Mijmeren onder de terebint - 26
Wat
is er na de dood?
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Hier vind je alle
pagina’s van de ontspannende Terebint studie-serie : 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51
52
53
(naar
begin van deze serie)
Mijmeren
- ontsnappen aan de waan van de dag
Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. (Luister
hier)
Even mijmeren
onder de Terebint, ontsnappen aan de waan van de dag. Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. Deze week onder het motto:
Wat
is er na de dood?
Lukas
16 vers 19-31 en I Kor. 15
Na de dood is er de nooit eindigende eeuwigheid die je
doorbrengt in de hemel of de hel. Dus dood is niet dood en afgelopen
De rijke man
en de arme Lazarus
De Here Jezus laat ons in Lukas 16 vers 19-31 een kijkje nemen in het
hiernamaals. Lukas 16 vers 19-31 -'Nu was er een rijk mens, en hij ging
gekleed in purpur en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest.
Nu lag er ook een arme, Lazarus, aan zijn voorpoort, vol zweren,
begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel; maar
zelfs de honden kwamen zijin zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme
stierf en door de engelen gedragen werd in de schoot van Abraham. De
rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de hades zijn ogen
opsloeg, terwijl hij in de pijnen verkeerd, zag hij Abraham uit de
verte, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader
Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in
water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze
vlam. Abraham echter zei: Kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen
in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij hier
vertroost, maar u lijdt smart. En bij dat alles is er tussen u en ons
een grote kloof gevestigd, zodat zij die van hier naar u willen
overgaan, niet kunnen, en zij vandaar niet naar ons kunnen overkomen.
Hij echter zei: Ik bid u dan, vader, dat u hem zendt naar het huis van
mijn vader, want ik heb vijf broers, opdat hij ernstig tot hen kan
getuigen, zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn. Abraham
echter zei: Zij hebben Mozes en de profeten; laten zij naar hen
luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de
doden naar hen toegaat, zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot
hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij, ook
al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen.' Uit deze
geschiedenis blijkt duidelijk wat ik al zei: na de dood is er de hemel
of de hel. Het is onmogelijk na de dood van plaats te wisselen. Daarom
moet je, voordat je sterft, weten waar je heen gaat. Om in de hel, de
plaats van pijn te komen, hoef je niets te doen. Ieder die zich niet
bekeert tot God en de Here Jezus Christus als Verlosser aanvaardt, komt
in de hel. Maar ieder die gelooft in de Zoon van God gaat uit de dood
over in het leven.
De Here Jezus
is de opstanding en het leven
In een andere geschiedenis, met een andere Lazarus, wordt dat
duidelijk. Lazarus, de broer van Martha en Maria is gestorven. Voordat
de Here Jezus hem opwekt uit de dood zegt hij tegen Martha: 'Ik ben de
opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al sterft
hij' -> Johannes 11 vers 25. Lazarus is hier een voorbeeld van
wat met allen zal gebeuren die gestorven zijn, maar die tijdens hun
leven voor de Here Jezus hebben gekozen. Van zulke mensen kan worden
gezegd: 'Gelukkig de doden die in de Heer sterven, van nu aan'
(Openbaring 14 vers 13).
Luister naar
Gods roepstem
Terug naar Lukas 16. Laat je waarschuwen door het lot van de rijke.
Zijn naam wordt niet genoemd. Op aarde had hij nooit rekening gehouden
met de dood en nooit nagedacht over het hiernamaals. Nu is hij
gestorven en lijdt pijn. Je ziet dat de rijke zich volledig bewust is
van de plaats waar hij is en hij voelt de pijn. Hij meent dat hij wel
wat verlichting mag vragen van de pijn die hij leidt, maar het is
onmogelijk iets te doen om de pijn draaglijker te maken. Dan heeft hij
nog een wens ten aanzien van zijn familie. Als Lazarus toch eens naar
hen toe mocht gaan, dan kon hij hen waarschuwen en dan zouden ze niet
ook in die vreselijke plaats terecht hoeven te komen. Maar ook dat is
niet mogelijk. Het grootste wonder, al zou het zijn dat iemand uit de
dood zou opstaan, is niet in staat het hart van een mens tot bekering
te brengen. Bekering kan alleen gebeuren door te luisteren naar het
Woord van God. De stem van God wordt nog steeds gehoord waar mensen het
bijbelse evangelie van genade prediken. Heb jij al gehoor gegeven aan
Gods roepstem? 'Heden, als u zijn stem hoort, verhardt uw harten niet'
(Hebreeën 3 vers 7), want 'zie, nu is het de welaangename
tijd, zie, nu is het de dag van de behoudenis' (II Korinthiërs
6 vers 2).
Hoe zullen de
doden opgewekt worden en met welk lichaam?
Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met wat voor een lichaam zullen
zij komen?' (1 Kor. 15:35). Dit zijn twee buitengewoon belangrijke en
interessante vragen, die Paulus in het opstandingshoofdstuk bij
uitnemendheid (1 Korinthe 15) opwerpt.
Zal het opstandingslichaam hetzelfde lichaam zijn, als dat aan het graf
werd toevertrouwd, en daarin tot stof verging? Zal het lichaam, dat
opgewekt wordt, in dezelfde conditie verkeren, als ons tegenwoordige
lichaam? Zal het een stoffelijk lichaam zijn, een lichaam van vlees en
bloed? Wie denkt niet eens na over deze vraag?
Bij de beantwoording van deze vragen, dien je vooral in het oog te
houden, dat de opstanding-van Ghristus model is van de opstanding der
Zijnen. Jezus is de 'Eerstgeborene uit de doden,' 'de Eersteling
dergenen, die ontslapen zijn.' Hij heeft door Zijn opstanding leven en
onver-derfelijkheid aan het licht gebracht.
Hetzelfde
lichaam
Welnu, de Heiland is met hetzelfde lichaam, dat begraven was, uit het
graf opgestaan. Hij toonde Zijn discipelen Zijn doorboorde handen en
zijde. Het is een lichaam van 'vlees en benen.' Zij hebben Hem betast,
en met Hem gegeten en gedronken. Zo zal ook ons opstandingslichaam
hetzelfde zijn, als wat wij nu bezitten. 'Niet
één haar van uw hoofd zal verloren gaan,' zei
Jezus (Luk. 21:16-18). Het zou voor God, Die hemelen en aarde schiep,
gemakkelijk genoeg zijn, om Zijn kinderen geheel nieuwe lichamen te
geven. Maar dan zouden onze tegenwoordige lichamen in de banden des
doods om-kneld blijven, in dit opzicht zou God dan een nederlaag
geleden hebben, en dat is ten enen male onmogelijk. Als God ons een
nieuw lichaam zou geven, en ons niet hetzelfde lichaam zou teruggeven,
dan zou er geen sprake van 'opstanding' maar van 'schepping' zijn. En
waarom zouden dan de graven opengaan?
Een veranderd lichaam
Anderzijds echter zal ons opstandingslichaam, hoewel hetzelfde lichaam,
toch ook geheel anders zijn dan ons tegenwoordige. Reeds' in dit leven
heeft er in ons lichaam allerlei verandering plaats, zelfs tot
onherkenbaar wordens toe. De volwassen man heeft nog hetzelfde lichaam,
dat hij als pas-geboren kind bezat; maar wie kan het herkennen? De
rups, die in een vlinder veranderde, heeft hetzelfde lichaam behouden,
en is toch geheel veranderd. Hoeveel te meer zal ons verheerlijkt
lichaam er straks anders uitzien dan nu in de staat der vernedering.
Niet hetzelfde
vlees
Maar niet alleen de gestalte van ons lichaam, maar ook zijn substantie
wijzigt zich reeds gedurende ons leven. Elke zeven jaar heeft ons
gehele lichaam zich vernieuwd door een voortdurende stofwisseling.
Ik ben
bijna 42 jaar, d.w.z. dus, dat ik in mijn leven reeds zes maal een
geheel nieuw lichaam gekregen heb. En toch ben ik dezelfde mens
gebleven, met hetzelfde lichaam. Zo kan ook het opstandingslichaam
straks andere stof bevatten en toch hetzelfde lichaam blijven. Paulus
wijst daarop en zegt: 'Alle vlees is niet hetzelfde vlees; er is
onderscheid tussen vlees van mensen, van beesten, van vogels, van
vissen.' Daarom is de uitdrukking 'wederopstanding des vleses'
eigenlijk niet juist, en kunnen wij beter spreken van de
'wederopstanding des lichaams.'
Geen bloed
In elk geval is het zeker, dat in ons verheerlijkt lichaam geen bloed
meer gevonden wordt. Paulus verklaart immers met nadruk: 'Vlees en
bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beerven' (1 Kor. 15:50).
Christus, opgestaan uit de doden, heeft wel 'vlees en benen', maar Zijn
bloed is uitgestort op Golgotha tot verzoening van onze zonden. Zijn
leven, dat 'in het bloed' was, heeft Hij afgelegd; uitgestort in de
dood; en Hij is opgestaan in de kracht van een ander, een nieuw, een
Goddelijk leven.
Wonderbare
samenhang
Paulus laat ons zien, dat de verhouding tussen beide lichamen gelijk is
aan de verhouding tussen zaad en oogst. Zoals in het zaad, dat in de
aarde valt en sterft, reeds de kiem van de nieuwe plant aanwezig is, zo
moet ook ons tegenwoordige lichaam reeds de onverwoestbare kiem
bevatten van het nieuwe opstandingslichaam. 'Het lichaam wordt gezaaid
in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in on-verderfelijkheid' (1 Kor.
15:42). Daarom is het 'begraven' van een lichaam, eigenlijk een kwestie
van 'zaaien'. Een boer zaait zijn zaad in de akker, opdat hij straks
zal kunnen maaien. Hij 'verwacht de kostelijke vrucht des lands,
lankmoedigzijnde over haar, totdat het de vroege en spade regen zal
hebben ontvangen' (Jak. 5:7).
Het tarwegraan moet in de aarde vallen en sterven om vrucht
te kunnen voortbrengen. Daarom lieten ook wij de lichamen van onze
geliefde ontslapenen 'in de aarde vallen'. Wij 'zaaiden' hun lichamen
in verderfelijkheid, en wachten op de wederkomst van Christus, Die hen
in onverder-felijkheid zal opwekken. Een 'christelijke begrafenis' is
dus eigenlijk een geloofsdaad vol hoop en blijde verwachting. De enige
mogelijkheid, om éénmaal onze geliefde
ontslapenen in hun eigen lichaam weer te kunnen begroeten, is dat wij
hun lichaam aan de aarde toevertrouwen, niet om hen 'de laatste eer te
bewijzen', maar om met lijdzaamheid te wachten op de komst des Heren,
Die hen in heerlijkheid uit hun graven zal doen herrijzen.
Eigenschappen
van het verheerlijkte lichaam
Paulus noemt vier machtige veranderingen op, die het lichaam in het
proces van dood, begrafenis en opstanding zal ondergaan - van
verderfelijkheid tot onverderfe-lijkheid; van oneer tot heerlijkheid;
van zwakheid tot kracht; van het natuurlijke tot het geestelijke' (1
Kor. 15:42, 43). Ons lichaam zal 'gelijkvormig aan Zijn heerlijk
lichaam' (vs. 21) worden. 'Wij zullen Hem gelijkvormig zijn' (1 Joh.
3:2). 'Gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben (Adam),
zo zullen wij ook het beeld des hemelsen dragen (Christus) 1 Kor.
15:49).
Hoe zal dat opstandingslichaam zijn? Uitgaande van
bovengenoemde vier veranderingen, waarover Paulus spreekt, en Christus'
opstandingslichaam als model nemend, kunnen wij zeggen:
Onverderfelijk
lichaam
De dood is te niet gedaan. Het zal niet kunnen sterven. Het zal ook
niet 'verdorven' worden. Het zal nimmer zijn glans verliezen. Het is
een eeuwig lichaam, een lichaam, waarin geen zonde woont.
Verheerlijkt
lichaam
Christus ontving een lichaam zo heerlijk, dat het straalde als de zon.
De discipelen hebben een glimp van de heerlijkheid opgevangen, toen zij
met Hem op de heilige berg waren. Johannes heeft Zijn heerlijkheid
aanschouwd op Patmos, en hij zegt: 'Zijn aangezicht was gelijk de zon
in haar kracht.' Zo zullen ook onze lichamen zijn, 'schitterend in
schoonheid en pracht' tot in alle eeuwigheid. De engelen Gods zullen
met verbazing ons aanschouwen. Ja, 'de leraars zullen blinken als de
glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de
sterren, altoos en eeuwig' (Dan. 12:3).
Krachtig
lichaam
Thans kunnen wij zwak, ziek, en vermoeid zijn. Ook al is onze geest wel
gewillig, toch ervaren wij telkens weer, dat ons vlees zwak is. Wij
kunnen oververmoeid en zelfs uitgeput raken. Wij hebben veel slaap
nodig en brengen een groot deel van ons leven 'onbewust' door. Maar in
ons nieuwe lichaam zullen wij nimmer moede en mat worden. 'Schoon zij
wandelen, worden zij niet moe!' Wat een heerlijkheid, nooit meer
vermoeid te zullen zijn. Nooit meer behoeven te rusten. Geestelijk en
lichamelijk honderd procent te zijn om God te kunnen dienen.
Geestelijk
lichaam
Een geestelijk lichaam, is een lichaam, dat niet gebonden is aan
natuurlijke wetten. Het is een zelfstandig, onafhankelijk lichaam, vrij
van stof, ruimte en tijd. Vrij van stof, het kan eten, zonder het te
moeten (Luk. 24:41). Vrij van ruimte, het kan door gesloten deuren
binnenkomen (Joh. 20:19). Vrij van tijd, het is onsterfelijk in
eeuwigheid (1 Kor. 15:42). Het is ook vrij van de zwaartekracht, het
kan van een hoge toren stappen, zonder te vallen. Het is niet 'uit de
aarde aards', maar 'uit de hemel hemels', en kan zich zonder bezwaar
door Gods heelal bewegen, sneller dan het licht, van planeet tot
planeet, van ster tot ster.



















