een oosterse
gewoonte
Verdriet over de dood van een geliefde of het lijden door een andere
persoonlijke tragedie door mensen in het Midden-Oosten als zichtbare,
openbare en zelfs professionele gewoonte, wordt in de bijbel duidelijk
aan de orde gesteld. We zullen hier de procedure niet in detail
beschrijven, behalve dan om op te merken dat de bijbel enkele van de
belangrijke aspecten ervan vastlegt. Jakob hulde zich in zak en as na
de "dood" van Jozef (Genesis 37:34). In 2 Samuël 13:19 klaagt
Tamar in het openbaar over het verlies van haar maagdelijkheid door
verkrachting door as op haar hoofd te strooien, haar kleren te scheuren
en te huilen. Deuteronomium 21:10-14 instrueert de Israëlieten
zelfs om een meisje dat tijdens oorlog gevangen wordt genomen, toe te
staan haar hoofd te scheren, haar nagels te knippen, haar inheemse
kleding af te leggen en een maand lang te bewenen dat ze aan haar vader
en moeder is ontrukt.
Andere tekenen van rouw zijn
onder andere:
Het bedekken van de bovenlip (Leviticus 13:45).
Insnijdingen maken en in
een bepaalde mate vasten (Jeremia 16:6-7).
Zich op de heup slaan (Jeremia 31:19; Ezechiël 21:12).
Zich op de borst slaan (Lucas 23:48).
De bijbel legt veel meer gevallen vast van bestaande culturele
gewoonten uit die tijden.
Dit betekent niet dat God al deze gewoonten onderschrijft, maar Hij
legt domweg vast wat het volk deed. Hij maakt een levendig gebruik van
hun praktijken voor ons onderwijs, in het bijzonder in de profetieёn.
Dat Hij veel van deze praktijken niet onderschrijft, wordt aangetoond
door een waarschuwing die Jezus ergens anders in de bergrede geeft.
Mattheüs 6:16-18 En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de
huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht
ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten.
Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. 17 Maar gij, zalf uw
hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, 18 om u niet bij uw vasten aan
de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en
uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Dit richt zich niet rechtstreeks tegen de praktijk van zichtbare,
openbare uitingen van verdriet, maar het principe dat we hieraan kunnen
ontlenen laat desondanks zien dat God een balans verwacht. Er staat
genoeg in Zijn wet om te laten zien dat Hij niet tegen rouwen is over
een persoonlijke tragedie. Maar publiek vertoon en de gemaakte
benadering van de oosterse culturen — die de aandacht op
zichzelf richt — hebben Zijn instemming niet. We kunnen
concluderen dat het treuren dat Jezus in Mattheüs 5:4 zalig
noemt, zeer zeker niet van het zeer zichtbare en dramatische type is
dat we in de bovengenoemde schriftgedeelten zien, maar dat het een
persoonlijke, geestelijke kwaliteit is die onlosmakelijk aan de andere
zaligsprekingen verbonden is.
Neen zeuren, maar treuren
Jezus heeft niet slechts een bepaalde groep mensen op het oog, die nu
toevallig treurende zijn. Maar Hij doet een appèl op ons
allemaal. Dit betekent ook, dat Jezus niet een bepaald karakter zalig
spreekt. Alsof Jezus iets speciaals zou hebben met treurige mensen of
zo. En Jezus bedoelt zeker niet om ertoe aan te zetten dat je een
somber gezicht zult zetten. Er is een enorm verschil tussen treuren en
zeuren. Jezus heeft nooit gezegd: Zalig die zeuren, of klagen. Helaas
wordt dat nog wel eens verward. Dat is misschien wel de ergste
misvatting die er is. Dat het vroom zou zijn en God aangenaam om er
treurig uit te zien en om te klagen, altijd maar te klagen. Hoeveel
frisse jonge mensen zouden daardoor al afgeschrikt zijn van het geloof?
En dat terwijl Jezus zelf gezegd heeft: `wanneer gij vast, toont dan
niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun
aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen@ (Mat. 6:16).
Heus waar, een somber gezicht trekken en klagen over de verloedering
van vandaag de dag, dat is de Here niet aangenaam. Anders had Hij toch
zelf niet gewaarschuwd tegen het tonen van een somber gelaat?
Een bijzonder vorm van
treuren
Het is duidelijk een bijzondere vorm van treuren waarop God met
vertroosting reageert. Miljoenen, misschien wel miljarden, mensen die
treuren vallen niet onder deze uitspraak van Jezus. Deze treurenden
kunnen zelfs onder Gods veroordeling vallen en zeer zeker krijgen ze
dan geen vertroosting van Hem.
De bijbel laat drie soorten verdriet zien. De eerste is het natuurlijke
verdriet dat ontstaat door tragische omstandigheden. De tweede is een
zondig, ongepast, hopeloos verdriet dat zich misschien zelfs niet wil
laten vertroosten. Misschien is het meest in het oog springende
voorbeeld hiervan in de bijbel wel dat van Judas, wiens berouw hem
ertoe leidde nog meer te zondigen door het plegen van zelfmoord. Paulus
noemt dit in 2 Corinthiërs 7:10 "de droefheid der wereld die
de dood voortbrengt". De derde vorm van verdriet is goddelijk verdriet.
In hetzelfde vers schrijft Paulus:
2 Corinthiërs 7:10a Want de droefheid naar Gods wil brengt
onberouwelijke inkeer tot heil, ...
Treuren, verdriet of berouw is niet iets goeds in zichzelf. Wat eraan
ten grondslag ligt, gecombineerd met wat eruit voortkomt, dat is waar
het om gaat. 2 Corinthiërs 7:10 geeft ons dus een belangrijke
sleutel. Het treuren dat Jezus onderwijst, is een belangrijke
geestelijke component van goddelijk berouw dat leidt tot of helpt in
het voortbrengen van het overvloedige leven van Johannes 10:10.
Dit principe komt vaak tot uiting in het seculiere leven, omdat het
schijnt dat de mens ertoe gedoemd is om door pijnlijke ervaringen te
leren. Bijvoorbeeld pas als onze gezondheid het begeeft of begeven
heeft en we de pijnlijke gevolgen lijden van een onwetend of bewust
negeren van gezondheidsregels, gaan we ons serieus inspannen om de
oorzaken te ontdekken die ons onze gezondheid weer kunnen teruggeven en
de pijnen die met de ziekte gepaard gaan kunnen verlichten. Op dat punt
aangekomen willen we echt het gemak van een goede gezondheid weer in
ons leven terughebben.
Salomo brengt deze
waarheid onder woorden in Prediker 7:2-4:
Prediker 7:2-4 Het is beter te gaan naar een huis van rouw
dan te gaan naar een huis van feestgelag; want dat is het einde van
ieder mens en de levende neme het ter harte. 3 Verdriet is beter dan
lachen, want bij een treurig gelaat is het met het hart goed gesteld. 4
Het hart der wijzen is in het huis van rouw, maar het hart der dwazen
in het huis van vreugde.
Salomo zegt op geen enkele manier dat feesten en gelach vermeden moeten
worden, maar hij vergelijkt veeleer hun relatieve waarde voor het
leven. Het is niet eigen aan feesten om ons aan te zetten tot het
teweegbrengen van een positieve verandering in ons leven. Feesten zet
ons er juist toe aan te blijven zoals we zijn, daar we een gevoel
hebben van tijdelijk welzijn. Verdriet daarentegen — in het
bijzonder als pijn of dood eraan heeft bijgedragen (Psalm 90:12)
— heeft de macht in zich om iemand ertoe te brengen na te
gaan denken over de richting van zijn leven en veranderingen teweeg te
brengen die het leven zullen verbeteren.
Dit algemene principe is bijna op alle moeilijkheden van het leven van
toepassing. Of het nu gezondheidsproblemen zijn, of financiёle
moeilijkheden, of gezinsproblemen, of zakelijke ruzies, we volgen in
het algemeen dit patroon in de manier waarop we erin komen en er weer
uitkomen. In geestelijk opzicht, in onze relatie met God, doen er zich
echter enkele variaties op dit principe voor, omdat God diepgaand
betrokken is bij het leiden en sturen van het scheppen van Zijn beeld
in ons.
In dit geval verloopt alles niet op "natuurlijke" manier. Hij komt
tussenbeide in de natuurlijke processen van ons leven en roept ons,
waarbij Hij Zichzelf en Zijn wil aan ons openbaart. Zijn goedheid leidt
ons tot berouw en bekering. Door Zijn geest worden we verwekt,
onderwezen, geleid en gesterkt. Hij creёert omstandigheden in ons leven
waardoor we gestimuleerd worden tot groei om in karakter en zienswijze
te worden zoals Hij is, maar sommige van deze omstandigheden
veroorzaken heel wat verdriet. Door Zijn genade voorziet Hij in elke
behoefte, zodat we goed zijn toegerust om aan Zijn verlangens ten
aanzien van ons leven tegemoet te komen en Hem te verheerlijken.
Maar Jezus' onderwijs
koppelt dit principe van verdriet of treuren nooit los van Gods doel,
omdat het juiste soort treuren dat op de juiste wijze wordt gestuurd,
de macht heeft aan te zetten tot schitterende positieve resultaten. God
wil onherroepelijk resultaten, vruchten die door onze relatie met Hem
worden voortgebracht. Jezus zegt dan ook:
Johannes 15:8 Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht
draagt en gij zult mijn discipelen zijn.
We moeten in de allereerste plaats over deze zaligspreking opmerken dat
het Griekse woord voor treuren, het sterkste woord voor treuren is in
de Griekse taal. ... Het wordt gedefinieerd als het soort verdriet dat
zo'n vat op iemand heeft dat het niet verborgen kan blijven. Het is
niet alleen het verdriet dat pijn in het hart teweegbrengt, het is het
verdriet dat tranen in de ogen doet opwellen die niet zijn tegen te
houden. (p. 93)
Dit illustreert de emotionele kracht van het treuren, die
erop duidt dat het voldoende macht heeft om het besluit voort te
brengen meer tot stand te brengen dan alleen maar zich ellendig te
voelen en te huilen.
Aan het begin van bekering
Treuren gaat altijd vooraf aan echte bekering, want er moet een waar
gevoel van zonde aanwezig zijn alvorens we ook werkelijk naar het
middel, of de verlossing ervan, gaan verlangen. Maar zelfs hier moeten
we een onderscheid opmerken, omdat veel mensen heel snel zullen
toegeven dat ze zondaars zijn — sommigen zelfs met een
bepaalde mate van trots, een glimlach en een knipoog —
terwijl ze daar nooit over hebben getreurd. Zonde is evenwel inderdaad
een serieuze zaak als we er acht op geven dat het uiteindelijk
verantwoordelijk is voor alle pijn, ziekte en dood, inclusief die van
onszelf en van onze Verlosser.
Hoe brengen wij het ervan
af in vergelijking met hen die door de bijbel als voorbeelden van
treuren worden gebruikt? Let eens op de vrouw van Lucas 7:36-38:
Lucas 7:36-38 Eén der Farizeeёn nodigde Hem om bij hem te
komen eten; en Hij kwam in het huis van de Farizeeёr en ging aanliggen.
37 En zie een vrouw, die in de stad als zondares bekend stond,
bemerkte, dat Hij aan tafel was in het huis van de Farizeeёr. En zij
bracht een albasten kruik met mirre, 38 en zij ging wenende achter Hem
staan, bij zijn voeten, en begon met haar tranen zijn voeten nat te
maken en droogde ze af met haar hoofdhaar, en kuste zijn voeten en
zalfde ze met de mirre.
Dit voorval laat een tegenstelling zien tussen twee houdingen van geest
en hart. Simon, zich niet bewust van enige behoefte, had geen liefde
jegens Christus noch een verlangen naar vergeving. Zijn indruk van
zichzelf was dat hij in het oog van God en de mens een goed mens was.
De vrouw daarentegen schijnt zich van niets anders bewust te zijn dan
van haar zondigheid en haar grote behoefte aan vergeving. Dit
resulteerde in een treurend huilen over haar ellende en liefde voor
Degene die in haar behoefte kon voorzien.
Misschien is er wel niets dat ons grondiger afsluit van God dan
menselijke zelfvoldaanheid (Openbaring 3:17). Het is een vreemd
verschijnsel dat hoe duidelijker we onze zonden zien, hoe beter mens we
zijn. Misschien is de schadelijkste van alle zonden wel de zonde dat
men zich van geen zonde bewust is. De belangrijkste les in dit portret
is, dat de houding van de vrouw niet alleen vergeving tot gevolg had
maar ook een belangrijke rol speelde in het in haar voortbrengen van
dankbaarheid en liefdevolle toewijding aan Christus.
De gelijkenis van de verloren zoon onthult een duidelijke voortgang van
het zich bewust zijn van een pijn die voortkomt uit een gebrek en
erkenning van zonde, waarna er verdriet ontstaat over wat hij was
geworden en had gedaan. Berouw, bekering, vergeving en aanvaarding
waren de vrucht ervan.
Lucas 15:14-19 Toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware
hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. 15 En hij trok
er op uit en drong zich op aan één der burgers
van dat land en die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden.
16 En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens
aten, doch niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en zeide:
Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom
hier om van de honger. 18 Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot
hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, 19 ik ben
niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een uwer
dagloners.
In een ander voorbeeld
stond de tollenaar veraf, sloeg zich op de borst en riep uit: "O God,
wees mij, zondaar, genadig!" (Lucas 18:13). Ook de 3000 bekeerlingen op
de Pinksterdag vertoonden een soortgelijke reactie:
Handelingen 2:37 Toen zij dit hoorden [de preek van Petrus], werden zij
diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere
apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?
De tollenaar en de menigte die zich op de verkondiging van Petrus
bekeerden, voelden elk in hun eigen hart de last van de zonde. Dit
treuren ontspringt aan een geweten dat gevoelig is gemaakt en een
hartgrondig bewustzijn van een vijandschap tegen Gods wil en een
persoonlijke rebellie tegen Hem. Het is een verdriet dat tot uiting
komt, omdat men zich acuut bewust geworden is dat het moraliteitsbegrip
dat men hanteert zover te kort schiet ten opzichte van heiligheid dat
er schaamte naar boven komt. We voelen deze ondraaglijke pijn ook als
we ons realiseren dat ons persoonlijk gedrag en onze persoonlijke
houding de oorzaak waren van de dood van onze Schepper en Verlosser.
Zacharia 12:10-14
profeteert over een nog toekomstige tijd, na Christus' wederkomst, dat
er een grote rouwklacht zal ontstaan door geheel Israël. In
het bijzonder zal Juda worden getroffen als ze door Gods genade door
geloof ertoe worden gebracht hun zonden te erkennen:
Zacharia 12:10-14 Ik zal over het huis van David en over de inwoners
van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen
hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht
aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem
bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. 11 Te dien dage
zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van
Hadadrimmon in het dal van Megiddo; 12 het land zal een rouwklacht
aanheffen, alle geslachten afzonderlijk; het geslacht van het huis van
David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het
huis van Natan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 13 het
geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen
afzonderlijk; het geslacht van Simi afzonderlijk en hun vrouwen
afzonderlijk; 14 alle overige geslachten, alle geslachten afzonderlijk
en hun vrouwen afzonderlijk.
Deze profetie verschaft ons inzicht in het pijnlijke, hartgrondige
berouw en bekering van een gehele natie door alle sociale lagen heen.
Dit zou ons een duidelijk beeld moeten geven van de diepte van
gevoelens die God verwacht als we gaan inzien wat het resultaat van
onze zonden is. Het is heel duidelijk dat treuren samengaat met en
aanzet tot het soort verandering die God goedkeurt. Het is dus geen
wonder dat Jezus zegt dat de treurenden zalig zijn.
Treuren na de initiёle
bekering
Als Jezus deze zaligspreking uitspreekt, zegt Hij niet: "Zalig zij die
hebben getreurd," maar "Zalig zij die treuren." Hij zegt het als een
ervaring in de tegenwoordige tijd die nog steeds doorgaat. Berouw is
niet een eenmalige ervaring, ook verdwijnt de menselijke natuur, "de
oude mens", niet eenvoudig nadat we de nieuwe natuur hebben gekregen.
Het christen-zijn brengt een voortdurend leer- en groeiproces met zich
mee. We worden niet in een oogwenk op een besluit van God naar het
beeld van God geschapen. God heeft vastgesteld dat we in geloof moeten
leven, en dat vereist tijd en ervaring. We worden naar Gods beeld
geschapen door het vuur van het verdriet en de tegenslagen van het
leven, evenals de vreugden ervan. Dit gold volgens Jesaja ook voor onze
Verlosser:
Jesaja 53:3a Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van
smarten en vertrouwd met ziekte, ...
Paulus voegt daaraan toe:
Hebreeën 5:7-8 Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij
gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die
Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, 8 en zo
heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit
hetgeen Hij heeft geleden.
De christen is iemand wiens denken op dat van God is afgestemd door een
voortdurend inniger wordende relatie. Hij heeft veel om over te
treuren, omdat de zonden die hij begaat — zowel die door
dingen niet te doen als dingen wel te doen — een dagelijkse
bron van verdriet zijn en zullen blijven zo lang als zijn geweten zich
niet verhardt. Een gevoelig geweten wordt verhardt door de
bedrieglijkheid van zonde. Een actieve en groeiende relatie met God zal
leiden tot een verder ontdekken van de verdorvenheid van de menselijke
natuur, omdat God op getrouwe wijze de geweldige kloof tussen Zijn
heiligheid en ons corrupt en nog steeds bevuild hart zal openbaren. Hij
zal ons bewust doen worden van de afstandelijkheid en de kilte van onze
liefde, de hoge golven van trots en twijfel, en het gebrek aan vrucht
dat we voortbrengen.
De apostel Paulus, die we
allemaal als een heel volwassen christen beschouwen, schrijft:
Romeinen 7:15, 18-19, 24 Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe
niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. ... 18
Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed
woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede
uitwerken, kan ik niet. 19 Want niet wat ik wens, het goede, doe ik,
maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik. ... 24 Ik,
ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
Paulus leidde geen leven vol zonde zoals voor zijn bekering. Zijn
woorden weerspiegelen de intense gewaarwording van de bedrieglijkheid
van de menselijke natuur van iemand die zo dicht bij God stond dat hij
praktisch elke zelfgerichte, kwade, verwrongen, ontaarde nuance van
vleselijkheid die nog in hem schuilde, kon zien. Hij had er een afschuw
van en verlangde sterk, smachtte ernaar daarvan volledig verlost te
worden!
Hij zegt in Romeinen 8:23
over ons:
Romeinen 8:23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de
Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de
verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.
In een gerelateerd vers
betrekt Paulus ook ons in zijn gedachten erbij:
2 Corinthiërs 5:2 Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar
met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden.
Deze verzen weerspiegelen niet alleen de vreugde over wat voor ons
ligt, maar ook het verdriet om elke dag te moeten leven met de last van
de wereld, ons vlees en ons denken, die ons zo gemakkelijk leiden tot
zonden die we niet verlangen te doen.
In ons goddelijk verdriet willen we nooit tekortschieten betreffende
Gods heerlijkheid of Zijn naam schande aandoen. We willen Hem
verheerlijken door elke gedachte, elk woord en elke daad van ons. Als
we op een of andere manier afwijken — hoe weinig dat in het
oog van anderen ook mag zijn — dragen we een interne last van
verdriet waarvan we zouden willen die niet te hebben, en we klagen en
vragen ons af waarom we zoiets doms hebben gedaan! Het is een
emotionele prijs die we moeten betalen omdat we Hem liefhebben.
Dezelfde apostel
herinnert ons aan onze verplichtingen jegens Hem:
Efeziërs 2:11-13 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen
waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde
besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, 12 dat gij te
dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht
Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en
zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die
eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.
Eerder had Paulus het grondwerk verzet om een juist gevoel van
verplichting en toewijding aan Christus te krijgen door een aantal
feiten vast te leggen die we niet kunnen ontkennen: Dat we ons leven
leidden in overeenstemming met de loop van deze wereld, in
overeenstemming met de wil van Satan (vers 2); dat we voldeden aan de
verlangens van het vlees en de geest (vers 3); en dat we wegens onze
ongehoorzaamheid in feite al dood waren (vers 1 en 5). Niet door enige
eigen verdienste maar alleen door Gods genade redt Hij ons hiervan door
Jezus Christus.
In hen die dit diepgaand en persoonlijk begrijpen, creёert dit een
intens gevoel van verplichting, toewijding en verlangen Hem te eren.
Dit verklaart het verdriet dat we elke keer voelen dat we ons er bewust
van zijn tekort te schieten in het Hem volledig behagen. Dit is niet
slecht; dit is goed, omdat het hen die dit in balans hebben, ertoe
aanzet hun toewijding te versterken en hun inspanningen opnieuw op de
juiste weg te doen richten.
Nog een andere reden tot
treuren
Hoe dichter een christen bij God leeft, hoe meer hij zal treuren over
alles dat Hem onteert. Let eens op de reactie van de psalmist:
Psalm 119:53 Verontwaardiging greep mij aan vanwege de goddelozen, die
uw wet verlaten.
Ezra voelde een
soortgelijk iets tijdens een voorval in zijn leven:
Ezra 9:2-6 Want zij hebben uit hun dochters vrouwen genomen voor zich
en hun zonen, waardoor het heilige zaad zich vermengd heeft met de
volken der landen; ja, de oversten en de leiders zijn in deze
trouwbreuk voorgegaan. 3 Toen ik dit vernam, scheurde ik mijn kleed en
mijn mantel, trok de haren uit mijn hoofd en uit mijn baard, en zat
verbijsterd neer; 4 en tot mij kwamen samen allen die beefden voor de
woorden van de God van Israël, wegens de trouwbreuk der
ballingen, maar ik bleef verbijsterd neerzitten tot het avondoffer. 5
Tijdens het avondoffer echter stond ik op uit mijn verootmoediging, en
met gescheurd kleed en gescheurde mantel knielde ik, breidde mijn
handen uit tot de HERE, mijn God, 6 en zeide: Mijn God, Ik schaam mij
en durf mijn ogen niet tot U opslaan, o mijn God, want onze
ongerechtigheden zijn ons boven het hoofd gewassen en onze schuld is
gestegen tot de hemel.
Jeremia voegt zijn
diepgaande klacht toe over de resultaten van Juda's zonden:
Jeremia 13:17 Maar indien gij er niet naar horen wilt, zal mijn ziel in
het verborgene moeten wenen om de trots en mijn oog bitter schreien, ja
van tranen vloeien, omdat de kudde des HEREN is weggevoerd.
Ezechiël onthult een speciale zegen van God voor hen die de
zondigheid van die natie inzien en daardoor ertoe worden aangezet de
juiste weg te gaan:
Ezechiël 9:3-6 De heerlijkheid van de God van Israëls
nu had zich opgeheven van de cherub waarop zij rustte, en zich begeven
naar de dorpel van de tempel, en Hij riep de man die in linnen gekleed
was en de schrijfkoker aan zijn zijde droeg. 4 En de HERE zeide tot
hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en maak een teken
op de voorhoofden der mannen die zuchten en kermen over al de gruwelen
die daar bedreven worden. 5 Tot de anderen zeide Hij te mijnen
aanhoren: Trekt achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet
en hebt geen deernis. 6 Grijsaards, jongelingen en jonge meisjes,
kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen; maar niemand
die het teken draagt, moogt gij aanraken; bij mijn heiligdom moet gij
beginnen. Toen begonnen zij bij de mannen, de oudsten, die zich
vóór de tempel bevonden.
Als we in beschouwing nemen dat de bijbel de uitdrukking is van Gods
denken, dan begrijpen we dat wat deze mannen schreven Gods
verontwaardiging en leed over de zonden van de mens onthult. Hij
verklaart op levendige wijze Zijn smart in Ezechiël 33:9-11:
Ezechiël 33:9-11 Maar als gij een goddeloze waarschuwt om zich
van zijn weg te bekeren, doch hij bekeert zich daarvan niet, dan zal
hij in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar gij hebt uw leven
gered. 10 Gij nu, mensenkind, zeg tot het huis Israëls: Aldus
zegt gij: onze overtredingen en onze zonden rusten op ons en daardoor
kwijnen wij weg — hoe zouden wij dan leven? 11 Zeg tot hen:
zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, Ik heb geen behagen
in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich
bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen.
Want waarom zoudt gij sterven, huis Israëls?
Hebt u ooit meegemaakt dat iemand iets met grote moeite deed en dat u
hem een veel gemakkelijker en minder pijnlijke manier suggereerde om
het voor elkaar te krijgen en dat hij uw advies van de hand wees? Hoe
voelde u zich? Op zijn best voelde u een droeve verwerping die almaar
bleef hangen, en op zijn ergst een boze frustratie over de stijfkoppige
volharding van de ander. Deze gevoelens vatten misschien de essentie
samen van het treuren dat God respecteert in hen die, met een oprecht
verlangen te helpen en een intens meevoelen met het lijden van de niet
geroepenen, Hem verdrietig bidden als Hij in beweging komt om te
straffen.
We hebben van doen met
een zware strijd
Wij die in deze eindtijd leven, hebben er misschien moeite mee om
sommige aspecten van het treuren dat God verwacht en in Zijn kinderen
respecteert, te begrijpen. Ons geweten kan zich — tenzij we
het zorgvuldig bewaken — gemakkelijk aan de cultuur van de
maatschappij aanpassen. De ethiek en de moraal van de maatschappij zijn
geen constante zaken. Er bestaat echt een grote druk om af te wijken
van de door God ingestelde standaarden; wat de ene generatie als
immoreel of onethisch beschouwt kan door de volgende worden aanvaard.
Bijvoorbeeld wat er in de laatste dertig of veertig jaar op het
filmdoek verscheen is dramatisch veranderd.
Terwijl ik dit schrijf staat de president van de Verenigde Staten
terecht voor het duidelijk overtreden van Gods geboden en voor misdaden
waarvoor minder belangrijke mensen momenteel gevangenisstraffen
uitzitten. Het publiek geeft hem echter hoge waarderingscijfers, vatten
zijn overspel en seksuele uitspattingen op als privé-zaken,
en beschouwen zijn meineed voor de jury als betreurenswaardig maar
"niet echt belangrijk".
Paulus waarschuwt ons in
Hebreeën 3:12-15:
Hebreeën 3:12-15 Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer een
boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de levende God, 13 maar
vermaant elkander dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken,
opdat niemand van u zich verharde door de misleiding der zonde; 14 want
wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze
verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden. 15 Als er gezegd
wordt: Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet zoals
bij de verbittering.
Het treuren dat Jezus verlangt is het soort dat een zachtheid van hart
tentoonstelt, van een hart dat gereed is in de juiste richting te
veranderen, een hart dat weet dat het verkeerd heeft gehandeld en er
vurig naar verlangt om gereinigd te worden tot heiligheid. Wij die deel
uitmaken van deze generatie hebben met een zware strijd van doen, omdat
we — middels media zoals de televisie en de film —
anderen Gods wet zien overtreden in een niet geёvenaarde frequentie en
op manieren die heel sympathiek overkomen. Op het doek is het leven
goedkoop, heeft bezit geen betekenis, wordt seksuele reinheid bespot,
is stelen goed "als het nodig is", en is trouw iets voor een sukkel en
oubollig. Waar is God daarin te vinden? Hoeveel van de houdingen van de
wereld hebben wij zonder het te weten in ons karakter opgenomen? Is ons
geweten nog niet verhard? Is treuren over zonde — die van ons
en anderen — een belangrijk deel van onze relatie met God?
Goddelijk treuren speelt een positieve rol in het voortbrengen van de
veranderingen die God verlangt om Zijn beeld in ons tot stand te
brengen. We moeten net als David bidden:
Psalm 51:12 Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn
binnenste een vaste geest.
Hij vraagt God hem iets te geven dat voorheen in hem niet bestond,
namelijk dat zijn genegenheden en gevoelens zuiver gemaakt zouden
worden, en dat hij niet de verharde houding zou hebben die hem tot
overspel en moord bracht. Een smeekbede van dit soort is er
één die God niet zal weigeren. Als we echt
oprecht zijn om te overwinnen en God te verheerlijken is het zeker de
inspanning waard.
Treuren naar Gods wil
Paulus noemt zoiets: droefheid naar God(s wil). Hij schrijft in 2 Cor.
7:9v:
`thans verblijdt het mij, niet, dat gij bedroefd zijt geworden, maar
dat de droefheid u tot inkeer heeft gebracht; want gij zijt bedroefd
geworden naar Gods wil, zodat Gij generlei nadeel hebt geleden. Want de
droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de
droefheid der wereld brengt de dood.
Paulus laat hier merken dat zulk verdriet niet leuk is, maar wel
uiterst heilzaam. Ook zulk treuren is niet iets moois of zo, maar
Paulus is blij dat het iets goeds gebracht heeft. In zijn vorige brief
had hij bepaalde punten in de gemeente moeten aanwijzen, die echt niet
goed zaten. En hij had concreet over een bepaalde broeder heel forse
woorden moeten schrijven. En het is nooit zo plezierig als daarop
gewezen wordt. Maar Paulus is nu zo blij, dat het bij de mensen
droefheid naar Gods wil heeft veroorzaakt en niet de droefheid der
wereld.
Kijk, dat is nu zo'n wonderlijk onderscheid. Dat is helemaal niet wat
je zou denken. Paulus zegt niet: jullie zijn tenminste treurig en de
wereld, die is maar vrolijk. Nee, helemaal niet. Hij zet tegenover
elkaar de droefheid naar God en de droefheid der wereld. Zo is de
werkelijkheid toch ook? Het is onzin om een tegenstelling te maken
alsof christenen verdriet kennen en de wereld alleen maar vreugde.
Paulus weet heel goed: bij alle oppervlakkig getetter van plezier kent
de wereld óók droefheid over de zonde. Ja, zelfs
dat. Je vindt niet alleen droefheid over ziekte en honger en armoe,
maar wel degelijk ook verdriet over de zonde.
Want altijd en overal heeft zonde ellende gebracht. Wat dacht u nou,
dat het in de wereld alleen maar vreugde is? Dronkenschap, overspel,
ruzie, diefstal, roddel, noem maar op: iedereen weet toch dat zonde
uiteindelijk alleen maar ellende brengt? Ellende en schuldgevoelens
vind je in de wereld ook. Eigenlijk is dat natuurlijk iets geks, van
die schuldgevoelens. Want als er geen God is, tegenover wie ben je dan
schuldig? Maar de wereld loopt er vol mee, met schuldgevoelens.
Het verschil
En wat is dan het verschil tussen droefheid naar Gods wil en de
droefheid naar de stijl van de wereld? Antwoord: droefheid naar Gods
wil, het treuren waar de Here Jezus ook op doelt, dat is dat je je nood
en je ellende en je schuld erkent als iets dat je Gòd hebt
aangedaan. Alleen een christen staat werkelijk voor het aangezicht van
God met heel z'n leven. Dat je met heel je bestaan, dat telkens spaak
gelopen is door de zonde, voor Gods aangezicht komt, dat is nu naar
Gods wil. Zoals David na zijn zonde met Bathseba erkende: `Ik heb
gezondigd tegen de Here@.
En droefheid der wereld, dat is iets als: `och, och, wat heb ik mijn
familie aangedaan. En wat heb ik allemaal over mezelf heen gehaald door
kwaad te doen@. Kortom, dat is verdrietig doen over de gevolgen van de
zonde. Zulk verdriet is overigens geen onzin. Als je even nuchter
nadenkt, dan word je ook verdrietig over de gevolgen van de zonde. Want
zonde heeft nog nooit anders dan funeste gevolgen gehad.
Maar zolang dat het hele verhaal is, zolang je het niet voor God
brengt, is er nog geen heil van te verwachten. Droefheid naar de wereld
- dat tref je overigens bepaald niet alleen in `de wereld' aan. Ook wij
betrappen ons daar nog vaak op. Dat we weinig verder komen dan `o, wat
heb ik toch iets stoms uitgehaald en wat heb ik mezelf en anderen
aangedaan.
Breng het altijd voor God
Maar zulk soort droefheid, hoe terecht ook, brengt ons niet bij de
Here. En in alle nuchterheid: waar moet je heen met je schuld en je
schuldgevoel, als het niet naar de Here is? Als je het niet voor God
gebracht hebt, dan kan schuldgevoel alleen maar leiden tot de dood. `De
droefheid der wereld leidt tot de dood@. Het kan wel eens letterlijk zo
gaan, dat mensen zich van wroeging en spijt van het leven beroven.
Wroeging en spijt, het is allemaal heel echt en diep, maar als je het
niet bij God brengt... Hoe wil iemand getroost worden, als het niet is
met het evangelie? Hoe wil je ooit eruit komen, als het niet is door
Gods kracht?
Als Christus zalig spreekt degenen die treuren, dan denkt Hij aan de
treurenden van Sion, die de weg naar God kennen. En daarom: telkens als
wij weer van bepaalde dingen in ons leven merken dat ze verkeerd waren,
in de verhouding tot anderen of in ons persoonlijk leven, dan moeten
wij óók naar de Here gaan. Als je gekweld wordt
door schuldgevoelens, dan kun je natuurlijk proberen om ze weg te laten
praten, maar ze komen altijd weer terug. Daarom: we moeten ermee naar
God toe. Zijn ontferming zoeken door daarom te bidden. Dan hoeft
treuren niet het laatste te zijn. Het is dan wel heel echt. Geen
aanwensel, geen plechtig gezicht zetten, maar iets dat je eerlijke
overtuiging weergeeft.
Maar dan is er ook een antwoord. Dan geldt het woord van Christus:
`zalig die treuren, want zij zullen getroost worden@. Getroost, nu al,
omdat de Here antwoordt met genade en liefde. Omdat Hij ons wil
overstelpen met zijn ontferming.
En eenmaal, als Christus terugkomt, dan wordt dit woord voorgoed en
definitief waar. Voor alle dingen, die we niet zelf geprobeerd hebben
op te lossen, maar die we bij de Here hebben gebracht, zullen dan de
tranen worden afgewist. `Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en
de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er
meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbij gegaan@ (Openb. 21:4).
God ziet om naar de
treurenden. Maar tegelijkertijd vraagt Hij ook van óns om
onderling om te zien naar elkaar, dus óók naar de
treurenden.
De
bergrede
Zalig
de Armen van geest
Zalig
de Treurenden
Zalig
die Hongeren en dorsten naar gerechtigheid
Zalig
de barmhartigen
Zalig
de reinen van hart
Zalig
de vredestichters
Zalig
de vervolgden



















