Mijmeren onder de terebint - 24
Is
dat even schrikken...
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.
Hier vind je alle
pagina’s van de ontspannende Terebint studie-serie : 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34
35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51
52
53
(naar
begin van deze serie)
Mijmeren
- ontsnappen aan de waan van de dag
Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. (Luister
hier)
Even mijmeren
onder de Terebint, ontsnappen aan de waan van de dag. Oplaadstation
voor onze geestelijke accu. Deze week onder het motto:
Is
dat even schrikken...
En de zon
stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn vijand
gewroken had. Is dit niet geschreven in het Boek des Oprechten? De zon
nu bleef staan midden aan de hemel en haastte zich niet onder te gaan
omstreeks een volle dag.
Jozua 10:13
Velen vinden het maar een raar iets, schrikkeljaren. En waarom februari
nou normaal 28 dagen heeft snap ik ook niet. Waarom februari? Waarvoor
geen andere maand? Volgens mij hebben ze gewoon lootjes getrokken toen
ze de maanden het aantal dagen aan het geven waren. Je zal maar op 29
februari jarig zijn. Dan ben je eens in de 4 jaar jarig. Moeten we niet
aan denken. Of is het telkens weer schrikken?
De tijd die de aarde nodig heeft om haar baan om de zon af te
leggen: 365 dagen, 6 uur, 9 minuten en 9,02 seconden. Het kalenderjaar
is hieraan aangepast, doordat het 365 etmalen telt, maar elk jaar
waarvan het jaartal door 4 deelbaar is 366 etmalen heeft
(schrikkeljaar). Een eeuwjaar is alleen schrikkeljaar als het deelbaar
is door 400. Zo was het jaar 1900 geen schrikkeljaar en was het jaar
2000 dat wel.
Ja, over jaren gesproken: wat is het waard, dat alles wat je gedaan
hebt in een jaar? Heeft het nog betekenis als de bladzijde van 2005 is
omgeslagen naar die van 2006? Het is niet allemaal goed en het is niet
allemaal slecht. De mooie en beste momenten koester je zo lang
mogelijk. Misschien zijn er dingen waarvan je maar het liefst wil dat
ze vergeten kunnen worden en verdwijnen; ze mogen niet gebeuren. Maar
het meeste heeft deel aan dat grote dubbele en dubbelzinnige van het
mensenleven. In ieder geval is voor ons allemaal de situatie nu anders
dan at verleden is. En dat allemaal, waar je op terug kunt kijken, wat
is dat nu waard, wat betekent dat, hoe serieus valt dat te nemen?
Op het eerste gezicht lijkt het misschien alsof Jozua 10 met dat soort
vragen niets te maken heeft. Oude verhalen over slimme mensen,
tactische afspraken en vooral over veel oorlogsgeweld. Toch gaat het
precies over zo’n soort vraag. Want dat verbond tussen
Israël en Gibeon, dat verbond van Jozua 9, dat had helemaal
niet gemogen. Neem je in acht dat u geen verbond sluit met de inwoners
van dit land, met de Chiwwiet ook niet. Dat stond in de wet. Toch was
het gebeurd. Zonder God te raadplegen was Israël in de list
van de Gibeonieten getrapt. Nu zitten ze vast aan een ongewenst
verbond. Het blijkt zodra Israël het gebied bereikt. Maar wat
is dit ongewenste verbond nu waard? Hoe serieus moet je dat nemen? Dat
blijkt zodra de woede van de koningen van de autochtone bevolking in
Kanaän zich richt tegen Gibeon. Het blijkt dat de Here God ook
die dingen die niet hadden mogen gebeuren maar toch gebeurd zijn heel
serieus neemt. Hij gaat vooraan in de strijd en Hij beslist de strijd.
Gibeon wordt bevrijd en de bevrijding van Gibeon blijkt zelfs het begin
van de verovering van een groot deel van Kanaän.
Dat alles krijgt meer kleur als we het even bekijken vanuit de positie
van die Gibeonieten. Gibeon staat hier voor een gebied met vier steden:
Gibeon, Kefira, Beërot en Kirjat-Jearim, ongeveer net zoals je
Veendam kunt nemen als de aanduiding voor de burgerlijke gemeente
Veendam, met de kernen, Bareveld, Borgercompagnie, Buitenwoel, Centrum,
Noord , Ommelanderwijk/Zuidwending, Sorghvliet en, Wildervank
De vier-steden-groep van Gibeon controleerde de oost-west-route tussen
het bergland van Jeruzalem en de Middellandse Zee. Opvallend is dat de
stad geen koning heeft. Alles wijst er op dat dit betekent dat Gibeon
hoorde bij Jeruzalem, dat de Gibeonieten vazallen waren van de
Jebusieten-koning van Jeruzalem. En er is nog iets te vertellen over de
stad: er was een heilige hoge plaats, een heiligdom, beroemd en oud, en
in de tijd van David en Salomo nog erg belangrijk. Het heeft er veel
van weg dat de Gibeonieten bij dat heiligdom houthakkers en
waterdragers waren. De Chiwwieten waren namelijk geen oorspronkelijke
Kanaänieten, maar, wat eerder dan Israël uit
Klein-Azië het land ingetrokken. Ze dienden er de
oorspronkelijke bewoners. Een herkenbare situatie met onze
gastarbeiders en allochtonen.
Als Israël dan opduikt trekken deze Chiwwieten hier in Gibeon
een andere conclusie dan het grote geheel van Hethieten, Amorieten,
Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten waar ze bij
horen. Zij nemen de woorden van de Here, de God van Israël,
ernstig, de woorden dat het hele land veroverd moet worden en alle
inwoners vernietigd (9:24). Vechten heeft tegen deze God geen zin. Maar
misschien helpt een list. Door het sturen van hun afgezanten naar
Israël en het sluiten van een verbond met dat volk verbreken
ze hun verbond met hun koning. Ze verbranden alle schepen achter zich
in de hoop op tenminste een beter leven in de nieuwe situatie straks.
Je zou kunnen zeggen: deze Gibeonieten delen het inzicht dat aan het
begin van Jozua ook Rachab had: Israël gaat dit land krijgen
van God. Maar anders dan Rachab kiezen zij geen partij voor
Israël, maar proberen via bedrog en list te ontkomen. Ze zijn
niet stoutmoedig, maar listig. Anders dan Rachab worden zij dan ook
niet in Israël opgenomen, maar nu tot houthakkers en
waterputters van het volk Israël en van het heiligdom van de
God van Israël gemaakt. Ze blijven onderworpen.
Maar intussen hebben ze wel de hele wereld om hen heen bedrogen.
Adonisedek, de koning van Jeruzalem, hebben ze verraden en
Israël hebben ze voorgelogen om zo een verbond te verkrijgen.
Aan het begin van Jozua 10 zitten ze dan ook volkomen in de ellende. En
misschien hebben ze wel gedacht: hadden we maar nooit... De koning van
Jeruzalem is zich uiteraard wild geschrokken. In
één keer zijn de aanvoerlijnen naar het westen
afgesneden en is een grote en machtige stad overgelopen naar de vijand.
Hij neemt zijn maatregelen passend groot en roept vier
collega’s op om te helpen. Samen vormen ze een groot leger en
slaan het beleg om Gibeon. De Gibeonieten kunnen niet meer doen dan om
hulp roepen aan Jozua: help, en snel! voor het te laat is.
Zal Jozua dat doen? Of zal hij deze situatie zien als een perfecte kans
om van zijn ongewenste verbond af te komen? Even vertragen, een dag
meer om wat troepen te monsteren en de kans is groot dat Gibeon alleen
nog maar een rokende puinhoop is. Geen mens die het op zou vallen. Maar
Jozua hoort bij God en hij weet dat het God wel op zal vallen. Hij
neemt de nieuwe situatie serieus en trekt met een keurkorps de hele
nacht door van Gilgal naar Gibeon en verrast de Amorieten bij het begin
van de dag. En meer nog dan Jozua, de Here zelf verrast de Amorieten
daar. Als je de verschillende onderdelen van de beschrijving
combineert, dan zie je iets als een immense donderbui die het dal van
Ajjalon bedekt tot aan de pas van Bet-Choron in de verte. Het licht is
spookachtig omdat de opgaande zon aan de ene kant niet door de
bewolking komt en de ondergaande volle maan aan de andere kant nog
licht geeft. God zelf zorgt voor de artillerie. Grote hagelstenen
regenen neer en richten een slachting aan. En dit griezelig en
apocalyptisch tafereel blijft en blijft maar, tot Israël de
vijand volledig verslagen heeft. Het is duidelijk: de Heer strijdt voor
de Israëlieten. Was dat even schrikken voor de mensen: En de
zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn
vijand gewroken had. Is dit niet geschreven in het Boek des Oprechten?
De zon nu bleef staan midden aan de hemel en haastte zich niet onder te
gaan omstreeks een volle dag. (Jozua 10:13)
En daarmee strijdt de Heer ook voor de Gibeonieten. Ze hebben zich
grondig in de nesten gewerkt. Ze hebben zich bij Israël en bij
de God van Israël proberen binnen te liegen en het is ze nog
gelukt ook. En toch neemt de Here die nieuwe situatie volstrekt
serieus. Ze worden niet in de steek gelaten, maar gered. Dat alles wat
niet had mogen gebeuren en wat toch gebeurd is, er wordt niet achter
terug gegaan, maar het wordt opgenomen en er wordt op verder gebouwd.
Voor Israël maakt God het ongewenste verbond met Gibeon tot
het begin van de verovering van een groot deel van het land. Aan Gibeon
laat Hij zien dat Hij geen wispelturige en onbetrouwbare menselijke
koning is, maar een heel andere, die trouw is ook aan ongewenste
beloften en die serieus neemt wat er gebeurt en gebeurd is, of dat nu
goed is of kwaad.
Ergens is deze gang van zaken juist vanuit die Gibeonieten gezien het
meest aansprekend. Het zijn dubbelzinnige types, overlevers,
sjacheraars, leugenaars en ook slim en berekenend, moedig en dapper.
Het zijn mensen die doen denken aan wat de Here Jezus later eens zegt,
dat het koninkrijk van God wordt verkondigd en dat allerlei mensen zich
daar binnendringen. Deze Gibeonieten weten hoe ze alleen maar gered
kunnen worden: door met Israël en de God van Israël
zich te verbinden. En ze knokken zich er in op een heel menselijke
manier, slim. Het zijn geen supergelovigen, maar mensen die goed
èn slecht zijn.
En als we terugkijken op het jaar dat achter ons ligt dan zien we bij
onszelf en bij anderen niet alleen de houding van Rachab, niet alleen
de houding van Jozua, maar ook de houding van deze Gibeonieten. Er is
geloof en vertrouwen, er is moed en stoutmoedigheid, maar er is ook
list en berekening in ons leven. Ook in ons leven met God. En wat is
dat allemaal waard? Gaat God ons daar toch een keer op afrekenen? Gaat
Hij zeggen: hé, als het niet meer is, zoek het dan lekker
zelf uit? Paulus schrijft later aan Timoteüs: als wij ontrouw
zijn, Christus blijft getrouw, want zichzelf verloochenen kan Hij niet.
Wie zich op de een of andere manier vastgrijpt aan Christus die laat
God niet vallen.
Maar laten we ook de optie vanuit de Israëlieten niet
vergeten. Ze hadden een fout gemaakt, en een flinke ook, met dat
verbond met Gibeon. Ze hebben er nog last genoeg van gehad. Als een
enkel voorbeeld komt later de profeet Chananja uit Gibeon om het
Jeremia moeilijk te maken. Oude heiligdommen zijn taai. Maar God zegt
niet: los het dan ook zelf maar op, knok je er maar uit. Hij komt zelf
en voert de strijd, beslist de strijd. Hij maakt van Israëls
fout het begin van Israëls overwinning.
En als ik terugkijk op het jaar achter ons dan zien we ook onze fouten.
Wat is het waard, wat gaat het betekenen? Zal God ons onze fouten
inwrijven in de toekomst? Hij zal er vast het zijne mee doen. Maar uit
Jozua 10 is duidelijk dat Hij niet haatdragend is en er niet op uit is
om ons onze vergissingen in te peperen. Hij is niet zo’n
koning als die mensenkoningen. Uiteindelijk zal wat God met onze fouten
doet bijdragen aan onze overwinning in Gods koninkrijk. Tenminste, als
we echt bij deze God willen horen. Dit is de God die ons leven serieus
neemt, ook ons leven van Anno Nu. Met deze God durven we de toekomst
wel in. Laten we in Hem dan ons geloof belijden, voor het verleden en
het heden..



















